Moe

Zo moe dat ik vanavond meer langs dan op het squashballetje gemept heb. Het was net alsof al mijn bewegingen vertraagd werden. Ik holde constant achter de feiten aan. ‘k Heb dan maar bij thuiskomst een lang, warm bad genomen, samen met mijn vriendje. En nu is het bedtijd. Een mens moet toch één keer per week voor middernacht onder de wol liggen.

Afscheid van de Australiëgangers

Ondanks het kleine accidentje van mijn vriend, zijn we er gisterenavond toch nog in geslaagd het afscheidsfeestje van bevriend koppel E, T en hun poppendochtertje M bij te wonen. ‘s Ochtends gebotst, ‘s namiddags al een vervang(huur-)wagen. Mijn vriend is met zijn gat in de boter gevallen bij zijn bedrijf .

Het was allemaal een beetje hektisch, want ik had om zeven uur schriftelijk examen van Russisch en het afscheidsfeestje was in Turnhout (= ver). Mijn vriend zou me rond acht uur (langer dan dat kon het examen niet duren, want zoveel woordjes hebben we nog niet geleerd) komen ophalen aan het CLT en onderweg moesten we nog een vriendin gaan oppikken. Op weg naar Turnhout kwamen we langs de plaats van het ongeval, maar mijn vriend had het trauma duidelijk al helemaal verwerkt. (‘t Is ne stoere!) Hij vertelde trouwens dat hij de enige was die na het ongeval een fluovestje droeg. Mensen: die fluovestjes zijn er voor uw veiligheid, doe ze aan!

‘k Voelde me om eerlijk te zijn niet echt in feeststemming. Ik was moe, had wat hoofdpijn en wilde liever in bed kruipen, maar ik vond het belangrijk om naar het afscheidsfeestje te gaan. Een mens vertrekt niet elke dag voor twee jaar naar Australië, he. Toegegeven, we gaan E, T en poppemieke M binnen een half jaar bezoeken, maar toch, ‘k wilde ze niet laten vertrekken zonder drie dikke afscheidskussen! 😉

En zo lagen we gisterenavond pas om half twee in bed en is er nog niet veel verbetering in mijn vermoeide toestand gekomen.

En dan zijn we blij dat er airbags bestaan

Mijn vriend heeft deze ochtend een ongeval gehad. Een kettingbotsing. Normaal gaat hij altijd met de trein werken, maar door de vertragingen veroorzaakt door de treinstaking in Wallonië, nam hij vandaag de wagen. Man, ik ben serieus geschrokken toen hij belde. ‘t Was allemaal ok, zei hij, hij had niks. Oef. Er waren nog zes andere wagens bij de botsing betrokken en de bestuurders zijn allemaal naar het ziekenhuis gebracht. Niemand is ernstig gewond. Maar toch, zo’n whiplash, soms merk je dat niet meteen. Ik ken nog mensen die daarmee een hele tijd gesukkeld hebben. Hij klonk vrij rustig aan de telefoon. Rustiger dan ik alvast. De auto is volledig om zeep, maar dat is niet zo erg. Het is een bedrijfswagen, de verzekering regelt dat wel. Het gebrek aan een wagen is eerder een praktisch probleem, niet onoverkomelijk, al zullen we waarschijnlijk wel een aantal afspraken moeten afzeggen de komende weken en missen we het afscheidsfeestje van een goeie vriend die deze week voor twee jaar naar Australië vertrekt. Hij zal het ongetwijfeld begrijpen.

Ik ben zo blij dat mijn vriend niks heeft. Airbags zijn een geweldige uitvinding.

Verschuivingen

Deze middag na het examen nam ik even de tijd voor een wandeling in de Parkstraat en omgeving. Vijf jaar hebben mijn vriend en ik daar gewoond, in een klein flatje op een studentenresidentie. Leuk en gezellig, maar wel wat krapjes voor twee personen. Koken voor gasten was er een ware uitdaging met twee kleine vuurtjes en helemaal geen werkblad om groenten en vlees op te snijden. Ik denk dat daar onze voorliefde voor wokgerechten is ontstaan. 😉  Sinds we verhuisd zijn, kom ik nog zelden in die buurt. Uit het oog, uit het hart, zo gaat dat. Al mis ik de goeie bakker en slager die we toen op loopafstand hadden, nog steeds. In de plaats daarvan hebben we het comfort van een station op kruipafstand gekregen. Erg, erg handig. En wonen we nu wat dichter bij de winkelstraten.

Ik zal niet zeggen dat ik nostalgisch werd, daarstraks, al kon ik het niet laten een paar meergranenkoeken met chocolade te gaan halen bij Bakkerij van Huyck-Vandenplas. Al knabbelend wandelde ik verder (het gebeurt niet vaak dat ik de tijd neem om rustig te wandelen, ik zou dat vaker moeten doen). Het viel me op hoeveel nieuwe huizen er waren bijgekomen en hoeveel bouwputten de plaats van oude, vervallen huizen hadden ingenomen. Er komt geen einde aan de bouwwoede in Leuven. In elke straat staan er wel een paar kranen.

