Tallinn

Ons bezoek aan Tallinn dateert ondertussen al van meer dan een maand geleden, maar jullie hebben nog een verslagje en enkele foto’s van mij tegoed.

Tallinn had me vorig jaar tijdens onze reis door Europa al betoverd. Die schattige torentjes, het uitzicht op de baai, de prachtige kerken, de gezellige sfeer, het lekkere eten, de middeleeuws aandoende straatjes, de voelbare nabijheid van Rusland,… Dus trokken we dit jaar tijdens het Marktrockweekend opnieuw naar Tallinn, ditmaal in het gezelschap van mijn broertje en zijn vriendin. Het werd een prachtige driedaagse met veel zon, een lange wandeling langs de zee die de kuiten van mijn schoonzusje helemaal rood verbrand achterliet, de beklimming van vele torens, de tevergeefse zoektocht naar het beroemde amfitheater waar de zangfestijnen gehouden worden, de ontdekking van een militair kerkhof, het schattige havenstadje Pirita, пельмени, блины en wodka (zo dicht bij Rusland, moet een mens Russisch eten, nietwaar), een hernieuwd bezoek aan het nog altijd geweldige restaurant Fish & Wine (spijtig dat de ober van de vorige keer er niet meer scheen te werken), cocktails op terrasjes terwijl het in België goot, een bezoek aan het volledig vernieuwde Estse historisch museum, het sublieme Kadriorg paleis en de Linnahall als ultiem monument voor de vergankelijkheid van het Sovjettijdperk.

Ik zou zo weer terug willen!

Back in Belgium

Aan alle goeie dingen komt een einde. Zo ook aan weekendjes in Tallinn, één van de charmantste stadjes die ik ooit bezocht. Voor de tweede keer al, zodat we de vorig jaar niet bezochte bezienswaardigheden van mijn lijstje konden schrappen en aan een iets lager tempo gewoon konden genieten. En genieten, dat deden we volop, met dank aan de in België verloren gelopen zon, die Tallinn zonder proberen wist te vinden om aldaar het beste van haarzelf te geven. De verbrande kuiten van de vriendin van mijn broertje zijn daarvan het roodgloeiende bewijs.

Zaterdag 31 juli 2010 – Van Tallinn naar Helsinki

Vandaag lieten we het mooie Tallinn achter ons. We namen de ferry van Tallinn naar Helsinki. Een tocht die in totaal twee uur zou duren. Het was de eerste keer dat we een veerboot namen met onze auto, dus zorgden we dat we goed op tijd bij de incheckgate waren. Gelukkig verliep alles vlekkeloos. Eenmaal aan boord zochten we een plaatsje op het zonnedek. We zagen Tallinn langzaam kleiner worden en een tweetal uur later verschenen de eerste eilandjes van Helsinki.

We parkeerden onze auto in een peperdure parkeergarage vlakbij het Sokos Hotel Vaakuna en dropten onze bagage af in de kamer. Het was ondertussen al twee uur voorbij, dus we hadden flink veel honger. We vonden een eetgelegenheid niet ver van ons hotel waar mijn vriend een opengeplooide sandwich met vis at en ik gevulde koolbladeren met paddenstoelen op een bedje van rode kool (vermoedelijk een Russisch gerecht). Het was lekker en genoeg om ons energieniveau weer op peil te brengen.

Onze eerste kennismaking met Helsinki viel wat tegen. We werden na het pittoreske Tallinn overdonderd door het drukke verkeer en de brede lanen vol met mensen en auto’s. De brede straten, het vierkante patroon van de huizenblokken, de strakheid, het stak me allemaal een beetje tegen. Waarschijnlijk was het extra druk omdat het een zaterdag was en moesten we gewoon nog wat wennen aan de volledig andere atmosfeer in deze stad.

