Tokyo – 24 augustus 2012

Zonder problemen in slaap gevallen, maar rond een uur of half vijf plaatselijke tijd (zo’n half tien ’s avonds in België) was ik klaarwakker en met geen stokken meer in slaap te krijgen. Het spook der verloren koffers waarde door mijn hoofd. Dan maar wat rondgehangen op social media sites allerhande. Wat doet een mens anders midden in de nacht met een slapende vriend naast zich?

Ons eerste ontbijt was er eentje dat bestond uit onigiri en miso soep. Exact waar ik al zo lang naar uitgekeken had! We hadden afgesproken om die dag met z’n allen (vriend P, vader van de bruidegom, vriendin van de vader en de bruidegom zelf) naar Tsukiji vismarkt te gaan. Normaalgezien bezoek je deze vismarkt bij voorkeur op een hemeltergend vroeg uur, maar de bruidegom had ons verzekerd dat er wat later op de dag ook nog genoeg te zien zou zijn.

Dat was ook zo, maar ik denk dat het zeker de moeite loont om vroeger op te staan om de bedrijvigheid op deze bijzondere plek op te snuiven en een rondleiding te krijgen van een ingewijde. Vis, vis, vis, zover het oog reikte, We zagen zelfs enkele vishandelaars bevroren tonijn in stukken kappen. Ontzagwekkende beesten. Bijzonder jammer dat sommige soorten bijna uitgestorven zijn. Vooral de blauwvintonijn is er erg aan toe en ik vrees dat ik niet kan garanderen dan alle sashimi en sushi die ik hier in Japan voorgeschoteld krijg ecologisch verantwoord zijn.

Nog een tip voor wie de vismarkt wil bezoeken: pas op dat je als toerist niet voor één van de karretjes die vis vervoeren, terecht komt. De Japanners die deze dingen besturen rijden als gekken en zijn allesbehalve dol op toeristen. En draag dichte schoenen. Na een tocht op flipflops tussen de kraampjes hingen mijn benen helemaal vol met modder. Lang leve de vochtige doekjes.

Na onze, wat mij betreft vele te korte, rondgang op de vismarkt en de straten rondom, schoven we aan tafel om van al dat lekkers te proeven. In de omgeving van de vismarkt vind je tal van restaurants die kraakverse sushi serveren voor een redelijke prijs. Echt een aanrader. Omdat het nog vrij vroeg op de dag was en mijn onigiri nog niet volledig verteerd, hielden mijn vriend en ik het bij een bescheiden portie. Maar lekker was het zeker. Ook een dikke pluim voor de pa van de bruidegom en zijn vriendin die dit soort eten duidelijk niet gewoon waren, maar de moeite deden om alles te proeven en de techniek van het eten met stokjes onder de knieën te krijgen.

Om de sushi te laten verteren, wandelden we door de aangenaam groene Hama Rikyu Gardens, een mooi en rustig park omgeven door hoge kantoorgebouwen. Het contrast tussen het romantische theepaviljoen in het midden van het park en de hoogbouw kon moeilijk groter zijn. Door de hitte (>35 graden) was het erg rustig in het park, maar we zagen wel een pasgehuwd koppel in traditionele kledij poseren voor hun huwelijksfotograaf. Er was een aparte assistente voorzien om de kimono van de bruid goed te leggen en zo nu en dan het zweet van het bruidspaar af te wissen.

In het theepaviljoen nam ik voor het eerst deel aan een authentieke Japanse theeceremonie. Een heel ritueel waarbij alles in de juiste volgorde en op de juiste manier moet gebeuren. Een handleiding van een pagina lang moest ook de barbaarse westerling de knepen van de theeceremonie leren. Gelukkig konden we kiezen voor koude thee, maar ik was vooral fan van het mooie versierde mochi-achtige gebakje dat we bij de thee kregen.

Vanuit het park namen we de waterbus naar Asakusa. Een aangenaam ritje, dat we ondanks de hitte op het bovendek doorbrachten. Airco is voor watjes, nietwaar? Hoogtepunt was het schitterende zicht vanaf het water op de onlangs geopende Tokyo Skytree. Dat ik niet de enige was, die dit vond, bleek toen er zich vliegensvlug een groepje Japanners met fotocamera’s rond mij vormde vanaf het moment dat de naam Skytree viel.

We stapten uit aan de Asahi flamme d’or en trokken van daaruit naar de Senso-ji tempel waar het ondanks de hitte een overrompeling was. Te veel volk en te veel kraampjes met te veel prullaria, maar de tempel zelf moet je wel gezien hebben, want de oudste van Tokyo. Toen wij er de vorige keer waren, beleefden we er een naschok van de grote aardbeving, maar ditmaal bleef het rustig. Vriend P en ik hadden ons na de wandeling die in het vooruitzicht lag een ijsje beloofd om af te koelen, maar hey, wie kan weerstaan aan een waterijsje met rode bonen?

