Een geluk bij een ongeluk

De NMBS staakt, dus noodgedwongen werk ik vandaag een dagje thuis, iets was ik normaal gezien eerder uitzonderlijk doe, want ik kan het persoonlijke contact met mijn collega’s moeilijk missen. Al moet ik eerlijk gezegd bekennen dat de stakingsactie van het ACOD mij deze keer bijzonder gelegen komt. Er ligt hier immers nog een berg vuile was van het voorbije weekend in Libin en deze avond komt er alweer iemand bij ons logeren. Dus terwijl ik werk, draai ik vrolijk een paar wasmachines. Lang leve het multitasken!

13 juni: Isle of Skye

We starten met een privé-ontbijt in de leefruimte alwaar de tafel gedekt staat met uitzicht op de tuin en de zee. Fantastisch! Het uitzicht toont helaas een grijze lucht, maar de situatie lijkt minder dramatisch dan gisteren. Hier en daar zien we zelfs een toefje blauw en het regent (voorlopig) niet. Daar zijn we al heel blij mee, want er staan enkele flinke wandelingen op het programma.

Om voldoende energie op te doen, eten we scrambled eggs with salmon (het is Alisdair niet gelukt om aan de smoked haddock te geraken) en doe ik me te goed aan het overheerlijke verse fruit: aardbeien, frambozen, blauwe bessen en verse ananas. Heerlijk, zo uitgebreid ontbijten. Jammer dat we daar thuis nooit de tijd voor nemen.

Onze eerste wandeling is meteen al een goeie opwarming. Een flinke klim brengt ons naar de Old Man of Storr, een 48 meter hoge monoliet. De top van de Old Man bevindt zich 719 meter boven zeeniveau. Het bijzondere landschap werd gevormd door gletsjers tijdens de laatste ijstijd. De naam (Storr, wat groot betekent in het Noors) verraadt de Noorse aanwezigheid op Skye. Hier in de buurt werd trouwens in 1890 een zilveren vikingschat gevonden.

Het is behoorlijk fris tijdens de klim naar boven. We doen onze regenjassen aan boven onze fleece om het warm genoeg te hebben en ik ben blij dat ik broekkousen heb aangedaan. Het eerste stuk van de klim is vrij modderig, omdat men druk bezig is de berg van naaldbomen te ontdoen en de zware machines over de wandelpaden gereden hebben. Wellicht zullen er na het rooien van de naaldbomen nieuwe inheemse loofbomen aangeplant worden.

Wanneer we na een flinke klim boven komen, breekt de zon plots door de wolken en baadt de Oude Man in het zonlicht. Magnifiek. Het uitzicht vanaf het plateau waarop we ons bevinden is fenomenaal. We zien dikke wolken boven de zee met steeds groter wordende stukken blauw en zonlicht dat glinstert op het water.

Terug beneden nemen we de wagen naar het vertrekpunt van de volgende wandeling. Onderweg komen we echter een onverwacht obstakel tegen: een gigantische kudde bruine koeien die zich niks aantrekken van de verkeersregels en midden op de weg staan. Eén koe passeert onze auto op een paar centimeters. Het is eens iets anders dan schapen op de weg.

Onze volgende stop is een uitzichtpunt vanwaar we een werkelijk fabuleus uitzicht hebben op de rotsige kliffen en keienstranden van de kust. Op het strand zien we overblijfselen van de diatomietontginning. Diatomiet wordt gebruikt in de productie van dynamiet, maar ook in verf en vernis.

De tijd voor het middagmaal nadert, maar omdat we zo’n stevig ontbijt achter de kiezen hebben, besluiten we onze lunch bescheiden te houden. We komen terecht in het Art Cafe dat zich letterlijk in the middle of nowhere bevindt. Toch passeren hier veel toeristen, want er is nog net één tafeltje vrij voor ons. We kiezen elk een stukje taart van de kaart: een tiffin voor mij, een carrot cake voor mijn vriend en omdat ik het niet kan laten: een warme chocomelk met een dikke toef slagroom, het is er koud genoeg voor!

