3 juni: Tocht langs de Border Abbeys

Mijn eerste nacht op Schots grondgebied valt tegen: verschillende keren ’s nachts wakker geworden van de keelpijn en veel te vroeg wakker (misschien omdat het hier zo vroeg licht is?). Volgende nacht beter. Dat genezingsproces moet sneller!

We starten onze dag met een stevig Schots ontbijt in de zonovergoten ontbijtruimte. Ik moet zeggen dat ik de persoonlijke toets van zo’n B&B toch wel apprecieer. Je merkt aan alles dat dit ontbijt met veel zorg en liefde is bereid. De wat oudere man die ons gisteren welkom heette, serveert (duidelijk trots op de kookkunsten van zijn vrouw) met de glimlach ons ontbijt en informeert of alles naar wens is. Heel leuk.

We nemen na het ontbijt afscheid, want er wacht ons een drukke dag: vandaag maken we een tocht langs de Border Abbeys en andere bezienswaardigheden. De Borders dragen nog de sporen van de talloze conflicten tussen Engelsen en Schotten. De eens machtige abdijen daterend uit de twaalfde eeuw werden in 1545 door Hendrik VIII vernield. Hun ruïnes vormen een blijvende aanklacht tegen deze heiligschennis.

Eerste stop op onze route: Kelso Abbey, oorspronkelijk de grootste van de vier Border Abbeys, maar nu blijven er nog maar een paar muren van over. We springen in Kelso ook even binnen bij de toeristische dienst om wat brochures te verzamelen. Echt opvallend hoe vriendelijk en behulpzaam die Schotten zijn. Ok, het is hun werk natuurlijk, maar ik ben toch al op plekken op deze aardbol geweest waar de service heel wat minder was.

Volgende stop: Floors Castle. We kopen een toegangsticket aan een klein huisje vlak voor de parking en betreden het kasteel. Spijtig genoeg was het verboden foto’s te nemen van al dat moois en lukt het ook niet om stiekem foto’s te maken, want in elke kamer stond wel een opzichter. Floors Castle is nog steeds bewoond en de opzichters vertelden maar al te graag over de familie die er woonde. Persoonlijk heb ik heel veel moeite om mee te gaan in dit concept van overgeërfde titels. Uiteindelijk is de persoon in kwestie toevallig in het juiste nest geboren en heeft hij of zij hier zelf geen enkele verdienste aan. Maar je voelt dat er in Schotland nog heel veel ontzag is voor de adel.

Floors Castle is alleszins de moeite van een bezoek waard: prachtige bemeubelde en gedecoreerde kamers en een erg gezellig binnentuintje vol met bloemen. Het kasteel bevatte ook een kamer vol met opgezette vogels en kristallen. Een beetje een curiositeit maar wel leuk om op zo’n kleine oppervlakte zoveel verschillende specimen te zien.

Minder leuk: tijdens ons bezoek aan Floors Castle krijgen we van een mede-eigenaar van ons appartementsgebouw het bericht dat er een brief gearriveerd is van de advocaat van onze bouwfirma. De toon van de brief is nogal dreigend gesteld. Wij (=de vereniging van mede-eigenaars) hadden ondertussen zelf een advocaat onder de arm genomen, maar het steekt tegen dat wij niet de eerste zet hebben kunnen doen. Onze advocaat was net begonnen aan het opstellen van een ingebrekestelling voor de problemen met de gemene delen.

Qua timing kon dit moeilijk slechter, met onze reis die net begonnen is. Nu, al een geluk dat we ongeveer in dezelfde tijdzone zitten, dat maakt het converseren er net iets makkelijker op. We sturen meteen een mailtje naar de persoon die op ons appartement past om te informeren of er ook voor ons een brief van een advocaat is aangekomen. En laten aan de rest weten dat wij ons niet laten intimideren door die brief. Na al die jaren van uitstel en leugens, ben ik niet van plan mij zomaar zonder slag of stoot te laten doen. Game on!

Volgende stop: Jedburgh Abbey, een heel indrukwekkende ruïne die zo dienst kan doen als filmdecor. De opgravingen hebben veel restanten van het klooster blootgelegd en je krijgt een goed inzicht in het dagelijkse leven van de monniken. De ruïnes van het kerkgebouw zijn echt magnifiek, je vraagt je af hoe schitterend deze plek geweest moet zijn toen de abdij en kerk nog volledig intact waren.

