Back in Geneva!

Deze namiddag een beetje vroeger vertrokken op het werk, zodat ik om 17.20u de easyJet vlucht naar Genève te nemen. Het weerzien is een beetje dubbel: enerzijds is het super om herenigd te zijn met mijn vriend, maar anderzijds is het wel een confrontatie met mijn mislukking.

Maar goed, passons. Dit weekend staat volledig in het teken van de verjaardag van mijn vriend, die volgende week een jaartje extra op zijn palmares mag schrijven. We hielden deze avond al een klein pré-feestje in Chinees restaurant Forêt de bambous, gerund door een Chinees koppel dat amper Frans of Engels verstaat, maar heerlijke Chinese gerechten serveert. Fijn dat we nu weer twee inkomens hebben, zodat we niet elke cent drie keer moeten omdraaien. En we ons zelfs een glaasje wijn bij de maaltijd kunnen permitteren.

IMG_7182[1]

IMG_7184[1]

Benieuwd wat morgen zal brengen, want mijn vriend heeft een verrassingstripje gepland!

De feestsfeer opsnuiven

Toen we zaterdagochtend wakker werden, lag er een dikke laag sneeuw over Genève. We wisten niet of het winterweer gevolgen zou hebben voor de feestelijkheden in de oude stad, maar besloten dat de neerdwarrelende sneeuwvlokken ons niet zouden tegen houden. We duffelden ons dik in en wandelden met de krakende sneeuw onder onze voeten rond het middaguur naar de oude stad.

IMG_6482

IMG_6483

Bij Place du Molard stonden een paar mannen gratis groentesoep uit te delen (minder lekker als die van de dag voordien) en kregen we onze eerste re-enactment van een zwaardgevecht tussen de Genèvois en de soldaten van de hertog van Savoye te zien.

IMG_4060

IMG_4067

We liepen verder naar de Passage de Monetier, een kleine middeleeuwse passage die enkel ter gelegenheid van de Escalade wordt geopend. Behoorlijk krap op sommige plaatsen!

IMG_4073

We klommen verder richting Terrasse Agrippa-d’Aubigné naar de kathedraal. Onderweg kwamen we voorbij kraampjes waar oude ambachten gedemonstreerd werden (potten bakken, spinnen, textiel verven), kregen we uitleg over hoe een antiek pistool werkt en zagen (en hoorden, amai mijn oren) een bataljon soldaten hun musketten afvuren.

IMG_4084

IMG_4110

IMG_4123

IMG_4146

IMG_4158

IMG_4170

We aten een (bijzonder stevige) boekweitpannenkoek, alvorens onze oren bloot te stellen aan de volgende aanslag: het afvuren van een replica van een kanon uit 1602 op de Promenade de la Treille.

Daarna brachten we een bezoek aan de Salle du Conseil d’Etat in het Hôtel de Ville. Deze zaal wordt enkel tijdens de Escalade voor het publiek open gesteld en bevat enkele prachtige oude muurschilderingen die pas begin vorige eeuw opnieuw ontdekt werden. De muurschilderingen op zichzelf zijn al een bezoek waard, maar we kregen daarbij een boeiende uitleg van een mooi uitgedost lid van de Compagnie 1602. Zo kwamen we te weten dat de historische Escalade eigenlijk plaatsvond tijdens de kortste nacht van het jaar (21 op 22 december). Omdat de protestantse Genèvois echter op dat moment nog niet de Gregoriaanse kalender volgden, was de officiële datum in Genève op het moment van de aanval 12 december, terwijl dat voor de katholieke aanvallers 22 december was.

IMG_4152

IMG_4153

IMG_4156

Na meer dan vier uur in de koude rond gewandeld te hebben, besloten we dat het welletjes was en keerden we naar huis terug. Op de terugweg kruisten we onze vrienden, het Frans-Vietnamees koppel. Ook in Genève is de wereld klein.

Genève – 1 november 2012

Ok, ik geef toe dat Genève niet echt mijn lijstje met nog te bezoeken steden op deze wereldbol stond. De hoofdreden voor ons bezoekje was dan ook de geboorte van de dochter van twee vrienden die ik in de Russische les leerde kennen en die collega-ingenieurs van een ander jaartal bleken te zijn. Ik kende Genève enkele van de deeltjesversneller en van het Palais des Nations, het hoofdkwartier van de VN.

Maar kijk, het was een bijzonder aangename kennismaking met deze Zwitserse stad op een dik uurtje vliegen van Brussel. Voor mij was het pas de tweede keer in mijn leven dat ik voet zette op Zwitserse bodem, na een verblijf in mijn jonge jaren Maloja met de CM (yep, in het beroemde, onlangs verkochte Maloja Palace). We dropten onze bagage af in Hôtel bel’espérance en liepen van daar naar het Meer van Genève om meteen al één van de top tien attracties van ons lijstje te schrappen: le Jet d’Eau. We hadden geluk dat we vergezeld werden door een stralend herfstzonnetje waardoor we konden genieten van een prachtige dubbele regenboog. le Jet d’Eau spuit zo’n 500 liter water per seconde de lucht in aan een snelheid van 200 km per uur. 140 meter hoog is deze indrukwekkende waterstraal. Wij liepen door het watergordijn om dit man made wonder van alle kanten te bekijken.

