Confronterend

Vandaag stond er dus een ganse dag sollicitatiegesprekken op het programma. Een stuk of vier van de kandidaten waren van mijn leeftijd en dat was toch wel confronterend: rimpels, grijze haren, kalende hoofden,… Ik weet rationeel gezien natuurlijk wel dat ik geen jong veulen niet meer ben, maar om de één of andere reden blijf ik voor mezelf hardnekkig ontkennen dat ik ouder word. Ik voel me nog even dartel als toen ik aan de unief zat en ben tot nu toe de dans der fysieke mankementen mooi ontsprongen. Als blondine zal ik waarschijnlijk nog wel een tijdje gespaard blijven van grijze haren en ik smeer tegen beter weten in braafjes elke dag én nacht dure crèmes op mijn gezicht in de hoop de voortschrijdende tijd te slim af te zijn. Maar ik weet dat dit slechts uitstel is. De tijd laat zich niet bedotten.

Wat ik nog het meest confronterend vond, was hoe volwassen die kandidaten overkwamen. Echte ‘Grote Mensen’. Ik voelde me net een puber in hun aanwezigheid, terwijl we ongeveer dezelfde geboortedatum deelden. Een teken dat het voor mij stilletjes aan tijd wordt om ook maar de kudde der volwassenen te vervoegen? Denk niet dat ik nog iemand ga kunnen wijsmaken dat ik nog een studentje aan d’unief ben…

Contrast

Eerst op bezoek in het rusthuis bij mijn bomma wiens geest zich steeds verder en verder terugtrekt op plekken waar we haar niet meer kunnen bereiken. Een rusthuis waar de stank van geleefde, deels vergeten levens en opgedroogde urine zich met elkaar vermengt. Een gesprek dat er geen is in een dialect dat ik nog amper kan verstaan. Gaat alles goed? Alles gaat goed en met u?

En daarna naar de kraamafdeling van een ziekenhuis, voor de tweede keer op babybezoek dit weekend. Een nieuw leven net begonnen en zo vol belofte. Wat zal hij later worden? De mogelijkheden zijn onbegrensd. Iedereen is vrolijk. Bubbels, kussen en trotse grootouders, zelf nog in de fleur van hun leven.

Vergeet geen suikerbonen mee te nemen.

Wat mij het meeste angst aanjaagt

Is de onvermijdelijke aftakeling die ouder worden met zich meebrengt. Ik kan het mij momenteel nog niet voorstellen, maar het lijkt me verschrikkelijk te moeten vaststellen dat je lichaam niet meer doet wat je ervan verlangt. Dat je merkt dat er gaten in je geheugen beginnen te vallen. Dat er rimpels en plooien ontstaan op plaatsen die eerst glad waren. Dat de zwaartekracht zijn werk begint te doen. Dat de grijze haren niet meer op één hand te tellen vallen (of in mijn geval, de witte haren). Dat er ouderdomsvlekken op je handen verschijnen, zonder dat er een crème bestaat om dit proces af te remmen, laat staan te stoppen.

Iedereen wordt oud. Het is onvermijdelijk en het hoort bij het leven. Maar ik ben er als de dood voor. Ik wil jeugdig blijven ronddartelen tot mijn dood, een dood die liefst snel en pijnloos plaatsvindt in mijn slaap. Lange aftakelingsprocessen, kan ik moeilijk een plaats geven. Ik loop er bij voorkeur heel hard van weg. Ziekenhuizen, rusthuizen, het zijn plekken die ik het liefst links zou laten liggen in mijn leven. Het rusthuis waar mijn oma haar laatste levensjaren slijt, het is mijn ergste nachtmerrie. De dementerende mensen in hun rolstoelen die de ganse dag in het niets staren, het is de ultieme gruwel. De personen die ze eens waren zijn onherroepelijk opgelost in het niets.

Ik kan alleen maar hopen dat zulk een einde mij bespaard blijft en voorzie alvast, mocht het ooit zover komen, gebruik te maken van de mogelijkheden die de euthanasiewetgeving me biedt.