Tijd voor het middagmaal! We willen liefst niet te veel tijd verliezen, dus kiezen we voor een rustige bar in hartje Jedburgh om wortelsoep en gegrilde sandwiches te eten. Grappig detail: het toilet is buiten gebruik, waardoor de lieftallig jongedame die de zaak uitbaat genoodzaakt is aan iedereen die iets wil bestellen te vertellen dat het toilet kapot is. Voor ons geen probleem, want er zijn openbare toiletten bij het infocentrum waar we onze wagen parkeerden.

Mijn gegrilde sandwich met tonijn en maïs smaakt een stuk beter dan het gefrituurde avondmaal van gisteren. Wat wel opvalt is dat het overal erg rustig is. Veel volk zijn we onderweg nog niet tegengekomen en toch heeft elk plaatsje een bemand infocentrum mét giftshop.

Volgende stop: Dryburgh Abbey, de plek waar Walter Scott begraven ligt. Wat een buitengewoon romantische laatste rustplek. Zo rustig en sfeervol. De ruïnes zijn gelegen in een schitterend groen park. Bij het kopen van de tickets (in de gift shop, uiteraard) waarschuwt de bediende ons dat er momenteel gras afgereden wordt. En dat is dan meteen ook het enige minpuntje: het ronkende geluid van de grasmaaier dat zich mengt met het ruisen van de bladeren en het gezang der vogels.

We wandelen tot aan de Tweed, de rivier waar de monniken vroeger zalm vingen en bewonderen de bloeiende bloemen (we hebben hier zelfs nog kersenbloesem gespot!). Op een rustig bankje in de zon sturen we nog wat mails uit naar onze advocaat en mede-eigenaars. Dat Vodafone Mobile Internet, hoewel afschuwelijk traaaaaag, komt toch van pas. Niet echt bevorderlijk voor een rustige vakantie, maar niets aan te doen.

We rijden verder door het ongelooflijk groene landschap en stoppen onderweg even bij Scott’s View, het favoriete uitkijkpunt van schrijver Walter Scott. Heel mooi: zijn begrafenisstoet stopte hier, zoals hij zelf tijdens zijn leven talloze keren had gedaan. Op een bankje merken we mensen op met een Nederlandstalige vogelgids en een Canon fototoestel. Het blijken Belgen te zijn die het geen probleem vinden even een foto van ons twee te maken. Al worstelde de eigenaar wat met de bediening van mijn gloednieuwe fullframe.

Laatste stop van de dag: Melrose Abbey! We droppen onze bagage af in Old Bank House, onze B&B in hartje Melrose. Heel mooie, ruime kamer in een zeer bijzonder gebouw, vol met kunst en antiek. De ontbijtkamer is werkelijk volgestopt van boven tot onder. Je weet niet waar eerst kijken.

De abdij zelf blijkt eveneens een schitterende plek. De superlatieven schieten te kort. Deze abdijruïne heeft een klein museum waar vondsten die tijdens de opgravingen naar boven kwamen tentoongesteld worden en iets meer over de geschiedenis van deze plek verteld wordt (de Romeinen hebben hier ook sporen nagelaten).

We dineren in het centrum van Melrose in de gezellige pub Burt’s. Ik ga voor de zeebaars en mijn vriend voor de home made burger, vergezeld van een biertje en een cider. Het eten is echt overheerlijk! Na de maaltijd maken we nog een wandeling langs de ruïnes van Melrose Abbey. Het rozerode avondlicht geeft de plek iets magisch.

We zijn moe na een lange dag vol indrukken (en toch ook wat stress door de problemen met onze bouwfirma) en kruipen alweer vroeg onder de wol. Ook mijn keelpijn is nog niet overwonnen. Een goede nachtrust zal ons deugd doen.

2 juni: Aankomst in Hull en St. Abb’s Head

Niet zo goed geslapen. Een aantal keer badend in het zweet wakker geworden. Jammer, want meestal heeft het wiegen van zo’n boot een positief effect op mijn nachtrust. Gelukkig hebben we vandaag een redelijk rustige dag voor de boeg. Maar eerst: ontbijten! Ons eerste typisch English breakfast! Met roerei en champignons en gestoofde tomaat! Het smaakt.

Na het ontbijt gaan we even aan dek kijken en worden we begroet door een stralend zonnetje. Zalig. We kijken toe hoe onze reusachtige boot zich in een minisluis manoeuvreert terwijl we de haven van Hull invaren. We pakken onze spullen bijeen en beginnen aan de vier uur durende rit naar onze bed and breakfast in Eyemouth.