We besloten meteen al een paar “highlights” van ons lijstje te schrappen en begaven ons naar de Pohjoisesplanadi (kortweg Esplanadi), de grootste en chicste (en waarschijnlijk ook duurste) winkelstraat van Helsinki en bij uitbreiding Finland. Je vindt er prachtig design en mooie kledij aan belachelijk dure prijzen. Tussen de Pohjoisesplanadi (Noord-Esplanade) en de Eteläesplanadi (Zuid-Esplanade) ligt er een langgerekte strook groen met mooie bomen, kunstwerken en terrasjes, waar duidelijk heel Helsinki afspreekt als het zomer is. Een beetje zoals de Rambla van Barcelona. De banken, terrasjes en grasperken zaten vol met mensen die van het zonnetje genoten. Er waren indianen die live optraden en hun cd’s aan de man probeerden te brengen en de kinderen konden er zelfs ritjes op een pony maken.

We wandelden langs de Kauppatori-markt aan de haven. Hier vindt elke dag de landbouwmarkt plaats. Jammer genoeg was men de kraampjes al aan het opbreken toen wij er langs kwamen. Dan maar verder naar de volgende “highlight”: de Dom en het Senaatsplein. De Dom werd ontworpen door Carl-Ludwig Engel en is de belangrijkste bezienswaardigheid van de stad. Mijn reisgids meende dat het plein waaraan de Dom lag één van de mooiste ter wereld was. De schrijver was duidelijk nog nooit in Poznań of Talinn geweest. 😉 Enfin, de Dom was inderdaad zeer mooi en prachtig gelegen waardoor de koepels van ver zichtbaar waren. Het plein met het standbeeld van de Russische tsaar Alexander II deed me persoonlijk niet zoveel.

We wandelden terug langs de Esplanadi tot we ergens een gezellig terrasje vonden om wat bij te tanken. We hadden pas door dat het zelfbediening was toen we klanten met ijsemmers en glazen zagen sleuren. Blijkt dat in Helsinki op de meeste terrassen van de gasten verwacht wordt dat ze binnen aan de toog hun bestelling plaatsen en die zelf mee naar buiten nemen. Je kan je dus zonder problemen op een terras nestelen en helemaal niks drinken. Geen haan die er naar kraait. Beetje vreemd, vonden wij.

De flessen met rosé die we de klanten rondom ons naar buiten zagen sleuren, zagen er interessant uit. Binnen bleek dat die rosé ook de goedkoopste drank op de kaart was. We bestelden twee glazen, omdat een volledige fles soldaat maken in de namiddag ons wat overdreven leek. Al snel werd duidelijk waarom het zo goedkoop was. De rosé smaakte waterig en ik vermoed dat het alcoholpercentage niet al te hoog was. Geen goeie keuze, dus.

Op naar de volgende highlight: de beroemde rotskerk van Helsinki. Na een dik kwartier stappen vanuit het centrum, bleek dat de kerk slechts op bepaalde tijdstippen in de dag te bezoeken was. De kerk was dagelijks te bezichtigen van 11.30 tot 13.45, 15.30 tot 15.45, 16.30 tot 16.45 en 17.30 tot 17.45. Als je deze kerk wil bezoeken, moet je hiermee dus rekening houden in je planning.

We beslisten dan maar verder te wandelen naar het Sibelius-monument in het Sibelius-park. Dat park bleek een flink eind wandelen te zijn en op een gegeven moment leek het erop dat de hemelsluizen zich zouden openen en we doorweekt onze tocht zouden moeten verder zetten. Er waren niet echt cafés of restaurants in de omgeving waar we konden gaan schuilen en we hadden niets bij tegen de regen. Gelukkig hielden we het droog. Toen we eindelijk bij het monument aankwamen, zagen we alweer strepen blauwe lucht en leken de donkere wolken overgewaaid.

Het monument voor de Finse componist Jean Sibelius werd bij de onthulling in 1967 op protest onthaald. Men vond het monument van de kunstenares Eila Hiltunen dat bestond uit zilverkleurige buizen niet geslaagd. Als compromis maakte ze nog een kleine stalen buste van de componist dat naast het eigenlijke kunstwerk geplaatst werd. Persoonlijk vond ik het wel een zeer mooi kunstwerk, vooral toen de zon erop viel, maar misschien niet de moeite om er zo’n grote omweg voor te maken.