Een akelige ervaring

Terwijl ik dit schrijf, ben ik nog aan het bekomen van de schok. Mijn vriend en ik daalden gezellig pratend de trap van het perron naar de tunnel in het station van Leuven af, toen ik vanuit mijn ooghoek een oudere dame zag vallen op de trap. De meeste mensen in de menigte liepen door, maar ik zag direct dat de dame op eigen krachten niet recht kon. Ze zat op haar knieën op een trede.  Eerst dacht ik dat het nog wel zou meevallen. Maar toen we haar met vereende krachten rechthielpen (gelukkig was er nog een jonge kerel die meehielp), zag ik het bloed op haar scheenbenen. En toen stroopte ze haar kousen naar beneden en zag ik de echte omvang van de wonden. Haar hele scheenbeen was bijna ontveld. Het was gruwelijk. Ik wist meteen dat hier professionele verzorging nodig was. Dus ging mijn vriend op zoek naar de security van het station om een ambulance te bellen en bleven wij de de dame. Die volgens mij half in shock was, zo rustig. En nog keuvelen over haar zuster en dat ze normaal nooit viel en dat ze nog goed te been was. Terwijl de ander jonge kerel en ik probeerden ons goed te houden terwijl het bloed naar beneden drupte.

Gelukkig kwam er snel hulp van de security en verzekerde men ons dat de ambulance onderweg was.

En nu zit ik hier nog na te trillen. Want die wonden, dat zal maanden nodig hebben om te genezen. De kans op infecties is reëel en misschien zal deze dame nooit meer alleen de trein kunnen nemen en belandt ze voorgoed in een rolstoel. Ik ben er echt niet goed van.

Oud worden

Het is altijd enorm confronterend, zo’n bezoekje aan mijn grootmoeder: rimpels die steeds diepere groeven trekken in haar gelaat, een geheugen dat zich steeds verder terugtrekt in de duistere diepten van haar hersenen, een rug die steeds krommer wordt, het onvermijdelijke krimpen.

Het jaagt me angst aan. De gedachte dat dit mij ook te wachten staat. Dat de ouderdom onontkoombaar is. Dat mijn jeugd me verlaat en nooit meer terug zal komen. Dat ik eens ook zal schuifelen tussen eetkamer en slaapkamer. Aan tafel zal zitten stil te wezen langs mensen die ik niet ken. Vertrouwen moet op vreemden om mijn meeste elementaire behoeften te vervullen.

Neen, ik kan me niet verzoenen met het feit dat ik niet kan ontsnappen aan de gesel van de onverbiddelijk voortschrijdende tijd.

De ondraaglijke saaiheid van het bestaan

Ik weet niet wat het de laatste tijd is, maar mijn leven lijkt zo verschrikkelijk saai geworden. Elke dag sta ik op met een waslijst verplichtingen en ‘s avonds in mijn bed lig ik todo-lijstjes te overlopen. De ene dag lijkt wel akelig veel op de andere. Wanneer gebeurt er nog eens iets leuks en onverwachts? Och wacht, in 2010 heb ik nog wat ruimte in mijn kalender voor niet-geplande dingen.

En het ergste is dat ik dit vooral aan mezelf te wijten heb. Ik heb de niet te stoppen drang om mijn agenda propvol te plannen en weet dus al ongeveer tot begin augustus wat ik elk weekend zal doen. Vroeger toen ik nog studeerde was dat wel anders. Ik sprong op mijn fiets en reed wat rond van de ene vriend naar de andere vriendin als ik daar zin in had. Studeren? Dat was voor watjes. Maar nu heeft iedereen kinderen, is iedereen verhuisd naar verre uithoeken van het land of zelfs ver daarbuiten. Elkaar zien, wordt een kwestie van veel te drukke agenda’s naast mekaar leggen en lang op voorhand plannen

Ik mis de spontaneïteit, ik mis het gevoel van vrijheid en het idee dat alles mogelijk is. Ik mis het gevoel jong te zijn. Ouder worden, houdt in dat je keuzes moet maken, en met elke keuze die je maakt, sluit je talloze andere mogelijkheden uit. Ik hou niet van keuzes maken.