Schoolreisje naar Amsterdam

Zoals gezegd, ben ik gisteren naar Amsterdam geweest. Niet voor een plezierreisje, helaas, maar voor een werkbezoek. Allez, werkbezoek, het voelde eerder aan als een schoolreisje. ‘s Ochtends vroeg met een bende van twintig personen op de trein. Net een stel uitgelaten kinderen. Voor mij was het op de heenreis nog iets te vroeg om al uitgelaten te zijn, dus ik heb een uiltje geknapt. Treinen en voertuigen in het algemeen hebben een rustgevende invloed op mij, vermoedelijk komt dit doordat mijn ouders, ten einde raad, met huilbaby yab toertjes met de auto deden om mij toch maar enigzins stil te krijgen.

De studiereis zelf vond ik maar matig interessant. Alleszins niet interessant genoeg om ervoor heen en weer naar Amsterdam te gaan. Onthoud ik als pluspunten: ons bezoekje aan de Waag en aan de Brakke Grond. Al de rest hadden ze, wat mij betreft, gerust kunnen overslaan. En ik had de indruk dat sommige van mijn collega’s hier ook zo over dachten, te horen aan het nogal luide geroezemoes dat tijdens bepaalde presentaties ontstond. Natuurlijk kan ik het hen niet kwalijk nemen dat ze het saai vonden, dat vond ik ook, maar beleefd is anders. Per slot van rekening ben je te gast bij mensen die de tijd nemen om je hun verhaal te doen. Je kan dan op zijn minst de beleefdheid opbrengen om naar hen te luisteren. Geen goeie punten voor ons schoolgroepje.

Gelukkig eindigde de dag met een receptie (godzijdank voor recepties) in de Brakke Grond. Goeie wijn en interessante kunst. Ik was vooral erg gefascineerd door de kerel die zo zot was om een film op zijn hoornvlies te laten projecteren. Mijn ogen begonnen geheel empatisch pijn te doen als ik alleen nog maar naar hem keek. Alles voor de kunst, zal ik dan maar denken.

Nog een kunstwerk dat mij kon bekoren: ronddraaiende luidsprekers die een soort van oerwoudgeluiden produceerden.

Niet alleen leuk om naar te luisteren, maar ook best wel fotogeniek.

Erg jammer dat er tussen de presentaties door zo weinig tijd was om van de stad te genieten. De zon scheen zo mooi dat mijn gedachten meermaals afdwaalden naar een gezellig terrasje met een lekkere cocktail. De enige foto die ik van Amsterdam zelf heb, is genomen vanuit het raampje van de trein op weg naar huis:

Tijdens de treinrit naar huis was ons clubje zo mogelijk nog luidruchtiger dan op de heenreis. Ik vermoed dat de wijn op de afsluitende receptie daar iets mee te maken had. Een beetje vervelend, want ik had een hoop lectuur bij om de tijd te doden op de trein (ik slaap niet alleen graag op de trein, ik lees er ook graag) en ik was echt niet in de mood om flauwe grapjes te maken over fuckme-botjes, (Ja, soms kan ik gewoon ook heel erg serieus zijn.) ‘k Was blij toen ik ‘s avonds eindelijk rustig in mijn bedje lag.

Spilliaert

Twee dagen geleden heb ik een bezoekje gebracht aan de Léon Spilliaert-tentoonstelling in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Ik was niet echt bekend met zijn werk, zodat ik de tentoonstelling zonder vooroordelen heb kunnen bekijken.

Ik moet zeggen dat ik aangenaam verrast was. Vooral zijn marines en zelfportretten in Oost-Indische inkt konden mij bekoren. Ook Vertigo staat hoog op mijn lijstje favoriete werken van Spilliaert. Geen originele keuze, waarschijnlijk, maar ik hou van de eenvoud en de kracht van dit werk. Al heeft het ook iets deprimerends.

Typerend voor Spilliaert is dat hij zijn beste werken gemaakt heeft toen hij nog jong was. Jong, ongelukkig in de liefde en lijdend aan allerlei lichamelijke kwalen. Na zijn huwelijk en de geboorte van zijn dochter werden zijn werken opeens een pak vrolijker en ook een pak minder interessant. Zou er dan toch waarheid schuilen in het gezegde dat een kunstenaar lijden moet?