Na alweer een blitzbezoek (de bruidegom wilde natuurlijk op korte tijd zoveel mogelijk van Tokyo aan zijn vader laten zien), wandelden we naar het Edo-Tokyo museum om wat bij te leren over de tijd toen Tokyo nog Edo heette. We waren er één uur voor sluitingstijd en dit was uiteraard veel te weinig om dit museum grondig te bezoeken. Voor een bezoek moet je minstens twee uur rekenen en drie uur ben je er makkelijk zoet als je op je gemak alle uitleg wil lezen.

Nu liepen we snel snel door het enorme gebouw om hier en daar stil te staan bij de replica’s op ware grootte van de Nihonbashi brug en een kabukitheater. De schaalmodellen die taferelen uit het vroegere Edo uitbeeldden, spraken mij het meeste aan. Erg knap gedaan. Je kon er ook poseren in een riksja, wat ik uiteraard deed. Je bent toerist of je bent het niet. Mijn vriend was trouwens niet de enige die met een foto van mij in een riksja naar huis ging. Blond haar, het blijft een ongelooflijke aantrekkingskracht uitoefenen op Japanners.

In het museum kregen we het bericht dat onze valiezen in ons hotel waren aangekomen. Ik geef toe dat ik een klein vreugdesprongetje gemaakt heb.

We sloten de avond af in Akihabara. Niet meteen mijn favoriete plek in Tokyo, maar natuurlijk wel een must see. Ik was gewoon blij dat ik terug kon keren naar de plek waar ik vorig jaar kennis maakte met mochi ijs. Zo lekker! En deze keer liet ik onze gids er niet liggen. Hoera!

Als avondmaal stelde de bruidegom voor een hamburger te eten bij de MOS-keten. Ik probeerd een rice burger. Tot mijn grote verbazing kreeg ik een burger waarvan het broodje vervangen was door twee platte schijven samengedrukte rijst. Al moet ik toegeven dat het geheel lang niet slecht smaakte.

Na de burger splitste onze groep op. De vader van de bruidegom moest nog een nieuwe broek en hemd hebben voor het huwelijksfeest en wij keerden terug naar het hotel om aldaar verenigd te worden met onze valiezen. We fristen ons een beetje op, trokken andere kleren aan en gingen nog iets in de buurt drinken met kameraad P. Onze eerste kennismaking met frozen beer, al hield ik het op een frozen mojito. Die gekke Japanners toch.

Daarna klopten we op de deur van bruid en bruidegom in spé, die ondertussen zelf ook in ons hotel waren ingecheckt, om wat meer details over het huwelijk te vernemen (bvb wanneer we verwacht werden en waar we juist moesten zijn, toch wel handig om weten). Het werd een beetje een vreemd gesprek omdat de bruid de deur open deed, terwijl de bruidegom een bad aan het nemen was en de bruid zelf maar beperkt Engels kon. Het bleef allemaal een beetje vaag, te meer daar de vader van de bruidegom er op een ander tijdstip moest zijn dan wij, maar op welk tijdstip dat dan was, daar geraakten bruid en bruidegom niet uit. Enfin, we zouden wel zien, de dag nadien.

Aankomst in Tokyo – 23 augustus 2012

Prelude: De nacht voor ons vertrek bijzonder weinig geslapen. Wat stress voor de lange vlucht en tegelijkertijd schrik dat de overstap in Moskou te kort was om ook onze bagage op het vliegtuig te krijgen. Ondanks het feit dat onze vlucht naar Moskou pas ‘s middags vertrok, was ik dus allesbehalve uitgeslapen.

De belangrijkste reden voor deze trip naar Japan was het huwelijk van onze Belgische kameraad met zijn Japanse vriendin. Een unieke kans die we niet konden laten liggen. In de luchthaven van Zaventem maakten we kennis met de vader van de bruidegom en zijn vriendin. Het was voor de vader de eerste keer dat hij een transatlantische vlucht nam. Hij was in zijn leven nooit verder geraakt dan Spanje en zag op tegen de lange vlucht. Dat deed ik zelf ook. Zo lang verplicht met een hoop mensen samen zitten in een kleine, oncomfortabele ruimte is niet aan mij besteed. Spijtig dat de concorde niet meer vliegt.

De overstap in Moskou verliep zonder problemen. We hadden iets minder dan anderhalf uur de tijd om ons van Terminal F naar Terminal D te verplaatsen en die tijd konden we goed gebruiken. Moskou is een reusachtige, drukke luchthaven vol met boos kijkende Russen. I loved it! Ik kan niet wachten om een écht bezoek aan Moskou te brengen.

De rest van de vlucht verliep zonder noemenswaardige incidenten. Van het Japans herhalen op het vliegtuig kwam echter niet veel in huis. In de plaats daarvan keek ik naar ‘Mission Impossible: Ghost Protocol’ (best wel te pruimen, vooral de scènes in en rond de Burj Khalifa in Dubai waren indrukwekkend, ik kreeg er klamme handjes van), ‘This means war’ (een flauwe romantische komedie over twee knappe spionnen die allebei verliefd werden op hetzelfde meisje) en een stuk van een film met Charlize Theron waarvan de naam me ontglipt. Ik probeerde tussendoor wat te slapen, maar zoals gewoonlijk lukte dit niet al te best.

