18 oktober: Batu Caves en nightlife

Aan het ontbijt spraken we verder af met het koppel dat we de dag voordien tijdens de after party hadden leren kennen. Eerst wilde ik met de trein naar de Batu Caves gaan, maar om het treinstation te bereiken, moesten we eerst tien minuten stappen naar het dichtstbijzijnde metrostation en dan nog een flink stuk de metro nemen. Onze nieuwe vrienden en hun slimme achtjarige dochter hadden echter tickets om die dag om 15u de Petronas Twin Towers te bezoeken. Het leek ons makkelijker en sneller om gewoon de taxi te nemen.

De behulpzame bedienden van ons hotel zorgden voor een busje waar we met z’n vijven in konden en we vertrokken met een blij gemoed naar de Batu Caves. Onderweg leerden we het koppel beter kennen. Zij was geboren in Sri Lanka, was tijdens haar jeugd verhuisd naar Londen, had na haar huwelijk in de golfstaten gewoond en nu leefden ze met heel het gezien in Jakarta. Zij had haar HR-job opgegeven om voor haar dochter te zorgen, omdat haar echtgenoot daarop stond en het was duidelijk dat haar dochter het middelpunt van haar wereld was. Ik vond het wel een beetje jammer dat zo’n knappe en intelligente vrouw haar job had opgegeven, maar werd gerustgesteld toen ik hoorde dat ze veel vrijwilligerswerk deed en ook balletles gaf (ze was afgestudeerd aan de Royal London Ballet School). Hij was een IT-er afkomstig uit Indonesië die zowat overal ter wereld al gewerkt had, o.a., maar niet uitsluitend in security. En hun dochter was duidelijk hoogbegaafd. Zo’n slim en beleefd meisje. Ongelooflijk.

Ik voelde me wel een beetje saai, in vergelijking met hun globetrottende levensstijl. Het lijkt me geweldig om een tijd in het buitenland te wonen, je helemaal te kunnen onderdompelen in een nieuwe wereld, een nieuwe taal onder de knie te krijgen (want, we moeten daar eerlijk in zijn, door één keer per week een paar uurtjes les aan het CLT te volgen, zal je een taal nooit écht beheersen). Wat is de wereld groot en wat heb ik nog maar een klein stukje van die wereld gezien! En wat heb ik een weinig avontuurlijke jeugd gehad, daar onder die Limburgse kerktoren…

De Batu Caves zijn een groot grottencomplex en één van de populairste attracties  in de buurt van KL. De grotten werden wereldberoemd toen de Amerikaanse naturalist William Hornaday ze in 1878 ontdekte. Hij was diep onder de indruk van de omvang en de schoonheid van de grootste grot en vergeleek deze met een grote kathedraal. Rond 1895 werd deze grot ingericht als heiligdom, gewijd aan de hindoegod Heer Murugan. Al snel werden de grotten het belangrijkste bedevaartsoord van Maleisische hindoes.

De ingang van de grotten wordt gedomineerd door een 43 m hoog gouden beeld van Heer Murugan. Het beeld alleen al is de moeite om ervoor naar de grotten af te zakken. Maar dan begint het pas. 272 treden brachten ons naar de Cathedral Cave, 100 m hoog en gedeeltelijk verlicht door lichtbundels die door gaten in het dak schenen. Een extra attractie vormden de makaken die zich duidelijk er goed thuis voelden in de grotten en op de trappen. De beestjes hadden totaal geen schrik van ons en zagen er heel aaibaar uit. Toch vermeden we de dieren aan te raken, want die tandjes zagen er erg scherp uit en het blijven wilde beesten.

 

Onder de Cathedral Cave lag de Dark Cave waar de Malaysian Nature Society op regelmatige tijdstippen rondleidingen organiseerde. Mijn vriend en ik wilden graag de grotten in trekken, maar ik zag dat ons vrouwelijk gezelschap aarzelde. Het dan maar tactisch gespeeld en de dochter gevraagd: “Zou jij het niet cool vinden om de grotten te bezoeken?” Natuurlijk was het antwoord ja. 😉 En toen moest de mama wel mee. Het werd een interessante tocht waarbij de nadruk lag op het geven van informatie over de unieke diersoorten die hier onder de grond leefden. We kregen allemaal een klein zaklampje en dat was echt wel nodig, want op sommige plekken was het pikdonker. We werden extra op het hart gedrukt om de zaklamp niet naar boven te schijnen: we zouden de vleermuizen wel eens kunnen opschrikken en niemand wil vleermuizenpoep op zijn kop krijgen.

Die vleermuizenpoep is trouwens een essentieel onderdeel van het ecosysteem van de grotten. Guano is een rijke voedingsbodem voor heel wat kleine diertjes. En die kleine diertjes zijn op hun beurt dan weer voedsel voor grotere dieren. Aangezien de vleermuizen de enige dieren zijn die de grotten verlaten, zijn zij de enige die energie uit de buitenwereld mee naar binnen brengen. Neem de vleermuizen weg en het leven in de grotten sterft uit.

We zagen tijdens onze tocht spinnen, kakkerlakken, duizendpoten, vleermuizen, een hond die al ettelijke jaren in de grotten leefde, maar helaas geen slang. Blijkbaar kom ik enkel slangen tegen als ik er niet op beducht ben.

De immense grotten die door de kracht van het water werden uitgeslepen waren écht de moeite. Zeker niet overslaan als je de Batu Caves bezoekt, het is het inkomgeld meer dan waard! De schoonheid van de natuur, daar kan geen enkele tempel tegenop…

Toen we terug buiten in het zonlicht stonden, bekende onze nieuwe vriendin dat ze het op sommige momenten echt benauwd had gehad. Toch knap dat ze niet rechtsomkeer gemaakt heeft en haar angst overwon om deze tocht samen met ons te beleven. Ik denk wel dat ze de helm die we uit veiligheidsoverwegingen moesten opzetten een beetje vies vond, want ze haalde snel hand sanitizer boven en deelde die maar al te graag met ons. We durfden niet echt weigeren. 😉

Een taxi voor vijf personen vinden om ons terug te brengen naar KL bleek echter minder voor de hand te liggen. Na een beetje rondgevraagd te hebben en ook tevergeefs Myteksi geprobeerd te hebben, besloten we ons dan maar op te splitsen. We dankten ons gezelschap voor de fijne tijd en beloofden elkaar de volgende dag (onze laatste al) bij het ontbijt terug te zien.

We vroegen aan de taxichauffeur om ons af te zetten bij de Petronas Twin Towers, want we wilden graag de food court daar proberen. Rond twintig na twee waren we op onze bestemming, mijn maag rommelde al flink. Gelukkig betekent een food court gegarandeerd snel eten. Ik ging voor een sizzler met noodles en kip, terwijl mijn vriend niet kon weerstaan aan de verleiding en een plaatselijke hamburgerketen uittestte. Het was blijkbaar een erg populaire keten, want mijn eten was al op tegen dat hij met zijn hamburgers aan mijn tafeltje bijschoof.

Ondertussen was het verschrikkelijk hard beginnen regenen, dus bleven we even in het winkelcentrum rondhangen tot de bui over was. We kochten allebei een smoothie en boy, dat moet zowat de beste smoothie zijn die ik in mijn leven gedronken heb. Banaan en chocolade, een hemelse combinatie.

Toen de hemelsluizen eindelijk dichtgingen, namen we de metro naar China Town. Ik wilde mijn vriend graag de Hindoetempel laten zien die ik één van de vorige dagen bezocht had en hem een beetje de sfeer van China Town laten opsnuiven. Uit nader onderzoek van mijn reisgids bleek ook dat ik in die buurt enkele tempels had overgeslagen. Shame on me! Dus bezochten we samen de Sin Sze Si Ya Temple, verstopt in een nauw straatje en gebouwd in een vreemde hoek ten opzichte van de straat, wellicht om de principes van de feng shui te respecteren. Een beetje een bizarre plek die voor een deel volgestouwd was met rommel.

We liepen verder langs de Sri Maha Mariamman Temple naar de Chan See Shu Yuen Temple. In onze reisgids zag dit er een veelbelovende tempel uit met mooie friezen. Helaas is de tempel erg in verval geraakt. Hier en daar vingen we nog wel een glimp op van de vroegere pracht en praal van de tempel, maar als men niet dringend aan de restauratie begint, dreigt dit alles verloren te gaan.

Ondertussen was het ongeveer vijf uur in de namiddag. We liepen terug naar China Town terwijl boven onze hoofden (alweer) een gigantisch onweer losbrak. We geraakten min of meer droog in het overdekte stuk van China Town, waar de verkopers druk bezig waren al hun waren uit te stallen voor de avondrush. Mijn vriend vond het verschrikkelijk: die drukte, al die kleine kraampjes volgestouwd met rommel, de verkopers die ons elke meter aanspraken. Dus besloten we er maar de brui aan te geven en met de metro naar ons hotel terug te keren.

Terug in het hotel trokken we onze badkledij aan en gingen we een paar baantjes zwemmen in het zwembad. Het bleef ondertussen stevig regenen, wat best wel voor een bijzondere sfeer zorgde bij het zwembad. De strandstoelen waren leeg en we hadden het zwembad bijna helemaal voor ons alleen. Romantisch! De eerste keer in mijn leven dat ik gezwommen heb in de regen.

We waren oorspronkelijk van plan rond half zeven naar de Twin Towers terug te gaan omdat deze volledig in het roze verlicht zouden worden als sensibiliseringsactie rond borstkanker. Er zou ook een 3D laser show plaatsvinden, maar met al de nattigheid die uit de hemel viel, besloten we dat maar te skippen.

Na onze zwempartij namen we op ons gemak een douche en genoten van elkaar. Pas rond half tien kregen we een beetje honger. We besloten een gebakje te gaan eten in het  hotel. Ik had een chocoladetiramisubol. Niet dat ik veel tiramisu proefde, maar hey, chocolade, need I say more. :-)

We hadden ondertussen een berichtje gekregen van de twee heren waarmee we in Singapore hadden opgetrokken dat ze in een bar Highland Park zaten te drinken. Een gloednieuwe bar die Drink University heette, dat moesten we natuurlijk proberen. Eerlijk, de whisky was lekker (uiteraard), maar de bar viel tegen. Bijna geen volk, het was er ijskoud, de muziek stond veel te luid, wat ok geweest zou zijn als er gedanst werd, maar er werd niet gedanst. Zelfs de hoertjes (mannelijk en vrouwelijk) zaten zich te vervelen op hun stoel. Eén van de hoertjes probeerde een paar keer bij ons groepje, maar ze ving telkens bot.

Toen de fles leeg was, besloten we op te krassen. Een bar zonder volk op een vrijdagavond, dat is geen goed teken. Heer nummer één vond het welletjes (waarschijnlijk was hij de reclame van heer nummer 2 voor de diensten van de Aziatische hoertjes beu) en wij beslisten nog ergens anders iets te gaan drinken. We vonden een terrasje waar ik een daiquiri bestelde en waar we het af- en aankomen van de hoertjes en hun klanten in de love hotels konden gadeslaan. Ik snap dat de meeste vrouwen die deze job uitoefenen weinig keuze hebben, maar het blijft een vreemd concept voor mij: betalen voor seks.