De rit verloopt vlotjes. Mijn vriend blijkt zich zonder al te veel moeite aan te passen aan het links rijden. We stoppen onderweg bij één van de vele wegrestaurants voor een geroosterd broodje met kip en paprika (ik) en twee hamburgers van de McDonalds (mijn vriend). Om al dat gezond wat te compenseren verorber ik als dessert een gigantische negerzoen, a Belgian specialty!

Rond een uur of half drie zijn we in AllanBank Bed and Breakfast alwaar ons een zeer gastvrij onthaal wacht. We droppen snel onze bagage af en vertrekken naar St. Abb’s Head, want de zon staat stralend aan de hemel en daar moet een mens die naar Schotland trekt van profiteren!

St. Abb’s Head is meteen al goed voor een eerste hoogtepunt van deze reis en we zijn nog maar pas begonnen! We kopen een plannetje van de omgeving en besluiten ons aan de lange wandeling te wagen. De eerste keer dat mijn splinternieuwe wandelschoenen van stal mogen!

De ruige rotsen van St. Abb’s Head rijzen tot 91 meter boven de Noordzee uit. Dat op zich is al behoorlijk spectaculair, tel daar dan nog eens het lawaai van meer dan 50.000 broedende vogels bij en je kan je wel voorstellen dat deze plek echt een overdonderende indruk maakt. Een greep uit de vogelsoorten die hier hun jongen grootbrengen: stormvogels, zeekoeten, drieteenmeeuwen en papegaaiduikers. De rotsen zien dan ook wit van de vogeluitwerpselen.

Tijdens onze wandeling zien we niet alleen gevleugelde beestjes: op de groene hellingen grazen ontelbare ooien en hun lammeren. En overal staat de gele gaspeldoorn in bloei, een zalig zoetige geur verspreidend. Magnifiek. Alleen spijtig dat ergens in de helft van de wandeling mijn stem het begon te begeven. Waarschijnlijk de combinatie van keelpijn en een strakke wind. De rest van de tocht dus maar spaarzaam omgesprongen met woorden, wat voor mijn vriend een echte verademing moet geweest zijn. 😉

Na een tweetal uurtjes stappen hebben we de lus rondgemaakt en trekken we terug richting onze B&B. We besluiten de tip van onze gastheer te volgen en in een nabijgelegen seafood restaurant te gaan eten. Tot onze grote teleurstelling blijkt dit echter gesloten te zijn.

We vinden wat verderop een ander restaurant dat vis- en aanverwanten op het menu heeft staan: de Contented Sole. De honger is groot, dus ik neem een soepje vooraf en mijn vriend gaat voor de mushrooms with bread and garlic. Uiteraard laten we ons verleiden door de seafood platter. Bij het eten bestelt mijn vriend een lokaal biertje (dat niet echt lokaal blijkt te zijn, want van hetzelfde merk als op de boot). Ik waag me, ondanks mijn zere keer aan een kleine cider. Zowel het bier als de cider komen van de tap en het is duidelijk dat er verhoudingsgewijs te veel water in onze drankjes zit. Zo is het natuurlijk makkelijk om extra winst uit een vat te persen.

Ook het voorgerecht is een tegenvaller: mijn soep is wel dik, maar heeft verder weinig smaak. Mijn vriend ziet tot zijn verbazing een bord met gefrituurde champignons arriveren. Ok, dat hadden we natuurlijk kunnen weten en al bij al vallen de champignons nog mee. Spijtig genoeg blijken ook de verse, lokaal gevangen vis en zeevruchten van een krokant jasje voorzien. Wellicht weten jullie dit niet, maar ik ben niet zo een fan van gefrituurde zaken. Ik snap gewoon niet waarom je lekkere ingrediënten moet verdoezelen met zo’n smakeloos deeg. Alleen tempura kan ik wel smaken en dan nog met mate.

Enfin ja, het was eetbaar, het vulde onze magen en meer heb ik daar niet aan toe te voegen.

We kruipen er andermaal vroeg in: om 21.30u is het licht bij mij volledig uit en de volgende dag moeten we om 6.45u uit de veren (iets wat mij tijdens een gewone werkweek nooit lukt, doe ik op vakantie voor mijn plezier, een mens zit toch raar in mekaar).

1 juni 2013: Vertrek naar Hull

De kriebel in de keel heeft zich ontwikkeld tot een ferme keelpijn, gecombineerd met hoofdpijn. Wellicht was de stress van de vorige week er toch wat teveel aan en krijg ik daarvan nu de weerbots. Typisch. Enfin, dafalgan en keelpastilles zitten in onze bagage dat moet voldoende zijn om de symptomen te onderdrukken.