Op Narita airport hadden we afgesproken met kameraad P die vanuit Frankfurt naar Tokyo vloog. Hij kwam tweeëneenhalf uur vroeger dan ons aan, maar wilde graag samen met ons naar het hotel reizen. De bruidegom had al zijn Belgische gasten in hetzelfde business hotel (Toyoko Inn in Shinjuku) ondergebracht en zo’n eerste kennismaking met Tokyo en zijn openbaar vervoer kan best heftig zijn.

Spijtig genoeg moest kameraad P een beetje langer dan verwacht op ons wachten. Zoals ik had gevreesd bleven de vader van de bruidegom, zijn vriendin, mijn vriend en ikzelf als laatste bij de transportband achter. Geen spoor van onze valiezen. Gelukkig kwam daar een behulpzame Japanse Aeroflot-dame aangedwarreld met een papier met onze naam op. Dat onze valiezen de overstap in Moskou niet gehaald hadden en sorry, sorry, sorry en of we deze papieren konden invullen.

Toch even hard moeten nadenken of onze valiezen al dan niet een cijferslot hadden en of ze nu zwart dan wel donkergrijs waren. Na een ellenlange vragenlijst (die we ook nog eens naar het Nederlands moesten vertalen voor onze Engelsonkundige mede-passagiers) mochten we beschikken. Maar eerst nog de douane passeren die erg argwanend keek naar alle flessen bier die we meezeulden (cadeau voor de bruid en bruidegom en onze Japanse vriendin met wie we later hadden afgesproken).

Gelukkig was vriend P nog niet met zijn stoeltje vergroeid geraakt, konden we (letterlijk) op de eerstvolgende trein naar Shinjuku springen, aten we snel iets in het station van Shinjuku en kwamen we een kleine taxirit later in het hotel aan. Met in onze handbagage twee fototoestellen, twee computers, een hoop lenzen voor deze fototoestellen, een kluwen aan kabels en opladers, een zonnebril, twee brillen, twee propere onderbroeken (de mijne, want ik was vooruitziend geweest), tien flessen bier en verder helemaal niks.

Tot overmaat van ramp konden we nog niet inchecken in ons hotel (slechts mogelijk vanaf 16.00u en het was op dat moment 15.00u) en we wilden ons dolgraag opfrissen. Dan maar iets gaan drinken (hmm, frozen mango) om de tijd te doden en nog snel een haarborstel voor mij gekocht, want die paste niet meer in de handbagage en je wil mij echt niet met ongekamd haar zien.

Gelukkig zijn Japanse hotels allemaal voorzien van de nodige toiletartikelen zodat we onze tanden konden poetsen nadat we eindelijk konden inchecken. Ondertussen waren we al ettelijke uren wakker, maar we wilden het nog wat rekken om zo snel mogelijk in het juiste ritme te vallen. Daarom bezochten we het Tokyo Metropolitan Government building (de kantoren van het gemeentebestuur van Tokyo gebouwd door architect Tange Kenzo). Megalomane gebouwen met een magnifiek uitzicht dat gratis te bezichtigen valt. We waren hier vorig jaar al geweest, maar dit jaar kregen we als bonus het uitzicht op de Fuji-san bij ondergaande zon.

Boven in het Metropolitan Government building ontmoetten we onze bruidegom in spé, super ontspannen en een paar kilootjes lichter dan de vorige keer dat we hem zagen. De liefde en het Japanse eten hadden hem duidelijk deugd gedaan.

Voor het avondmaal trokken we naar een traditionele izakaya, een soort Japanse taverne, maar dan met heerlijk gezond eten voor een erg schappelijk prijs. Eten bestellen deden we via een touch screen (of hoe tradities en moderniteit elkaar ontmoeten). De bruidegom bestelde een leuke variatie aan gerechtjes, waarvan de één al beter in de smaak viel dan de andere. De kippenlevertjes bleken niet populair, de kippentenen evenmin. De gefrituurde garnalen die je in zijn geheel kon opeten vond ik dan weer zalig lekker.

Na het eten was onze pijp uit en trokken we voor een welverdiende nachtrust naar ons hotel, hopende dat we de volgende dag, zoals beloofd, met onze valiezen herenigd zouden worden.

Kopenhagen – 16 juli 2012

Onze laatste dag in Kopenhagen. Op zondag hadden we al afscheid genomen van onze vrienden, dus dit zou een dagje voor ons tweetjes worden. Nuja, half dagje, want om 20.00u vertrok onze vlucht naar Brussel. We hadden nog allerlei plannen voor onze laatste uren in Kopenhagen, maar de meeste daarvan konden we niet uitvoeren, omdat maandag in Kopenhagen alle musea gesloten zijn. Als alternatief dachten we de toren van de Marmorkirken te beklimmen, want we hadden nog geen enkel fabuleus uitzicht vanop grote hoogte gehad deze trip. Een schandelijk hiaat! De toren beklimmen kon echter maar op twee tijdstippen en daarvoor speciaal naar de kerk terugkeren zagen we niet zitten.

