Toevallig

Toen ik gisterenmiddag terug kwam van een vergadering op de VUB, liep ik in het centraal station een goeie vriend met zijn zoontje tegen het lijf.  Ik was even verbouwereerd. Ik had totaal niet verwacht hen hier tegen het lijf te lopen, midden op een werkdag. Vriend T woont namelijk ergens in het verre Limburg en werkt in de provincie Luik.

Maar wat bleek, T zit tussen twee jobs in en genoot samen met zijn zoontje van een (half) dagje Brussel. T begint binnenkort aan een postdoc aan de KULeuven. Ik ben echt blij voor hem, want zijn vorige job paste totaal niet bij hem. Je zag gewoon dat hij er niet gelukkig was. Het onderzoeken zit hem in het bloed, al moet ik zeggen dat ik een postdoc in biologie een vreemde keuze vind voor een burgie. Al twijfel ik er niet daan dat hij het schitterend zal doen.

Japans museum

Als kind al was ik dol op schooluitstapjes. Als iedereen vol afgrijzen zuchtte om alweer een saaie aardrijkskundige excursie naar één of andere haven of versleten industriestad, was ik al de dag op voorhand opgewonden over het nakende uitstapje. Ik twijfelde dan ook geen moment om mijn naam op te geven toen de juffrouw van Japans ons op de hoogte bracht van het geplande uitstapje naar het Japans museum in Brussel.

Het werd een interessant bezoek, in meer dan één opzicht. Het gedeelte van het museum in het oude koetshuis waar de authentieke Japanse kunst te vinden is, was dicht wegens brandgevaar. Blijkbaar was er ‘s ochtends brand geweest in de elektriciteitskast en was het gebouw daarom afgesloten. Gelukkig hadden de gidsen medelijden met ons groepje dat speciaal helemaal uit Leuven was gekomen voor een bezoek en mochten we toch binnen. Zij het met minimale verlichting. De hoofdverlichting in het gebouw bleef uit, alleen de kunstvoorwerpen zelf werden verlicht. Een bijzondere ervaring, zo in het halfduister door een museum lopen. De tentoongestelde historische kunst was zeer de moeite. Vooral de harnassen waren indrukwekkend. Afgewerkt tot in de kleinste details. Ongelooflijk hoe perfectionistisch die Japanners zijn.

Voor het tweede deel van het bezoek begaven we ons naar de Japanse toren, een bouwwerk dat zijn bestaan te danken heeft aan de exentriciteiten van Leopold II. Jammer genoeg is de toren in erg slechte staat (de gevel wordt momenteel herschilderd, voor een grondige restauratie is er geen geld) en is alleen de eerste verdieping te bezoeken. De kunst in de Japanse toren bestaat uit Japanse exportproducten. Curiositeiten die vaak eerder kitsch dan kunst zijn, taalfouten en overdadige versieringen inbegrepen. Maar dat maakt deze stukken ook uniek. Zo uniek dat sommige van de tentoongestelde voorwerpen in Japan zelf niet meer te vinden zijn (aja, die lelijke dingen waren voor de export bedoeld, geen enkele deftige Japanner die zoiets in huis wou).

Als afsluiter begaven we ons naar het Chinees paviljoen, een gebouw dat vergane glorie uitademt. De vroegere pracht en praal (overdaad zelfs) is nog duidelijk aanwezig, maar heeft, net als de Japanse toren, zijn beste tijd gehad. Geen geld meer om het gebouw goed te onderhouden, vermoed ik. Een beetje jammer, want zelfs al is dit paviljoen de gril van één man toch zou het zonde zijn als dit stukje geschiedenis zo blijft verkommeren. Het gebouw beschikt bovendien over een geklasseerd art nouveau toilet waar je zelfs in hoge nood niet je blaas (laat staan je darmen) mag ledigen.

We werden rondgeleid door een uitstekende gids. De mevrouw had werkelijk een encyclopedische kennis. Indrukwekkend. Ze ging er soms iets te veel vanuit dat we over een zekere voorkennis beschikten omdat we Japans volgen. Ik denk dat ze een simpele taalcursus verwarde met een opleiding Japanologie. Want, eerlijk, de geschiedenis van Japan voor WOII, ‘t is niet echt mijn specialiteit. Maar ik heb enorm veel bijgeleerd op de twee uurtjes dat de rondleiding duurde. Japanners, ‘t zijn rare mensen.

