Vandaag zijn we het nieuwe huis van de broer van mijn vriend gaan bekijken. De gloednieuwe huiseigenaars straalden van trots, terwijl ik echt mijn best moest doen om iets anders te zien dan een oud afgeleefd huis dat héél, héél, héél veel werk zou vragen. Ik raakte al ontmoedigd bij de gedachte alleen aan al de weekends en vakantiedagen ze zouden moeten investeren om van het huis iets deftigs te maken. Chapeau voor de mensen die de tijd en energie kunnen opbrengen om een huis te renoveren. Het zou alleszins niks voor mij zijn. Ik vrees dat ik niet met een baksteen in de maag geboren ben. 😉
persoonlijk
Gewoon gezellig
Gisteren zaten mijn vriend en ik met onze vrienden C en H Onder den Toren. We aten, praatten en dronken een fles cava om de aankoop van hun nieuwe huis te vieren. We dronken een beetje te veel en lachten een beetje te luid. Vandaag had ik in de voormiddag een vergadering in Gent, vlakbij de werkplek van Peter en ik dacht, hey ja, waarom niet voorstellen om samen te lunchen om wat bij te praten. Een sms’je later was alles in kannen en kruiken. We aten pasta in een klein restaurantje en wandelden na de lunch in de lentezon naar het station.
Toen ik op de trein terug naar Brussel zat, besefte ik hoe erg ik van deze twee momenten genoten had. Gewoon eten en drinken in gezelschap van vrienden. Soms heb je niet meer nodig om je humeur een flinke opkikker te geven.
Boos
Ik ben de laatste dagen vaak boos. Boos omdat ik een klein stofdeeltje ben in een onmetelijk universum en omdat ik, hoe graag ik het ook zou willen, geen enkele invloed kan uitoefenen op al die andere stofdeeltjes. Boos omdat ik mij machteloos voel. Boos om mijn eigen nietigheid en onbeduidendheid. Boos omdat het leven niet eerlijk is. Boos omdat ik mij daar, tegen beter weten in, nog altijd niet bij heb leren neerleggen.
Boos omdat ik God niet ben.
Telefoneren
Ik weet niet of jullie het weten, maar ik heb een hekel aan telefoneren. Ik telefoneer zelden. Als ik me dan toch over mijn telefoonaversie kan zetten, is het om te melden dat mijn trein vertraging heeft of dat ik te laat op een afspraak ben. Ik denk dat de telefoon voor mij een te vluchtig medium is. Ik orden graag mijn gedachten in een geschreven tekst. Email is helemaal mijn ding, terwijl ik goed genoeg weet dat je sommige mensen best telefonisch contacteert om dingen gedaan te krijgen. Wat ik dan ook doe, maar met tegenzin en nooit zonder eerst een mailtje gestuurd te hebben.
In privécontext bel ik zelden en ik word (tot mijn opluchting) ook niet veel opgebeld. Dit weekend kreeg ik echter verschillende telefoontjes. Telkens ik het geluid (getril is correcter) van de gsm hoorde, sloeg mijn hart een slag over. Het verwachte slechte nieuws bleef echter uit, in de plaats daarvan kreeg ik een toezegging voor deelname aan ons feest en een uitnodiging voor een ander feest te horen.
Ik geloof dat mijn gsm zelf moet wennen aan al dat belverkeer, want ik had telkens moeite de heren aan de andere kant van de lijn te verstaan. Email, zoveel handiger. En je kan dat twee keer lezen om te zien of je alles wel goed begrepen hebt.
Een steeds wederkerende irritatie
Mensen die beloven dingen te doen en dat vervolgens dan niet doen. Waarom? Waarom? Ik kan er echt niet bij. Doe die belofte dan aub niet! Blijkbaar ben ik de enige mens op de wereld die zich slecht voelt als ze een belofte niet kan houden. Al moet ik zeggen dat mij dit zelden overkomt. Ik doe dan ook geen loze beloftes.
Ziekenhuisgeur
Vaak zijn ziekenhuizen lelijke gebouwen met een onduidelijke structuur. Je loopt zo verloren in de wirwar van gangen en bijgebouwen. De liften zijn groot genoeg om een ziekenbed in te laten passen en het lelijke plastic schoeisel van het verplegend personeel dicteert het modebeeld. Je ziet mensen in liften stappen met cadeaus: pralines, een bloemetje, een ballon,… Je hoopt dat ze bij iemand op bezoek gaan die aan de beterhand is. Of misschien bij een kersverse mama.
Ziekenhuizen zijn plekken waar leven en dood mekaar kruisen. Op hetzelfde moment dat een baby zijn eerste kreet slaakt, blaast er iemand zijn laatste adem uit. Apparaten volgen hartritmes op, infusen druppelen leeg in lichamen. Mensen worden verdoofd, opengesneden en weer dichtgenaaid. Een routine-operatie. Het leven van patiënten wordt samengevat in dossiers met droge getallen. Een specialist werpt een blik op de getallen en velt een oordeel. Hopelijk het juiste.
Menselijke lichaamssappen worden gespreksonderwerpen. “Hebt u vandaag al kunnen wateren, meneer?” Bloed, pis, kak, etter, speeksel, kots. Menselijk en toch onmenselijk.
Ziekenhuizen, brrr.
Ups and downs
Vandaag
- Gaf ik opleiding aan twee dove dames en leerde ik zelf enkele woorden in gebarentaal.
- Werd ik een tergend traag wegtikkend uur lang geconfronteerd met mijn ergste nachtmerrie. Machteloosheid, ik haat het.
- Zat ik samen met mijn oma en een dementerend nonneke op de denkbeeldige trein naar Bilzen. Gelukkig was er niet veel volk op de trein en zaten de zetels comfortabel. Dementie heeft soms ook zijn charmante kanten.
- Besefte ik toen we al bijna halverwege op onze weg naar huis waren dat ik mijn handtas in het verre Limburg had laten liggen en maakten we in de donkere nacht rechtsomkeer.
Verwacht
Slecht nieuws dat je verwacht, blijft natuurlijk slecht nieuws.
Spoed
De plaats waar een mens alles behalve spoedig geholpen wordt. Same old, same old.
Nagenieten
Van een uitgebreide vrijpartij. Ik denk dat ik vannacht goed zal slapen. 😉