Volgens mijn reisgids konden we de Davids Samling wél bezoeken op maandag, dus trokken we daarheen. Helaas, natuurlijk hield ook dit museum zich aan de maandag=sluitingsdag conventie. Dan maar via Strøget, het winkelwandelgebied met de vele winkels (waaronder een fantastische Lego-winkel) in hartje Kopenhagen naar het Rådhus, het stadhuis van Kopenhagen, een fantastisch pompeus nepgotisch gebouw ontworpen door Martin Nyrop. Een megalomaan gebouw, maar echt de moeite om van binnen te bekijken.

En het geluk was aan onze kant. Want die donkere dreigende regenwolken die ons al drie dagen achtervolgden, besloten eindelijk hun lading te lossen in een heftige regenbui net op het moment dat we fijn binnen in het stadhuis zaten. Om de regenbui de gelegenheid te geven over te trekken, bekeken we, naast het gebouw zelf, ook de astronomische klok die een plek kreeg in een aparte kamer in het stadhuis. De klok werd in 1872 ontworpen door sloten- en horlogemaker Jens Olsen. Vijftig jaar moest die laatste wachten op financiering. In 1943 begon Olsen dan eindelijk te werken aan zijn magnum opus, maar hij overleed voordat de klok voltooid was. In 1955 werd de klok officieel in beweging gezet door zijn kleindochter. Het mechanisme bestaat uit 14.000 delen en is zo accuraat dat de klok maar één seconde per eeuw verliest. Eén seconde per eeuw, laat dit even inzinken.

In de namiddag besloten we het Tycho Brahe planetarium te bezoeken, een beetje bij gebrek aan alternatieven en ook omdat we schrik hadden nogmaals een regenbui over onze hoofden te krijgen. Maar eerst moest er iets gedaan worden aan onze rammelende maag. We vonden een schitterende plek om te eten in restaurant Cassiopeia, in hetzelfde gebouw als het planetarium met uitzicht op de meren van Kopenhagen. We gingen voor de verrassing van de chef, ons laatste middagmaal mocht wel een beetje bijzonder zijn, en beklaagden ons dit absoluut niet. We kregen vier kleine gerechtjes voorgeschoteld die een staal waren van de favorieten van de chef. Heerlijk.

Onze maaltijd was net op tijd geëindigd om de 3D-film in het planetarium mee te pikken. Een teleurstelling, ik moet daar eerlijk in zijn. De 3D-effecten waren zwak. De planeten waren eerder ellipsvormig dan bolvormig. De film was zo saai dat ik in het midden van de ontstaansgeschiedenis van de melkweg ergens wegdutte door de monotone uitleg in mijn oren. En de tentoonstelling in het planetarium zelf was niet veel beter. Neen, dan was de ruimtevaart-afdeling in het Museum of Science and Industry in Chicago toch van een heel ander kaliber. De hele opstelling voelde gedateerd aan. Met de nieuwe technologieën, die je toch verwacht in zo’n planetarium, kan je veel toffere interactieve manier bedenken om de mensen iets te laten bijleren over ruimtevaart, de planeten en de sterren.

Na het bezoek aan het planetarium vonden we dat we wel een vieruurtje verdiend hadden. Volgens mijn reisgids was La Glace, bekend om zijn heerlijke taarten, de beste banketbakker van de stad. Jammer genoeg, was mijn reisgids niet de enige waarin dit etablissement vermeld werd. Drommen mensen stonden aan te schuiven om hun bestelling te plaatsen, een volgnummer in de hand. Gelukkig zijn die Denen erg efficiënt en ging het bestellen en afrekenen vlotjes. Opgelet, je kan in La Glace niet met een credit card betalen, enkel met cash geld (euro’s namen ze gelukkig wel aan, maken ze lekker veel winst op, natuurlijk). Met het nummertje gingen we naar een tafeltje en kijk, na een korte wachttijd kregen we de beste chocoladetaart ever voorgeschoteld. Man, man, wat een genot.

En daarmee zat onze trip naar Kopenhagen erop. De saaie beschrijving van het ophalen van de valiezen en de tocht naar het luchthaven zal ik jullie besparen. De laatste Deense kronen werden in de tax free opgedaan aan chocolaatjes van de hofleverancier voor de collega’s en een smoothie. Aan alle mooie liedjes komt een einde.

Kopenhagen – 15 juli 2012

Een mooie zondag voor een fietstochtje met een Christiana bike! Al zag de lucht er ‘s ochtends nogal dreigend uit. Dreigend als in: alsof de hemelsluizen elk moment konden geopend worden om de zondvloed te laten beginnen. We vertrokken toch en hoopten er het beste van.

