4 juni: Abbotsford house, Traquair House en Helensburgh

De verhoopte goede nachtrust werd gesaboteerd door een gigantische hoestbui in het midden van de nacht. Het lijkt erop dat de slijmen aan het loskomen zijn. Ik klink als een verkouden zeehond. Erg sexy! Nog twee à drie slechte nachten en ik hoop ervan af te zijn. Tot zover mijn dagelijkse gezondheidsbulletin.

We eten een echt traditioneel Schots ontbijt met alles erop en eraan: spek, eieren, bonen in tomatensaus, warme tomaat, champignons, worstjes, black pudding en uiteraard haggis! Mijn eerst kennismaking met haggis valt zeer goed mee. De smaak heeft wat van bloedworst, vind ik. Ik slaag er niet in mijn bord leeg te eten, maar hiermee komen we zeker een paar uur toe.

Na een lang gesprek over de politieke en economische situatie in Groot-Brittannië (alle politici zijn prutsers en de modale Brit is voorstander van de euro, volgens onze gastheer), nemen we afscheid en vertrekken we naar Abbotsford House, het huis waar de schrijver Walter Scott de laatste twintig jaar van zijn leven woonde. Volgens mijn gids zijn er weinig huizen die zo duidelijk de stempel van hun eigenaar dragen en is er een bibliotheek met 9000 zeldzame boeken. Wij zijn alvast benieuwd!

We staan zo te trappelen voor dit bezoek dat we maar liefst een half uur te vroeg ter plaatste zijn. Gelukkig wijst een vriendelijke dame ons de weg naar de rivieroever voor een korte wandeling. Die rivieroever blijkt een populaire plek te zijn om de hond uit te laten. Opvallend: de meeste hondeneigenaars hebben meer dan één exemplaar aan de lijn.

We komen onderweg ook drie paarden tegen die zomaar wat in de wei rondom Abbotsford House rondlopen. Eén paard laat zich zelfs gewillig aanhalen. Als de andere paarden echter ook een poging doen om wat affectie van ons te krijgen, jaagt het grootste paard hen weg. Hier wordt niet gedeeld!

Ondertussen zijn mijn voeten (gehuld in flipflops) helemaal nat en modderig van de dauw op het gras. Geen erg, niets wat een paar papieren zakdoekjes niet kunnen verhelpen. Moraal van het verhaal: een mens kan nooit genoeg papieren zakdoekjes mee op reis nemen.

Spijtig genoeg blijkt Abbotsford House net gerenoveerd te worden en pas te heropenen begin juli. Verdorie toch. Gelukkig is het wel mogelijk om in de tuinen rond het huis te lopen en een kleine tentoonstelling mee te pikken over het leven van de schrijver, die de laatste jaren van zijn leven zo diep in de schulden zat, dat hij aan de lopende band boeken moest schrijven om zijn schuldeisers af te betalen. Blijkbaar deed deze benarde situatie echter niets af aan de kwaliteit van zijn werken, want na zijn dood werden de openstaande schulden zonder veel moeite afbetaald met de verkoop van de rechten op zijn boeken.

In de tuinen zelf wordt duidelijk hard gewerkt om alles klaar te krijgen tegen de heropening in juli. Uiteraard wordt er ook weer vol enthousiasme gras afgereden. We besluiten even een pauze in te lassen en iets te drinken in het gezellige, gloednieuwe restaurant bij Abbotsford House. Natuurlijk laat ik me verleiden door het lokaal gemaakt ijs op de kaart. Chocolade-ijs en citroensorbet, een geweldige combinatie!

We genieten zo van ons zonnig plekje op het prachtige terras met uitzicht op Abbotsford House én free wifi (slecht functionerend free wifi dat wel, we worden om de haverklap van het netwerk gegooid) dat we ons laten verleiden tot een tweede drankje. Zo kunnen we nog wat over een weer mailen met onze advocaat.

Na deze welverdiende pauze rijden we verder naar Traquair House, het oudste huis in Schotland dat tot op heden altijd bewoond is gebleven. We eten er iets op het terras van de Cottage tearoom gelegen aan de ommuurde tuin. En wat eet een mens op zo’n zonnige dag? Een slaatje met garnaal en advocado, natuurlijk. Veel stelt het slaatje niet voor, maar het is ten minste gezond.