Onder een stralend blauwe hemel keerden we terug naar het centrum. We kwamen langs een kleine jachthaven en mooie groene parken. Toen we terug in ons hotel waren, was het al half acht. Tijd voor het avondmaal. Een leuk (en betaalbaar) restaurant vinden, bleek echter moeilijker dan verwacht. Ofwel was het verschrikkelijk duur ofwel was de kaart erg beperkt. Na een half uur rondgelopen te hebben met rammelende magen en niets naar onze (of eerder mijn) goesting gevonden te hebben, besloten we terug te keren naar het hotel en te dineren op de hoogste verdieping waar zich een restaurant bevond.

We bestelden allebei de redelijk geprijsde driegangenmenu (rundscarpaccio als voorgerecht, zalm met asperges, paprika en een dillesausje als hoofdgerecht en pannacotta met een bolletje mangosorbet als dessert). Vreemd: de totaalprijs van de menu verschilde slechts enkele eurocenten van de prijs die je voor het totaal van de afzonderlijke gerechten zou betalen. We bestelden allebei een peperduur glas rode wijn, die eigenlijk heel erg tegenviel van smaak. Wel een pluspunt: restaurants in Helsinki serveren bijna allemaal gratis kraantjeswater als je daar om vraagt. Zo spaar je 3,5 euro uit voor een flesje plat water.

De menu was lekker, al vond ik de dressing bij de carpaccio te sterk van smaak. De verfijnde smaak van het rundsvlees zelf werd er helemaal door overweldigd. De bediening, hoewel vriendelijk, was ook niet wat het moest zijn. Ik heb de indruk dat men in Finland probeert te besparen op personeelskosten door zo weinig mogelijk personeel in te zetten. Vandaar ook het concept van self-service dat op bijna alle terrassen gehanteerd werd. Bestek wordt in een mand of houten bakje op tafel gezet en neem je gewoon zelf.

Na het eten was de avond al ver gevorderd en gingen we naar de kamer om fit aan de volgende dag te kunnen beginnen.

Vrijdag 30 juli 2010 – Tallinn

Opgestaan om kwart na zeven ‘s morgens om een parkeerboete te vermijden. Uiteraard bleek toen we bij de auto aankwamen dat we al een boete hadden… Klets, dertig euro (die we niet gaan betalen, ben benieuwd of ze ons in België zullen weten te vinden). Ondertussen hadden we begrepen waarom we de dag voordien niet konden parkeren in de parking van het hotel. De parking bevond zich op de binnenplaats van het hotel waarop onze kamer uitkeek en we hadden al snel door wat de ware reden was. Het was helemaal niet zo dat er geen plaats was op de parking. Blijkbaar had men net nieuwe witte lijnen geschilderd om de parkeerplaatsen af te bakenen en wilde men niet dat een klant daar met zijn of haar wagen over reed. Liever je klant dwingen om op straat te parkeren en zo een parkeerboete te riskeren. Qua klantvriendelijkheid kan dat tellen.

Een beetje boos begaven wij ons na het ontbijt (die boete was nu toch al een feit) naar de receptie, waar we er nogmaals op aandrongen om een parkeerplaats te krijgen. Het meisje aan de receptie twijfelde, maar het feit dat we al een boete hadden, trok haar over de streep. Ze zou de portier vragen om ons een plaats toe te wijzen. Wij manoeuvreerden onze wagen in de smalle straat tot voor de poort en de portier liet ons, zij het niet met volle goesting, binnen. Hij ging met z’n vinger voelen of de verf al droog was (no kidding!) en verzette zijn paaltjes met het roodwitte lint die de weg naar de versgeschilderde parkeerplaatsen versperden, zodanig dat er één parkeerplaats vrij kwam. Mijn vriend reed met de nodige omzichtigheid de vrijgekomen plaats binnen om toch maar zeker niet over die mooie witte lijntjes te rijden. Kwestie van de portier te vriend te houden. 😉