Zaterdagochtend pakken we onze laatste spullen bijeen en ruimen we ons appartement op. Ik doe zelfs de moeite om onze terrasstoelen af te wassen, zodat de persoon die op ons appartement past onbezorgd van een eventueel zonnetje kan genieten. En ik neem afscheid van mijn prachtig bloeiende orchideeën die over drie weken wellicht al hun bloemen kwijt zullen zijn. Voor die ene keer dat ik er eens in slaag een orchidee opnieuw bloemen te laten krijgen…

We vertrekken rond een uur of twee, ruimschoots op tijd om onze boot in Zeebrugge te halen. Onderweg passeren we echter enkele wegenwerken die onze GPS plots een uur bij onze reistijd doen optellen, waardoor we akelig dicht bij het laatste inschepingsmoment komen. Gelukkig blijkt onze GPS een pessimist en valt de opgelopen vertraging nog mee. We zijn mooi op tijd voor de check-in.

De boot ziet er helemaal uit zoals in mijn herinneringen aan de Schotlandreis toen ik in het vierde middelbaar zat. ’t Zou zelfs gewoon dezelfde boot kunnen zijn, want ze is in gebruik genomen in 1985. En het lijkt inderdaad of de tijd hier is stil blijven staan, met ouderwetse gokmachines, een casinotafel en de disco, die er identiek uitziet als degene waarin ik jaren geleden overmand door vermoeidheid in slaap ben gevallen, de luide muziek negerend.

We dineren op de boot: typisch vettige Engelse kost. Ik beperk mij tot een beetje kalkoen en veel groenten en een ijsje van Häagen-Dazs om mijn keel wat te verdoven. Na het eten gaan we nog iets drinken in de bar (een watertje voor mij, snif) en besluiten we al om negen uur onder zeil te gaan. Ik probeer van de gelegenheid gebruik te maken om zoveel mogelijk te slapen, kwestie van zo snel mogelijk te genezen.

Het laatste weekend van mei

Een redelijk rustig weekend, voor de verandering. Zaterdag werden we verwacht bij de ouders van mijn vriend. Voor het eerst sinds heel lang zaten zowel zijn broer als zijn zus mee aan tafel. Wat maakte dat de sfeer (begrijpelijk) soms wat geforceerd was, maar het is wel een fantastische stap vooruit. Hopelijk kunnen de wonden die geslagen zijn nu eindelijk beginnen helen.

Zondag hadden we volk over de vloer: drie koppels met in totaal vier kinderen. Gezellig druk dus! Om onszelf niet al te veel te belasten, waren we zaterdag lasagne gaan kopen bij Pastificio Antonio in de Mechelsestraat. Wat een succes! De lasagne was heerlijk en het enige wat we moesten doen, was de bakjes op tijd in de oven schuiven. En zo hielden we tijd vrij om bij te babbelen en met de kindjes te spelen.

Terwijl onze slaap- en badkamer gevuld werden met reisbedjes voor de middagdutjes, genoten de volwassenen van een glaasje Chardonnay Meerdael. Voor het dessert hadden we brownies en cheesecake gekocht bij een leuk nieuw kraampje op de Leuvense markt in de Brusselsestraat. Uiteraard konden we niet voorzien dat één koppel een reusachtige aardbeientaart meegebracht had, waardoor we met een gigantisch taartenoverschot kwamen te zitten (tot grote vreugde van mijn collega’s die zich maar al te graag op de restjes stortten).

Een zalige zondag om ontspannen te beginnen aan een zware werkweek.

De oogst

Na weken hard werken en stressen, hebben we vandaag de resultaten kunnen oogsten. Ik kan alleen maar zeggen dat ik uiterst trots ben op het werk dat mijn team heeft neergezet. Een schitterend zonnige dag die zonder problemen verliep. Een daverend succes!

Stressy

Op het werk staat alles in het teken van de eindsprint naar een groot event dat we volgende week maandag organiseren. Dat maakt dat we allemaal onder stress staan en onze lonten wat korter zijn dan gewoonlijk. Er wordt al eens kregeliger gereageerd dan normaal, dingen lopen niet zoals gehoopt en een stem wordt al eens verheven. Tegelijkertijd hou ik ook wel een beetje van deze rush, het toewerken naar een einddoel. Het gevoel samen ergens de schouders onder te kunnen zetten, tegen de verwachtingen in een moeilijke taak toch voor de gestelde deadline gedaan krijgen, het geeft ook een kick.