Traquair House zelf is echt de moeite van een bezoek waard. Je krijgt er uitleg over de ontstaansgeschiedenis van het huis en de verschillende bouwfases. Het huis speelt al 900 jaar een rol in de Schotse religieuze en politieke geschiedenis. 500 jaar lang was het een bolwerk van de katholieke Stuarts. Mary Stuart en haar baby (de latere koning Jacobus I van Engeland) verbleven in het huis. Het huis toont de restanten van de woelige godsdiensttwisten op het eiland en de jacobitische opstand. Zo is er een kamer hoog in het oudste deel waar in het geheim een priester de katholieke mis opdroeg. Via een verbogen trap kon de priester ontsnappen van zodra er gevaar op ontdekking dreigde.

In één van de kamers krijgen we van een gids op leeftijd een bijzonder gedetailleerde uitleg over het huis. Dit met een zwaar Schots accent wat niet altijd even makkelijk te volgen is. Na ons verdiept te hebben in de Schotse geschiedenis (die mij, ik geef het toe, vrijwel onbekend is) lopen we het doolhof achter het huis in. Om er bijna niet meer uit te komen! 😉

We lopen vervolgens het (versgemaaide!) grasveld voor het huis af helemaal tot aan de Berenpoort. De poort, geflankeerd door twee beren werd na het bezoek van Bonnie Prince Charlie (leider van de jacobieten) in 1745 gesloten. De toenmalige graaf zwoer een dure eed dat de poort niet meer geopend zou worden alvorens een Stuart de troon zou bestijgen. De poort is nog steeds gesloten… De huidige bewoners van het huis hopen trouwens nog steeds dat de kroon ooit opnieuw op het hoofd van een Stuart geplaatst zal worden.

Na ons bezoek aan Traquair House rijden we naar onze eindbestemming van de dag: No.20 Boutique Bed and Breakfast in Helensburgh, niet ver van Loch Lomond. We arriveren iets na zeven uur en worden bijzonder vriendelijk welkom geheten. Ook deze B&B blijkt een schot in de roos. Schitterende kamer, zalig zacht bed (wel even wennen) en een vriendelijke en behulpzame gastheer en gastvrouw. Bovendien heeft onze kamer een prachtig uitzicht op de Firth of Clyde.

We hebben ondertussen honger gekregen en vragen of onze gastvrouw geen suggesties heeft. Ze raadt ons La Barca aan, een Spaans tapas restaurant. Normaalgezien eten mijn vriend en ik op reis zoveel mogelijk lokaal voedsel, maar we nemen de suggestie mee. Het centrum van Helensburgh blijkt op zo’n flinke twintig minuten stappen van onze B&B te liggen. Tegen dat we er zijn rammelen onze magen.

Jammer genoeg valt het centrum, ondanks de schitterende ligging aan de Clyde niet echt sfeervol te noemen. Er is veel leegstand bij de winkels en restaurants aan de waterkant, toch net de plek waar je het meeste bezoekers zou verwachten. Wellicht zit de economische crisis hier voor iets tussen. Persoonlijk vind ik dat de mogelijkheden van de nabijheid van de rivier ook niet optimaal benut worden. Een mooie boulevard langs de waterkant, zoals in Cairns, zou de sfeer al helemaal veranderen. Nu ligt het er een beetje troosteloos bij.

De meeste horecazaken blijken enkel fish and chips in de aanbieding te hebben en daar passen we liever voor. We twijfelen nog even bij restaurant de Upper Crust, maar besluiten dan toch de suggestie van onze gastvrouw te volgen: het worden Spaanse tapas. En wat drinken we bij tapas? Sangria natuurlijk! Al blijkt bij het opdienen dat ik de menukaart toch beter wat aandachtiger had gelezen. De sangria die we voorgeschoteld krijgen, bestaat uit rode wijn, fruitsap, limonade en grand manier. Hoewel ik niets tegen grand manier heb, vind ik dat fruitsap en limonade niet thuis horen in sangria. De smaak valt dan ook dik tegen.

Ook de tapas zelf vallen tegen. Ik zal niet zeggen dat het slecht was, want dat was het niet, maar de paëlla die we geserveerd kregen was gewoon gewokte rijst die in de verste verte niets te maken had met de echte authentieke paëlla. De aubergines met kaas, de champignons en de pikante scampi waren wel ok.