De campus Sociale Wetenschappen ziet er ook steeds beter uit. Wat een metamorfose. Ik herinner me de lelijke parking en de afstandse gebouwen van vroeger nog goed. Die hebben nu plaats geruimd voor een nieuwe aula, een nieuwe studentenresidentie, een binnenplein met rare, groot uitgevallen molshopen en een mooie glazen ingang voor de gebouwen van de campus zelf. Het beeld van hoe het vroeger was wordt echter steeds vager en moeilijker op te roepen. Het wordt verdrongen door het nieuwe uitzicht. Een mens zou wat meer moeten fotografisch vastleggen, want mijn geheugen is te klein om al deze informatie te bewaren.

Online misverstanden

Als ik bepaalde reacties lees op mijn berichten, besef ik pas hoe fragmentarisch zo’n online dagboek wel niet is. En ook hoe snel mensen zich op basis van een paar woorden en zinnen een beeld van je vormen dat daarom helemaal niet correct hoeft te zijn. Het is niet de eerste keer dat ik daarmee geconfronteerd wordt. Op sommige blogmeetings heb ik ook al te horen gekregen dat ik in het echt helemaal anders overkom dan op mijn blog. Dus mensen, ik ben echt niet zo’n bitch als ik online lijk! En wie dat niet geloofd, moet maar naar de blogdrink komen. 😉

Moederinstinct

Als je een bepaalde leeftijd bereikt hebt en al een tijdje in een vaste relatie zit, beginnen de vragen te komen over gezinsuitbreiding. Want ja, het is de normale gang der zaken dat een mens zich voortplant en bij vrouwen bestaat er naar het schijnt zoiets als een biologische klok. Meestal wuif ik dat soort vragen weg met een oppervlakkig: “Och, daar zijn we nog niet aan toe.” Terwijl ik dolgraag wil zeggen: “Ik wil geen kinderen, nu niet en hoogst waarschijnlijk nooit niet.” (dubbele negatie gebruikt als versterking) Ik zie kinderen als een beperking van mijn vrijheid en de enige persoon die mijn vrijheid mag beperken ben ikzelf. Ik heb nog heel veel plannen en dromen en die zijn nu eenmaal onverenigbaar met het concept kinderen. Ik weet dat dit egoïstisch klinkt, maar naar mijn mening moet je enkel nakomelingen op de wereld zetten als je er honderd procent voor wil gaan. Ik heb op geen enkel tijdstip in mijn leven het gevoel gehad dat ik mijn genen aan een volgende generatie wilde doorgeven, zo’n goeie genen zijn het nu ook weer niet. 😉 Moederinstinct het is mijn volkomen vreemd.

Interne verhuis

Deze ochtend zat dit bijzonder beknopte mailtje in mijn mailbox en in die van mijn collega’s:

De verhuis van onze afdeling zal vrijdag doorgaan. Nadere informatie m.b.t. toegewezen werkplek volgt nog.

Mayhem ensued. Qua kort op de bal spelen en doordachte communicatie kon dit tellen. Tot nu toe werd ons voorgehouden dat de verhuis (die, toegegeven, al een half jaar aangekondigd was) zou plaatsvinden op 15 januari. Hét gespreksonderwerp van de dag stond meteen vast. U kan zich het koor van misnoegde stemmen beslist voor de geest halen.

Tegen de middag kregen we het plan van de werkvloer te zien met daarop de aangeduide plaatsen. Ik moet afscheid nemen van mijn favoriete werkplek waar ik anderhalf jaar lang mij erg goed heb gevoeld. Ik verhuis naar een nieuwe plek en kom in een gloednieuw team terecht. De fysieke verhuis vind ik niet zo erg. De vorige verhuis ligt nog fris in het geheugen dat die heb ik ook zonder kleerscheuren overleefd. Ik hou eerder mijn hart vast voor de samenwerking binnen het nieuwe team. Het heeft zijn tijd nodig voordat nieuwe mensen op mekaar ingespeeld raken en ik kan niet met iedereen van het nieuwe team even goed opschieten. Ook inhoudelijk zal er binnen mijn functie het één en ander verschuiven. Omdat ik het voorbije jaar op het werk echt mijn draai had gevonden, heb ik wel een beetje schrik dat de verandering een achteruitgang zal zijn.

Maar goed, stilstaan is óók achteruitgaan, zeker? Ik wil niet al op voorhand negatief staan ten opzichte van de veranderingen, dus probeer ik er het beste van te maken. Omdat ik morgen en overmorgen niet op het werk ben, heb ik meteen de koe bij de horens gevat. Twee kartonnen dozen volgeladen met al mijn papieren rommel en de rest weggegooid. Ik heb mij helemaal kunnen uitleven in het weggooien. Al geef ik ruiterlijk toe dat het weggooien van werkgerelateerde rommel mij iets beter ligt dan het weggooien van privérommel (vandaar de hoop nog steeds onuitgepakte dozen in onze logeerkamer).

Het worden spannende tijden.