Bij het afrekenen bemerken we de prachtige postkaarten van een plaatselijke fotograaf. De kaarten zijn van zeer goede kwaliteit én milieuvriendelijk. De knoop is snel doorgehakt en we halveren in één klap de kaartenvoorraad van het Art Cafe. Nu nog postzegels vinden om al onze vrienden en familie een kaartje te kunnen sturen.

Volgende halte: Staffin. Deze naam lijkt niet toevallig op Staffa. De betekenis is immers hetzelfde en verwijst naar de basalten kolommen van de schitterende kliffen. Het waren (alweer) de vikingen die deze plek haar naam gaven. Staffin is bekend omwille van de overblijfselen van dinosauriërs die hier gevonden werden. In stenen op het strand zijn de pootafdrukken van deze geweldige beesten nog zichtbaar. Wij doen ons best, maar slagen er helaas niet in een dinosauriërafdruk in de rotsen te ontwaren.

Rond twintig voor drie beginnen we aan de belangrijkste wandeling van de dag door Quiraing. Door aardverschuivingen werd de voet van het vulkanisch plateau Quiraing blootgelegd waardoor een uniek landschap van pieken en torens ontstond. Er staat een ijzig koude wind, maar onze regenjassen doen perfect dienst als windstopper. En, jawel, de zon komt in steeds langere intervallen tussen de wolken door piepen.

De wandeling is geweldig. Niet echt moeilijk, al moet er hier en daar over een beekje geklauterd worden, en met afwisselend stijgen en dalen. Wij worden onderweg getrakteerd op uitzichten waarvan je honderdduizend foto’s kan nemen zonder dat dit gaat vervelen. Ik heb wellicht niet genoeg poëtische vaardigheden om de schoonheid van dit landschap te omschrijven, maar jullie mogen me op mijn woord geloven, het is fenomenaal.

We wandelen tot aan de needle, een scherpe en steile rotsformatie, en keren dan op onze stappen terug. We kunnen de wandeling jammer genoeg niet tot aan de kust volgen, omdat we onze auto moeilijk kunnen achterlaten. Zo rond vier uur zijn we terug op de parking. We besluiten verder noordwaarts te rijden om te zoeken naar de Cave of Gold. Volgens de wandelgids die we van onze gastheer kregen, is deze grot het antwoord van Skye op Staffa. Aangezien Staffa een overdonderende indruk op mij gemaakt heeft, moet ik deze grot natuurlijk ook gezien hebben.

We volgen de aanwijzingen in de wandelgids, passeren de ruïne van een kerk en parkeren iets na vijf onze wagen waar aangegeven. Van een pad of wegwijzers naar de Cave of Gold echter geen spoor. We hebben enkel de beschrijving in de gids om de juiste weg te vinden en banjeren door een veld met lang gras en koeienvlaaien. Na wat zoeken vinden we de plek waar de grot zich bevindt. We zien idd dezelfde basaltzuilen als op Staffa, maar een ingang van een grot of een pad dat ons vanaf de steile klif naar zeeniveau kan leiden vinden we niet. We durven het niet aan om hier halsbrekende toeren uit te halen en beperken ons tot wat foto’s van de magnifieke kustlijn.

We keren terug naar de wagen en rijden langs de andere kant van de landtong terug naar Portree voor het avondmaal. We hebben onze zinnen gezet op een meergangenmenu dat we gisteren zagen in één van de restaurants in Portree. Jammer genoeg blijkt het restaurant dat dit aanbiedt dicht en is onze tweede keuze (een seafood restaurant) helemaal volzet. Veel keuze blijft er niet meer over: opnieuw naar Bosville. Per slot van rekening hebben we hier gisteren zeer lekker gegeten.