Al bij al toch een tegenvaller voor een vrij dure maaltijd. En dan te bedenken dat op tripadvisor dit restaurant op nummer één staat voor Helensburgh. Geeft je te denken over de kwaliteit van de andere restaurants…

Na de maaltijd wandelen we, genietend van de prachtig gekleurde avondlucht terug naar onze B&B. Op tijd in bed, we zijn er hier grote voorstanders van!

3 juni: Tocht langs de Border Abbeys

Mijn eerste nacht op Schots grondgebied valt tegen: verschillende keren ’s nachts wakker geworden van de keelpijn en veel te vroeg wakker (misschien omdat het hier zo vroeg licht is?). Volgende nacht beter. Dat genezingsproces moet sneller!

We starten onze dag met een stevig Schots ontbijt in de zonovergoten ontbijtruimte. Ik moet zeggen dat ik de persoonlijke toets van zo’n B&B toch wel apprecieer. Je merkt aan alles dat dit ontbijt met veel zorg en liefde is bereid. De wat oudere man die ons gisteren welkom heette, serveert (duidelijk trots op de kookkunsten van zijn vrouw) met de glimlach ons ontbijt en informeert of alles naar wens is. Heel leuk.

We nemen na het ontbijt afscheid, want er wacht ons een drukke dag: vandaag maken we een tocht langs de Border Abbeys en andere bezienswaardigheden. De Borders dragen nog de sporen van de talloze conflicten tussen Engelsen en Schotten. De eens machtige abdijen daterend uit de twaalfde eeuw werden in 1545 door Hendrik VIII vernield. Hun ruïnes vormen een blijvende aanklacht tegen deze heiligschennis.

Eerste stop op onze route: Kelso Abbey, oorspronkelijk de grootste van de vier Border Abbeys, maar nu blijven er nog maar een paar muren van over. We springen in Kelso ook even binnen bij de toeristische dienst om wat brochures te verzamelen. Echt opvallend hoe vriendelijk en behulpzaam die Schotten zijn. Ok, het is hun werk natuurlijk, maar ik ben toch al op plekken op deze aardbol geweest waar de service heel wat minder was.

Volgende stop: Floors Castle. We kopen een toegangsticket aan een klein huisje vlak voor de parking en betreden het kasteel. Spijtig genoeg was het verboden foto’s te nemen van al dat moois en lukt het ook niet om stiekem foto’s te maken, want in elke kamer stond wel een opzichter. Floors Castle is nog steeds bewoond en de opzichters vertelden maar al te graag over de familie die er woonde. Persoonlijk heb ik heel veel moeite om mee te gaan in dit concept van overgeërfde titels. Uiteindelijk is de persoon in kwestie toevallig in het juiste nest geboren en heeft hij of zij hier zelf geen enkele verdienste aan. Maar je voelt dat er in Schotland nog heel veel ontzag is voor de adel.

Floors Castle is alleszins de moeite van een bezoek waard: prachtige bemeubelde en gedecoreerde kamers en een erg gezellig binnentuintje vol met bloemen. Het kasteel bevatte ook een kamer vol met opgezette vogels en kristallen. Een beetje een curiositeit maar wel leuk om op zo’n kleine oppervlakte zoveel verschillende specimen te zien.

Minder leuk: tijdens ons bezoek aan Floors Castle krijgen we van een mede-eigenaar van ons appartementsgebouw het bericht dat er een brief gearriveerd is van de advocaat van onze bouwfirma. De toon van de brief is nogal dreigend gesteld. Wij (=de vereniging van mede-eigenaars) hadden ondertussen zelf een advocaat onder de arm genomen, maar het steekt tegen dat wij niet de eerste zet hebben kunnen doen. Onze advocaat was net begonnen aan het opstellen van een ingebrekestelling voor de problemen met de gemene delen.

Qua timing kon dit moeilijk slechter, met onze reis die net begonnen is. Nu, al een geluk dat we ongeveer in dezelfde tijdzone zitten, dat maakt het converseren er net iets makkelijker op. We sturen meteen een mailtje naar de persoon die op ons appartement past om te informeren of er ook voor ons een brief van een advocaat is aangekomen. En laten aan de rest weten dat wij ons niet laten intimideren door die brief. Na al die jaren van uitstel en leugens, ben ik niet van plan mij zomaar zonder slag of stoot te laten doen. Game on!