Rond half twee namen we afscheid en liepen mijn vriend en ik terug naar het hotel. De nachtelijke temperaturen waren erg aangenaam en in de verte zagen we de roze verlichte torens. Ik keek ernaar uit om de roze torens te fotograferen. Deden ze toch wel net de lichten uit toen mijn vriend en ik nog maar vijf minuten stappen verwijderd waren. Qua slechte timing kon dit tellen. Doodjammer. En een reden om eens goed te vloeken.

17 oktober: Tweede conferentiedag

Te vroeg gejuicht, want een mindere nacht vandaag. Gelukkig was daar freshly squeezed honey dew juice om wat extra vitamientjes op te doen. Man, dit ontbijt ga ik toch wel missen als we terug in België zijn.

Op naar de keynote van Joe Sullivan (CSO van Facebook) en meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om tijdens de pauze was Facebook swag mee te nemen: twee t-shirts en twee pennen. Ik was toch al een tijdje op zoek naar een nieuw squash-t-shirt. Ik installeerde ook de MyTeksi app waarvoor reclame gemaakt werd tijdens de conferentie, maar moest wel even de hulp van de vriendelijke medewerker aan het MyTeksi standje inroepen, want ik ontving geen activatiecode via sms.

Na de pauze nam ik de benen en probeerde ik meteen mijn nieuwe app uit. Supermakkelijk: je geeft in op welke locatie je staat te wachten en naar welke plek je wil gebracht worden en een vijf à tiental minuten later komt er een taxi aan. De applicatie zegt je wat het nummerplaat is van de taxi, zodat je hem makkelijk kan herkennen en geeft je meteen een fotootje van de chauffeur mee. Eens in de taxi is de chauffeur verplicht om de meter te gebruiken en om te voorkomen dat hij rondjes zou rijden of zo, kan je je rit delen op Facebook of twitter of zelfs via sms.

Onderweg had ik een kleine spraakverwarring met de taxichauffeur. Hij vroeg iets over Petronas. En ik zeg: jaja, daar ben ik al geweest, terwijl de arme man zijn best deed om aan mij te vragen of hij mocht gaan tanken. Dat heeft hij dan maar gedaan zonder mijn toestemming. Toen we het tankstation binnenreden, realiseerde ik mij dat het een misverstand was.

Omdat ik nu toch een toch een taxi ter mijner beschikking had, besloot ik maar ineens voor één van de verst mogelijke locaties te gaan: de Thean Hou Temple. En wat een goeie keuze! De zon was uit in full force, het was écht heet, maar de fantastische locatie maakte de hitte draaglijk. De Chinese Thean Hou Temple telt drie verdiepingen en ligt op een heuvel waardoor het uitzicht op de rest van de stad fabuleus is. De tempel bevat zowel boeddhistische als taoïstische beelden, maar het is vooral het prachtige dak versierd met gouden draken en feniksen dat de hoofdprijs wegkaapt. Fenomenaal.

Ik nam ruim de tijd om de tempel te bekijken en twijfelde even of ik iets zou eten in de food court onder de tempel (die Chinezen, het zijn toch praktische mensen), maar ik had nog niet veel honger en het was er een beetje doods, dus ik bestelde opnieuw een taxi via MyTeksi en kijk, nog geen vijf minuten later werd ik opgepikt en liet ik me naar het Islamic Arts Museum brengen.

Daar aangekomen begon mijn maag toch een beetje te grommelen. Ik kocht mijn toegangsticket, liet mijn fototoestelrugzak in de lockers achter (verboden foto’s te nemen) en ging naar het café-restaurant in het museum op zoek naar een kleine hap. Ik wilde graag een stukje taart of een kom soep, iets kleins, maar ‘s middags bood het restaurant enkel een vrij dure buffetformule aan. Ik hield het dan maar op een mango lassi om de honger een beetje te temperen en begon aan mijn verkenning van het museum.

Het witte, modern ogende Islamic Arts Museum is echt een aanrader. De architectuur is prachtig en rustgevend, met veel ruimte en een schitterende binnenkoer. Hét opvallendste kenmerk zijn de vijf prachtig versierde koepels van Oezbeekse vaklieden binnenin. Zelfs al zou het museum leeg zijn, dan nog is het gebouw op zich de moeite waard. Maar de collectie is gelukkig ook geweldig: met meer dan 7000 voorwerpen is het de grootste collectie van islamitische voorwerpen in  Zuidoost-Azië. Ik was ook erg benieuwd naar het uitzicht vanaf het dakterras op de Masjid Negara vlakbij. Jammer genoeg waren de tegeltjes op het terras net heraangelegd en was het terras om die reden afgesloten. Gelukkig kon ik wel via de vensters een blik naar buiten werpen en enkele fotootjes tussen de lamellen door nemen.

Enige nadeel: het was werkelijk ijskoud in het museum. Ik denk achttien graden of zoiets. Op een gegeven moment vreesde ik dat mijn lippen blauw zouden uitslaan van de kou. Zonde, want als het er niet zo koud was geweest, denk ik dat ik er meer tijd in had doorgebracht. De collectie was dan ook erg divers, al had ik bij sommige voorwerpen het gevoel dat het label “moslimkunst” niet geheel terecht werd toegekend en dat het eerder om kunstvoorwerpen uit een bepaalde regio ging, die toevallig islamitisch was. Nuja, het is natuurlijk moeilijk de grens te trekken.

Ook heel erg boeiend: de maquettes van moskeeën over de ganse wereld. Zo stonden er een o.a. een fantastische maquette van de Taj Mahal, de Grote Moskee van Mekka en de Sultan Ahmed Moskee in Istanboel, maar ook moskeeën uit China waren vertegenwoordigd.

Enkele crappy iphone foto’s:

Rond vier uur stond ik terug buiten en twijfelde ik wat ik verder nog zou doen. Terwijl ik in de richting van de Masjid Negara stapte, stopte er spontaan iemand om mij een lift aan te bieden (stappende mensen, laat staan vrouwen, ze zijn dat hier duidelijk niet gewoon). Ik sloeg vriendelijk het aanbod af en ging op een bankje in de schaduw bij de moskee zitten. Ik probeerde via MyTeksi een een taxi op te roepen, maar het lukte niet. Blijkbaar waren alle taxi’s bezet of te ver uit de buurt. Ik zat wat te bladeren in mijn gids en me af te vragen wat ik vervolgens zou doen, toen een man mij aansprak die op een bankje tegenover mij zat. Hij vroeg me waarnaar ik op zoek was en ik zei hem dat ik probeerde een taxi te bestellen. Hij legde me uit dat taxi’s op deze plek bijna allemaal zonder meter reden en dat ik best wat verder door zou stappen, waar er een taxistandplaats was.

Ik bedankte hem voor het advies en ging op weg. Ik was nog maar een paar honderd meter verder of dezelfde man, ondertussen voorzien van een wagen, stopte naast me met de vraag of hij me een lift moest aanbieden. Hoewel hij er best vriendelijk en betrouwbaar uitzag, herinnerde ik mij het advies van mijn mama maar al te goed: “Nooit met vreemde mannen meegaan!”  Dus bedankte ik hem vriendelijk en zei hem dat ik besloten had het kleine stukje naar Merdeka Square te stappen. Uiteindelijk was dat niet zo heel ver en ondertussen was het alweer betrokken waardoor de hitte draaglijker was.

Bij Merdeka Square ging ik een klein beetje ondergronds om een shopping mall te verkennen, maar buiten wat zeer mooie graffiti was het daar nogal doods. Ik had heel veel honger ondertussen, die mango lassi was al lang verteerd, maar vond niet zo dadelijk iets om te eten.

Ik besloot het taxiplan dan maar te laten voor wat het was en de metro te nemen vlakbij Masjid Jamek. Ik was eerst per ongeluk in het treinstation terechtgekomen ipv in het metrostation. Gelukkig was er een ongelooflijke boertige vrouwelijke loketbediende om mij op onvriendelijke wijze de juiste richting aan te wijzen. Ik kocht een supergoedkoop kaartje voor de metro, probeerde mijn rammelende maag te negeren en vond mezelf heel erg dom omdat ik niets had gegeten in de Chinese food court.

Ik stapte af in KLCC, waar ik onmiddellijk twee gebakjes kocht die ongelooflijk lekker smaakten. Toen ik dan eindelijk in het hotel geraakt was, was de afsluitende keynote van Richard Thieme al begonnen. Een afsluitende keynote over UFO’s, what’s not to like? Wel, eerlijk, ik vond het een hoop conspiracy theories bij mekaar. Volgens Thieme zou de overheid systematisch bewijsmateriaal over het bestaan van UFO’s achterhouden voor het grote publiek. Ik vond het maar een zwakke afsluiter voor een conferentie over een zo actueel topic als security.

We maakten ons het na de conferentie niet al te moeilijk en gingen gewoon iets eten in het buffetrestaurant van ons hotel. Mijn persoonlijke maître d’hôtel kwam me bij elk gerecht uitleg geven en zo probeerde ik weer eens wat nieuwe plaatselijke specialiteiten. Leuk!

‘s Avonds hadden we ons ingeschreven voor de after party van de conferentie in de trendy bar Marini’s on 57. Zoals de naam doet vermoeden, bevindt deze bar zich op de 57ste verdieping, maar de usp van deze bar is zonder twijfel het fantastische uitzicht op de Petronas Twin Towers. Uiteraard waren fototoestellen niet toegelaten, maar ik nam toch snel een fotootje met mijn iphone.

Tijdens de party raakten we aan de praat met een superleuk koppel uit Djakarta, die ook in ons hotel verbleven, samen met hun dochter. Het klikte meteen en tegen het einde van de avond hadden we besloten de volgende dag samen een uitstapje te maken naar de Batu Caves. En oja, we waren altijd welkom in Djakarta. Van die uitnodiging gaan we zeker nog gebruik maken!

16 oktober 2013: Eerste conferentiedag

Ontbeten met een heerlijk noedelsoepje! Geproefd van de rijstporridge (toch niet mijn ding, zelfs al meng ik er een heel assortiment aan zoute toevoegingen door), de rambutan en de zeekokosnoot. Helemaal klaar om erin te vliegen op de eerste dag van de Hack In The Box conferentie. Ik zal maar direct open kaart spelen: in mijn huidige functie kom ik nog bitter weinig met IT in aanraking, maar ik heb wel een IT-gerelateerd diploma op zak en ik interesseer me nog steeds in IT-topics, al heb ik mij nooit gespecialiseerd in IT security. Ik vreesde eerlijk gezegd dat ik niet veel aan de talks op de conferentie zou hebben, maar wou het toch een kans geven en zeker de keynotes bijwonen, omdat deze meestal minder in de details gaan.

En zowaar, Andy Ellis, CSO van Akamai, bleek een erg goeie spreker te zijn die een verhaal bracht dat ik tot mijn eigen verbazing van A tot Z kon volgen en zelfs niet veel nieuws bracht voor mij. Helemaal enthousiast door dit eerste succesje, besloot ik me na de koffiepauze (met zalige chocolat chip cookies) aan de presentatie over security flaws in vessel tracking systems te wagen. De heren die de presentatie gaven, hadden zich voor de gelegenheid uitgedost als kapiteins en hun presentatie sprak tot de verbeelding. Ze waren er bvb in geslaagd om te faken dat een gigantische tanker opeens ergens in een meer in het binnenland van de USA lag. Boeiende presentatie over toch wel een heikel onderwerp. Laat ons hopen dat er niet te veel mensen met slechte bedoelingen in de zaal waren, want ik kan me goed voorstellen dat de zwakheden in de vessel trackings systems misbruikt kunnen worden om serieus wat miserie te veroorzaken.