Een geslaagd bezoek toch wel. De donkere hemel en de regenbui die na ons bezoek losbarstte, het droeg allemaal bij aan de sfeer van voorbije grandeur.

chinees paviljoen

Mijn dag

Vanochtend wreef ik de slaap uit mijn ogen in Leuven. Ik nam de trein naar Gent. Miste vervolgens mijn bus, maar moest gelukkig maar tien minuten wachten op de volgende. Ik vergaderde en gaf nuttige input (althans dat deed men mij geloven). Ik kreeg een lift naar Brussel. In Brussel aangekomen, griste mijn laptop van mijn bureau en spurtte naar de volgende vergadering. Straks neem ik de trein naar Mortsel en zal mijn vriendje mij aan het station oppikken om samen naar een feestje in Wilrijk te gaan.

En vannacht zal ik ongetwijfeld heerlijk slapen in mijn bedje in Leuven. 😉

Bruxelles

Gisterenavond ben ik met een zeer voornaam heerschap op stap geweest in Brussel. Ik zou vaker moeten weggaan in de hoofdstad van ons landje, want Brussel is een interessante stad vol tegenstellingen. Pittoreske straatjes wisselen zich af met verloederde buurten, de contrasten zijn er talrijk en liggen soms maar twee straten van elkaar af. Ik hou ook van het internationale publiek dat je in Brussel aantreft. Je hoort er talen uit alle windstreken van de wereld.

Het plan was om iets te gaan eten in een leuk Italiaans restaurantje. Helaas bleek het restaurant bij een eerste poging nog niet open te zijn en bij een tweede poging (we waren eerst nog iets gaan drinken en dan teruggekeerd om daar exact op het openingsuur aan te komen), mochten we van de uitbaters nog niet binnen. Tja, ik kan begrijpen dat de keuken nog niet volledig klaar is, maar je kan de mensen dan toch al binnen laten om een aperitief drinken? Reden genoeg om op zoek te gaan naar een alternatief.

Dat vonden we op de Vismarkt Bij den boer. Het viergangenmenu van de dag bestond uit vissoep, carpaccio van sardienen, tarbot en een caramelmousse-achtig dessert. De eerste drie gangen waren uitstekend. Het dessert viel mij wat tegen, wegens te weinig chocolade-inhoud en niet echt mijn smaak. Dus dat heb ik gewoon laten staan, ik had toch al meer dan voldoende gegeten met de eerste drie gangen. Voor die vier gangen betaalden we trouwens maar 25 euro, da’s geen geld voor wat we op ons bord kregen. Wel een beetje jammer dat we in het minder gezellige achterzaaltje zaten, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door het lekkere eten en het gezelschap. 😉

Na het eten begaven wij ons goedgemutst naar de overkant van de Vismarkt. Los Romanticos was onze (rookvrije!) bestemming. De uitgebreide cocktailkaart bracht mij al meteen aan het watertanden. Terwijl mijn stoer gezelschap het bij een frisdrankje hield, proefde ik voor de eerste keer in mijn leven een pisco sour. Kameraad E had mij dat drankje een keertje aangeraden, maar hier in België heb ik nog niet vaak pisco sour op de drankkaart zien staan. Het smaakte mij alleszins enorm. En omdat eentje, geentje is, sloot ik de avond af met een caipirinha. (Een ronde lijn is ook een lijn.)

Terwijl we van onze drankjes zaten te genieten, konden we live een salsales meemaken. Ik probeerde mijn gezelschap nog te overtuigen om samen met mij een stapje op de dansvloer te zetten, maar hij wilde niet. Had zeker schrik dat ik op zijn tenen ging staan. 😉 De volgende keer gaat hij er toch niet zo gemakkelijk vanaf raken…

Traag

Hoe komt het toch dat telkens wanneer ik langs de apotheker in Brussel moet, ik bediend wordt door de slome, trage oude vent die niks weet staan, die het computersysteem niet kan bedienen, problemen heeft met elektronische betalingen en mijn korting niet juist aanrekent. Elke keer weer heb ik prijs. En vandaag wou hij me dan ook nog eens gaan uitleggen hoe een Nuvaring werkt. Dat hoefde nu toch écht niet.

Volgende keer hoop ik op efficiënte vrouwelijke bediening.

Weird

Twee fotootjes die ik op 23 februari in Brussel genomen heb met mijn Treo. Ik vond het zo’n raar schouwspel dat ik dit gewoon móest fotograferen, waarna ik natuurlijk prompt vergat dat die fotootjes nog op mijn Treo stonden. Ze zijn van ondermaatse kwaliteit, maar ik wilde ze toch graag met jullie delen.