Volgende stop: Jedburgh Abbey, een heel indrukwekkende ruïne die zo dienst kan doen als filmdecor. De opgravingen hebben veel restanten van het klooster blootgelegd en je krijgt een goed inzicht in het dagelijkse leven van de monniken. De ruïnes van het kerkgebouw zijn echt magnifiek, je vraagt je af hoe schitterend deze plek geweest moet zijn toen de abdij en kerk nog volledig intact waren.

Tijd voor het middagmaal! We willen liefst niet te veel tijd verliezen, dus kiezen we voor een rustige bar in hartje Jedburgh om wortelsoep en gegrilde sandwiches te eten. Grappig detail: het toilet is buiten gebruik, waardoor de lieftallig jongedame die de zaak uitbaat genoodzaakt is aan iedereen die iets wil bestellen te vertellen dat het toilet kapot is. Voor ons geen probleem, want er zijn openbare toiletten bij het infocentrum waar we onze wagen parkeerden.

Mijn gegrilde sandwich met tonijn en maïs smaakt een stuk beter dan het gefrituurde avondmaal van gisteren. Wat wel opvalt is dat het overal erg rustig is. Veel volk zijn we onderweg nog niet tegengekomen en toch heeft elk plaatsje een bemand infocentrum mét giftshop.

Volgende stop: Dryburgh Abbey, de plek waar Walter Scott begraven ligt. Wat een buitengewoon romantische laatste rustplek. Zo rustig en sfeervol. De ruïnes zijn gelegen in een schitterend groen park. Bij het kopen van de tickets (in de gift shop, uiteraard) waarschuwt de bediende ons dat er momenteel gras afgereden wordt. En dat is dan meteen ook het enige minpuntje: het ronkende geluid van de grasmaaier dat zich mengt met het ruisen van de bladeren en het gezang der vogels.

We wandelen tot aan de Tweed, de rivier waar de monniken vroeger zalm vingen en bewonderen de bloeiende bloemen (we hebben hier zelfs nog kersenbloesem gespot!). Op een rustig bankje in de zon sturen we nog wat mails uit naar onze advocaat en mede-eigenaars. Dat Vodafone Mobile Internet, hoewel afschuwelijk traaaaaag, komt toch van pas. Niet echt bevorderlijk voor een rustige vakantie, maar niets aan te doen.

We rijden verder door het ongelooflijk groene landschap en stoppen onderweg even bij Scott’s View, het favoriete uitkijkpunt van schrijver Walter Scott. Heel mooi: zijn begrafenisstoet stopte hier, zoals hij zelf tijdens zijn leven talloze keren had gedaan. Op een bankje merken we mensen op met een Nederlandstalige vogelgids en een Canon fototoestel. Het blijken Belgen te zijn die het geen probleem vinden even een foto van ons twee te maken. Al worstelde de eigenaar wat met de bediening van mijn gloednieuwe fullframe.

Laatste stop van de dag: Melrose Abbey! We droppen onze bagage af in Old Bank House, onze B&B in hartje Melrose. Heel mooie, ruime kamer in een zeer bijzonder gebouw, vol met kunst en antiek. De ontbijtkamer is werkelijk volgestopt van boven tot onder. Je weet niet waar eerst kijken.

De abdij zelf blijkt eveneens een schitterende plek. De superlatieven schieten te kort. Deze abdijruïne heeft een klein museum waar vondsten die tijdens de opgravingen naar boven kwamen tentoongesteld worden en iets meer over de geschiedenis van deze plek verteld wordt (de Romeinen hebben hier ook sporen nagelaten).

We dineren in het centrum van Melrose in de gezellige pub Burt’s. Ik ga voor de zeebaars en mijn vriend voor de home made burger, vergezeld van een biertje en een cider. Het eten is echt overheerlijk! Na de maaltijd maken we nog een wandeling langs de ruïnes van Melrose Abbey. Het rozerode avondlicht geeft de plek iets magisch.

We zijn moe na een lange dag vol indrukken (en toch ook wat stress door de problemen met onze bouwfirma) en kruipen alweer vroeg onder de wol. Ook mijn keelpijn is nog niet overwonnen. Een goede nachtrust zal ons deugd doen.