Omdat we pas om elf uur hadden afgesproken met onze vrienden, brachten we eerst nog een blitzbezoekje aan de Royal Reception Rooms in Christiansborg Slot. Maar een stuk of negen kamers, daar zouden we, als we stipt op het openingsuur (10.00u) ons ticketje kochten, wel zo doorheen zijn. Kleine misrekening, we waren wel de allereersten die binnen gelaten werden in het verder verlaten paleis, maar die kamers bleken zalen te zijn volgestouwd met pracht en praal zodat je niet wist waar eerst kijken. Uiteraard mochten we geen foto’s nemen van al dat moois (gefinancierd met geld van het Deense volk) en moest de rugzak met ons fototoestel in een locker achtergelaten worden. Uit protest nam ik dan maar stiekem enkele iphone foto’s, uit naam van het Deense volk, uiteraard! (En ik was niet de enige, want ik zag een andere stiekeme vogel die er hetzelfde gedacht op na hield.)

Na ons blitzbezoek sprongen we gezwind op onze gehuurde fiets om op tijd op de afspraak te zijn. We made it! Gelukkig is Kopenhagen erg plat. We vertrokken op een mooie fietstocht langs groene plekjes in Kopenhagen en speeltuinen, veel speeltuinen. Volgens mij is Kopenhagen de stad met de hoogste concentratie aan speeltuinen per vierkante meter. Zo’n speeltuin is natuurlijk een ideaal excuus om even te pauzeren om de driejarige zijn benen te laten strekken. We zouden niet willen dat hij lui werd, in de bak van onze Christiana bike. We belandden in een erg bijzondere speeltuin met een openbare barbecue en allerlei straatmeubilair geschonken door steden over de hele wereld. Het gitzwarte speeltuig kwam zelfs helemaal uit Japan.

Oja, nog een illustratie van de fietsvriendelijkheid van Kopenhagen: overal vindt je in het openbaar fietspompen met geperste lucht om de banden van je fiets even op te pompen. Een ideetje voor Leuven?

Lunchen deden we in Café Væksthuset, bij de botanische tuin Landbohøjskolens Have, onderdeel van de faculteit biologische wetenschappen. De collectie rozen alleen al is een bezoek waard. We bestelden allevier de brunch en boy, dat hebben we ons niet beklaagd. Wat een overvloed werd er voor onze neus neergezet. En ja, fietsen verbrandt de calorieën, maar om die muffin eraf te fietsen, zouden we ons tempo toch wat moeten optrekken… Ik kreeg het gevaarte zelfs niet helemaal op.

Na de brunch fietsten we verder naar Frederiksberg Have, het prachtige park dat hoort bij Frederiksberg slot. We genoten van het uitzicht, maar bezochten het park zelf niet, omdat fietsen niet toegelaten waren. Spijtig! Gelukkig hadden de donkere wolken van de voormiddag ondertussen plaats gemaakt voor witte exemplaren en brak er zo nu en dan een zonnetje door. Wat het fietsen des te aangenamer maakte.

We fietsten op ons gemak verder tot de cirkel rond was. Vlakbij de woonplaats van onze vrienden maakten we even tijd voor een uitgebreide fotoshoot, gevolgd door een flesjes cava in La Esquina, een gezellig wijnbar met schappelijke prijzen, voor Kopenhagen dan toch. Terwijl vriend Q de bakfiets terugbracht naar de verhuurder, gingen wij met z’n allen naar de speeltuin. De mooiste speeltuin van Kopenhagen: alle speeltuigen waren er gebaseerd op de beroemde torens van Kopenhagen.

We maakten kennis met alweer een bijzonder Deens gebruiken: de tutjesboom. Een echte boom waar kindjes naartoe komen om hun tutje achter te laten. Al had het kindje dat wij er zagen duidelijk moeite met het afscheid.

Het avondmaal nuttigden we op het appartementje met onze vrienden, want zeg nu zelf, wat is er meer Deens dan sushi!

Rare jongens, die Denen

Onze vrienden die voor enkele maanden in Kopenhagen woonden, vertelden ons honderduit over het leven daar en de soms rare gewoontes die de Denen erop na houden. Dit verhaal stak er voor mij met kop en schouders bovenuit en wil ik jullie beslist niet onthouden.

Waar in België baby’s als tere poppetjes behandeld worden en met de allerbeste zorgen omringd zijn, gaan de Denen iets minder zorgvuldig met hun kroost om. Zo gebeurt het regelmatig dat een nieuwe mama of papa gaat shoppen en de kinderwagen (met de baby erin!) gewoon onbeheerd op straat voor de winkel laat staat. Of als de mama in kwestie terug komt en haar baby slaapt nog, laat ze de kinderwagen, baby inbegrepen, gewoon in de voortuin van haar appartementsblok staan (in Kopenhagen wonen de meeste mensen in appartementen). Zomaar, alleen, slechts van de boze buitenwereld gescheiden door wat dekentjes en een netje. Winter of zomer, blijft gelijk. Als de baby te veel huilt, gebeurt het vaak dat de krijsende baby gewoon op het balkon geplaatst wordt. Ja, ook als het vriest (ok, enkel als het licht vriest). Een extra donsdeken erop, en hup, de kleine wordt blootgesteld aan de elementen.