Ik bestel een glas witte wijn bij het avondmaal, want ik ben van plan vis te eten. Graag een groot glas voor mij (in een groot glas past exact 250 ml, mooi aangeduid met een lijntje op het glas zodat je zeker niet te veel of te weinig krijgen). Ik begin met een slaatje van krab en als hoofdgerecht kies ik voor de langoustines. Wat een feest! En welverdiend na zo’n koude, maar gelukkig droge, dag. Mijn vriend gaat voor een roullade van duif als voorgerecht en eend als hoofdgerecht. Ook hij is erg te spreken over zijn eten. Alleen jammer voor hem dat die dekselse keelpijn maar niet wil weggaan. Alvast een goed excuus om deze met whisky te bestrijden!

Moe maar tevreden komen we aan in B&B Otterburn, alwaar we opnieuw een glaasje voor het slapen aanboden krijgen. We toasten op de weergoden die ons vandaag al bij al goed gezind waren en kruipen vroeg in bed. Onze laatste nacht op Skye.

De verdwenen auto

Vrijdagavond stond er een bezoekje aan een kersverse baby op het programma. Mijn vriend en ik waren later terug van het werk dan gepland, waardoor al een flink stuk van het bezoekuur in Gasthuisberg voorbij was.  Geen nood, snel wat boterhammen achter de kiezen gestoken en op naar onze auto, omdat we de steile fietstocht naar GHB niet zagen zitten na een vermoeiende werkweek.

De auto stond niet op de plek waar we hem dachten achtergelaten te hebben. Ook verderop in de straat geen spoor te vinden van onze toch wel opvallend rode auto. “Shit, alweer weggesleept”, was de eerste verklaring die in ons opkwam. Dat was dan al de derde keer in 2013 zijn dat onze auto administratief getakeld werd. Ondertussen zijn we het dus al gewoon de auto te gaan zoeken op parking Bodart. Een telefoontje naar de politie gaf echter niet de verwachte uitkomst. “Neen, meneer, de laatste keer dat ons systeem aangeeft dat  uw auto getakeld werd, wat in februari.”

Hmm, auto gepikt? Leek ons weinig waarschijnlijk, maar ondertussen tikte de tijd wel weg en waren we nog geen stap dichter bij GHB. Dan maar de bus genomen. Ik mag dan al klagen over de overdadige bussenstroom door het centrum van Leuven, soms is het toch wel handig, zo om de tien minuten een bus. Tijdens ons busritje zocht ik op in mijn agenda wat we het vorige weekend ook alweer gedaan hadden, om zo te kunnen reconstueren waar onze auto zich bevond.

Nog geen seconde later vind onze euro: we waren immers met de auto van het kasteel van Horst naar de receptie in Leuven centrum gereden en hadden daar, na al die prosecco, de auto laten staan en waren te voet naar huis terug gekeerd. Mystery solved. En we hebben er nog goed mee kunnen lachen tijdens het babybezoek aan de vierde zoon van onze vrienden. :-)

Na het bezoekje zijn we de auto toch maar gaan ophalen om hem in onze eigen straat te parkeren.

Treinontmoetingen

Vanavond kwam ik een oud-medestudent tegen op het perron in Brussel centraal. Zo af en toe kruisen onze paden nog, maar het is slechts sporadisch. Het was dan ook interessant om te horen dat hij met dezelfde problemen sukkelde als ikzelf: problemen met bouwfirma’s en opleveringen en dat hun algemene vergadering net als die van ons tot dezelfde conclusie was gekomen: een raadsman onder de arm nemen om de druk op de onwillige bouwfirma te verhogen. De algemene vergadering had zelfs op dezelfde dag plaatsgevonden als die van ons.

En nog toevalliger: hij kwam net terug van twee weken Schotland, de bestemming waar wij over een dikke maand naartoe trokken. Stof genoeg om een treinrit lang over te babbelen, dus.

Treinen

Vrijdagavond trokken we richting Hove voor het door een bijna-CO-vergiftiging uitgestelde babybezoek. Onze gastheer en gastvrouw waren erg verbaasd toen we zeiden dat we met de trein gekomen waren. ‘t Was nochtans maar een paar minuten stappen (via een prachtige, nieuw aangelegde, brede fietsweg) van het station van Hove naar hun huis. We namen een rechtstreekse trein vanuit Brussel-centraal en maakten voor het eerst kennis met één van die mooie, moderne Desirotreinen (alleen jammer dat men de tafeltjes weggelaten heeft, een laptop die je kan laten rusten op een tafeltje, is toch net iets handiger dan een laptop op schoot). Een heel aangename rit, zonder stress die ons toeliet allebei een glaasje te drinken en op de terugweg een dutje te toen of een beetje op de laptop te werken. Weinig redenen om niet met de trein te gaan.