Daarna ging ik naar een presentatie met de ronkende titel: “Using Online Activity as Digital DNA to Create a Better Spear Phisher”. De titel was meteen ook het enige begrijpbare aan de presentatie. Ik dacht dat ik ondertussen al wat gewoon was, maar het Engels dat de presenterende Braziliaan sprak, was ronduit desastreus. Onverstaanbaar. Gelukkig had ik mijn laptop bij. 😉

Tijdens de lunchbreak werden we onthaald op een zeer uitgebreid buffet. Nét iets beter dan de obligate broodjes. 😉 Het eten smaakte en we hadden het geluk dat twee coole gasten van The Open Organisation Of Lockpickers bij ons aan tafel schoven. Ze waren nog een beetje jetlagged, maar het klikte meteen en ze drukten ons op het hart dat we zeker langs hun stand moesten komen later op de dag. Eén van de lock picking guys vertelde een werkelijk hilarisch verhaal over zijn bezoek aan een Brusselse puzzle winkel. Omdat we zo fijn aan het babbelen waren, hadden we de tijd een beetje uit het oog verloren en waren de namiddagsessies al gestart.

We zochten ergens een plekje in de presentatie over malware, maar mijn aandacht kon ik er niet echt meer bijhouden. De presentatie was niet zo denderend en we besloten vroeger de zaal te verlaten om met de Lock picking guys te gaan babbelen. Aan de Toool stand kregen we een uiteenzetting over handboeien en dan vooral over hoe uit handboeien te geraken. Eigenlijk is de werking van handboeien gebaseerd op een erg eenvoudig principe en eens je weet hoe dit ineen zit, is het een fluitje van een cent om uit een set handboeien te geraken. Ik mocht dat even zelf uitproberen en het lukte probleemloos. Mijn vriend had de handboeien echter te strak aangedaan waardoor de methode waarbij een dun metalen plaatje tussen de tanden van het mechanisme geschoven moest worden, niet meer werkte. Ze zijn hem moeten komen bevrijden met het sleuteltje. :-) Als dank voor ons enthousiasme kregen we allebei een prachtige donkerblauwe tovenaarshoed opgezet met zilveren sterren.

Laat me zeggen dat, indien ik voordien nog niet genoeg opviel in een overwegend mannelijk en Aziatisch publiek, dit door mijn nieuwe hoofddeksel nu zeker het geval was. 😉 Ik had alleszins niet verwacht mij zo goed te amuseren op deze conferentie. En dat de wereld klein was, bleek nogmaals toen een Belgische vriend liet weten dat hij met één van de kapende kapiteins samen een paper geschreven had. Even snel de groetjes gaan doen en een foto gemaakt voor het thuisfront.

Spijtig genoeg hebben mijn vriend en ik ergens een verkoudheid opgedaan, die zich in mijn geval manifesteerde in een erg vervelende druipnuis en in mijn vriend zijn geval in een ambetante hoest. Nu, het was minder erg dan de verkoudheid in Schotland: mijn nachtrust leed er niet onder, dus echt veel last had ik er niet van. Ik moest er alleen op letten voldoende papieren zakdoekjes bij te hebben. Eén van de Belgen waarmee we ook in Singapore op stap waren geweest, had het erger te pakken: die voelde zich te ziek om de conferentie bij te wonen. Ik verdenk hem ervan ons aangestoken te hebben!

Toen de laatste talks van de dag begonnen, hield ik het voor bekeken en ging ik aan het zwembad liggen. Een mens moet nu ook weer niet overdrijven, he. 😉

Toen de laatste talk afgelopen was, kwam mijn vriend me daar vervoegen en vertrokken we (na een snelle douche) richting de Petronas Twin Towers. Hij had deze torens nog niet gezien sinds onze aankomst, hoog tijd om daar verandering in te brengen. Uiteindelijk was het maar een dikke tien minuten lopen vanaf ons hotel. De torens by night waren alleszins de moeite. We genoten van het schouwspel en gingen daarna op zoek naar iets kleins om te eten, want het buffet en al de hapjes overdag waren nogal overdadig geweest.

En we vonden een ideale plek om de kleine avondlijke gaatjes te vullen: een conveyor belt sushi! Je kiest net zoveel sushi als je wil en betaalt gewoon per portie. De sushi was niet om van achterover te vallen (een beetje te veel mayonaise-varianten naar mijn goesting), maar we aten zeker lekker én goedkoop bij de KLCC Sushi King.

Terug in het hotel probeerde ik tevergeefs nog eens wat foto’s op te laden naar mijn flickr-account. We hadden speciaal voor dat doel een snellere internetconnectie aangeschaft, maar helaas, er moet een limiet gestaan hebben op het uploaden, want ik slaagde er gewoonweg niet in om ook maar één foto online te krijgen. Ook hier weer scoorde Singapore beter. We konden daar zelfs foto’s opladen via de 4G mifi!

15 oktober: Chinese tempel, Petronas Towers, KL Tower, Merdeka Square

Voor de eerste keer in mijn leven met roti canai, een typisch Maleisisch gerecht, ontbeten. Roti Canai lijkt op nog het meeste op naan en wordt warm geserveerd met curry of dahl. Meer dan meel, zout, water en olie heb je trouwens niet nodig om dit brood te maken. Heerlijk!

Na afscheid genomen te hebben van mijn ijverige vriend, trok ik opnieuw in mijn eentje de stad in. Ik had even geen zin om weer de hop-on hop-off bus te nemen en besloot een beetje te stappen. Als ik het beu zou worden, kon ik nog altijd een ander vervoermiddel nemen.

Ik begon mijn tocht in de Chinese tempel vlakbij ons hotel. Alweer een schitterende tempel met een overdaad aan goud en fantastische boeddhabeelden. Ik wandelde verder en tien minuten later stond ik in KLCC shopping mall, het winkelcentrum in hét bekendste gebouw van gans Maleisië: de Petronas Twin Towers. KLCC zit tjsokvol chique boutiques met merkkledij. Ze hebben er zelfs een Patek Philippe shop! Niet dat ik over het budget beschik om daar iets te kopen. 😉 Ik kocht me er wel een eivormig zacht chocoladegebakje dat de toepasselijke naam chocolat velvet droeg en dat even lekker was als de naam deed vermoeden.

Ik liet het shopping center voor wat het was en begaf me naar de voorkant van de befaamde torens. Dé toeristische attractie van KL. Letterlijk íedereen wil op de foto met de Twin Towers op de achtergrond . En ja, de voormalige hoogste torens ter wereld zijn bepaald indrukwekkend met hun 88 verdiepingen en een hoogte van 452 m. De torens zijn ontworpen door de Argentijnse architect Ceasar Pelli en werden voltooid in 1998. De architectuur van de torens, met de achtkantige ster van het grondplan, weerspiegelen de islamitische beginselen van eenheid en harmonie.

Het was bewolkt en daardoor was de temperatuur vrij draaglijk, dus wandelde ik verder naar het Malaysian Tourism Information Complex. Het grootste toeristenbureau van Kuala Lumpur is gehuisvest in een imposant koloniaal herenhuis dat in 1935 gebouwd werd op de plaats van een oude ramboetanboomgaard. Het huis dat oorspronkelijk de woning was van Eu Tong Seng, een vermogende Chinese tin- en rubberhandelaar, werd tijdens WOII achtereenvolgens ingenomen door het Britse en het Japanse leger. Het was er nogal doods, maar het contrast tussen de architectuur van dit voormalig herenhuis en de Petrona Twin Towers op de achtergrond was wel de moeite.

In mijn gidsje zag ik er in dit complex een ‘cacao boutique‘ was, dus ik dacht daar eens snel een kijkje te gaan nemen. Voordat ik er erg in had, kreeg ik een persoonlijke gids/verkoopster toegewezen die mij bij elk item in de winkel uitleg gaf en me van al de verschillende soorten liet proeven. Steeds met de glimlach, uiteraard. Ik kreeg haar gewoon niet afgeschud, waardoor ik me wel verplicht voelde iets te kopen. Ik denk dat ik erin slaagde het allergoedkoopste item in de shop te identificeren (een beertje in melkchocolade) en daarmee buiten te stappen. Want eerlijk, de chocolade was helemaal zo lekker niet en ik had nog een ganse namiddag voor de boeg. Ik mocht er niet aan denken hoe die chocolade eruit zou zien na een paar uurtjes in de Maleisische hitte.

Omdat het wandelen tot nu toe was meegevallen, besloot ik een iets grotere afstand aan te pakken en naar het Merdeka Square, het historische hart van KL, te stappen. Ik geraakte tot aan een kruispunt waar de voetgangerslichten nooit op groen sprongen (echt waar, ik heb zeker drie cyclussen meegemaakt om uiteindelijk samen met de locals door het rood over te steken), toen de geur van uitlaatgassen en de slecht aangelegde voetpaden me te veel werden. Bovendien leek KL één grote bouwwerf te zijn waardoor de omgeving ook niet al te fraai was. Rechtsomkeer dan maar en naar de KL-toren, met zijn 421 m de zevende hoogste toren in de wereld.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik een beetje begon te puffen toen ik zag welk een klim er mij te wachten stond naar de voet van de KL-toren. Gelukkig werd ik na een meter of drie onderschept door een politie-agent die mij vriendelijk vroeg waarnaar ik onderweg was. “To the KL-tower, sir!” Waarop hij mij er vriendelijk op attent maakte dat er gratis shuttles waren om de arme voetgangers naar de top van de heuvel te brengen. Ik blij, natuurlijk.

Boven aangekomen werd ik meteen opgevangen door een vriendelijke hostess, die geen moment van mijn zijde week en me begeleidde bij het aankopen van mijn ticket (wilt u naar het hoogste verdiep, uiteraard wil ik naar het hoogste verdiep!) en bij het invullen van mijn formulier waarin ik heilig beloofde niet van de toren te springen en die me vervolgens bij de lift afzette. Het vreemde is dat ik de indruk had dat andere toeristen niet zo’n VIP-behandeling kregen. Was het omdat ik als vrouw alleen op stap was, dat ze meenden dat ik extra assistentie nodig had? Ik zal het nooit weten.

Toen ik met lift op het uitkijkplatform aankwam, moest ik eerst mijn rugzak afgeven. Ik sputterde wat tegen, want ik laat niet graag een rugzak met daarin een stel dure lenzen en mijn portefeuille achter, maar de heren aan de balie bezwoeren mij dat ze erop zouden letten. Het was me niet helemaal duidelijk waarom ik de rugzak niet mocht meenemen, eerst dacht ik dat het was omdat ze vreesden dat ik deze naar beneden zou gooien. Maar dat kan het niet geweest zijn, want ik zag andere mensen met een handtas rondlopen en ik kon evengoed mijn fototoestel naar beneden gooien. Als dat op iemand zijn kop terecht zou komen zou die ook op slag dood zijn. Toen bedacht ik mij dat de hostess beneden iets had gezegd over basejumpers. Misschien dat ze iedereen met een grotere rugzak tegenhielden omdat zo’n rugzak een parachute kan bevatten en iemand op die manier naar beneden zou kunnen springen.