Eerst reageerden we nogal lacherig op dit verhaal. Eerlijk, dat kon toch niet waar zijn? Wie in België een kind in zijn of haar voortuin laat staan, moet opletten dat hij niet opgepakt wordt voor kinderverwaarlozing. En lag het ontvoeringscijfer van pasgeborenen dan niet schrikbarend hoog in Denemarken? Maar kijk, op onze tocht door Kopenhagen spotten we inderdaad eenzame kinderwagens, kind inbegrepen. Die Denen moeten nogal een vertrouwen hebben in hun medemensen.

Dur dur d’être bébé! In Kopenhagen, althans.

Kopenhagen – 14 juli 2012

We hadden met onze vrienden afgesproken om elkaar rond een uur of half drie ‘s namiddags in de Carlsbergbrouwerij te zien. We moesten ons dus nergens voor haastten, bleven wat langer in bed liggen, genoten van een uitgebreid ontbijt en van elkaar. 😉

Omdat de Carlsbergbrouwerij een eindje van ons hotel lag, besloten we iets in die buurt te gaan bekijken om zeker op tijd op de afspraak met onze vrienden te zijn. We namen een bus die ons pal voor de Zoo van Kopenhagen, afzette, maar dat was niet het doel van onze trip. Onze bestemming was Cisternerne (geen typfout), Museet for Moderne Glaskunst. Een relatief nieuw museum de zich volledig onder de grond bevindt. De ingang is gemarkeerd met een soort glazen pyramide. Vervolgens daal je de trappen af om in een schaarsverlicht vroeger waterreservoir (met stalactieten!) terecht te komen. Een bijzondere locatie die ook zonder kunstwerken de moeite zou zijn.

De combinatie van de locatie en de glaskunst was een absolute voltreffer. De goedgekozen verlichting maakte dat de werken volledig tot hun recht kwamen. Nog intrigerender waren de zandstenen sculpturen uit de 17de eeuw. Levensgrote beelden van mensen uit vroeger tijden die allerlei beroepen uitbeeldden. Beetje creepy om hier ongeveer alleen rond te lopen. Het museum is duidelijk nog niet zo gekend, wat ons goed uitkwam, want als er honderd mensen in deze kelders zouden rondlopen zou het effect niet hetzelfde zijn.

We wandelden na ons bezoek aan Cisternerne door alweer een prachtig park om uit te komen bij een woonwijk die duidelijk niet op de toeristische kaartjes stond. We vonden er wel een prachtige kerk waarvan de toren los stond van het schip én een ideale plek om iets gezonds te eten: Sund. Een broodjes- en saladebar waar je voor een erg schappelijk prijs zelf je slaatje kon samenstellen met knapperig verse groentjes en hummus. We need that in Belgium also!

Na het middagmaal wandelden we op het gemak naar de Carlsberg brouwerij waar we onze vrienden ontmoetten. We bekeken de stallen met de Carlsbergpaarden (een voltreffer bij onze driejarige), de tentoonstelling over de geschiedenis, oude biervoertuigen (van fietsen tot vrachtwagens) en de grootste verzameling bieren ter wereld. Al hadden ze die bierflesjes toch wel wat mogen afstoffen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat er zeker een millimeter stof op lag. Al bij al vond ik het bezoek aan de brouwerij, ondanks de historische setting wat tegenvallen. De tentoonstelling was duidelijk gedateerd en alles deed wat stoffig aan. Alles behalve de blinkende koperen ketels van de microbrewery. Die waren wel heel mooi. De meeste tijd brachten we door op de binnenplaats, nippend van een Carlsberg (of een cider voor de niet-bierdrinkers, in casu mezelf).

De oude historisch gebouwen die zich wat verder van het visitor centre bevonden waren dan weer wel de moeite. De Olifanten– en Dipylon poort zijn blijvende getuigen van een tijd dat grote bedrijfsleiders ook een rol als mecenas in de samenleving op zich namen en op verschillende manier een blijvende indruk wilden nalaten. Ik ben alvast van plan terug te keren naar de Carlsberg site van zodra de ambitieuze plannen op de site gerealiseerd zijn. Het is de bedoeling om het historisch erfgoed van de site te integreren in een volledig nieuwe woonwijk met grote woontorens en veel groen. Qua vermenging van historisch erfgoed en woongelegenheid deed het me wat denken aan de Leuvense ontwikkelnig van de vaartkom, zij het dat de ontwikkeling van de vaartkom op iets kleinere schaal gebeurt.