Toch zal ik er niet rouwig om zijn als het stof volgende week weer zal gaan liggen en de werkzaamheden opnieuw in hun normale plooi vallen. En dan kunnen we starten met de voorbereidingen van de volgende editie.

Feng Shui

Dankzij een collega kon ik vorige week dinsdag in het kader van het Chinese filmfestival in Flagey samen met mijn vriend naar de film Feng Shui.

Veel volk was er niet, in het cinemazaaltje van de Flagey, maar de afwezigen hadden ongelijk. Het was wel even slikken toen bleek dat de ondertitels in het Frans waren, maar het lukte tot mijn eigen verbazing (ik heb mijn Frans jammerlijk verwaarloosd) zonder al te veel moeite om de film te volgen.

Een mokerslag van een film, dat wel. De film vertelt het verhaal van Li Baoli, een vrouw die het ogenschijnlijk voor de wind gaat: haar gezin (man en één zoon) verhuist naar een gloednieuw appartement dat een serieuze vooruitgang betekent ten opzichte van hun vorige stulpje. Toch kan ze het niet nalaten haar man verbaal aan te vallen en te vernederen in bijzijn van vreemden. Zelfs de verhuizers hebben compassie met de arme man.

De echtgenoot kan de vernederingen niet meer verdragen en wil een echtscheiding. Baoli kan dit niet verkroppen en gebruikt alle middelen (waaronder hun achtjarige zoon) om hem van gedachten te doen veranderen. Als ze haar echtgenoot betrapt op een overspelige relatie, neemt ze wraak door de politie te bellen met de melding dat er prostitutie gebeurt in het kamertje waar haar man en zijn minnares zich bevinden. Na dit feit gaat de relatie tussen man en vrouw verder bergaf. Tot de man, ontslagen, vernederd, zelfmoord pleegt.

Li Baoli staat nu alleen voor de zorg van haar zoon en haar inwonende schoonmoeder. Ze toont zich echter strijdlustig en neemt een rotjob aan om haar zoon een schoonmoeder te kunnen onderhouden. Haar zoon is haar alles, maar deze blijft haar de zelfmoord van zijn vader verwijten. Door het harde werken vervreemden moeder en zoon verder van elkaar. De dag dat hij slaagt in zijn aartsmoeilijke ingangsexamens voor de universiteit zegt haar zoon dat hij Baoli niet meer wil zien.

De film toont hoe hard het leven is voor gewone mensen in China, maar voor mij draaide de film vooral om de fenomenale vertolking van hoofdrolspeelster Yan Bingyan. Boali is een vrouw die er rotsvast van overtuigd is het goede te doen voor haar gezin, maar hier jammerlijk in faalt door haar eigengereidheid en ambitie. Een vrouw die weigert in te zien dat zijzelf de oorzaak is van haar ongeluk. Zelfs aan het einde van de film dringt deze harde waarheid niet tot haar door.

Mij ontroerde deze film omdat ik in de onverzettelijke wil om zich op te offeren voor het geluk van haar enige zoon, mijn eigen moeder herkende, die zelf helaas weinig geluk kende en wellicht dezelfde ondankbaarheid ervoer als Baoli in de film. Sommige inzichten komen pas bij het ouder worden, maar vaak is het dan te laat…

Pinksterweekend

Een leuk en ontspannen Pinksterweekend achter de rug, waarbij we met volle teugen genoten van het Leuvense circusfestival (ja, ook op vrijdag, toen de meeste mensen het af lieten weten wegens het slechte weer). Zaterdag bijna de ganse dag door Leuven gelopen en heel veel bekend volk tegen het lijf gelopen die allemaal door het zonnetje en de festiviteiten naar buiten gelokt werden. We profiteerden optimaal van het aanbod op Fiesta Europa om zo weinig mogelijk tijd te verliezen en zo veel mogelijk circusacts mee te pikken, zonder ons overdreven te moeten haasten van punt A naar punt B.

Zondag en maandag hadden we bewust vrij gehouden om de bergen achterstallige administratie en foto’s weg te werken. Uiteraard slaagden we daar niet in, maar mijn vriend deed wel enkele interessante archeologische vondsten in dozen die al een paar verhuizen ongeopend waren gebleven. En de stralende zon was een goed excuus om zondagmiddag nog wat te gaan rondhangen op Fiesta Europa. Soms is er niet meer nodig dan een een lekkere bratwurst om iemand gelukkig te maken. 😉

Helaas is zo’n verlengd weekend altijd veel te snel voorbij en moest er vandaag weer hard gewerkt worden!