Enfin, het fantastische uitzicht deed me de stank en de voetgangersonvriendelijke straten in één klap vergeten. Waarmee nog maar eens bewezen is dat alles mooier is vanuit de lucht. Zelfs de talkrijke bouwwerven zagen er vanaf deze hoogte geweldig uit. Ik genoot van het uitleg, liet een bewaker een fotootje maken van mij en de Twin Towers en keerde een paar verdiepingen naar beneden om daar vanachter glas opnieuw van een iets ander uitzicht te genieten.

Omdat het al kwart voor twee was, bestelde ik een mee curry in het Rainforest café op het gelijkvloers van de KL Tower. De jongedame achter de toog waarschuwde mij meermaals dat dit gerecht “spicy” was maar ik dacht: “bring it on!” Het was effectief pikant, maar niet zo pikant dat de stoom uit mijn oren kwam. Het smaakte me heel erg!

Na mijn middagmaal liep ik nog even langs de verschillende traditionele woningen aan de voet van de toren en kocht me vervolgens opnieuw een kaartje voor de hop-on hop-off bus. Deze keer zat ik op een bus met een open dak. Veel makkelijker om foto’s te maken, zo’n open dak, al moet je het er wel bijnemen dat je tussen de uitlaatgassen zit. Ik liet me voeren langs dezelfde route als de vorige dag. Waar ik toen amper iets zag door de felle regenbui, kon ik nu profiteren van het open dak en het feit dat ik wat hoger zat om foto’s van de bezienswaardigheden te nemen. Zo stopte de bus even bij Istana Negara (het Nationaal Paleis), de residentie van de koning. Met zijn goudkleurige koepels beschenen door de zon terwijl op de achtergrond de donkere wolken dreigden was dit een prachtig plaatje. Het koningschap is in Maleisië trouwens geen functie voor het leven. Om de vijf jaar wordt er een nieuwe koning gekozen.

Volgend stop: Merdeka Square, het Onafhankelijkheidsplein. Op 31 augustus 1975 werd op deze plek werd de Union Jack definitief vervangen door de Maleisische vlag en riep Maleisië haar onafhankelijkheid uit.  De huidige vlaggenmast zou met zijn 100 m de hoogste vrijstaande vlaggenmast ter wereld zijn. Het rechthoekige grasveld waar vroeger cricketwedstrijden en parades gehouden werden, is omzoomd door historische gebouwen. Mijn persoonlijke favoriet was het Sultan Abdul Samad gebouw dat niet voor niets één van de meest gefotografeerde gebouwen van KL is.

Ik wandelde niets vermoedend de KL City Gallery binnen, in de overtuiging dat dit een toeristisch centrum was waar je wat foldertjes kon krijgen. Maar het was meer dan dat, er was een kleine tentoonstelling die iets meer vertelde over de geschiedenis van de stad en een schitterende maquette die een goed overzicht van de stad bood en al een blik op de toekomst wierp. Heel interessant en volledig gratis. Het hyperpositieve reclamefilmpje over KL moet je er wel bij nemen. Maar goed, eigenlijk was dit alles slechts een voorwendsel om je in de gigantische ARCH shop binnen te lokken, alwaar je (toegegeven) schitterende houtsnedes kon kopen. Het jeukte wel een beetje, maar aangezien we niet meer zoveel vrije plekken aan onze muren hebben, besloot ik de mooie houtsnedes toch maar te laten liggen. En ook de iphone-case konden mij niet in verleiding brengen (leek me te fragiel om een goede bescherming te bieden aan mijn dierbare iphone).

De omgeving van het Merdeka Square beviel me wel en ik wandelde verder naar de Masjid Jamek of Vrijdagmoskee. De Mashid Jamek is de oudste moskee van KL en werd gebouwd in 1909 bij de samenvloeiing van de Klang en Gombak, de plek waar zich rond 1850 de eerste inwijkelingen in de stad vestigden. De avondzon zette alvast haar beste beentje voor om alle gebouwen in een prachtige warme gloed te zetten. En ja, even vond ik KL zowaar een mooie stad.

Ik keerde met de hop-on hop-off bus terug naar het hotel, maar besloot omdat de avondzon zo prachtig scheen één halte verder af te stappen bij de Petronas Twin Towers. Onderweg moest onze bus nog even halt houden om te tanken. Een nogal stinkende ervaring, want ik zat op het open dakverdiep. Het avondlicht zorgde voor mooie foto’s en goedgeluimd keerde ik terug naar het hotel, waar ik ongeveer op hetzelfde moment (18.45u) aankwam als mijn vriend die er alweer een lange cursusdag op had zitten. Natuurlijk was mijn melkchocoladebeertje van de ochtend, dat ik als cadeautje aan mijn vriend wilde geven, helemaal gesmolten, maar goed, niets dat een paar uur opstijven in de koelkast niet kon fixen.

Mijn vriend zag een uitstapje om iets te gaan eten niet echt zitten, dus besloten we het dinner buffet van het hotel eens uit te proberen. Een bijzonder goed idee, want het aanbod was, net als bij het ontbijt bijzonder overvloedig: sushi, oesters, mosselen, salades, gerechten uit de hele wereld, vers fruit, exotische desserts. Eén van de medewerkers van het restaurant overtuigde me een soort rijstpap met durian (een zeer populaire stinkende vrucht) te proberen. Slecht was het niet, maar echt wild werd ik er ook niet van.

We eindigden onze dag in het zwembad van het hotel. Kwestie van toch een gedeelte van al dat lekkere eten te verbranden.

14 oktober: China Town, Masjid Negara, Merdeka Square

Vandaag stonden we wat vroeger op zodat mijn vriend zeker op tijd zou zijn voor zijn eerste cursusdag. Het ontbijtbuffet van ons hotel overtrof alle verwachtingen. Het aanbod was ronduit fenomenaal. Nog nooit gezien: English breakfast (including pancakes), noedelsoepen, dim sum, Indisch ontbijt, Maleisisch ontbijt, Chinees ontbijt, vers fruit in overvloed, yoghurt, ontbijtgranen, verse sappen, ongelooflijk veel beleg en dan vergeet ik nog de helft. Ik maakte me de bedenking dat het een hele pgave zou worden om alles te proeven tijdens onze weekje in dit hotel.

Na het ontbijt nam ik afscheid van mijn vriend en trok ik alleen de weide wereld aka Kuala Lumpur in. Nuja, wat heet alleen, ik was in het goeie gezelschap van mijn iphone, mijn fototoestel en onze gehuurde mifi. Ik beloofde mijn vriend plechtig om regelmatig updates op Facebook te plaatsen om te laten weten dat ik a) niet bestolen was, b) niet verloren verlopen was en c) niet ontvoerd was.

De eerste indruk van Kuala Lumpur was, ik moet daar eerlijk in zijn, niet zo geweldig. Ik had het gevoel dat ik voortdurend uitlaatgassen aan het inademen was en er was me veel te veel verkeer in de straten die duidelijk niet met voetgangers in het achterhoofd ingericht waren. Te voet gaan, schrapte ik dus maar meteen van mijn lijstje.

Gelukkig was er een halte van de hop-on hop-off bus vlakbij het Intercontinental. Ik kocht een kaartje en liet mij geduldig de weg naar de shopping malls en de shopping streets uitleggen, want ja, een vrouw alleen op stap, die moet beslist op zoek zijn naar wat shopvertier.

Ik besloot af te stappen in China Town, omdat ik de sfeer in de straten van China Town in Singapore zo leuk had gevonden. China Town in Kuala Lumpur zag er een stuk minder clean uit en het was duidelijk dat hier heel wat namaakproducten en gekopiëerde cd’s verkocht werden. Ik kwam meteen terecht in een winkel vol met kerstartikelen, toch vond ik tussen al de kitsch geen enkele kerstbal die me geschikt leek voor de mama van mijn petekindje. Lelijke made-in-china kerstballen kan je in België ook kopen.

De sfeer die in de straatjes van China Town hing, vond ik wel aangenaam, enige probleem: als ik zoveel rommel bij mekaar zie, dan kan ik gewoon niets kopen. Volgens mij ook één van de redenen waarom ik zo’n hekel heb aan de solden en ik nog nooit in mijn leven iets heb gekocht op een rommelmarkt, alhoewel ik zo’n markt meestal wel zeer fotogeniek vind.

Omdat het ondertussen al tegen het middaguur liep, besloot ik iets te eten in China Town. Ik stapte een soort kantine-achtige ruimte binnen achter de kraampjes, waar een chaotisch buffet stond opgesteld. Ik zag geen enkele toerist, dus het leek me echt een authentieke eetgelegenheid. Ik kreeg een bord in mijn handen gestopt en schepte à volonté op. Bij het afrekenen kostte dit middagmaal me amper drie euro. Ik zette me aan een tafeltje en proefde van de gerechten die allemaal heel erg lekker waren, zij het wat aan de lauwe kant. Maar voor zo’n prijs mag je niet klagen, he.

Ik zette mijn wandeling verder in de richting van de Sri Maha Mariamman Temple. Deze wandeling bracht me door kleine smalle, vervallen straatjes met golfplaten gebouwen en kraampjes waaraan ze verse vis verkochten die er tot mijn verbazing erg lekker uitzag. Wat een contrast met de rijkdom van Singapore. Ik had echt het gevoel dat ik doordrong tot het authentieke hart van Kuala Lumpur.

Bij de Sri Maha Mariamman Temple liet ik mijn schoenen achter in een soort vestiaire in ruil voor een verkreukeld kaartje dat duidelijk al even meeging. Lang leve het hergebruik! Ik werd vriendelijk verzocht mijn schouders te bedekken met een kleurrijke sjaal. De eerste keer dat men dit vroeg in een Hindoe-tempel. Vreemd want de kledij van de meeste Indische vrouwen laat hun buik bloot en zo diep was mijn décolleté nu ook weer niet.

Ik was op mijn gemak foto’s aan het maken in de tempel toen opeens een gigantische plensbui losbarstte. Bijna tegelijkertijd werd ik aangesproken door een zeer sociale jongeman uit Sri Lanka. Een vrouw alleen op stap, dat valt op, natuurlijk, zeker als het om een blonde vrouw gaat, een haarkleur die elke Aziaat geweldig exotisch vindt. Hij begon een hele uitleg tegen mij en stelde me voor aan zijn compagnon uit Kuala Lumpur die fotografie gestudeerd zou  hebben in Antwerpen. De fotograaf zou les gehad hebben van een heel bekende professor door de koning zelf benoemd. Uhuh. Ik knikte een beetje en deed alsof ik onder de indruk was, ondertussen hopend dat de regenbui niet te lang zou blijven duren.

De jongeman in Sri Lanka polste natuurlijk naar mijn relationship status en ik vertelde hem dat ik gehuwd was (kwestie van het gesprek niet al te lang te laten aanslepen). Toch zag hij het helemaal zitten om mij in België te komen bezoeken en hij en zijn compagnon gaven me zelfs hun visitekaartje. Hij slaagde erin mij een e-mailadres afhandig te maken (één van de vele spam-accounts die ik gebruik om op sites in te vullen, maar nooit nakijk) en ik moet zeggen dat ik een zekere bewondering voelde voor zijn goedgemutste doorzettingsvermogen.