Impressies van Warschau

Nog niet echt aan toegekomen om een verslagje te maken van onze belevenissen in Warschau. Bij deze is dat rechtgezet. (Ik ga zedig zwijgen over de dag na de dag dat ik íets te veel wódka gedronken had…)

Warschau is een zeer boeiende stad, vooral door de vele contrasten: het schitterende (gereconstrueerde) historische centrum, de typische kale en lelijke oostblokflatgebouwen en de splinternieuwe, moderne glazen wolkenkrabbers. Warschau heeft het allemaal. De Polen zijn een mysterieus volkje, ze zien er een beetje zuur uit (misschien door al die jaren onder het communisme te leven?), maar zijn eigenlijk best wel vriendelijk. In alle musea stikt het van de bewakers (bij voorkeur kleine, in het zwart geklede madammetjes die alleen maar Pools kunnen) die je geen vijf minuten uit het oog verliezen. Dat gaat zelfs zover dat je soms het gevoel hebt dat er een persoonlijke bodyguard over je schouders meekijkt.

Het nationaal museum was schitterend. Veel mooie kunst gezien in een bijna leeg museum. Géén gedrum om een glimp van een schilderij te kunnen opvangen, het is eens iets anders. Het etnografisch museum is by far het raarste museum dat ik ooit bezocht heb. Het historisch museum van Warschau op de Oude Markt was heel interessant, alleen jammer van de doordringende geur van één of ander adembenemend kuisproduct dat ons dwong onze stap te versnellen. Een bezoek aan dat museum was werkelijk een multisensorale ervaring. Het legermuseum vond ik, ondanks mijn afkeer voor de aldaar verzamelde moordtuigen, ook wel de moeite. De laatste dag hebben we het archeologisch museum bezocht, wat een onverwachte meevaller bleek. En natuurlijk hebben we zoveel mogelijk paleizen bezocht (toppers: Wilanów en het Royal Castle), allemaal minitieus in de originele staat hersteld.

Wel jammer dat door de verandering van zomer- naar winteruur het om vier uur in de namiddag al stikdonker was. Niet ideaal om nog lange wandelingen te maken. Kwam daar nog eens bij dat de meeste musea sloten om vier uur. Nog nooit zoveel geaperitiefd als in Warschau. 😉

Het eten in Polen is trouwens superlekker. Hun chocolademelk (eerder vloeibare chocolade, veel melk kon ik in dat czekolada-drankje niet terugvinden) is to die for. Zó lekker. En ze doen er meestal dan nog een scheutje sterke drank door. Mmm. Aten we ook: eend met veenbessen en gebakken appeltjes, forel met appelsaus, borsjt, pączki, sernik (Poolse kaastaart), pierogi en natuurlijk dronken we wódka (soms een beetje te veel). Naar bigos, het nationale gerecht van Polen, gingen we tevergeefs op zoek. Duidelijk geen specialiteit in Warschau.

Heel de stad is doordrongen van herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Op elk gebouw vind je wel ergens een plakkaat dat een gestorven verzetsheld, een gesneuvelde soldaat, een bombardement of de Warsaw Uprising herdenkt. Terwijl de Polen tevergeefs de nazi’s uit Warschau probeerden te verdrijven, keek het Rode Leger van Stalin zonder hulp te bieden toe hoe het Armia Krajowa in de pan gehakt werkt. Politiek niet interessant om de Polen te hulp te komen. :-( Na de Opstand van Warschau brandden de Duitsers ongeveer 85% van de stad plat. Al de historische gebouwen werden (met hulp van de Russen) in de jaren vijftig en zestig minitieus gereconstrueerd aan de hand van de originele plannen, foto’s en soms zelfs schilderijen. Het “wonder van Warschau”.

Wat het weer betreft, hebben we zo’n beetje van alles gehad. Zon (het eerste weekend hebben we zelfs nog een terrasje gedaan), regen, sneeuw. De vier jaargetijden in één week. Leuk om de sneeuw onder mijn voeten te horen knerpen. De regen had voor mij echt niet gehoeven. 😉

De zus van mijn vriend (daar op erasmus en de hoofdreden van ons bezoek) was alleszins blij ons te zien. De meisjes met wie ze samen stage volgt, vallen wat tegen. De stage zelf is niet interessant en haar Pools wil niet echt vlotten. En ik denk dat ze ook wel wat heimwee heeft naar België. Ze zit samen met een ander studentje op een piepklein kamertje. Ongeveer zero privacy dus. De gemeenschappelijke keuken en douche zagen er ook maar belabberd uit. Dan hebben wij in pension nonkel K niet echt te klagen. 😉

Een geslaagde vakantie die naar goede gewoonte veel te snel voorbij vloog. Eén ding is zeker, in Polen zien ze ons beslist nog eens terug!