Terwijl wij (vriendin O en de baby) op ons gemak richting Tivoli wandelden, waren vriend Q en driejarige T) de bakfiets gaan ophalen om op zondag samen te kunnen fietsen. We ontmoetten elkaar ergens onderweg en natuurlijk moest iedereen eens een ritje doen met de Christiana bike. Tot groot jolijt van driejarige T die zich vooraan in de bak bevond. Zo’n Christiana bike ziet er erg stabiel uit, maar is dat eigenlijk niet. Doordat het achterste gedeelte zich los kan bewegen van de voorste bak op twee wielen, krijg je soms de gewaarwording dat je dreigt te kantelen als je een iets te scherpe bocht neemt. Je helt bij het bochten nemen heel erg naar één kant en dat maakt dat het rijden met zo’n fiets toch wel wat wennen is. Maar eens als je het sturen onder de knie hebt (je moet voorzichtig zijn dat je niet overstuurt), is zo’n bakfiets een verrassend licht ding.

Na wat gestuntel met de bakfiets kwamen we aan in de Wagamama, vlak bij Tivoli. Een ideale plek om snel en gezond te eten met twee kleine kinderen. Niemand die er problemen van maakt als je er met een kinderwagen binnen stapt. Ideaal.

Na de avondmaaltijd trokken we opnieuw naar het appartement van onze vrienden en sloten we de dag af met een glas geïmporteerde wijn. De Denen zouden er jaloers op geweest zijn!

 

 

Een zondags fietstochtje

Buiten twee dagen fietsen in het bijzonder platte Kopenhagen, zijn mijn vriend en ik de laatste tijd niet veel meer aan fietsconditieopbouw toegekomen. En dat terwijl onze fietstocht door Japan nu toch echt wel dichtbij begint te komen… Gelukkig was het vandaag stralend weer en hadden we verder niets gepland (mirakel!). Dus werd de fietsrouteplanner van fietsnet.be erbij gehaald en stelden we een route samen van 26,6 kilometer, met een extra 4,4 km erbij omdat we op aanraden van Goya een pannenkoek zijn gaan eten in café Maritime in Tildonk. Charmant café in een beschermd gebouw met een mooie tuin waar de bediening er ondanks de grote drukte (we waren niet de enige fietsers die daar een tussenstop inlasten) in slaagde ons snel en efficiënt te bedienen.

Het was ideaal fietsweer (niet te warm en niet te koud, met een aardig briesje) en deze tocht bleek een pak makkelijker in de benen te liggen dan de vorige (lees: veel minder venijnige heuvels die tot afstappen noopten) én mijn banden waren opgepompt. Het ging allemaal behoorlijk vlotjes en ik had het gevoel dat ik er zonder problemen nog een kilometer of twintig aan kon plakken. Nu nog een paar keer een route van een kilometer of vijftig doen en ik denk dat we er klaar voor zijn.

Kopenhagen – 13 juli 2012

Onze eerste dag en Kopenhagen begon onder een stralend zonnetje. Omdat we de toeristische highlights tijdens ons vorige bezoek in 2010 al voor een deel bezocht hadden, stond er minder druk op de ketel om zoveel mogelijk in korte tijd te zien. Omdat het weer zo prachtig was, besloten we een fiets te huren (kan geen kwaad om wat kilometers in onze benen te krijgen als voorbereiding op Japan). Ons hotel beschikte over prachtige witte fietsen mét charmant fietsmandje die nog goed fietsten ook. Makkelijker kon niet.

En zo vertrokken we welgemutst voor een tochtje langs het water tot aan de Kleine Zeemeermin (Den Lille Havfrue) die we de vorige keer enkel vanaf een bootje zagen. Nu stopten we vlakbij het beroemde beeld om het van dichtbij te kunnen bewonderen. Het beeld staat bekend als een beetje teleurstellend omdat het zo klein is (een beetje zoals Manneke Pis in Brussel), maar ik vond het best wel een mooi beeld. Heel elegant staart de Kleine Zeermeermin peinzend over het water, treurend om haar prins. Het beeld doet het tragische sprookje van H.C. Andersens alleszins recht aan.

Daarna bezochten we Kastellet en St. Alban’s Kirke, een Anglicaanse kerk gelegen binnen de pentagramvormige omwalling van Kastellet. Het fort Kastellet is gebouwd als verdediging tegen de Zweden, maar het werd slechts één keer gebruikt in 1807 tegen de Engelsen. Kastellet wordt vandaag nog steeds gebruikt door het Deense leger, maar bezoekers kunnen er vrij rondlopen. Ook voor mensen die niet geïnteresseerd zijn in militair erfgoed is deze plek een bezoekje waard, het is er gewoon prachtig wandelen in het groen.

Ons middagmaal nuttigden we in de foodcourt van het Magasin Du Nord. De Deense patisserie is beslist niet te versmaden met lekker veel kaneel. Nu we de smaak van het fietsen te pakken hadden, besloten we nog wat meer groene plekken te bezoeken: de parken Kongens Have met het prachtige Rosenborg Slot en Botanisk Have, de botanische tuin van Kopenhagen. Het zijn net deze grote parken midden in het centrum die van Kopenhagen zo’n leefbare stad maken. Iedereen zit er op het gras te picknicken of gewoon een boek te lezen. Heel relaxte sfeer overal.