We namen afscheid, want ik gaf aan nog wat foto’s te willen maken en de oudere ‘fotograaf’ wilde duidelijk de rondleiding verder zetten.

Wat later gaf ik mijn sjaaltje terug af aan de vestiaire. Tot mijn verbazing moest ik een bedrag betalen voor het gebruik van de vestiaire, twee keer niks, maar helaas had ik geen muntgeld op zak. Dus toen ik met een veel te groot briefje zwaaide, werd mij mijn schuld snel kwijtgescholden.

Ik wandelde, mij enigszins schuldig voelend, verder naar de Guan Di Temple. Natuurlijk kwam ik daar dezelfde heerschappen tegen als in de Hindoetempel. Gelukkig kwamen zij al buiten toen ik binnen ging. Wat me direct opviel waren de sinaasappels als offers voor de goden en de alles overheersende geur van wierrook afkomstig van spiraalvormige wierrookstokjes. De tempel maakte een ietwat chaotische indruk, alsof ze een paar kraampjes in de tempel zelf hadden opgezet.

Ik maakte rechtsomkeer naar de China Town halte om mijn ritje met de hop-on hop-off bus verder te zetten. Ik liet een lange reeks aan bezienswaardigheden aan me voorbijgaan. Ondertussen was er een tropische regenbui uitgebarsten en was ik blij even rustig binnen in de airco te kunnen zitten. Ik stapte af bij de Masjid Negara, de nationale moskee van Maleisië die dateert uit 1965. Het was ondertussen verschrikkelijk heet geworden en ik moest dringend naar het toilet. Gelukkig was er een openbaar toilet vlakbij de moskee. En daaraan weet je dat je in een moslimland bent: elk toilet is uitgerust met een tuinslang om je derrière af te kuisen en de toiletten zijn allemaal nat. Maar ik was alleszins opgelucht dat ik mijn overtollig vocht kon laten afvloeien.

Ik had geluk, ik was er een half uurtje vooraleer de moskee voor bezoekers geopend zou worden. Ik nam op mijn gemak wat foto’s van de prachtige architectuur. Vooral het koepeldak in de vorm van een gestileerde ster met achttien punten die de dertien staten van Maleisië en de vijf zuilen van de islam symboliseerden en de slanke 73 m hoge minaret vond ik schitterend.

Natuurlijk moesten toeristen een lichtpaarse djellaba (opdat er geen twijfel zou bestaan wie de ongelovigen waren?) aantrekken. De vrouwen werden een hoofddoek aangedaan door één van de twee strenge madammekes die de ingang bewaakten. Mijn hoofddoek paste niet helemaal waardoor er wat haar onderuit kwam piepen. Ik hoop dat Allah het mij vergeven heeft.

De moskee was werkelijk schitterend. De architectuur straalde rust uit en door de opbouw was het er lekker koel zonder dat er airco aan te pas kwam. Ik voelde me helemaal tot rust komen en zette me, zoals vele andere bezoekers tegen een paal om te genieten van de de rust en de schoonheid van het gebouw. Uiteraard was iedereen bezig zichzelf op foto vast te leggen in de traditionele gewaden. Ook ik werd aangesproken door een toerist met de vraag of hij een foto van mij mocht nemen. Moslima’s met blond haar en blauwe ogen, dat zien ze natuurlijk niet zo vaak in deze contreien. Al moet ik zeggen dat ik me hier veel minder een exotische rariteit voelde dan op Hokkaido in Japan.

Na het bezoek aan de moskee hield ik het voor bekeken. Ik keerde met de bus terug naar het hotel omdat ik verwachtte dat de cursus van mijn vriend zo rond een uur of vijf gedaan zou zijn. Hij stuurde me echter een bericht dat het wat langer zou duren, dus was ik wel verplicht om aan het zwembad te gaan liggen en daar iets te drinken. :-)

Het zwembad was helemaal ingesloten door hoge buildings en lang zo mooi niet als dat in Singapore (jaja, we zijn daar echt verwend geweest, ik weet het). Maar niets dat niet goedgemaakt kan worden door een glaasje prosecco, dacht ik. Helaas moest ik 1) erg lang wachten op mijn prosecco en 2) bleek elk bubbeltje al een paar dagen uit het glas verdwenen te zijn. En dat voor de kostprijs van 12 euro! Ik voelde me echt bekocht, maar was te tam om het glas terug te sturen.

Ik wachtte en wachtte en wachtte aan het zwembad, terwijl ik las in mijn boek over de Belgische vluchtelingen tijdens WOI. Ik had al laten weten aan mijn vriend dat hij me na de cursus moest komen ophalen bij het zwembad, maar toen hij wegbleef, gaf ik toe aan de druk van mijn volle blaas en ging even naar het toilet.

Ondertussen was het al zeven uur en besloot ik toch maar eens te gaan kijken op de kamer, want ik had mijn iphone niet meegenomen. Natuurlijk had ik hem net gemist terwijl ik die vijf minuten op het toilet zat…

Mijn maag rammelde ondertussen al flink en we probeerden eerst in de buurt van ons hotel iets te eten te vinden, maar de food court in de buurt was al dicht en ik had geen zin om ver te stappen in de hitte tussen de uitlaatgassen. Dus keerden we terug naar het hotel om iets te eten in het Japans restaurant aldaar. Wat een goeie beslissing was dat. We namen een course meal bestaande uit handgerolde sushi, sashimi, tempura, teppanyaki en een dessert. En waar ik helemaal blij van werd: de cocktail van saké en chocolade. Man, man wat een hemels drankje was me dat. Zo lekker dat ik de verleiding niet kon weerstaan om er een tweede van te nemen.

Mijn vriend was behoorlijk uitgeput na een eerste zeer lange cursusdag, dus kropen we vroeg in bed.

13 oktober: Van Singapore naar Kuala Lumpur

Onze laatste uren in Singapore besloten we door te brengen in het National Museum of Singapore, een mooi neo-palladiaans gebouw bekroond met een prachtige koepel in gebrandschilderd glas. Aan het historische gebouw dat dateert uit 1887 werd een nieuwe vleugel bijgebouwd in moderne stijl. Heel knap gedaan. We wilden graag wat meer te weten komen over de boeiende geschiedenis van deze stad, smeltkroes van verschillende culturen. De tentoonstelling voerde ons langs grote én kleine verhalen die de geschiedenis van Singapore tot leven brachten.

We leerden bij over Raffles, de Engelsman die koppig zijn zin deed tegen de wil van het Britse Rijk en zijn vrouw die zijn nagedachtenis zo goed verdedigde dat je nu in bijna elke straat van Singapore wel een gebouw of een monument vindt dat naar hem genoemd is. De werking van de geheime Chinese genootschappen werd gedeeltelijk ontsluierd en we leerden meer over de verderfelijke invloed van de opiumhuizen en het leven van de Chinese prostituees in die tijd.

Een belangrijk deel van de collectie is gewijd aan de tweede wereldoorlog. Interessant om de gevolgen van deze gruwelijke oorlog nu eens vanuit Aziatisch standpunt te bekijken, want dit standpunt komt bijna niet aan bod in onze geschiedenisboeken.

Vanaf de jaren zestig onderging Singapore een radicale gedaanteverwisseling om uit te groeien tot de indrukwekkende metropool van vandaag. Het museum liet dan ook niet na de verwezenlijkingen van Lee Kuan Yew en zijn People’s Action Party uitgebreid te bewieroken. Een beetje weinig kritisch vond ik, maar niet geheel onbegrijpelijk als je de transformatie ziet die de stad heeft ondergaan.

Rond half drie hielden we het voor bekeken. Onze magen rammelden en we zochten een food court in de buurt van Dhoby Ghaut voor een snelle hap. Een lekker udonsoepje met zalm, dat gaat er altijd wel in bij mij! Ik moet zeggen, de fast food in Singapore is een pak gezonder en lekkerder dan die in België!

Terug in het hotel haalden we onze koffers op en namen we afscheid van onze mifi. Voortdurend 4G, het is een zaligheid! Dat wordt wennen als we terug in België zijn. Spijtig genoeg zijn we ergens in Singapore de zonnekap van één van mijn lenzen kwijtgeraakt. Waar dit juist gebeurd is, valt moeilijk te achterhalen, maar goed, uiteindelijk is een zonnekap vervangen nu ook weer niet de grote kost.

De taxi bracht ons zonder problemen naar de luchthaven. De beste luchthaven ter wereld, zo had men ons verteld en dat was niet gelogen. Ik was erg onder de indruk van het bewegende kunstwerk Kinetic Rain in de inkomhal waarbij goudkleurige druppelvormige objecten zich naar boven en beneden bewogen in steeds wisselende patronen. Betoverend.

We maakten een fotootje van ons beiden en voegden dat toe aan de Social Tree. De rest van onze wachttijd brachten we door met onze laptop en een strawberry daiquiri in zeteltjes waar stroom, usb ingangen én free wifi ter beschikking waren voor alle klanten van de luchthaven. Eat that, Zaventem!

De vlucht naar Kuala Lumpur duurde een dik half uur. Net genoeg tijd om een tuna sandwich te eten die ons werd aangeboden. Wel een beetje vreemd dat wij de enige twee personen op het vliegtuig waren die zo’n sandwich kregen. Wellicht had mijn vriend dit ergens als optie aangevinkt bij het boeken van de vlucht.

In de luchthaven van Kuala Lumpur vielen me meteen de vrouwtjes in zwarte niqāb op. Zwarte tenten waarvan enkel en alleen de ogen zichtbaar waren. Ik zal er ronduit voor uitkomen dat ik het moeilijk heb met dit kledingstuk. Waarom is het in godsnaam nodig dat een vrouw haar gezicht verbergt voor de buitenwereld? Het was ook opvallend dat deze vrouwen zich steeds in groep leken te verplaatsen, altijd vergezeld van een man.

Vanuit de luchthaven namen we de express trein naar Kuala Lumpur Sentral Station. Van daaruit namen we de meest krakkemikkerige taxi van de ganse reis. Mijn valies paste zelfs niet in de koffer en moest op de zetel vooraan geplaatst worden. Niet dat we klaagden, want het was lekker surreëel: met zo’n budget taxi afgezet worden voor de deur van een vijfsterrenhotel.

InterContinental had een heel andere uitstraling dan ons hotel in Singapore. Veel meer grandeur, veel marmer en bling bling, maar een pak minder gezellig. Bij check-in kregen we meteen een gratis upgrade van onze kamer aangeboden. Onze hotelkamer was nu ongeveer even groot als onze leefruimte in Leuven. 😉 Wel grappig dat de badkamer vensters had. Gelukkig waren er rolgordijntjes voorzien om toch wat privacy te hebben.

Op tijd in bed, want de volgende dag begon de tweedaagse cursus van mijn vriend.