Toen we onze auto eindelijk van een goed plaatsje hadden voorzien, trokken we de stad in. Tallinn is net zoals Riga en Gdansk een voormalige hanzestad. Het Ests is verwant met het Fins, wat maakt dat je er geen jota van begrijpt. Als de Esten hun mond open doen komt er één brij van medeklinkers en klinkers uit waar geen touw aan vast te knopen valt. Gelukkig kunnen de meeste Esten een aardig tot zeer goed woordje Engels spreken. En oja, free wireless is gewoon een vanzelfsprekendheid in dit kleine landje met maar 1,4 miljoen inwoners, waarvan 28% Russen zijn.

Tallinn is uniek in die zin dat van de oorspronkelijke stadsomwalling die dateert uit de 16de eeuw, toen Tallinn nog Reval heette, nog een twee kilometer (van de oorspronkelijke vier kilometer) lange stadsmuur en 26 (van de 40) torens bewaard zijn gebleven. Geen wonder dat het stadscentrum tot Unesco-werelderfgoed is uitgeroepen. Ik vond het een uniek gevoel om in een stad rond te lopen waar de sporen van de roemrijke geschiedenis als hanzestad nog zo tastbaar waren.

We volgden het spoor van de oude vestiging en kwamen zo bij de Dikke Margareta. De kanonnentoren Paks Margareta heeft een doorsnede van 25 meter en was vooral bedoeld om indruk te maken op de zeelui die op hun schepen voorbij voeren en om hen te overtuigen van de macht van de stad Reval. De toren werd later door de Russische geheime politie gebruikt om politieke gevangenen op te sluiten. Momenteel is er het Estse Maritiem Museum in ondergebracht.

Per abuis kwamen we niet in de toren zelf terecht, maar in een bijgebouw waar een museum voor zeemijnen was in ondergebracht. We werden superenthousiast te woord gestaan door een zeeman op pensioen die naar alle uithoeken van de wereld was gevaren. Ik denk dat er niet veel mensen geïnteresseerd waren in de afdeling zeemijnen van het Maritiem Museum, want we kregen prompt een persoonlijke rondleiding in het Duits met Ests accent. Zeer charmant was dat hij tijdens zijn carrière als zeevaarder ook de Antwerpse haven had aangedaan. Het Falconplein herinnerde hij zich maar al te goed, want daar vielen zaakjes te doen. 😉

Toegegeven, normaal zouden we dit mini-museum gewoon genegeerd hebben, maar het was best wel interessant om iets meer te leren over de werking van deze dodelijke tuigen. Griezelig hoe vernuftig een mens kan zijn wanneer het gaat over dood en verderf zaaien. En dan “boem”, zoals de zeevaarder het uitdrukte. En zit dan maar eens als jonge gast in een U-boot opgesloten…

Het eigenlijke Maritiem Museum vond ik niet echt de moeite: weer schaalmodellen van boten, weer allerlei bijeengezochte voorwerpen die wat met scheepvaart te maken hadden, weer zeekaarten. Het voelde voor mij een beetje duf aan. Toch is het op zich de moeite waar om een kaartje voor dit museum te kopen om de Dikke Margareta van binnen te zien en om op het dak van het uitzicht over de stad te genieten.

Na dit bezoek trokken we verder langs de oude stadsomwalling. We zagen dat de deur van één van de torens van de omwalling open stond en konden het niet laten de trap naar boven te beklimmen. Sympathiek was dat deze beklimming ons niets kostte, in ruil daarvoor moesten we wel een blik werpen op het handwerk dat in de toren was uitgestald. We lieten een kleine gift achter voor de gepensioneerde man die zijn dagen in deze toren sleet en gingen verder. We wisten toen nog niet dat we op het vervolg van onze tocht ongeveer bij elke toren aangesproken zouden worden om toch vooral naar boven te klimmen. En als extraatje zouden we een munt met een gat in krijgen. We hadden onze toren al bezocht en bedankten dus vriendelijk voor het aanbod.