2 juni: Aankomst in Hull en St. Abb’s Head

Niet zo goed geslapen. Een aantal keer badend in het zweet wakker geworden. Jammer, want meestal heeft het wiegen van zo’n boot een positief effect op mijn nachtrust. Gelukkig hebben we vandaag een redelijk rustige dag voor de boeg. Maar eerst: ontbijten! Ons eerste typisch English breakfast! Met roerei en champignons en gestoofde tomaat! Het smaakt.

Na het ontbijt gaan we even aan dek kijken en worden we begroet door een stralend zonnetje. Zalig. We kijken toe hoe onze reusachtige boot zich in een minisluis manoeuvreert terwijl we de haven van Hull invaren. We pakken onze spullen bijeen en beginnen aan de vier uur durende rit naar onze bed and breakfast in Eyemouth.

De rit verloopt vlotjes. Mijn vriend blijkt zich zonder al te veel moeite aan te passen aan het links rijden. We stoppen onderweg bij één van de vele wegrestaurants voor een geroosterd broodje met kip en paprika (ik) en twee hamburgers van de McDonalds (mijn vriend). Om al dat gezond wat te compenseren verorber ik als dessert een gigantische negerzoen, a Belgian specialty!

Rond een uur of half drie zijn we in AllanBank Bed and Breakfast alwaar ons een zeer gastvrij onthaal wacht. We droppen snel onze bagage af en vertrekken naar St. Abb’s Head, want de zon staat stralend aan de hemel en daar moet een mens die naar Schotland trekt van profiteren!

St. Abb’s Head is meteen al goed voor een eerste hoogtepunt van deze reis en we zijn nog maar pas begonnen! We kopen een plannetje van de omgeving en besluiten ons aan de lange wandeling te wagen. De eerste keer dat mijn splinternieuwe wandelschoenen van stal mogen!

De ruige rotsen van St. Abb’s Head rijzen tot 91 meter boven de Noordzee uit. Dat op zich is al behoorlijk spectaculair, tel daar dan nog eens het lawaai van meer dan 50.000 broedende vogels bij en je kan je wel voorstellen dat deze plek echt een overdonderende indruk maakt. Een greep uit de vogelsoorten die hier hun jongen grootbrengen: stormvogels, zeekoeten, drieteenmeeuwen en papegaaiduikers. De rotsen zien dan ook wit van de vogeluitwerpselen.

Tijdens onze wandeling zien we niet alleen gevleugelde beestjes: op de groene hellingen grazen ontelbare ooien en hun lammeren. En overal staat de gele gaspeldoorn in bloei, een zalig zoetige geur verspreidend. Magnifiek. Alleen spijtig dat ergens in de helft van de wandeling mijn stem het begon te begeven. Waarschijnlijk de combinatie van keelpijn en een strakke wind. De rest van de tocht dus maar spaarzaam omgesprongen met woorden, wat voor mijn vriend een echte verademing moet geweest zijn. 😉

Na een tweetal uurtjes stappen hebben we de lus rondgemaakt en trekken we terug richting onze B&B. We besluiten de tip van onze gastheer te volgen en in een nabijgelegen seafood restaurant te gaan eten. Tot onze grote teleurstelling blijkt dit echter gesloten te zijn.

We vinden wat verderop een ander restaurant dat vis- en aanverwanten op het menu heeft staan: de Contented Sole. De honger is groot, dus ik neem een soepje vooraf en mijn vriend gaat voor de mushrooms with bread and garlic. Uiteraard laten we ons verleiden door de seafood platter. Bij het eten bestelt mijn vriend een lokaal biertje (dat niet echt lokaal blijkt te zijn, want van hetzelfde merk als op de boot). Ik waag me, ondanks mijn zere keer aan een kleine cider. Zowel het bier als de cider komen van de tap en het is duidelijk dat er verhoudingsgewijs te veel water in onze drankjes zit. Zo is het natuurlijk makkelijk om extra winst uit een vat te persen.

