Excuses, excuses

Hoe het komt dat ik volgend jaar nog een paar vakjes opnieuw zal mogen doen:
– Voltijds werken en voltijds studeren combineren, ‘t is niet gemakkelijk.
– Het was niet zo’n goed blokjaar. Eerst vijf maanden tegen mijn goesting bij nonkel K gewoond, daarna de verhuis naar ons appartement en de bijhorende rompslomp. (Nonkel K, als u dit ooit leest, bedankt om ons uit de nood te helpen, echt dat werd zwaar geapprecieerd.)
– We liggen nog steeds overhoop met de bouwfirma. U mag dit interpreteren als: we zijn nog steeds aan het onderhandelen over de schadevergoeding.
– Zoveel jaren afwisselend werken en studeren zonder er eens écht tussenuit te zijn, dat weegt op een mens.
– Er zaten een paar vakken tussen waarvoor ik mij echt niet kon opladen. (Lees: die ik geweldig saai vond.)

Les excuses sont faits pour s’en servir. Maar als ik helemaal eerlijk ben met mezelf is dit de enige echte reden:
– Ik had geen goesting om te blokken.

Ldvd

Een kwartier geleden gaat bij ons de bel. Stond er een kameraad met liefdesverdriet voor de deur die er duidelijk nood aan had zijn hart uit te storten. Nu staat mijn deur altijd open voor mensen met problemen en bied ik graag een schouder om op uit te huilen, maar zijn timing (de dag voor een examen) was niet echt optimaal. We hebben een kwartiertje gebabbeld en daarna heb ik hem de opdracht gegeven om samen met mijn vriendje iets te gaan drinken.

Mijn arm vriendje, opgezadeld met het troosten van de ontroostbaren. Ik denk dat hij zich zijn avond wel anders had voorgesteld. Sorry schatje, ik maak het later goed.

Offers aan de treingoden

Lijstje van dingen die ik al op de trein vergeten ben:
– donkergrijze fleece van mijn vriendje (gelukkig was het een gratis fleece van één of ander bedrijf en was mijn vriendje niet boos);
– mijn favoriete rode fleece :-(, ik mis hem nog elke dag;
– mijn lievelingsjeansjasje met daarin de sleutel van het ingebouwde slot van mijn fiets, we hebben nooit de moed gevonden om dat slot te gaan overzagen, de fiets is waarschijnlijk door de politie verwijderd;
– tientallen paraplu’s, waaronder een grote, gratis paraplu die ik de dag zelf had gekregen;
– tientallen handschoenen.

Voor sommige van deze items heb ik zo’n verloren voorwerpen papiertje ingevuld, voor andere niet. Geen van alle heb ik ooit teruggezien. Hopelijk heeft iemand anders er plezier van.

De buren geven een feestje

Allez, dat hebben ze ons toch proberen wijs te maken door middel van een vriendelijke aankondiging in de inkomhal. Als dit bericht waarheidsgetrouw is, moet dit ongeveer het stilste feestje ooit zijn. Ik het nog helemaal NIKS gehoord. Geen geroezemoes, geen muziek, geen gelach. NIKS. En neen, het zijn niet de buren van het zevende verdiep of zo. Het zijn de buren vlak naast ons. Misschien converseren ze met hun gasten in gebarentaal? En ik was nog wel van plan te gaan klagen over het lawaai en zo mezelf een beetje uit te nodigen. 😉

Bijna weekend

En ik heb er hoegenaamd geen zin in, want het wordt een weekend vol met saaie cursussen. En ik kan mezelf niet troosten met de wetenschap dat het voor de laatste keer is, want ik ga een aantal examens doorschuiven naar volgend jaar. Stupid me, zo dicht bij de finish en dan opeens overmand worden door een totaal gebrek aan motivatie. Nuja, de vrijstellingen die ik al op zak heb, kan niemand me nog afpakken. Als alles volgens plan verloopt, heb ik volgend jaar nog maar een paar vakken.

Hopelijk valt er morgen ergens een gigantische berg motivatie uit de lucht. Ik heb verdorie mijn verlof al die jaren niet voor niks opgeofferd.

Onverschilligheid?

Ik durf het bijna niet neerschrijven op deze blog: toen ik eergisteren het bericht van die aanslagen in Irak las, was mijn eerste reactie er eentje van onverschilligheid. Een vermoedelijk dodental van 500 mensen en het raakte mijn koude kleren niet. Die reactie heeft mij aan het denken gezet, want een tweetal jaar geleden zou zo’n bericht mij emotioneel zeer erg hebben aangegrepen. Misschien komt het door de aanhoudende stroom slecht nieuws uit Irak. Er overheest bij mij een gevoel van gelatenheid: d’r valt toch niks aan te doen. Het gebeurt zelfs meer en meer dat ik de berichten uit Irak gewoon oversla. Slechtnieuwsmoeheid die mij niet alleen treft, want het valt op dat de berichten over Irak steeds korter worden en meer naar achteren in de krant verschuiven.

Ik kan niet gelukkig zijn met dat gevoel van gelatenheid en onverschilligheid. De hoop opgeven is het ergste wat er kan gebeuren. Hoe uitzichtloos de situatie ook lijkt, er valt iets aan te doen. Er móet iets aan te doen vallen. De mensen in Irak hebben recht op een normaal leven, een leven zonder angst. Maar hoe ze uit dit moeras moeten geraken, ik zou het niet weten. Zou iemand het weten? Kan de staat Irak nog blijven bestaan? Zullen de verschillende partijen erin slagen vreedzaam naast elkaar te leven? De toekomst zal het uitwijzen. Belangrijk is dat ik dat gevoel van onverschilligheid kwijtraak. De inwoners van Irak hebben mijn aandacht en mijn medeleven nodig. ‘t Is niet veel, maar ‘t is beter dan niks.