Na deze verfrissende wandeling lunchten we in de Yo’Mo Lounge. Genève is beslist niet de goedkoopste stad om op restaurant te gaan, maar als je een dagmenu neemt, valt de prijs nog wel meer. We aten kip parmentier en als dessert een werkelijk verrukkelijke sabayon. Ik eet niet zo dikwijls sabayon, omdat ik weet dat het nogal een ongezond dessert is, maar verdorie, het smaakte.

Na het middagmaal had de zon zich verstopt achter de wolken en was het blauw vervangen door grijs, maar het zag er gelukkig niet naar uit dat het snel zou beginnen regenen. We besloten dus te voet naar onze volgende bestemming te gaan: le Palais des Nations. We staken het meer over via een brug en zetten onze weg voort langs de oevers. Uiteindelijk bleek dat de Googlemaps schatting wat aan de optimistische kant was, vooral toen bleek dat we nog een stuk verder moesten stappen om het visitors office te bereiken.

Na een nogal oppervlakkige check van het identiteitsbewijs van mijn vriend (mijn identiteitsbewijs hebben ze niet eens bekeken), kregen we een visitor pass en mochten we de heilige grond van de UN betreden. Maar eerst moesten we nog voorbij de kassa geraken die slechts door één tergend traag werkende jongedame werd bediend die duidelijk trots was op haar talenkennis, want ze probeerde elke bezoeker in zijn of haar moedertaal te begroeten. Bij ons deed ze een verdienstelijke poging in het Duits. Enfin, toen we eindelijk ons toegangsbewijs hadden, was onze groep al vertrokken. Gelukkig werden we door een andere jongedame snel naar de juiste groep geloodst.

We kregen een rondleiding van een gids met een piepstemmetje die vooral veel uitwijdde over de vele geschenken die de VN al ontvangen had. Al was niemand echt onder de indruk van het kokostapijt uit de Filippijnen. De nieuwe vleugel voltooid in de jaren ’70 vond ik ronduit lelijk, het neoclassicistische gedeelte uit de jaren dertig kon er naar mijn gevoel wel mee door. Al straalden de gangen een ronduit ongezellig en kil sfeertje uit, het was interessant om op de plek te staan waar de voormalige League of Nations jammerlijk gefaald heeft de tweede wereldoorlog te voorkomen. Het gebouw had wel een aantal indrukwekkende zalen, waarvan de Council Chamber met de indrukwekkende canvassen van José Maria Sert het meest tot de verbeelding sprak. Vooral omdat deze ruimte vaak gebruikt werd om vredesverdragen tot stand te brengen. Zo werden de onderhandelingen om de eerste golfoorlog te beëindigen hier gevoerd. Toen ik de ruimte binnen wandelde, wist ik meteen dat ik deze bombastische schilderstijl al eerder gezien had. En ja, het werk van José Maria Sert valt ook te aanschouwen (ik wilde eerst bewonderen schrijven, maar ik ben nog steeds geen fan van ‘s mans werk) in het Rockefeller Center. Al bij al vond ik de rondleiding wat tegen vallen. De gids was nogal kort in zijn uiteenzettingen en ik had het gevoel dat er veel meer te vertellen viel over deze toch wel historische plek.

Op de terugweg stopten we nog een bij de beroemde Broken Chair te fotograferen. De stoel symboliseert de strijd tegen landmijnen en clusterbommen. De stoel is maar liefst 12 meter hoog en verbeeldt op een treffende manier het leed dat door deze verschrikkelijke oorlogswapens wordt berokkend.

Op de terugweg naar het oude stadsgedeelte namen we toch maar de tram, want mijn voeten begonnen serieus zeer te doen van het lopen op hoge hakken. We hadden zin in een vieruurtje en stapten de eerste de beste patisserie binnen. En ik kan jullie verzekeren, die Zwitsers kunnen verdorie lekkere gebakjes maken. Zo mooi en verfijnd. Kleine kunstwerkjes om op te eten.

Na ons vieruurtje kuierden we door de smalle straten van de Oude Stad met de ene na de andere antiekzaak of kunstgalerij. Genève is duidelijk een stad voor rijke mensen. Dat zie je aan de prachtige etalages en de hoge prijzen. Genève is een geweldige stad voor wie van luxe houdt en genoeg geld heeft om het zich te permitteren. Wij hielden het bij window shopping. Ondertussen was de avond gevallen en belandden we op het plein met de kathedraal. Het laatste avondlicht zorgde samen met de grijzen wolkenlucht voor een bijzonder sfeertje. We waren nog net op tijd om snel een blik op het interieur van de kathedraal te werpen, maar we hadden niet genoeg tijd om alles grondig te bekijken, dus besloten we hier één van de volgende dagen terug te keren bij daglicht om de glasramen in hun volle glorie te kunnen aanschouwen.

We maakten een snelle tussenstop in het hotel om andere schoenen aan te doen en gingen op zoek naar een plek in de buurt om iets te eten. Keuze zat in de Oude Stad. We belandden in restaurant Le Syracuse, waar ze Zwitserse specialiteiten serveerden. We lieten ons gaan en kozen voor de kaasfondue met boleten. Zwaar, maar o zo lekker. Zo vaak komen we per slot van rekening niet in Zwitserland!

Daarna vonden we het welletjes en kropen we in bed om voldoende energie voor de volgende dag te hebben.