Ook het voorgerecht is een tegenvaller: mijn soep is wel dik, maar heeft verder weinig smaak. Mijn vriend ziet tot zijn verbazing een bord met gefrituurde champignons arriveren. Ok, dat hadden we natuurlijk kunnen weten en al bij al vallen de champignons nog mee. Spijtig genoeg blijken ook de verse, lokaal gevangen vis en zeevruchten van een krokant jasje voorzien. Wellicht weten jullie dit niet, maar ik ben niet zo een fan van gefrituurde zaken. Ik snap gewoon niet waarom je lekkere ingrediënten moet verdoezelen met zo’n smakeloos deeg. Alleen tempura kan ik wel smaken en dan nog met mate.

Enfin ja, het was eetbaar, het vulde onze magen en meer heb ik daar niet aan toe te voegen.

We kruipen er andermaal vroeg in: om 21.30u is het licht bij mij volledig uit en de volgende dag moeten we om 6.45u uit de veren (iets wat mij tijdens een gewone werkweek nooit lukt, doe ik op vakantie voor mijn plezier, een mens zit toch raar in mekaar).

1 juni 2013: Vertrek naar Hull

De kriebel in de keel heeft zich ontwikkeld tot een ferme keelpijn, gecombineerd met hoofdpijn. Wellicht was de stress van de vorige week er toch wat teveel aan en krijg ik daarvan nu de weerbots. Typisch. Enfin, dafalgan en keelpastilles zitten in onze bagage dat moet voldoende zijn om de symptomen te onderdrukken.

Zaterdagochtend pakken we onze laatste spullen bijeen en ruimen we ons appartement op. Ik doe zelfs de moeite om onze terrasstoelen af te wassen, zodat de persoon die op ons appartement past onbezorgd van een eventueel zonnetje kan genieten. En ik neem afscheid van mijn prachtig bloeiende orchideeën die over drie weken wellicht al hun bloemen kwijt zullen zijn. Voor die ene keer dat ik er eens in slaag een orchidee opnieuw bloemen te laten krijgen…

We vertrekken rond een uur of twee, ruimschoots op tijd om onze boot in Zeebrugge te halen. Onderweg passeren we echter enkele wegenwerken die onze GPS plots een uur bij onze reistijd doen optellen, waardoor we akelig dicht bij het laatste inschepingsmoment komen. Gelukkig blijkt onze GPS een pessimist en valt de opgelopen vertraging nog mee. We zijn mooi op tijd voor de check-in.

De boot ziet er helemaal uit zoals in mijn herinneringen aan de Schotlandreis toen ik in het vierde middelbaar zat. ’t Zou zelfs gewoon dezelfde boot kunnen zijn, want ze is in gebruik genomen in 1985. En het lijkt inderdaad of de tijd hier is stil blijven staan, met ouderwetse gokmachines, een casinotafel en de disco, die er identiek uitziet als degene waarin ik jaren geleden overmand door vermoeidheid in slaap ben gevallen, de luide muziek negerend.

We dineren op de boot: typisch vettige Engelse kost. Ik beperk mij tot een beetje kalkoen en veel groenten en een ijsje van Häagen-Dazs om mijn keel wat te verdoven. Na het eten gaan we nog iets drinken in de bar (een watertje voor mij, snif) en besluiten we al om negen uur onder zeil te gaan. Ik probeer van de gelegenheid gebruik te maken om zoveel mogelijk te slapen, kwestie van zo snel mogelijk te genezen.

Eindelijk!

Eindelijk heb ik de tijd gevonden om onze trip naar Schotland (drie weekjes in juni) in te plannen. Het enige wat tot nu toe al geboekt was, was onze overtocht naar Hull. Maar ik kon moeilijk beginnen met vastleggen van hotels en B&B’s als de reisroute nog niet vastlag en het kwam er maar niet van om me daar eens serieus aan te zetten. Tot vandaag dus, ik heb er wel een (late) nieuwjaarsreceptie voor moeten laten schieten, maar ‘t is niet dat we nog niet genoeg alcohol binnengekregen hebben de laatste dagen.

Nu nog de overnachtingen boeken en we’re good to go!

