Tussen al de chaos en zottigheid op het werk door, besloot ik deze avond effe te deconnecteren en de trein naar Gent-Sint-Pieters te nemen om de openingsfilm van het Film Fest Gent mee te pikken. Met de blue-bike was ik er in een zucht. Ik nestelde mij in de comfortabele zetels van Kinepolis Gent om te genieten van Julian, het filmregiedebuut van jong talent Cato Kusters. De film was (gelukkig) minder verpletterend dan andere openingsfilms van de voorbije jaren, maar de film wist me toch te ontroeren. Een mooi liefdesverhaal over twee vrouwen die een sprookjesromance beleven tot kanker roet in het eten komt zaaien. Gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Fleur Pierets die haar partner veel te vroeg moest afgeven. Zeer onder de indruk ook van de naturel van hoofdrolspelers Nina Meurisse en Laurence Roothooft. Het applaus na de film voor heel de crew was wat mij betreft meer dan verdiend.
Om de één of andere reden was ik dit jaar in een andere zaal beland dan al mijn collega’s. Dat betekende ook dat ik vroeger in de receptiezaal stond dan mijn collega’s en niet meteen veel bekenden ontwaarde in de drukte. Ik dronk een glaasje champagne en besloot niet op mijn collega’s te wachten, maar gewoon terug naar het station te fietsen. Te moe en te veel dingen aan mijn hoofd om vrolijk te staan netwerken op de receptie. Maar toch blij dat ik Julian gezien heb! Vrouwelijk talent ontdekken doet altijd deugd.
Aangezien ik het Industry Closing Debate van de Dag van het Filmberoep wilde meepikken, vertrok ik wat vroeger van het mijn werk in Brussel om van daaruit de trein naar Gent te nemen. Toen ik de straat overstak om mij richting het station te haasten, hoorde ik iemand luid toeteren. Stoppen jullie als iemand in Brussel luid toetert? Ik alvast niet. Maar dat het de toeteraar menens was, bleek uit het feit dat een andere voorbijganger naar me riep en mijn aandacht vestigde op het feit dat de toeteraar hevig aan het wuiven was. Bleek de toeteraar in kwestie mijn baas te zijn, die net op het moment dat ik de straat over stak met zijn wagen langsreed. Echt een ongelooflijk toeval. Aangezien mijn baas en ik dezelfde bestemming hadden, maakte ik dankbaar gebruik van zijn aanbod om mee te rijden. Me inwendig voornemend er alles aan te doen om een herhaling van onze rit naar Antwerpen te voorkomen.
Gelukkig viel de vrijdagavondspits mee en eens we uit Brussel waren verliep alles vlotjes. We vonden zelfs vrij makkelijk parking een straat verwijderd van het filmfestival. Ik was al blij dat mijn baas niet vlak voor de deur wilde parkeren. 😉
Het Industry Closing Debate bracht mij niet al te veel vernieuwende inzichten. De audiovisuele sector voelt natuurlijk de hete adem van de buitenlandse streaming platformen in de nek en hoezeer ik ook sympathiseer met een initiatief als Streamz, ik vrees stevig voor de levensvatbaarheid op lange termijn.
Na het debat gingen mijn baas, twee collega’s en ikzelf dineren met wat mensen van de Film Fest organisatie. Ik moet zeggen dat ons diner bij Faim Fatale de perfectie benaderde: lekker eten, heerlijke wijn en een supersympathieke bediening die zich perfect aan de gevraagde timing hield. Want veel tijd hadden we niet: we werden immers om 20.15u verwacht op de première van Cool Abdoul, een film die het verhaal vertelt van de beruchte Gentse bokskampioen Ismaïl “Cool Abdoul” Abdoul.
Vlak voordat mijn collega’s en ik de filmzaal binnen gingen, zag ik een dame in zo’n fantastisch glitterkleedje dat ik niet anders kon dan haar feliciteren met haar outfit. Blijkt na de première dat ik de vrouw van de enige echte Ismaïl “Cool Abdoul” Abdoul gecomplimenteerd had. Ik denk niet dat ze het erg vond. 😉
Ik vond Cool Abdoul trouwens een betere film dan Dune en dat is geheel en al de verdienste van de fantastische hoofdrolspeler, Nabil Mallat, die de film letterlijk op zijn schouders torst. Ik ben de tel kwijtgeraakt van het aantal shots die hem op de rug in beeld brachten, maar amai, wat een présence heeft die kerel. In het echte leven ben ik trouwens helemaal geen fan van de bokssport, veel te gewelddadig wat mij betreft, maar de boksscènes waren erg knap in beeld gebracht en maakten integraal deel uit van het verhaal, dat eigenlijk ook een beetje een liefdesverhaal is. Knappe Vlaamse film die het verdient om een succes te worden.