En toch verbaast het de meeste mensen dat je ervoor kiest om met de trein te reizen wanneer je over een auto beschikt. Er zal nog een grote inspanning nodig zijn om de mentaliteit van “mijn auto, mijn vrijheid” om te buigen en effectief op een andere invulling van mobiliteit over te schakelen (fiets, openbaar vervoer, auto delen). Al moet ik natuurlijk toegeven dat wij makkelijk praten hebben. We wonen op een paar minuten stappen van één van de best bediende stations van het land. En ja, er zijn ook verplaatsingen die wij met de wagen doen, gewoon omdat je er met het openbaar vervoer dubbel zo lang over doet om ter plekke te geraken. Maar als we de mogelijkheid hebben, dan nemen we de trein.

En ik mag dan al veel klagen over de NMBS, als puntje bij paaltje komt, ben ik al altijd op mijn bestemming geraakt.

Verhalen op de trein

Een mens pikt al eens wat op op de trein. Meestal saaie werkgerelateerde verhalen, maar af en toe echt horrorstories. Deze wilde ik jullie beslist niet onthouden. Het verhaal werd verteld door de grootmoeder.

De grootmoeder krijgt telefoon van haar paniekerige schoondochter met de vraag of zij haar dochtertje Evy (fictieve naam) is gaan ophalen. De grootmoeder weet van niks, dus kan enkel ontkennend antwoorden. De schoondochter legt uit dat haar dochter verdwenen is uit de crèche. Door iemand opgepikt en niemand van de crèche weet door wie. Paniek alom, want stel het je voor, je komt op de crèche je kind oppikken en het kind in kwestie is er niet meer.

Gelukkig kende de horrorstory een happy end. Wat was er namelijk gebeurt? In de buurt van de crèche was er nog een andere crèche, waar een kindje opgevangen werd dat ook Evy heette. De moeder van Evy kon haar echter niet oppikken, omdat ze moest overwerken. Een vriendelijke collega van de overwerkte moeder bood aan haar dochter te gaan ophalen, al had ze de dochter in kwestie nog nooit gezien. De bereidwillige collega vergiste zich echter van crèche (toevallig leken de straatnamen van beide crèches ook nog eens op elkaar) en begaf zich naar de crèche van de andere Evy.

In de crèche geven ze (gelukkig) een kind niet zomaar aan een onbekende mee. Dus de collega legt in de (verkeerde) crèche uit dat ze Evy komt ophalen, omdat de mama van Evy moet overwerken. In de crèche reageren ze verbaast, want de mama van Evy heeft niet doorgegeven dat iemand anders haar dochter komt ophalen. De crèche belt dus naar de mama van hun eigen Evy die uiteraard de collega van de mama van de andere Evy helemaal niet kent. Door een spijtig toeval heeft de mama van Evy geen ontvangst en bereikt het telefoontje haar niet. De collega in kwestie belt dan maar zelf naar de mama van haar Evy en die mama bevestigt telefonisch aan het personeel van de verkeerde crèche dat haar dochter Evy wel degelijk met de collega mee gegeven mag worden.

De collega vertrekt met de foute Evy en even later komt de mama van Evy aan en stelt vast dat haar dochter er niet meer is.

Gelukkig werd de vergissing vrij snel ontdekt. De collega bracht, terwijl de juiste Evy nog altijd in haar eigen crèche wachtte om opgepikt te worden, de foute Evy naar een tante die natuurlijk dadelijk zag dat er hier een persoonsverwisseling in het spel was. Evy werd teruggebracht naar haar crèche en hield waarschijnlijk geen psychische littekens over aan haar kleine avontuurtje en kon aldaar met haar mama herenigd worden. De politie, die ondertussen al verwittigd werd, kon haar zoektocht staken.