We eindigden onze kleine wandeling op het Tornide Väljak (Torenplein) waar we een prachtig uitzicht hadden op zeven vestigingstorens van de omwalling. Op dit mooie plein vond op hetzelfde moment het Tallinn bloemenfestival plaats. Er waren perkjes met alle mogelijk bloemen aangelegd. Vaak waren er kunstwerken en tuinmeubilair in de minituintjes verwerkt. De vlinders fladderden van bloem tot bloem terwijl de zon scheen en wij de inventiviteit van de aanleggers bewonderden.

Ondertussen was het tijd voor het middagmaal. We besloten iets te eten op de terrassen van het Raadhuisplein. We lieten ons verleiden door een aanbod van marineeritud pardirind meeŏlle kastmes (gemarineerde eendenborst met honingbiersaus). Het klonk lekker, helaas was het niet zo lekker. De eendenborst was te hard gebakken, de saus smaakte alsof ze uit een pakje kwam en de aardappeltjes die ik erbij had gevraagd waren gefrituurd en veel te vettig. Het gerecht was van veel te lage kwaliteit om daar 18,9 euro voor te betalen. Ik vermoed dat alle eetgelegenheden aan het Raadhuisplein te dure gerechten serveren. Je betaalt immers voor de plaats waar je eet. Een typische toeristenval dus.

Na het tegenvallende avondmaal bezochten we het raadhuis. Het raadhuis is één van de oudste gotische bouwwerken van de Baltische staten en werd voor het eerst vermeld in 1322. Een bezoek aan het interieur is een must. Vooral de raadzaal en de burgerzaal zijn indrukwekkend. In de raadzaal bewonderden we het prachtig houtsnijwerk aan het raadsgestoelte en de houten lambrizeringen. Op de zolder, die nog niet zo lang opengesteld was voor het publiek, leerden we meer over de geleidelijke restauratie van dit schitterende gebouw waarmee men al begonnen was ten tijde van de Sovjets.

Voor de stevige beklimming van de raadhuistoren moesten we apart betalen. De klim is af te raden als je slecht te been bent. De trappen zijn erg ongelijk en moeilijk te beklimmen. Zelf had ik ook wat last van mijn trekkende knie, maar ik liet me niet kennen en beet door. Het uitzicht was meer dan de moeite waard. We zagen het mooie plein aan onze voeten liggen en zagen de haven in de verte. Boven in de toren was het erg krapjes. Met meer dan tien man kon je er niet staan, wat het manoeuvreren wat lastig maakte. Boven op de raadhuistoren prijkt al meer dan 500 jaar de oude Thomas (Vana Toomas). De huidige Thomas is wel een kopie van het origineel dat in het raadhuis te bezichtigen valt.

Na de beklimming slenterden we naar de oudste apotheek ter wereld, de Raeapteek op het Raadsplein. Deze stadsapotheek werd voor de eerste keer vermeld in 1422 en werd 300 jaar door dezelfde uit Hongarije afkomstige familie geleid. In de apotheek zie je nog mooie oude apotheekkasten en hangen allerlei kruiden te drogen.

Tijd voor een verfrissing. Vlakbij de St.-Nikolaikerk is een mooi pleintje met meubilair voor zonnekloppers. We zagen er een paar op leeftijd dat duidelijk een enthousiast gebruiker van deze infrastructuur was en geen schrik had om huidkanker te krijgen. Chocoladebruin, u kent het type wel. In de bar vlakbij kochten we een biertje en een milkshake dat we gezellig opdronken aan een tafeltje in de zon.

We hadden aan het meisje in de bar gevraagd of ze wist waar we ergens in de buurt Vana Tallinn konden kopen. Ze raadde ons aan naar een warenhuis te gaan, waar ze dit drankje zeker verkochten. Een paar minuten later kwam ze naar onze tafel toegelopen en zei ze dat er in de straat vlakbij een mooi wijnkelder was, waar je ook Vana Tallinn kon kopen. Ze had al gebeld naar de wijnkelder en omdat een wijnkelder normaal gezien duurder is dan een grootwarenhuis zouden ze ons tien procent korting geven.