Kopenhagen is trouwens de meest fietsvriendelijke stad die ik al bezocht heb (ja, nog beter dan Amsterdam). Waar er in Amsterdam vaak chaos heerst, regeert de orde in Kopenhagen. Mooie brede fietspaden langs groene plekken, aparte verkeerslichten voor fietsers, veel fietsenstallingen, afgesproken signalen tussen de fietsers onderling (hef je vlakke hand omhoog zoals een politieagent om aan te geven dat je gaat stoppen, hou altijd mooi rechts zodat snellere fietsers je kunnen passeren, steek de straat nooit in één keer over als je naar links wil afslaan, maar in twee keer), enzovoort.

Nu, Kopenhagen is ook wel fietsvriendelijk uit noodzaak. Veel inwoners hebben immers gewoon geen auto. De reden hiervoor is erg simpel. Bovenop de kostprijs van het voertuig moeten ze nog eens tweemaal diezelfde prijs betalen om het voertuig in te schrijven. Een auto kopen is dus voor de meeste Denen, die echt niet slecht verdienen, een hele investering. Mensen die in het stadscentrum wonen, doen vaak de moeite niet. Waarom zouden ze ook? Je geraakt volgens mij sneller met de fiets op je bestemming dan met de auto.

De volgende groene plek die we aandeden was het gebied rond de ‘meren’ (Søerne). Nuja, meren is een term die lichtelijk overdreven is voor deze groot uitgevallen waterbassins. Het toffe aan de Søerne is dat er een prachtig fiets- en wandelpad rond ligt dat je toelaat ten volle van de omgeving te genieten. Op de terugweg naar het hotel (we moesten onze cadeautjes nog oppikken voor ons bezoekje aan vrienden Q en M die negen maanden in Kopenhagen verbleven en ondertussen hun gezinnetje met een extra jongeman hadden uitgebreid, meteen de belangrijkste reden voor onze trip), stopten we nog even om een prachtig groen kerkhof te bezoeken. Ja, zelfs de kerkhoven in Kopenhagen zijn prachtige groene oases, waar mensen komen om even te wandelen en te verpozen.

De avond brachten we door bij onze vrienden met zelfgemaakte vegetarische lasagne en veel te veel wijn. Hun jongste zoon bleek een brave en vrolijke baby te zijn en we maakten plannen om de volgende dag samen door te brengen.

Kopenhagen – arrival

Na een vlucht van ocharme nog geen anderhalf uur, kwamen we aan in de luchthaven van Kopenhagen, pikten onze koffer van de bagageband en namen de metro naar het stadscentrum. Op een dikke twintig minuten stonden we op Kongens Nytorv, normaal een prachtig plein, maar nu volledig verstopt achter hoge groene schermen. In Kopenhagen wordt namelijk druk gewerkt aan een nieuwe metrolijn en dat betekent dat straten en pleinen op veel plekken open gebroken zijn. Spijtig, maar het resultaat zal ongetwijfeld erg nuttig zijn.

We wandelden op ons gemak door de avondlijke straten naar ons hotel Copenhagen Strand. Toen we daar aankwamen, bleek er echter een klein probleem te zijn: het hotel was overboekt en voor ons was er geen plek meer (we hadden nochtans op voorhand betaald). Gelukkig was de staf superprofessioneel en nog geen vijf minuten later hadden ze voor ons een kamer versierd in een zusterhotel op een vijftal minuten wandelen van ons oorspronkelijk hotel. Enfin, toen we de vriendelijke receptioniste “vier sterren” hoorden zeggen, was het voor ons direct in de sjakosj. We kregen een upgrade zonder hiervoor te moeten betalen en de receptioniste bood zelfs aan ons voor die vijf minuten wandelen een taxi te bellen. Dat aanbod sloegen we vriendelijk af en we begaven ons blij gemutst naar 71 Nyhavn Hotel, gelegen aan één van de meest schilderachtige kaaien van Kopenhagen.

De viersterrenkamer zelf was wat klein uitgevallen, maar wel kraaknet en in een historisch pakhuis gelegen met dikke houten balken. De badkamer was ook bijzonder petite en na het douchen stond het water tot aan de toiletpot (eigenlijk was de badkamer zelf gewoon een grote douchekabine waarin een toilet geplaatst was). Maar het ontbijt was fabuleus en overvloedig en we kregen aan de receptie nog een fles wijn mee ter compensatie voor het ongemak (welk ongemak dat dit dan wel was, was ons niet helemaal duidelijk, vijf minuten langer wandelen?).

Tot onze scha en schande moet ik zeggen dat we de fles wijn op het einde van de trip niet eens geledigd hadden (ongelooflijk, maar waar). Hopelijk heeft het kamermeisje er nog iets aan gehad, want alcohol, het blijft pokkeduur in Scandinavische laden.