Genève – 4 november 2012

Onze laatste dag in Genève liet de zon ons in de steek. Gelukkig hadden we daar weinig last van toen we de ondergrondse archeologisch site van de Sint-Pieterskathedraal bezochten. Wat een magnifieke site. Mijn vriend en ik hebben op onze reizen al veel gelijkaardige sites bezocht, maar die vielen in het niets bij de rijkdom en uitgestrektheid van de archeologische overblijfselen onder de kathedraal van Genève. De overblijfselen gaan terug tot de derde eeuw voor Christus. Zo blijkt dat de kathedraal gebouwd is op overblijfselen van een graf van een heidens stamhoofd wat aanleiding gaf tot een dodencultus die het overleden stamhoofd vereerde. Onder de vloer van de huidige kathedraal zijn sporen terug te vinden van een hele reeks vroegere kerkgebouwen die een mooi inzicht bieden in de vroege Christelijke geschiedenis. In de voormalige ontvangstruimte van de bisschop bleef een prachtig stuk mozaïek uit de 5de eeuw bewaard. De archeologisch overblijfselen zijn van de nodige uitleg voorzien en via filmpjes wordt het werk van de archeologen toegelicht. Ik was bijzonder onder de indruk van deze site, een absolute aanrader.

Na het bezoek aan de archeologische site liepen we de kathedraal in om de mooie glasramen en overdadige decoratie van de Chapelle des Maccabées in het daglicht te kunnen bewonderen. Daarna beklommen we de toren van de kathedraal om te genieten van het uitzicht op Genève. Helaas zagen we in de verte bij de bergen donkere wolken samenpakken. Op onze laatste dag in Genève lieten de weergoden het afweten. Gelukkig bleef het droog tot we weer op de begane grond stonden.

We zochten een plekje om te eten en belandden in Au Carnivore waar mijn vriend een heerlijke eend at en ik een stoofpotje van wild in een interieur dat me aan vroeger tijden deed terugdenken.

Na de maaltijd wandelden we naar de aanlegsteiger van de sight seeing boten. We konden toch niet naar een stad aan het water gaan zonder een boottochtje te doen, zeker! We hadden in het begin van onze trip gepland het boottochtje te doen op de laatste dag van ons bezoek, wat achteraf bezien niet zo’n goede keuze was. Tegen dat wij goed en wel op de boot zaten, goot het pijpenstelen en viel er van het zo geroemde uitzicht op de Mont Blanc niets meer te bespeuren. Alle bergen rondom het meer gingen schuilen achter een dicht wolkendek. Echt zonde. Ik kan me voorstellen dat bij heldere hemel dit tochtje erg leuk is, maar nu was er niet veel aan. We gebruikten het tochtje dan maar om te bekijken waar we onze laatste uren in Genève zouden doorbrengen. Een warm en droog museum leek ons wel wat, liefst niet te ver van ons hotel waar we onze valiezen nog moesten ophalen.

Een bijzonder natte wandeling bracht ons naar het Musée d’art et d’histoire. We waren allebei goed nat en ons humeur was een beetje gezakt. De vaste collectie in het museum kon me maar matig bekoren, gelukkig was er toevallig een tijdelijke expositie over Picasso gezien door de lens van de fotograaf David Douglas Duncan. Deze expositie was meer mijn ding. In een boeiende documentaire vertelde de fotograaf hoe de foto’s van Picasso tot stand gebracht waren en in de expositie vielen al deze foto’s van dichtbij te bekijken. Een selectie van de vele kunstwerken op de foto’s waren naar het museum gehaald, waardoor foto’s en kunstwerken mekaar aanvulden. Heel knappe expositie!

Onze laatste herinnering aan Genève was een uitgeregende busrit naar de luchthaven en een veel te duur wokgerecht op de luchthaven. Door het slechte weer eindigde ons bezoek een beetje in mineur, maar buiten dat was Genève echt de moeite van een bezoek waard. Een aangename kennismaking met een stad die veel te bieden heeft.

Genève – 3 november 2012

Hoe het eerste deel van onze dag verliep lees je hier.

‘s Middags hadden we afgesproken met onze vrienden in de Manor, zowat de Geneefse Inno. Uiteraard konden we het niet laten om op de afdeling met de kerstartikelen een kerstbal te kopen voor onze Belgische vriendin die kersballen uit de ganse wereld verzamelt. Plaats van afspraak was het restaurant van de Manor, een self-service restaurant met een bijzonder uitgebreid aanbod van voorgerechten, hoofdschotels tot desserts. Je kon er zelfs huisgemaakte smoothies krijgen. Maar druk, niet te doen. En als je niet goed weet aan welke toog wat te krijgen valt, dan loop je een beetje verloren in de massa. Gevolg: onze vrienden hadden hun lunch al ongeveer achter de kiezen toen wij aan hun tafeltje bijschoven met ons middagmaal. Het eten was lekker en naar Geneefse normen goedkoop, alleen was de omgeving te druk en te ongezellig voor mij. Maar wie snel wil lunchen om verder te shoppen, komt hier beslist aan zijn trekken.