Mijn vriend en ik waren een beetje overdonderd door zoveel service en twijfelden of we op het aanbod zouden ingaan. Uiteindelijk besloten we dat toch maar te doen. Toen we in de Gloria Veinikelder aankwamen, bleek dat onze fles al klaarstond. Niet te geloven. We kregen inderdaad tien procent korting op de geafficheerde prijs en kochten dan ineens maar twee flessen. Zo vaak komen we nu ook weer niet in Tallinn. 😉

We zetten onze aankopen af in het hotel en liepen terug naar de St.-Nikolaikerk waar nu een museum voor sacrale kunst is gevestigd. Topstuk is het schilderij de Dodendans van Bernt Notke uit Lübeck. Dit schilderij toont allerlei figuren van aanzien (een prinses, een paus) die met de dood dansen. Dit schilderij wil de toeschouwer erop wijzen dat de dood eenieder kan treffen, hoe rijk je ook bent en dat je bijgevolg een godvrezend leven moet lijden, want je weet nooit wanneer je voor de schepper moet verschijnen. Ook het hoofdaltaar en het Maria-altaar, beide geschenken van de machtige gilden aan de kerk, waren zeer mooi.

Na dit bezoek liepen we verder naar de Pikk (lange straat) waar we de gevels van de gildenhuizen bewonderden. We zagen de huizen van de machtige Zwarthoofdengilde (zo genoemd naar hun schutsheilige St.-Mauritius uit Afrika), de Kanutgilde en de Grote Gilde. Enkel het pand van de Grote Gilde kon van binnen bezocht worden, maar dit werd momenteel gerenoveerd. Spijtig, want het gildehuis dat we in Riga bezochten hadden we erg de moeite gevonden.

Via de Pikk jalg (Lange Been) beklommen we de Domberg (Toompea). De Domberg is een strategisch belangrijke plaats waar vroeger de eerste Estse nederzetting stond. Er werden verschillende burchten gebouwd die echter allemaal verwoest werden. Tsarina Catharina de Grote liet een gedeelte van de burcht slopen om er een mooi barokpaleis neer te poten. Vroeger was de Domberg voorbehouden aan de adel en de clerus. De burgerij woonde in de benedenstad. Wie van de Domberg naar de Benedenstad wilde gaan, moest een stadspoort passeren. Beide stadsonderdelen werden streng van mekaar gescheiden.

Het eerste wat we zagen op de Domberg was de imposante Russische Alexander Nevskikathedraal, een schitterend voorbeeld van de pracht en praal van de orthodoxe kerk en een demonstratie van de Russische macht. De Domkerk (Toomkirik) op dezelfde heuvel is er niets tegen. Vervolgens brachten we een bezoek aan de Kiek in de Kök. Deze 45 meter hoge kanonstoren werd in 1475 op de Domberg gebouwd. De soldaten konden door de schietgaten in de keukens van de burgers ‘kieken’, vandaar de (Nederduitse) naam.

We waren een drie kwartier voor sluitingstijd bij de Kiek in de Kök, maar we hadden geluk, de inkom was vandaag gratis. In de toren is een klein museum ondergebracht over de militaire geschiedenis van Estland, maar wij waren uiteraard vooral geïnteresseerd in het uitzicht, al moet ik zeggen dat het museum zelf ook de moeite was. Klein, maar zeer verzorgd. En het was erg leuk dat je via een ronde glazen ruit in het midden van de vloer van elk verdiep helemaal van boven naar beneden kon kijken in de toren.

Omdat we werden buitengeborsteld door de bewaking van de Kiek in de Kök, wandelden we verder rond op de Domberg. We genoten van enkele adembenemende uitzichten op de benedenstad en de haven. Tallinn is echt een plaatje uit een sprookjesboek. Zelfs de vervallen huizen zien er mooi uit. De kleine straatjes, de mooie kleurige huizen, de middeleeuwse omwallingen, de vele bars en restaurantjes, de spitse kerktorens, de zee vlakbij, Tallinn is helemaal mijn ding.

