Een paard als fotomodel

Het voorbije weekend had ik een wel heel grillig fotomodel voor de lens. Jawel, ik legde zowaar een paard op de gevoelige plaats vast. Toegegeven, het paard was eerder bedoeld als rekwisiet voor de communiefoto’s van het petekindje van mijn vriend, maar het diva-gedrag van het paard oversteeg ruimschoots dan van onze communicant. Het kostte heel wat overtuigingskracht om het paard te laten poseren op de manier waarop in het wilde. Er was dan ook zoveel heerlijk groen gras dat er zoveel aantrekkelijker uitzag dan de lens van mijn fototoestel. Maar goed met wat gesleur en getrek slaagden we er toch in enkele leuke foto’s te maken. Al moet ik zeggen dat ik best wel opgelucht was dat het paard terug op stal ging en ik mij volledig kon concentreren op het communicantje in spé.

paard

Na de fotoshoot gingen we gezellig iets eten met de zus van mijn vriend (en mama van zijn petekindje) en haar gezin. We belandden in brasserie Den Hertog in Olen, waar het vlees uitstekend was, maar de bediening echt ondermaats. Jammer, want zo’n zaak verdient beter. Gelukkig maakte het gezelschap veel goed!

Foto van het wagyu jodenhaasje dat ik echt wel verdiend had na de inspanningen van de namiddag:

Wagyu jodenhaasje

Paardenzever

Zaterdag begaven mijn vriendje en ik ons naar het verre Limburg. Op onze laatste housewarming party hebben we een lazy sunday Bongo-bon cadeau gekregen die we nog steeds niet gebruikt hadden. Aangezien de bon in februari verviel en januari voor mij traditiegetrouw een drukke maand is, besloten we snel, snel ergens naartoe te gaan. Zaterdagavond waren we uitgenodigd op het verjaardagsfeestje van mijn vader, dus zochten we in het Bongo-boekje een bestemming die niet al te ver uit de buurt lag.

Ons oog viel op brouwerij Ter Dolen. Nu kan ik mij zo langzamerhand een expert in het bierbrouwproces noemen. Werden al bezocht: Achouffe, Chimay, Leffe en Maredsous (nuancering: in de abdijen van Leffe en Maredsous wordt geen bier meer gebrouwen). En dan te bedenken dat ik helemaal geen bier lust. 😉 Enfin, we lieten ons verleiden door de gratis consumpties en de aangeboden kaasplank. Als de gratis consumpties enkel in biervorm genuttigd konden worden, zou ik deze graag aan mijn vriendje, bierliefhebber eersteklas, doorschuiven.

En het mag gezegd: het bezoek aan brouwerij Ter Dolen was een schot in de roos. De brouwerij is gelegen in Houthalen-Helchteren, een schattig landelijk dorpje. We kregen een rondleiding in de brouwerij van een bijzonder goeie gids. Zijn met kwinkslagen doorspekte uitleg verveelde geen moment. Hij had niet alleen aandacht voor het brouwproces maar ook voor de geschiedenis van het kasteel dat het bier zijn naam gegeven heeft. De gids feliciteerde mij met het feit dat ik wist dat ze om bier te maken gist nodig hebben (ik dacht dat iedereen dat wist, maar kom). Ik voelde mij even zoals in het eerste studiejaar wanneer ik een stickertje in mijn werkboek kreeg na het tot een goed einde brengen van een oefening. 😉

De consumpties na de rondleiding waren ook de moeite. Mijn vriend slaagde erin drie drieëndertigers binnen te werken (de blonde, de bruine en de tripel van Ter Dolen). Ik hield het op één kriek bij de kaasschotel, om niet te moeten zeggen dat ik helemaal niks geproefd had. Daarna ben ik overgeschakeld op watertjes, kwestie van op een veilige manier thuis te geraken.

Dat veilig thuisraken bleek niet zo evident te zijn als eerst gedacht, omdat ik erin geslaagd ben bijna een fietspad op te rijden in plaats van de rijweg. Ter mijner verdediging: Houthalen-Helchteren is een zeer duister dorp ‘s avonds en het stond heel slecht aangegeven en het was een heel breed fietspad. Gelukkig kon ik nog net op tijd op de rem gaan staan en was de straat verder helemaal verlaten. (Kwatongen zullen beweren dat ik dit expres gedaan heb om de volgende keer geen bob meer te moeten spelen, maar dit is pure laster.)

Oja, voor de mensen die zich afvragen waar de titel vandaan komt. Deze heeft niets te maken met het brouwproces maar wel alles met het veel te vriendelijke paard dat in de wei vlakbij de brouwerij stond. Het beest moet gedacht hebben dat ik een suikerklontje in mijn zak verstopt had, want het vond het nodig om de helft van mijn jas onder te zeveren. Bijzonder smakelijk. 😉