12 oktober: Little India. Kampong Glam en Marina Bay Sands

Zaterdag, een ideale dag om een beetje uit te slapen na een vrijdagavond stappen. Geen zwempartijtje vandaag, maar wel een uitgebreid ontbijt om de saké van de dag voordien te helpen verteren. Ik probeerde de rijstporridge, maar dit bleek een tegenvaller. Rijstporridge smaakt naar niets, het zijn de “toppings” die het iets of wat eetbaar maken.

Op het programma: Little India, een buurt die we nog niet eerder verkend hadden. Door het late opstaan en het late ontbijt zijn we er pas rond het middaguur. Ons doel: de Sri Srinivasa Perumal Temple. Waar we absoluut geen rekening mee hadden gehouden: de massale hoeveelheid volk. Het leek wel of alle inwoners van Little India samen gekomen waren om te bidden in de tempel. De omgeving van de tempel lag helemaal bezaaid met schoenen. We lieten onze flipflops en sandalen achter in de massa in de hoop ze later nog terug te vinden.

De tempel is mooi, maar het was voor ons te druk om er echt van te kunnen genieten. We besloten dan maar om Little India te laten voor wat het was en de metro te nemen naar Bugis om een wandeling te maken door het islamitische Singapore. We belandden (alweer) in een groot shoppingcentrum waar mijn vriendje een Japanse taiyaki kocht met banaan en chocolade, die ik zo lekker vond dat ik hem helemaal zelf opat. Dan maar teruggegaan om er nog twee extra te kopen. 😉

We liepen vanaf de metrohalte Bugis naar het start van onze wandeling door Kampong Glam, het islamistische gedeelte van Singapore. De naam is afgeleid van het Maleise woord kampung, dorp, en gelam, een boom die veel voorkwam in dit gebied. Dit gebied straalde alweer een heel andere sfeer uit, met veel winkels die stoffen en lederwaren verkochten en waar we om de haverklap werden aangesproken om toch zeker maar een blik te werpen op hun koopwaar. Deze verkoopstactiek had echter een omgekeerd effect op mij: ik versnelde mijn pas, want ik kijk graag rustig rond en heb niet graag het gevoel dat mij iets opgedrongen wordt.

Bussorah Mall, de straat die naar de Sultan Mosque leidt, is een fijne, kleurrijke straat die gedomineerd wordt door de gouden koepel van de moskee. Aan de ingang van de moskee kregen we allebei een djellaba aangeboden om onze naakte armen en boezem te bedekken. We wierpen een blik in de gebedsruimte van de mannen en lazen de islamistische uitleg over waarom moslimvrouwen volgens de Islam een hoofddoek zouden moeten dragen.

Volgens deze uitleg was de hoofddoek een teken dat de vrouw vrij is van de dictaten van mannen of modemagazines. Door de hoofddoek te dragen geeft de vrouw aan dat zij zich onderwerpt aan de geboden van Allah en bevestigt zij haar status als vrije vrouw. Vervolgens werd verduidelijkt dat in vele samenlevingen waar vrouwen vechten tegen armoede en schulden, zij gedwongen worden kleren te dragen die vernederend zijn. Want in vele plaatsen van de wereld moeten vrouwen om vooruit te geraken in het leven, kleren dragen die aantrekkelijk zijn voor de mannen. Het dragen van de hoofddoek maakt het voor de vrouw mogelijk om beoordeeld te worden op haar karakter en niet op haar uiterlijk.

Alhoewel ik een grote voorstander ben van het beoordelen van mensen op hun karakter en niet op hun uiterlijk, vind ik de bovenstaande uitleg zever in pakskes. Het kan best zijn dat er vrouwen zijn die zich vrijer voelen door het dragen van een hoofddoek en ik vind sommige hoofddoeken zeer mooi en verfijnd, maar ik ben er radicaal tegen dat de hoofddoek afgeschilderd wordt als een symbool van de vrije vrouw. De écht vrije vrouw kiest zelf hoe zij zich kleedt of dat nu in ruim zittende, bedekkende gewaden is, dan wel op torenhoge hakken vergezeld van diepe décolletés. Kledij heeft niets, maar dan ook niets met vrijheid te maken, stemrecht, politieke vertegenwoordiging, recht op geboortebeperking en gelijke behandeling daarentegen des te meer.

Mij bijzonder vrij voelend gaf ik de djellaba opnieuw af en we zetten onze wandeling verder. Eén van de bezienswaardigheden op onze route was het sultan Ali Iskandar Shah gebouwde Bendahara House. Bleek dat in dit gebouw zowaar restaurant Mamanda gevestigd was, waar we de allereerste dag in Singapore iets waren gaan eten. It’s a small world. :-)

We kwamen voorbij een voormalige meisjesschool in art déco-stijl die nu volledig gerenoveerd was en een nieuwe bestemming kreeg als kunstencentrum. We zagen echter ook redelijk wat vervallen huizen in deze wijk. De allereerste keer sinds onze aankomst dat we iets van verval opmerkten in het verder kraaknette Singapore. Al neem ik aan dat deze straten op het lijstje van de regering zullen staan om opgeknapt te worden. We eindigden de wandeling rond half vijf op een bankje voor de Hajjah Fatimah Mosque.

We besloten het hierbij te houden en naar het hotel terug te keren om nog wat te computeren en te genieten van het happy hour. We stopten ons zo vol met de gratis hapjes van het happy hour dat een avondmaal overbodig werd. Lekker goedkoop! Een goeie manier om te genieten van de voordelen van onze club room op onze allerlaatste avond in ons geweldige hotel in Singapore door te brengen.

Rond half negen klapten we onze laptops dicht en namen we de metro naar Marina Bay Sands om de licht- en watershow waar iedereen zo enthousiast over was, te bekijken. We hadden niet door dat er nog een lager terras was vlakbij het water, waardoor we het onderste stukje van de projectie net volledig konden zien, maar indrukwekkend was het wel. Spijtig dat we de dag nadien geen herkansing hadden om de show opnieuw te bekijken.

We genoten nog even van de mooi verlichte skyline van Marina Bay en keerden blij gezind naar ons hotel terug. We <3 Singapore!

11 oktober: Buddha Tooth Relic Temple, Maxwell Food Centre, Botanic Gardens

Naar goede gewoonte de dag gestart met een zwempartijtje en een heerlijk ontbijt. Fan van de pancakes die vers gebakken werden door de chefkok!

Vandaag trokken we op aanraden van onze vrienden naar de Buddha Tooth Relic Temple in China Town. Om de één of andere onverklaarbare reden stond deze tempel niet vermeld in mijn reisgids, terwijl ik deze persoonlijk één van de hoogtepunten van ons bezoek aan Singapore vond. De tempel op het gelijkvloers, gewijd aan de Buddha Maitreya (de toekomstige boeddha), was een erg levendige plek in rood en goud met honderden kleine boeddhabeeldjes langs de muren. Ik vond het prachtig. Ik maakte er ook kennis met mijn eigen persoonlijke bodhisattva, de Samantabadra.

Na de pracht en praal van de tempel in ons opgenomen te hebben, gingen we naar de derde verdieping waar zich een Museum gewijd aan de Boeddhistische cultuur bevond. De collectie van het museum bevatte beelden van Boeddha uit gans Azië en vertelde stapsgewijze het levensverhaal van Siddhārtha Gautama, de prins die Boeddha werd. Ik kende dit levensverhaal al wel van mijn bezoek aan Thailand vele jaren geleden, maar een kleine opfrissing kan nooit kwaad.

Vervolgens begaven we ons naar de vierde verdieping om hét heiligste voorwerp in deze tempel te aanschouwen: de tand van Boeddha! Of liever gezegd: het schrijn waarin de tand van Boeddha opgeborgen was. Zoveel goud, ik wist niet waar eerst te kijken!

Laatste stop was het Paviljoen van de Tienduizend Boeddha’s waar zich het Vairocana Boeddha gebedswiel bevond. Het grootste cloisonné Boeddha gebedswiel ter wereld (uiteraard!). We draaiden een rondje aan het wiel, veel makkelijker dan effectief een sutra te moeten opzeggen. En maar hopen dat onze gebeden verhoord zouden worden… Jammer genoeg ging de zon er niet van schijnen.

Alweer op aanraden van onze vrienden lunchten we in het Maxwell Food Centre, een grote overdekte food court met meer dan 100 stalletjes. Grote ventilatoren zorgden voor verkoeling, want de ruimte was open. Ik vond het niet erg dat er geen airco aanwezig was. De grote contrasten in temperatuur tussen binnen en buiten vind ik eerder onaangenaam. Erg hinderlijk dat je vaak een extra kledingstuk moet meesleuren omdat het binnen zo koud is dat je er kippenvel van krijgt.

Het was moeilijk kiezen in Maxwell Food Centre en ik had spijt dat we deze plek niet eerder bezocht hadden. Elk kraampje bood een eigen specialiteit aan en het aanbod was overweldigend. Dus liet ik me leiden door the popular vote en koos één van de stalletjes uit waarbij de wachtrijen het langste waren. Het werd het Jin Hua Fish Head Bee Hoon kraampje, dat na wat research best een beroemd kraampje blijkt te zijn. Ik had er alvast heerlijk mee gegeten én voor geen geld (4,5 Singapore dollar).

Mijn vriend at gebakken eend en dronk daarbij een wheatgrass drankje, kwestie van onze voorliefde voor groene drankjes in ere te houden. Ik keek in het bord van een Aziatische dame en liet me verleiden tot de aanschaf van een dessert met de welluidende naam Longan Red Tea Jelly with Evaporated Milk. Laten we het erop houden dat jelly en geschaafd ijs nooit mijn grote vrienden zullen worden. Maar goed, een mens moet op culinair vlak al eens zijn grenzen durven verleggen.

Na ons middagmaal namen we de metro naar de Singapore Botanic Gardens, een oase van rust vlakbij het centrum van de stad. De tuinen van in totaal 52 ha groot zijn werkelijk prachtig, met meren, fonteinen, bankjes, een stukje jungle, gazons en overvloedige bloementuinen. Eigenlijk hadden we te weinig tijd voor een uitgebreid bezoek aan deze tuin, want we waren er pas rond half vier en om zeven uur hadden we alweer afgesproken met de ex-collega van mijn vriend om samen teppanyaki te gaan eten. We zullen dus nog eens terug moeten!

We besloten dan maar om ons bezoek te beperken tot de twee hoogtepunten zoals deze vermeld stonden in mijn reisgids: de National Orchid Garden die met zijn meer dan 1000 soorten orchideeën de grootste verzameling ter wereld is (we hadden niets anders verwacht) en de Yuen-Peng McNeice Bromeliad Collection. De bromelia’s konden mij minder bekoren, maar de orchideeëntuin was fenomenaal. Nu moeten jullie weten dat orchideeën sowieso mijn favoriete bloemen zijn, maar zo’n soortenrijkdom had ik nog nooit gezien. En zo prachtig gepresenteerd. En speciaal voor de Japanners: photo spots!

Sinds 1928 is er in de National Orchid Garden een kweekprogramma opgezet met als resultaat dat er in deze tuin al zo’n 2000 hybriden gekweekt zijn. Impressionant. Ik moest met inhouden om met geen honderden foto’s van orchideeën naar huis te komen. En natuurlijk bewonderden we de National Flower of Singapore, de Vanda Miss Joaquim. We zagen ook wat orchideeën die opgedragen waren aan bekendheden zoals Lady Diana en Margaret Thatcher.

