Business trips

Vorig week zat ik in Luxemburg waar het nat, koud en boring was. Mijn Frans liet het afweten, ik was moe en mijn energieniveau was te laag om sociaal te doen. Tel daar nog eens bij de lange treinrit heen en terug en een hotelkamer die een hint van sigarettengeur uitwasemde.

Het contrast met ons werkbezoek aan Utrecht deze week kon amper groter zijn: vriendelijke Nederlanders, boeiende gesprekken, inspirerende gedachtenuitwisselingen, zalig lekker eten in de Artisjok én een afsluitende lunch met broodjes, melk en (wait for it!) kroketten! We reden met vijf in een auto naar ginder, wat een beetje krapjes was, maar wel een ideale manier om mijn medereizigers beter te leren kennen. Zo werd dit werkbezoek ook meteen een teambuildingsuitstapje. Én we logeerden in hetzelfde hotel als zes jaar geleden toen we in Utrecht de vriendin van mijn broertje bezochten die daar op Erasmus was. Én we deden een terrasje in de avondzon (zij het dat het frisser was dan verwacht).

Voor mijn archief, wat ik at in Utrecht:

  • Rilette van gerookte heilbot geserveerd met bitterbal van Hollandse garnalen, mesclunsalade en een dressing van koriander-wasabi-mosterd
  • Gegrilde zeebaars met kruidengnocci, portabella, paprika en een schaal- en schelpdierensaus
  • Trifle ‘Duo Penotti’ pure-chocolademousse, karnemelk-sabayon, basmate pannacotta, speculaas en cookies-roomijs

En oja, het dessert deed ons uiteraard hieraan denken:

En nu heb ik zin om nog eens een verlengd weekend naar Nederland te trekken.

Morgen

Sta ik voor de allereerste keer in mijn leven les te geven voor een bende studenten aan ‘t unief. En ik ben daar best wel wat zenuwachtig voor. Hopelijk zijn het lekker passieve studenten die niet te veel vragen stellen!

Een goed gevulde werkweek

Maandag:

  • Vroeg opgestaan voor een vergaring die om negen uur begon. Door treinproblemen helaas tien minuten te laat. Gelukkig was ik niet de enige die te laat was. Al moet ik zeggen dat hij mij nog niet vaak overkomen is dat ik meer dan drie kwartier te laat kom op een belangrijke afspraak.
  • ‘s Avonds met de bus naar El Peligroso voor onze achtste Bachata les. Het einde van deze lessenreeks komt in zicht. Omdat de vervolgcursus pas in september start, hebben mijn vriend en ik besloten ons opnieuw voor de beginnerscursus in te schrijven. De danspasjes nog wat verder indrillen, zal ons geen kwaad doen.

Dinsdag:

  • De meest memorabele dag van de week wegens overvloedige sneeuwval. Mijn werkdag begon met twintig minuten vertraging door het feit dat de NMBS en moeilijke weersomstandigheden niet echt compatibel zijn. Maar wie ben ik om te klagen? Sommige van mijn collega’s geraakten pas tegen het middaguur op het werk en anderen zijn er zelfs nooit geraakt.
  • ‘s Namiddags kregen we toestemming om vroeger naar huis te gaan, maar toen de berichten mijn bereikten over overvolle perrons in Brussel centraal en opgepakte mensenmassa’s zonder dat er treinen te bespeuren vielen, besloot ik wijselijk nog wat langer door te werken. Tegen zeven uur pakte ik mijn boeltje. Ik was nog maar net onderweg naar het station toen ik een telefoontje kreeg van mijn vriend: de enige trein die aangekondigd werd was er één richting Leuven, verder vielen er bitter weinig treinen te bespeuren. Ik perste er een sprintje uit en probeerde ondertussen niet uit te glijden. Gelukkig zag de conducteur met van de trappen afsprinten en wachtte hij nog even. Just in time. En geen seconde moeten wachten. Ideaal! Deze rampdag op het vlak van openbaar vervoer heb ik zonder al te veel hinder overleefd.
  • Ons babybezoek ‘s avonds zegden we uit veiligheid toch maar af. We zijn een winter zonder winterbanden doorgekomen en hadden niet bepaald zin om ons geluk verder op de proef te stellen.
Woensdag:
  • Waren er nog vertragingen met de trein, maar niets dramatisch.
  • Woonde ik de vernissage van Hieronymus Cock – De renaissance in prent bij en liet ik me overdonderen door de prachtige details van de etsen en gravures. Een absolute aanrader.
  • Haastte ik me vervolgens naar de squashzaal om mijn squashpartner in stijl in te maken.

Donderdag:

  • Had ik twee vergaderingen op hetzelfde moment en moest ik een verscheurende keuze maken. Gelukkig was ik nog op tijd voor het happy hour en kon ik de werkdag afsluiten met een glaasje wijn.
  • ‘s Avonds woonde ik de voorstelling van De Rouille et D’Os bij tijdens het Disability Filmfestival. De grote zaal in het Provinciehuis zat stampvol. Er moesten zelfs wat fans van Matthias Schoenaerts de deur gewezen worden. Opvallend veel vrouwen in de zaal, trouwens. Ik maakte ook voor het eerst kennis met het concept van fluistertolken. Een toffe, inclusieve avond. Een schitterend initiatief, dat Disability Filmfestival.