De dag nadien voerde de crèche die het kind aan de foute persoon meegaf een vijfcijferige code in per kind. Personen die een kind komen ophalen, moeten voortaan altijd de code geven of ze krijgen het kind niet mee. Over procesverbetering gesproken. 😉

Treinhilariteit

Dit incident speelde zich een tijdje geleden af, maar bleef in de drafts hangen. Het verhaal is echter grappig genoeg om met jullie te delen.

Een tijd geleden spoorde ik in het gezelschap van mijn vriend, een collega en een vriendin van die collega vanuit Brussel richting Gent. Terwijl we op het perron op de trein stonden de wachten realiseerde de collega zich plots dat ze vergeten was een treinticket te kopen.

Geen nood, stelde ik haar gerust, ik zou wel even snel een ticket voor haar kopen via mijn iphone. Dat “snel” bleek echter een misvatting te zijn. De mobiele applicatie van de NMBS eiste dat ik eerst een login aanmaakte alvorens ik een ticket kon kopen. Vervelend. Ondertussen was de trein al op het perron aangekomen en waren we ingestapt. Omdat het aankopen van het ticket via mijn iphone maar niet wilde vlotten, haalde mijn vriend zijn pc en 3G-stick boven.

En zo hielden we, tot jolijt van de halve wagon, een klein wedstrijdje om ter snelst een ticket kopen, met time-outs, gebrekkige connectiviteit en slechte applicaties worstelend, terwijl we de conducteur in de verte hoorden naderen. Totdat de vriendin van onze collega opeens gortdroog zei: “Zeg, zal ik je gewoon bij zetten op mijn railpass?”

Ontmoetingen in een tunnel

Donderdagavond spoedde ik me een uur of half tien ‘s avonds richting Kessel-Lo om foto’s van zingende bejaarden te trekken (don’t ask). Ik bevond me net net in het midden van de tunnel onder het spoor toen ik een koppel tegen het lijf liep dat lang geleden samen met ons het eerste jaar Japans gevolgd had. Zij haakten af na één jaar, mijn vriend en ik hielden dapper vol.

Ze waren erg nieuwsgierig naar de verhalen van onze Japanreis. Ik was net halverwege mijn beschrijving van het contrast tussen de goed geoliede machine die het Japanse openbaar vervoer is en de NMBS, toen ik opeens kameraad E door de gang zag schrijden. Hij kwam met zijn businesskoffertje rechtstreeks uit Bonn. Dus nam ik afscheid van het koppel en knoopte een gesprek aan met E, want het was alweer een tijd geleden dat ik hem gesproken had. Het enthousiasme waarmee hij over zijn belevenissen in Duitsland vertelde, werkte aanstekelijk. Het deed deugd te horen dat hij zo’n plezier gevonden had in zijn werk, want dat was ooit wel anders.

En zo kwam ik met een grote glimlach aan in het Kesselse café en hief ik ei zo na zelf een vrolijke schlager aan. “Comment ça vaComme cicomme cicomme cicomme ça.”

Charmant

Zat ik vanavond op de trein, na alweer een veel te lange werkdag, een beetje op mijn iPhone te prutsen, omdat ik geen zin had om Japans te blokken. Stapte er in Brussel Noord een Indisch ogende kerel op die vlak voor mij kwam zitten. Ik had hem al een paar keer tersluiks naar mij zien kijken, maar hem verder gewoon genegeerd. Ik was moe, had honger en was niet echt geneigd tot een gesprek. Tot we allebei in Leuven afstapten en hij me een businesskaartje in de hand duwde. Hij glimlachte naar me, keek nog een paar keer om en weg was hij. Dit stond er op het kaartje:

Hi, you are pretty and hot. I like you & I like to date you if you like me too. Please email me at *e-mailadres* en *gsm-nummer*.

En eensklaps voelde ik me een pak beter. Mocht ik ooit zin hebben in een exotisch avontuurtje, ik weet wie te bellen. 😉