Veel te vroeg naar mijn zin moesten we afscheid nemen van deze prachtige tuin. Een tussenstop naar ons hotel om even het zweet van onze lijven te spoelen zat er niet meer in, want het was ondertussen al bijna zes uur. We besloten dan maar de bus te nemen naar Orchard Road en daar even rond te lopen. Net lang genoeg om een paar foto’s te nemen en om half zeven de metro naar de plek van afspraak te nemen.

We hadden ons een beetje miskeken op de afstand die we moesten overbruggen tussen het metrostation en het Teru Sushi restaurant (wel, dom, want er stopte een bus bijna recht voor de deur), waardoor we een kwartier later waren dan voorzien. Eén van de twee heren met wie hadden afgesproken stond al een kwartier op ons te wachten. Gelukkig waren we niet de laatsten, de ex-collega van mijn vriend was op dat moment nog aan het proberen een taxi vast te krijgen. Taxispitsuur op vrijdagavond in Singapore…

Terwijl we wachtten tot ons gezelschap volledig was, kregen we een plekje toegewezen aan de bakplaat. Yep, alweer teppanyaki, maar ditmaal teppanyaki bereid door chef Rocky Lim, een Chinees die al een flink stuk van de wereld gezien heeft en voor hoogwaardigheidsbekleders in Saoudi-Arabië, Nederland en Australië gekookt heeft. Spijtig genoeg zat hij momenteel een beetje in de penarie. In het zak gezet door de zakenpartner van zijn vorige zaak en noodgedwongen moeten terugkeren als kok aan de teppanyaki plaat.

De heren met wie we afgesproken hadden, kenden Rocky ondertussen al een tijdje en verzekerden ons dat we nog nooit zulke lekkere teppanyaki gegeten zouden hebben. Ik was alleszins erg benieuwd!

Na nog een dik kwartier wachten, arriveerde de ex-collega van mijn vriend en kon het feestmaal beginnen. Wat een festijn! Enkele niveaus hoger dan de teppenyaki van de dag voordien, terwijl die zeker niet slecht was. Die ganzenlever (bestel ik normaal nooit, maar als ze het voor mijn neus neerzetten, zeg ik geen neen), die zalm, die sint-jacobsvruchten, dat wagyu beef! Man, man, man. Kwam daar nog eens bij dat Rocky een geboren entertainer is die voortdurend straffe verhalen uit zijn mouw schudt en tijdens het bereiden van de verschillende gerechten zonder aarzelen mee in de saké vliegt. Kanpai!

Lichtelijk aangeschoten verlieten we het restaurant om de avond opnieuw te eindigen in het Witbier café, waar we een whiskey dronken en de uitbundige Aziatische vriendin van het heerschap dat een bedrijf in Singapore had ons vervoegde. Een bijzonder levendige en excentrieke moslimdame (haar werk-outfit bestond uit een broekpak met luidpaardprint en de alcohol ging vlotjes binnen) met wie het meteen klikte. Na heel veel kussen en knuffels namen we uiteindelijk afscheid en lieten ons door een taxi aan ons hotel afzetten.

Alcohol is trouwens in het algemeen erg duur in Singapore, maar het prijsverschil tussen wijn, bier en sterke drank is niet zo groot als in Europese landen. Wanneer Singaporezen uitgaan, bestellen ze daarom vaak een paar flessen sterke drank voor hun gezelschap, die dan de ganse avond op tafel blijven staan. Wanneer ze naar huis gaan, bewaart het café de  halflege flessen voor hen, met hun naam erop. Businessmen hebben vaak in verschillende cafés een fles op hun naam staan.

10 oktober: Sentosa

Yep, de dag alweer goed begonnen met een zwempartijtje. I could get used to this!

Vandaag besloten we het stadscentrum achter ons te laten en een uitstapje te maken naar Sentosa, dat tot 1967 door de Britten als militaire basis gebruikt werd. Toen heette het eiland nog Balakang Mati, Maleis voor ‘na de doden’. De Singaporese overheid vond deze naam duidelijk maar niks en Sentosa (vredig) was geboren. Het eiland werd aangeduid als recreatiegebied en kreeg als slogan “Asia’s favorite playground” mee, en boy, dat is niets overdreven. Het hele eiland lijkt wel één groot pretpark. Als je niet houdt van commercie, blijf je best zo ver mogelijk uit de buurt van Sentosa.

We reisden met de metro naar Harbourfront om aldaar bijna verloren te lopen in Vivocity, een gigantische shopping mall. Gelukkig vonden we na wat aanwijzingen van een vriendelijke security-kerel de weg naar de kabelbaan naar het eiland. We lieten ons opnieuw overhalen om een combiticket te kopen, met een bezoek aan het kabelbaanmuseum en het S.E.A. Aquarium inbegrepen.

Het ritje met de kabelbaan was fantastisch. Het uitzicht op de skyline van Singapore was adembenemend en dat op de luxe vijfsterren resorts van Sentosa zo mogelijk nog indrukwekkender. We zagen villa’s met hun eigen privézwembad mét uitzicht op zee en waterpretparken met de grootste variatie aan glijbanen die ik ooit zag.

Op Sentosa aangekomen dringt een gids met een belachelijk hoog piepstemmetje erop aan dat we een kwartiertje op hem wachten voor de “tour”. We zijn niet gehaast en besluiten dan toch maar even rond te lopen in het kabelbaanmuseum. Dit museum blijkt interessanter dan verwacht, met een mooi overzicht van de historiek van de kabelbaan  naar Sentosa, de verschillende gondola’s die in de loop der tijden gebruikt werden en zelfs een angry birds gondola en een gondola volledig uit lego gebouwd.

De piepstemgids begeleidde ons samen met de andere toeristen naar een klaarstaande bus. Toeristischer kon het niet. Via de intercom kregen we nog wat extra uitleg over Sentosa. Wisten jullie bijvoorbeeld dat er een Universal Studios op Sentosa is? Wij niet en we hebben de Universal Studios dan ook niet bezocht. De bus stopte in de grootste overdekte parking van Singapore (in Singapore is alles het grootste, het hoogste, het langste,… je zou bijna denken dat het de USA is), vlakbij de ingang van het Casino (dat we ook links lieten liggen). De gids bracht ons tot aan de ingang van het S.E.A. Aquarium en bood ons de mogelijkheid om na een uurtje opnieuw de bus te nemen. We bedankten vriendelijk voor het aanbod, wetende dat we veel langer dan een uur tussen de visjes zouden doorbrengen.

In mijn reisgids stond vermeld dat de bezoekers van het S.E.A. Aquarium via een transportband door een 83 m lange tunnel gevoerd zouden worden. De tunnel vonden we zonder moeite terug, van de transportband echter geen spoor. Toch was dit bezoek zeker de moeite. Vooral de gigantische Open Ocean tank die meer dan 50.000 dieren en 18.000.000 liter water bevat, is impressionant. Het grootste kijkpaneel van de wereld (36 meter breed en 8,3 meter hoog) geeft je effectief het gevoel dat je op de bodem van de oceaan staat. Magnifiek.

En zoveel visjes en andere waterbeestjes gezien, zoveel! Zeepaarden, kwallen, roggen, haaien, inktvissen, krabben en uniek in de wereld: de enige reuzenmanta in gevangenschap. We hadden de mogelijkheid om zeesterren aan te raken, waar we natuurlijk gretig gebruik van maakten. We zagen opnieuw duikers tussen de visjes rondzwemmen. Wat een job moet dat zijn om in zo’n fantastisch aquarium te werken…

Ook de expositie over piraten (niet die van Disney, de échte historische piraten) was erg interessant. En het levensgrote model van de Bao Chuan (één van de pakboten die kostbare geschenken van de Ming keizer naar zijn bondgenoten in alle uithoeken van de wereld bracht) was impressionant. Het model was in de helft doorgesneden waardoor je een goede blik kreeg op het ruim waarin olifanten en giraffen vervoerd werden.

Op het einde van onze wandeling liet ik me verleiden tot de aankoop van een schepijsje dat er zalig lekker uitzag. Een pak beter dan het ijsje dat ik in de Gardens by the Bay kocht, maar ook een pak duurder. 10 Singapore dollars voor een ijsje, yikes!

Het was ondertussen al rond twee uur, dus dit ijsje deed meteen dienst als voorgerecht. Terwijl we onderweg waren naar een plek om iets te eten, zag ik via twitter het bericht passeren dat Wilfried Martens overleden was. Zelfs al heb ik een andere politieke overtuiging, toch kan ik niet ontkennen dat Martens een groot politicus was en een erg plichtsbewust man. Spijtig dan ook dat er in de artikels ter gelegenheid van zijn overlijden zo gefocust werd op zijn familiale situatie, die, dat geef ik toe, voor een katholiek politicus wel heel erg uit de band sprong.

Voor het middagmaal belandden we in Bali Thai, een restaurant waar je zelf je bestelling op een formulier moest aanduiden om dan een kleine tien minuten later geserveerd te worden. Handig en helemaal niet duur. Ik genoot van een lekkere tom yum soepje. Mijn ijsje als voorgerecht was zwaarder uitgevallen dan initieel gedacht.

Na het middagmaal namen we één van de gratis bussen op Sentosa die je naar alle uithoeken van het eiland brengen. We wilden het Fort Siloso dat tijdens WO II het laatste bolwerk van de Britten was, bezoeken. Spijtig genoeg bleek het fort gesloten te zijn omdat men volop bezig was met de inrichting voor Halloween (ik haat Halloween!).

Jammer, maar niets aan te doen. Opnieuw de bus op, naar de andere kant van het eiland om het zuidelijkste punt van continentaal Azië te bezoeken. De lucht begon erg te betrekken, maar we besloten ons daar niks van aan te trekken. Een beetje regen zou ons niet tegenhouden! Het zuidelijkste punt van continentaal Azië ligt op een klein eilandje dat via een hangbrug met Sentosa verbonden is. Op het eilandje hadden we een goed zicht op de massale hoeveelheid boten die voor de kust van Singapore voor anker lagen te wachten tot de prijs van de goederen die ze vervoerden gunstig genoeg was om de goederen te lossen en te verkopen.

Lang bleven we niet op dit mini-eilandje, want buiten twee uitkijktorens en een bord dat aangaf dat het hier wel degelijk over het zuidelijkste punt van continentaal Azië ging, was er niks te zien. Het witte Palawan beach aan de andere kant van de hangbrug kon ons meer bekoren. We vleiden ons neer in één van de strandzetels bij een beach bar en bestelden een Tiger beer en een Bora Bora classic margarita. Zalig om even uit te kunnen blazen op het strand met een drankje in de hand.

De lucht was onderhand zo donker geworden dat het leek alsof er elk moment een storm kon losbarsten. We namen de bus terug naar de Tiger Sky Tower (die in mijn boekje nog de Carlsberg Sky Tower genoemd werd). Een cabine die rond haar as draaide bracht ons 131 meter naar boven, waar we genoten van het prachtige uitzicht, terwijl de eerste druppels uit de hemel vielen.