Vrijdag:

  • Had ik een relatief rustige werkdag, waardoor er tijd overbleef om te snoeien in het archief dat mijn voorganger me naliet. Hopen en hopen papier weggegooid, maar niet zonder eerst de nietjes eruit verwijderd te hebben. Awoert voor nietjes!
  • Gaan we seffens een bezoekje brengen aan onze vrienden die pas verhuisd zijn. Benieuwd naar hun nieuwe woonst!
En zo is het alweer weekend voordat ik er goed en wel erg in had.

Een goede daad

Vrijdagvoormiddag had ik mijn evaluatiegesprek (it’s that time of the year again). Ik zat nog geen seconde in het lokaaltje dat we voor deze klus gereserveerd hadden, toen mijn oog op een mooie kleurrijke handtas viel. Helemaal zielig en alleen achtergelaten in een vergaderzaaltje. Ik wees mijn baas die al van wal wou steken met het evaluatiegesprek op de handtas en opende het ding om te kijken of er een identiteitsbewijs of zoiets in zou zitten. Bingo! Een al even mooie kleurrijke portefeuille, geldbeugel én een blackberry op de koop toe. Bij nadere inspectie bleek de handtas geen eigendom van iemand van ons departement te zijn.

En zo werd mijn evaluatiegesprek even opgeschort en begon de zoektocht naar de eigenaar van deze hippe handtas. Na een tocht die ons in verschillende andere vergaderlokalen bracht, vonden we dan eindelijk het zaaltje waarin de eigenares van de handtas zich bevond. Ze was er zich na de lokalenwissel nog niet van bewust dat ze haar handtas kwijt was. Maar blij was ze wel, natuurlijk.

Mijn evaluatiegesprek begon dan wel twintig minuten te laat, maar we hadden dan toch een goeie daad verricht!

Brossen

Vandaag voor het eerst sinds mijn studententijd nog eens gebrost, op voorstel van de grote baas dan nog wel. Een doorgaans moeilijke vergadering was goed gegaan, het zonnetje scheen en de eerste terrasjes van het jaar lonkten. En een aanbod van de grote baas om te trakteren op een drankje, zeg nu zelf, wie durft dat af te slaan? En zo lasten we stiekem een adempauze in van een drietal kwartier die iedereen zichtbaar deugd deed en konden we er de rest van de dag met vernieuwde daadkracht tegenaan.

Werk, werk, werk

En net wanneer ik dacht: “oef, het ergste is voorbij, nu kan ik eindelijk beginnen knabbelen aan mijn opgelopen achterstand”, dwarrelt er weer iets onverwachts uit de lucht. Diepe zucht, ik zal de komende dagen nog wat langer werken en schuiven met de afspraken in mijn agenda. Uitstel is nooit afstel.

Koen Vanmechelen

Dinsdagavond had ik het plezier de onvolprezen Koen Vanmechelen te horen spreken. Ik ben al langer een grote fan van zijn werk (The Cosmopolitan Chicken! De Cosmogolem! Wij wonen zelfs naast een kunstwerk van de man!), maar het was de allereerste keer dat ik hem live aan het werk zag. Fantastische man. Zo gepassioneerd door zijn werk en tegelijkertijd zo open en aanspreekbaar. Je merkt dat hij voortdurend op zoek is naar nieuwe manieren om kunst en wetenschap met mekaar in contact te brengen en mekaar te laten verrijken. Uit die samenwerkingen ontstaan vervolgens de prachtigste ideeën. Om jaloers op te zijn!

Nieuwjaarsreceptie

En de kop is weeral af. Gelukkig is de eerste werkdag van het nieuwe jaar altijd een feestelijke bedoening met een receptie en veel collega’s om gelukkig Nieuwjaar te kussen. Altijd plezant. :-)

Dit jaar had ik een hele discussie met een collega over Leuven en dan meer bepaald over de zogenaamde overlast die studenten in Leuven veroorzaken. De collega in kwestie woonde in centrum Leuven en voor haar waren ongeveer alle studenten krapuul. Ik zal niet zeggen dat studenten altijd braaf en stilletjes op hun kot zitten te studeren en ik kom ‘s ochtends na een wilde donderdagnacht ook liever geen plasjes kots op straat tegen, maar sommige inwoners schijnen toch echt te vergeten dat Leuven net zo’n aangename en toffe stad is dankzij de universiteit en haar studenten. Het feit dat er op elk moment van de dag en nacht wel studenten rondlopen, creëert een veiligheidsgevoel dat je elders niet hebt. En laten we vooral niet vergeten dat het de universiteit is die Leuven groot gemaakt heeft. De KULeuven, Imec en UZ Leuven zijn de grootste werkgevers van Leuven. Het onderzoek dat in Imec gebeurt, is van wereldniveau en onze universiteit mag terecht trots zijn op haar rijke geschiedenis. Trouwens dat krapuul van vandaag, studeert morgen af en zal overmorgen belangrijke posities in het bedrijfsleven innemen. Laat ons dus hopen dat hier van enige overdrijving sprake is.

Als uitsmijter: wie kan zich beter over deze problematiek uitspreken dan onze eigen burgervader?

In de eerste helft van het universitaire jaar klagen de locals over de studenten. Na Pasen klagen de studenten over de locals. Ik krijg tijdens de blok klachten van studenten die vinden dat de beiaard van de universiteitsbibliotheek te veel lawaai maakt. Op andere momenten krijg ik klachten van de Leuvenaars over te luide muziek in disco’s en cafés. Dat is dus voortdurend rijden en omzien, maar ik denk dat ze allebei behoorlijk samenleven.