We kochten in de Manor nog wat chocolade als souvenir, want Zwitsers zijn al even trots op hun chocolade als wij Belgen. Om ons een idee te geven van de rijkdom van de Geneefse inwoners namen onze vrienden ons mee naar één van de chicste shoppingcentra van de stad: de Globus. Wie op zoek is naar luxe, komt hier zeker aan zijn trekken. Ons schrikten de hoge prijskaartjes genoeg af om het bij kijken alleen te houden.

Vervolgens wandelden we naar het stadhuis in de Oude Stad, daterend uit de 15de eeuw. Het stadhuis zelf valt niet te bezoeken, maar de architectuur is wel de moeite. We wandelden de trappenhal langs de binnenplaats naar boven voor een paar fotootjes en bezochten daarna aan de overkant van de straat het staatsarchief dat toevallig net die dag een opendeurdag hield. Je kon er een tentoonstelling over de scouts bekijken (niet echt iets voor mij, jeugdbewegingen zijn mijn ding niet), gelukkig was er ook een kleine tentoonstelling met stukken uit privé-archieven die aan het staatsarchief werden overgedragen. Die laatste tentoonstelling sprak me heel wat meer aan: oude foto-albums, brieven en postkaarten boden een interessante blik op het leven enkele decennia geleden. We mochten alle tentoongestelde stukken doorbladeren op voorwaarde dat we van die witte rubberen handschoentjes aandeden. Gevolg: we hingen helemaal vol met talk toen we buiten kwamen.

Daarna brachten onze vrienden ons naar Maison Tavel, een historisch gebouw dat na een brand in de 14de eeuw heropgebouwd werd en in de loop der eeuwen drastische veranderingen onderging. Nu is er een museum in ondergebracht gewijd aan de geschiedenis van Genève. Genève begon als een Romeinse nederzetting gelegen aan de rand van het Romeinse rijk op een strategisch belangrijke plek. Hét topstuk van het museum is ongetwijfeld de maquette van Auguste Magnin, die maar liefst 18 jaar werkte aan zijn nostalgische maquette van het Genève uit de jaren 1850. De maquette dateert uit 1896 en meet 7,20 op 5,65m. Ze toont een Genève dat in 1850 nog volledig omringd werd door versterkte omwallingen. De omwallingen moesten plaats maken voor de uitbreiding en modernisering van de stad. Om het half uur of zo wordt een film vertoond over de maquette en de geschiedenis van Genève, de moeite om even op te wachten.

De rest van het museum bevat een allegaartje aan voorwerpen uit het dagelijkse leven en architecturale elementen. Zo is een deel van de oorspronkelijke decoratie van het huis er te bezichtigen en is er een kamer met alleen maar deuren. Op het gelijkvloers was een splinternieuwe animatie te bekijken waarbij via projectie op het reliëf van Genève de groei van de stad uit de doeken gedaan werd. Knap gedaan en qua techniek vergelijkbaar met de animatie die we in het In Flanders Field museum zagen.

We waren langer in Maison Tavel gebleven dan verwacht, want toen we buiten stapten was de avond al gevallen. We dronken een warme chocomelk en wandelden daarna nog wat rond in de smalle en sfeervol verlichte straatjes van de Oude Stad. Voor ons avondmaal belandden we in het gezellige Demi Lune Café. We hadden geluk dat er nog net plek voor vier mensen én een kinderwagen was. Ik had een heerlijke champignonragout. Na het avondmaal namen we afscheid van onze vrienden, want de baby had er duidelijk genoeg van.

Mijn vriend en ik eindigden de avond romantisch met z’n tweetjes in La Tour du Molard, een ronduit geweldige wijnbar in een prachtig historisch kader, waar ik een glas zoete rode dessertwijn dronk waar ik helemaal vrolijk van werd.