Terug met beide voeten op de grond besloten we de kabelbaan te nemen naar The Jewel Box op Mount Faber, waar we een gratis drankje zouden krijgen. Het was ondertussen al wat harder beginnen regenen en de lucht had een asgrijze kleur aangenomen. Toen we boven waren, brak de hel los. Een geweldig stortbui brak los boven Singapore, het leek alsof de zondvloed was begonnen. Ons drankje bleek gewoon een non-alcoholisch drankje in de souvenirshop te zijn. Ontgoochelend.

Net op het moment dat we beslist hadden met de kabelbaan terug naar ons startpunt te gaan om terug te keren het hotel, realiseerde ik me dat ik het linnen zakje dat ik de ganse dag had meegesleurd niet meer bij me had. Het linnen zakje bevatte mijn badpak en een flesje water. Omdat het badpak nog nat was, wilde ik het niet in de rugzak van het fototoestel stoppen en door de hoge luchtvochtigheid raakte het maar niet opgedroogd. We hadden ons badgerief meegenomen, omdat we wisten dat je op Sentosa de mogelijkheid had om met dolfijnen te zwemmen. Zo’n kwartiertje in het water liggen met dolfijnen bleek echter een kostelijke zaak te zijn, dus schrapten we dit van ons lijstje.

Ik moest het linnen zakje ergens hebben laten liggen, maar wáár. Mijn vriend en ik pijnigden onze hersenen om onze tocht zo goed mogelijk te reconstrueren en om na te gaan op welk punt het zakje niet meer in ons bezit was. Normaal kan ik me redelijk goed herinneren waar ik iets heb laten liggen, maar nu had ik er echt geen idee van. Het badpak was pas nieuw en redelijk duur en ik zag er eerlijk gezegd tegenop om een badpak te kopen in Singapore. Aangezien diefstal in Singapore bijna niet voorkomt, hadden we er echter goeie hoop in mijn zakje mét badpak terug te vinden.

Ons eerste idee was dat ik het in de Tiger Sky Tower had laten liggen. Terug met de gondola naar Sentosa (The Jewel Box bevindt zich op het vasteland). Een tochtje van toch zo’n twintig minuten door de striemende regen terwijl de bliksemflitsen ons omringden. Best wel bijzonder om op zo’n moment in een bakje boven de zee te hangen. De Sky Tower was toen wij er aankwamen, gesloten omdat het te hard regende om de cabine naar omhoog te laten gaan. De erg behulpzame medewerker verzekerde ons echter dat er niets gevonden was. Hij bood meteen aan om de rangers van Sentosa te contacteren om aangifte te doen van het verlies. Het kon immers zijn dat we het zakje ergens op een bus hadden laten liggen. Hij gaf ons het nummer en ik gaf telefonisch zo goed en zo kwaad mogelijk een beschrijving van het zakje en de inhoud.

We besloten voor de zekerheid terug te gaan naar de Jewel Box, misschien had ik het zakje laten liggen in de shop waar we onze gratis drankjes gekregen hadden. Weer in de storm omhoog met de gondola. In de winkel hadden ze ook geen zakje gevonden, maar de (alweer) erg vriendelijke winkelbediende vergezelde ons naar het personeel van de kabelbaan om daar te vragen of ze niets gevonden hadden in de cabines. En jawel, daar was mijn zakje mét badpak én flesje water. :-) Dus toen de personeelsleden van de kabelbaan mij vroegen om een tevredenheidsformulier in te vullen, deed ik dit met veel plezier. Ik kreeg er zelfs nog een complimentje over mijn nagels bovenop. Ik blij, zij blij.

Voor de allerlaatste maal namen we de kabelbaan naar ons vertrekpunt. Eén ding is zeker: we hebben waar voor ons geld gekregen. Nog nooit zoveel keren op één dag in een kabelbaan gezeten.

Terug in Vivocity zochten we de food court op. We zagen een plek waar er teppanyaki geserveerd werd. Ok, het was een keten, maar het eten zag er erg lekker uit en er was nog een plekje aan de bakplaat voor ons. We genoten van een overheerlijke menu (het was ondertussen al kwart voor negen, mijn soepje was al lang verteerd).

In datzelfde winkelcentrum kochten we nog een nieuwe valies voor mij. Mijn huidige valies had de tocht naar Singapore niet ongehavend doorstaan en de naden waren losgekomen. Ik zag al doembeelden voor mijn ogen van een opengescheurde valies met de inhoud verspreid op de tarmac (ooit echt zoiets gezien). Dus in afslag een nieuwe valies aangeschaft. Dat wordt zo een beetje een gewoonte, want de huidige, kapotte valies kochten we in Sydney. Een zeer nuttig Australisch souvenir dat ons op talrijke reizen vergezeld heeft. Hopelijk hebben we evenveel plezier van dit nieuwe souvenir.

In ons hotel zetten we ons aan het schrijven van de kaartjes voor het thuisfront onder het genot van een glas wijn in de bar.

Een mooie en gevarieerde dag inclusief een gelukkige hereniging met mijn badpak.

Reisstokje

‘t Is hier nogal stilletjes de voorbije dagen. Dat komt omdat ik mij momenteel in het buitenland bevind en de tijd hier zo snel gaat dat zelfs mijn verslaggeving erbij inschiet. But don’t worry, jullie hebben nog wat reisverslagen te goed van mij. Onder het motto: beter laat dan nooit.

Om jullie ondertussen wat te entertainen, pik ik snel een reisstokje bij LaJungfrau:

1. Welke routines neem je van thuis mee op reis? (fitnessen, lezen in bed, de 3 stappen van Clinique elke ochtend en avond,…)
Wel, het enige wat ik echt belangrijk vind om mee te nemen van thuis, zijn mijn lenzenproducten, mijn verzorgingsproducten en mijn shampoo (ben nogal gehecht aan de juiste verzorging voor mijn lichaam). Verder pas ik mij zonder problemen aan aan de gewoontes van het land. Oja, ik heb natuurlijk wel overal internetconnectiviteit nodig. :-)

2. Bikini of badpak – zwemshort of Speedo?
Badpak! Omdat zo’n pak zoveel makkelijker is om in te zwemmen. Al te vaak gekampt met losgeraakte bovenstukken van bikini’s in zee of op de wildwaterbaan of bij het duiken in een zwembad. Zulke problemen doen zich niet voor met een badpak. Mannen mogen wat mij betreft kiezen. :-)

3. Aan welke nationaliteit erger je je het meest en waarom?
Nederlanders, omdat je ze altijd van ver hoort aankomen en omdat ze van zichzelf vinden dat ze geweldig goed Engels/Frans kunnen. Quod non. :-)

4. Wat is de meest magische plaats die je ooit bezocht?
Ai, dat is een lastige vraag. Er springt er bij mij niet echt eentje bovenuit, want ik heb al zoveel mooie plekken bezocht en zoveel schitterende ervaringen verzameld. Daarom heb ik even een search gedaan op het woordje “magisch” op yab.be en kom ik tot het volgende overzicht:

En dan ontbreken er wellicht nog vele plekken in dit lijstje.

5. Leg je veel contacten op vakantie? Zo ja, trek je naar de Belgen of naar de locals?
De contacten die ik op reis heb zijn veeleer vluchtig. Een babbel met een local of een andere toerist sla ik nooit af, want voor mij geeft het vernemen van een ander standpunt en/of zienswijze een meerwaarde aan mijn reis. Ik zal echter niet spontaan met mijn nieuwe kennissen samen verder trekken of zo. Belgen die ik niet ken, probeer ik op reis zoveel mogelijk te vermijden, die zie ik in mijn dagelijkse leven al genoeg. 😉 Wat ik wel geweldig vind, is vrienden opzoeken in het buitenland. Zij kunnen je waardevolle tips geven die je als gewone toerist nooit te weten komt.

6. Wat is het meest gênante dat je ooit hebt meegemaakt of meest marginale dat je ooit hebt gezien in de plaatselijke discotheek?
Plaatselijke discotheken zijn niet echt aan mij besteed. Ik herinner me niet direct een super-gênant moment en ook een search op het woord levert niets op. Misschien moet mijn meest gênante moment nog komen…

7. Vertel ons every. naughty. detail. over je meest zwoele vakantieliefde ooit.
Bwah, ooit eens op skivakantie in Oostenrijk een Italiaan opgescharreld toen ik 16 was. Veel meer dan wat kussen en strelen hebben we niet gedaan. Hij kon ook helemaal geen Engels of Frans en ik kon toen nog geen Italiaans. De aantrekkingskracht was dan ook louter fysiek, verder hadden we elkaar niets te zeggen. Ach, nu ik er zo over nadenk, ook ooit eens een vluchtige affaire gehad met een Belg, toen we allebei op skivakantie in Italië waren. Een knappe kerel, maar later kwam ik erachter dat hij thuis een lief had zitten. Gelukkig stelde het allemaal niet zoveel voor. ‘t Moet zijn dat skipakken sexy zijn of zo, ofwel was het de après-ski. 😉

8. Welke – al dan niet bezochte – landen spreken je absoluut niet aan en waarom niet?
Wel, ik ben als laatstejaarsreis naar Griekenland geweest en laat het ons erop houden dat dit niet zo’n fantastische ervaring was. Ik ervoer Griekenland als stoffig, vies en vuil en veel van hun historische sites waren niet meer dan enkele stenen bovenop mekaar. In andere landen al veel indrukwekkendere ruïnes gezien. Bovendien kregen mijn vriendin en ik het aan de stok met de leerkrachten en werden we beschuldigd van iets wat we helemaal niet gedaan hadden. De onrechtvaardigheid. Mijn vriendin was er echt het hart van in en mijn bloed kookt nog altijd als ik eraan terug denk.

Indië zie ik niet echt zitten vanwege de drukte, de bedelaars en de armoede en Zwart-Afrika staat ook niet echt hoog op mijn lijstje, al zou ik wel graag eens op safari gaan.

9. Aan welk eten waag je je absoluut niet (meer) op vakantie?
Wel, ik maak er een erezaak van alles te proberen. Insecten, gefermenteerde stinkende sojabonen, haggis, hanenkammen, gefrituurde visvinnen, de raarste zaken eerst,… Ik hoef het daarom niet lekker te vinden, maar ik heb het dan toch maar geprobeerd. Ik waag mij dus aan alles, tenzij ik denk dat ik er ziek van zal worden.

10. Ben je een souvenirkoper en zo ja, kies je voor de traditionele souvenirs? Voor wie breng je ze mee?
Mijn vriend en ik kopen altijd souvenirs voor onze drie petekindjes, meestal iets van kledij of een knuffel of zo. Iets waar ze iets mee zijn. Voor de ouders en de broers en zussen kopen we soms (niet altijd) een plaatselijke specialiteit, meestal iets van drank of zo.

Voor mezelf koop ik zelden iets, ik heb gewoon niet genoeg plaats op mijn appartementje om veel souvenirs kwijt te kunnen.

11. Ga je mij een kaart sturen, de volgende keer dat je op reis gaat? Alsjeblieft?
Zeker, wat is je adres? Wij versturen per reis zo’n zeventigtal kaarten naar vrienden en familie. Op de ouderwetse manier: ter plekke gekocht (om de lokale economie te steunen) en voorzien van een geschreven boodschap en een plaatselijke postzegel. Het enige wat we doen om de boel wat vooruit te laten gaan, is de adressen op voorhand op etiketten drukken. Dat bespaart ons een hoop overschrijfwerk.