En toen zat ik opgesloten…

Om iets voor zeven besloot ik het totaal uitgestorven gebouw waar ik mijn dagen al werkend doorbreng, te verlaten. Nu weet ik wel dat de voordeuren gesloten worden om zeven uur, maar ik dacht nog net op tijd te zijn om door de voordeur te kunnen glippen. Dat vermoeden werd bevestigd toen ik zonder problemen de eerste deur passeerde door op zo’n knop te drukken om het slot te openen. Vervolgens stond ik in het voorportaal met de grote glazen deuren die uitgeven op de straat. Ik spoed mij naar de glazen deur en ja, gesloten. Na alle deuren geprobeerd te hebben, zat er niets anders op dan terug te keren naar de ontvangsthal en via één of andere achteruitgang het gebouw te verlaten.

Om in de ontvangsthal te geraken, moest ik echter terug door de tussendeur die ik zonet met de knop geopend had. Klein probleempje. Die tussendeur was van buitenaf niet te openen. Ook niet met mijn badge, want die werkt niet meer na zeven uur. Dus daar stond ik. Even voelde ik een golf van paniek opkomen toen ik besefte dat ik geen belwaarde meer op mijn gsm had en ik dus niemand van mijn penibele situatie (opgesloten tussen twee deuren) op de hoogte kon brengen. Ik zag me in gedachten al de nacht doorbrengen in het voorportaal van ons gebouw, wachtend op de eerste noeste werknemers van de volgende dag om mij te bevrijden.

Gelukkig wist ik de initiële paniek te onderdrukken en besloot ik een beetje logisch na te denken. Normaal is er een nachtwacht in het gebouw. Die moest ik toch op één of andere manier kunnen bereiken. En ja, aan de tussendeur stond een knop om het onthaal te bellen. Dus besloot ik daar maar eens op te drukken. Groot was mijn opluchting toen aan de andere kant van de lijn bijna meteen werd opgenomen. De redding was nabij! De vriendelijke nachtwaker heeft mij zonder morren buiten gelaten. Ik hoef jullie niet te vertellen hoe geweldig opgelucht ik was. Al bij al heb ik maar een aar minuten opgesloten gezeten. Ik heb zelfs nog de trein gehaald die ik oorspronkelijk wilde nemen.

Moraal van het verhaal: overwerken is nergens goed voor.

Leeg

Het is hier leeg. Al de bureaus rondom mij zijn verlaten. Het enige geluid dat de stilte doorbreekt, zijn mijn vingers op het toetsenbord van mijn pc. Het ziet ernaar uit dat ik hier nog wel even zit. Ik haat korte deadlines en nog meer in combinatie met lang uitlopende vergaderingen. Een mens moest op twee plaatsen tegelijkertijd kunnen zijn.

Blah

Het is bijna half zeven. Het is vrijdagavond. En ik zit nog altijd op mijn werk. Moederziel alleen. Denk dat ongeveer het ganse gebouw verlaten is. Ik stuur nog snel één mailtje met als attachment het beloofde Belangrijke Document dat Dringend af moest op vrijdagnamiddag en ik ben er ook mee weg zie. Laat het weekend beginnen!

Same old, same old

Een half dagje terug aan het werk en ‘t is bijna alsof die tweeënhalve week blokverlof tot een ver verleden behoren. Ik ben er direct ingevlogen: een superdringend werkje dat vandaag nog af moet zijn. Dus niks op ‘t gemak de mailachterstand wegwerken. Ach, ik klaag niet, ‘t is fijn om de collega’s terug te zien en morgen is het alweer weekend. 😉

PS: Alhoewel niet was iedereen even blij mij terug gezien. Al direct een snauw gekregen van mijn minst sympathieke collega. Ik voelde mij meteen weer thuis. 😉

Mijn werkpc is aan het sterven

Snik. Bijna vier jaar heeft hij mij trouw gediend, maar vlak voor de eindmeet begint hij tegen te sputteren. Ik krijg geheugenerrors en da’s geen goed teken. Ofwel is er een geheugenlatje kapot ofwel begint het moederbord er de brui aan te geven. Het ziet er alleszins naar uit dat onze wegen vroeger zullen scheiden dan voorzien. Lang treuren zal ik daarom niet, want dat wil zeggen dat hier op mijn bureau sneller een splinternieuwe pc zal staan te blinken!

Zoef

Dat was het weekend. Zoals gewoonlijk weer veel te snel voorbij. Onze achttienkoppige bende heeft zich geweldig goed geamuseerd, het weer was schitterend, de omgeving prachtig en de organisatie vlekkeloos (al zeg ik het zelf). Misschien zet ik vanavond een paar foto’s online.

En nu zal ik maar eens aan de werkdag beginnen. Een beetje koffieklets op maandag, dat mag al eens, he?

Romance op het werk

Al een half jaar of zo koesterden een (vrouwelijke) collega en ik vermoedens dat er iets moois bloeide tussen collega U van onze afdeling en ex-collega J die nog niet zo lang geleden naar een andere afdeling verhuisd is. Wij spreken ‘s middags nog geregeld af met ex-collega J en het viel op dat J en U toch wel erg vaak na het eten samen een wandelingetje gingen maken. En hun verlofperiodes kwamen ook verrassend vaak overeen. En ja, zoiets geeft natuurlijk aanleiding tot de nodige speculatie en het speuren naar signalen die onze vermoedens konden bevestigen dan wel weerleggen.

Vandaag heeft collega U toegegeven dat hij al een tijdje samen is met J. Al veel langer dan wijzelf vermoedden. Ik vind het echt geweldig. Twee toffe vrijgezellen-op-leeftijd die mekaar leren kennen op het werk. Ik gun ze het van harte.

Werkstress

Ik ben welgeteld een halve dag terug aan het werk en ik heb al moeten zwemmen om niet te verdrinken. Een mens kan maar zoveel dingen tegelijkertijd doen. Nuja, één mail per keer. We knabbelen rustig verder aan de achterstand. Gelukkig ben ik een goeie zwemmer. 😉

Marathonvergadering

Vandaag heb ik van half negen tot half drie in vergadering gezeten, met ongeveer een kwartiertje pauze om de geleverde broodjes op te eten. Het onbetwiste record voor deze week. Al een geluk dat het interessante materie was en er zelfs enkele knopen doorgehakt werden. Ik heb dus geen excuus moeten verzinnen om de vergadering te ontvluchten.

‘k Heb na al dat vergaderen zin om een beetje op zijn vrijdagnamiddags uit te bollen en dat terwijl ik nog een voorzet moet geven voor een belangrijk document waar ik volgende week absoluut niet aan kan werken wegens andere katjes te geselen (lees: examens). Het vlees is zwak. Was het al maar weekend (jui! trouwfeest!).