Na een stevig ontbijt pakken we ons goed in tegen de winterse koude (muts, dikke sjaal, handschoenen). De temperaturen zullen immers de ganse dag niet boven het vriespunt uitkomen en wij hebben een wandeling in Lille gepland.
Persoonlijk ben ik wel een fan van koude winterdagen. De felblauwe lucht in combinatie met het winterse zonlicht doet me deugd. De wandeling start op de Place de la Gare en brengt ons vrij snel daarna langs één van de vroegere stadspoort van Lille, de Porte de Roubaix, die nu helaas dienst doet als slaapplaats voor daklozen.
We zetten onze weg verder naar Vieux Lille en passeren een aantal plekken waar we al geweest zijn. We gaan even piepen in de Louis Vuitton winkel, omdat deze gelegen is in een voormalige zeevruchtenwinkel (A l’Huitrière) en er binnen nog prachtige tegeltableaus te bewonderen zijn uit die tijd. Jammer dat de originele winkel er niet meer is, want een oestertje gaat er bij mij altijd wel in.
We wandelen op ons gemak verder door de mooie winterse straten van Lille tot we rond 13u een hongertje voelen opkomen. We stappen binnen bij Les Frères Pinard, een wijnbar en kaas- en charcuteriewinkel in één. We bestellen de planche du moment (lard salé du nord, pâté en croûte, rosette de Lyon, Comté vieux, Morbier réserve, Rocamadour) en drinken daar een lekker glaasje wijn (allez, champagne in mijn geval) bij.
Na deze uitstekende lunch wijken we af van de wandelroute en wandelen we richting de Citadelle de Lille, een meesterwerk van Vauban. Ik weet dat het niet mogelijk is de citadel te bezoeken, maar mijn vriend en ik zijn altijd geïnteresseerd in versterkingen en militaire architectuur. We passeren het mooie Canal de la Moyenne-Deûle en de pittoreske Pont Napoléon. Het park rond de citadel voelt nogal leeg en verlaten aan, ik vermoed dat het hier in de lente- en zomermaanden een pak drukker zal zijn. We spotten een reiger die van de zon aan het genieten is en worden gepasseerd door wat joggers. We werpen een snelle blik op de citadel zelf en keren dan terug richting het stadscentrum. Ik ben er niet echt van overtuigd dat deze omweg de moeite waard was, als je geen bezoek aan de citadel zelf gepland hebt.
We passeren langst het Beffroi de l’hôtel de ville waar een rij wachtenden staat aan te schuiven. Het is ongeveer kwart voor vier en het belfort sluit om 17.30u. De laatste toegang is 45 minuten voor sluitingstijd. We zijn dus nog mooi op tijd voor een bezoek bij zonsondergang. We moeten zo’n twintig minuten wachten voordat we binnen kunnen en de rij achter ons groeit gestaag aan, tot een medewerker van het belfort de rij officieel afsluit. We laten onze rugzak achter in de lockers beneden en beklimmen een paar trappen tot we aan de lift komen. We hebben al veel gestapt vandaag dus we maken het onszelf gemakkelijk en nemen de lift naar het hoogste punt van het belfort. Rond half vijf stappen we buiten op het balkon van het belfort waar de ijzige kou ons tegemoet komt. Terwijl onze neuzen gestaag afkoelen; nemen we het prachtig uitzicht en de zonsondergang in ons op. Een mooie afsluiter voor deze zonnige dag.
Voor het avondmaal wandelden we in de richting van Chez Max voor een traditioneel Lillois avondmaal. We passeerden langs het mooi verlichte Palais des Beaux Arts en het Théâtre Sébastopol. Aangezien we te vroeg zijn voor onze reservatie van 19u, gaan we op zoek naar een wijnbar om te aperitieven. Zo belanden we bij Les Quilles Libres, waar we enkele uitstekende wijntjes drinken en een portie hummus met bloemkool bestellen om ons eerste hongertje van de avond de kop in te drukken. Echt een leuke plek met een zeer mooi wijnaanbod.
Stipt om 19u komen we aan bij Chez Max, dat er niet in slaagt mijn verwachtingen volledig in te lossen. De voorgerechtjes: oeuf mayonnaise, escargots en rillettes de truite zijn veelbelovend, maar het hoofdgerecht stelt me wat teleur. De Sint-Jacobsvruchten zijn echt wel heel klein en het gerecht is op zijn best lauw te noemen. Mijn vriend probeert een traditionele Welsh (Welsh rarebit à la Chimay bleue), maar dat is een gerecht dat je moet eten als je de hele dag op het veld staat om te werken. Bijzonder machtig. Gelukkig is de crème brûlée als dessert wel lekker. Op zich hebben we een fijne avond, maar culinair blijven we toch iet of wat op onze honger zitten.





















