We hoefden niet lang na te denken waar we onze laatste avond in Tallinn zouden eten. We keerden terug naar het restaurant Fish&Wine waar we het de eerste avond zo gezellig hadden. We werden er onthaald als trouwe klanten. De ober wist nog waar we gezeten hadden en wat we gegeten en gedronken hadden.

Ditmaal nam ik een vissoepje, maar ik kon niet anders dan opnieuw de пельмени nemen. Zo vaak krijg ik niet de gelegenheid om dit Russische gerecht te eten en het was echt superlekker. Mijn vriend had als voorgerecht scampi en als hoofdgerecht Sint-Jacobsvruchten. We dronken een flesje Oostenrijkse witte wijn bij dit alles. Allemaal even lekker. Als dessert vond ik nog een plaatsje voor een vloeibare chocoladecakeje met vanille-ijs. En ja, we dronken Vana Tallinn en wodka terwijl we genoten van onze laatste avond in een land waar de alcohol goedkoop was.

Na Poznań, heeft ook Tallinn mijn hart gestolen.

Donderdag 29 juli – Van Riga naar Tallinn

Onze laatste voormiddag in Riga. De weersvoorspellingen gaven weer heavy rainshowers, maar ‘s ochtends scheen de zon. We brachten een bezoek aan het Mentzendorffhuis waar in de 17de en 18de eeuw rijke Duitse kooplieden woonden. Tijdens de renovatie van het huis enkele jaren geleden vond men mooie muur- en plafondschilderingen terug. Het leek me de moeite om deze met eigen ogen te aanschouwen. En dat was ook zo. De drie verdiepingen van het huis waren ingericht met meubilair uit de juiste periode en de nog bewaard gebleven muurschilderingen waren zeer verfijnd. Voor de twee bovenste verdiepingen moesten we stoffen schoenbeschermers aandoen om het parket niet te beschadigen. Op zolder troffen we vreemd genoeg een collectie hedendaagse bedspreien aan (of ik denk toch dat het bedspreien waren). In Riga maakt men wel vaker van de gelegenheid gebruik om in een historische context werk van hedendaagse kunstenaars tentoon te stellen (en te verkopen). Al is het getoonde werk vaak van niet al te hoge kwaliteit.

Na het bezoek aan het Mentzendorffhuis wilden we nog een boottochtje maken op de kanalen van Riga, maar de in de verte zich bijeen pakkende regenwolken deden ons van dit plan afzien. We aten snel wat overheerlijk gebak van een plaatselijke bakker en gingen terug naar ons hotel om natuurlijk onderweg overvallen te worden door een hevige regenbui. Goed dat we dat boottochtje niet meer gedaan hadden. We schuilden even in een hypermoderne winkelgalerij tot de regen wat geminderd was.

Min of meer droog bereikten we ons hotel. We zaten echter nog geen seconde in de veilige cocon van onze wagen toen de stortregens losbarstten. De mensen die op straat liepen waren in een paar seconden doorweekt en de straten veranderden in rivieren die, wanneer we erdoor reden, het water metershoog deden opspatten. Jaja, de heavy rainshowers hadden ons eindelijk ingehaald.

We reden door de regen en zagen onderweg meren en dennenbossen en veel leegte. We zagen ook dappere fietsers en zelfs wandelaars die kromgebogen de weergoden trotseerden. We waren niet meer zo ver verwijderd van de grens met Estland toen we een eenzame lifster langs de kant van de weg zagen staan, met wat leek op twee schilderdoeken. We stopten om te vragen waarheen ze een lift zocht.

Het meisje met de schilderdoeken moest naar de laatste stad voor de grens met Estland en was dolblij dat we haar een lift aanboden. Het vergde wat puzzelwerk om zowel haar rugzak als de schilderdoeken op de achterbank te krijgen, samen met onze rugzakken, maar het paste net. En zo reden we verder in het gezelschap van een schilderes in spé die ons leerde dat het Lets twee woorden heeft voor ooievaar. Twee woorden die ik natuurlijk al lang weer vergeten ben. We zetten haar af aan een klein museum waar er blijkbaar een vernissage was en wensten haar nog veel succes.

