Na deze voormiddag zalig lang uitgeslapen te hebben, fietsten mijn vriend en ik deze namiddag naar de Parkabdij om samen met onze vrienden uit Zichem de tentoonstelling over mijn favoriete meester-kalksnijder: Jan Christiaen Hansche te bezoeken. Nooit zal ik de eerste keer vergeten dat ik vele jaren geleden op een openmonumentedag zijn werk kon bewonderen op de plafonds van de bibliotheek en de refter van de Parkabdij, ik was meteen betoverd. De tentoonstelling ging op basis van (zeer beperkt aanwezige) bronnen op zoek naar de roots van Hansche, die ergens in Duitsland liggen. Hoe hij net in Vlaanderen belandde, is niet geheel duidelijk, maar zeker is dat hij zich hier thuis voelde, want er zijn verschillende barokke meesterwerken van hem uit de 17e eeuw in Vlaanderen bewaard gebleven.
Heel eerlijk, de tentoonstelling was iet of wat beknopt. Ik had gedacht meer werk van Hansche aan te treffen, maar omdat de meeste van zijn werken zich natuurlijk in gebouwen bevinden, zal ik zijn werk ter plekke moeten bezoeken. Op zich was het wel interessant om iets bij te leren over de technieken die Hansche gebruikte om zijn schitterend gedetailleerde driedimensionele beelden te maken, maar echt veel wijzer over de man zelf was ik na de tentoonstelling toch niet.
We waren dus veel sneller dan verwacht doorheen de tentoonstelling. Spijtig genoeg regende het pijpenstelen, anders hadden we een wandeling kunnen maken langs de mooie vijvers van het abdijdomein. Gelukkig konden we schuilen voor de regen met een drankje in de Abdijmolen. Om de tijd te verdrijven speelden we samen Undercover, altijd een succes!
We sloten de avond af met een lekkere maaltijd (voor mij een heerlijke salade met tonijn) en namen afscheid van onze vrienden die het deze zondagavond niet al te laat wilden maken.