Verder valt er niet veel te vertellen over de rit. Het hondenweer bleef aanhouden tot we in Tallinn waren, waardoor we minder snel konden rijden en we pas rond zeven uur aankwamen. Bij het hotel aangekomen, bleek dat er geen plaats was op de parking van het hotel. We konden onze auto wel gewoon in de straat parkeren, maar enkel tot zeven uur ‘s ochtends kon hij daar gratis blijven staan. We sakkerden een beetje en besloten hem dan toch maar gewoon in de straat te parkeren. We zouden de wekker ‘s ochtends wat vroeger zetten en dan hopen dat er een plek vrijkwam in de parking van het hotel.

De regen was ondertussen geminderd, maar de donkere regenwolken deden ons vrezen dat dit slechts een korte regenpauze zou zijn. We zochten in onze reisgids een restaurant niet te ver van ons hotel. Toevallig viel mijn oog op een restaurant dat, net als het restaurant waar we in Vilnius zo lekker gegeten hadden, Pegasus heette. Het was een straat verder dan ons hotel dus makkelijker kon niet. Of dat dachten we toch, want de huisnummers in de Baltische staten, daar valt geen lijn in te trekken. Uiteindelijk vonden we het toch, maar bleek het Fish&Wine te heten of was het misschien op een andere verdieping in hetzelfde gebouw. Enfin, het maakte niet uit.

We vonden een gezellig tafeltje op het overdekte terras zodat we toch nog buiten konden eten, maar zeker droog zouden blijven. We werden heel vriendelijk onthaald en omdat we wisten dat de alcohol in de Scandinavische landen veel duurder zou zijn, bestelden we een flesje witte wijn, nu dit nog kon voor een schappelijke prijs. Mijn vriend nam een voorgerechtje met allerlei soorten vis en ik nam de tartaar van zalm. Als hoofdgerecht bestelden we beiden de пельмени (pelmeni) van het huis mét kaviaar. Pelmeni is de Russische pierogi of ravioli. Het is maar hoe je het bekijkt. 😉

Het eten was geweldig. De pelmeni was echt om duimen en vingers bij af te likken. We genoten. Omdat het zo lekker was, bleven we plakken en liet mijn vriend zich een plaatselijk digestief aanraden door de ober. Hij kreeg een Vana Tallinn voorgeschoteld. Zelf had ik nog net ruimte voor een dessertje: zelfgemaakte passievruchtentruffels. Al kon ik het natuurlijk niet laten om even van het glaasje van mijn vriend te proeven. Ik was meteen verkocht en kon niet anders dan zelf ook zo’n glaasje bestellen. Vana Tallinn is een zoete likeur die vlot binnengaat en daardoor waarschijnlijk ook een beetje verraderlijk kan zijn. Dit drankje vormde de perfecte afsluiter van onze eerste avond in Tallinn.

Toen we de rekening kregen, moesten we wel even slikken. Het gebeurt niet vaak dat we een rekening voorgeschoteld krijgen van meer dan 1000. Gelukkig waren het geen euro’s, maar Estse kronen. Ons bezoekje aan Tallinn is alleszins een zegen voor ons hoofdrekenen, want delen door 15,5 is niet echt zo voor de hand liggend. Gelukkig wordt binnenkort de euro ingevoerd in Estland.

Voordat we ons bed opzochten, maakten we nog een kleine wandeling door de straten van Tallinn. Op het plein bij het raadhuis zaten de terrasjes goed vol en in de bars werd alles klaargemaakt voor een nachtje feest vieren. Mensen die graag uitgaan, zullen zich zeker niet vervelen in Tallinn. In het stadscentrum vind je de ene nachtclub na de andere. Zelf hielden we het bij een gezellige avondwandeling en zochten we nog voor middernacht ons bed op.