‘t Zijn lappen

Voor niks beschaamd, de heren van onze bouwfirma. Op de vorige algemene vergadering (waarbij ik tot mijn groot verdriet tot voorzitter van de raad van beheer werd gekozen) brachten we hen voor de zoveelste keer de uitgebreide lijst van nog te voltooien zaken onder de aandacht. Twee maanden lang hebben die mannen niks aan die lijst gedaan. Gewoon naast zich neergelegd. Tot er vanochtend (terwijl ik in de Russische les zat) plots wat Polen voor de deur stonden die het ontbrekende kastje in de berging kwamen monteren (twee planken en de klus was geklaard, een mens snapt niet waarom we daar zo lang op hebben moeten wachten). Qua timing kan het tellen, zo twee dagen voor de volgende algemene vergadering. ‘t Zijn sluwe vossen, de heren van de bouwfirma. Maar ‘t zal niet pakken.

Hoera, de bouwvakkers zijn opnieuw in gang geschoten!

En dat is, ondanks het feit dat ik deze week al elke ochtend gewekt werd door geklop, geboor en het geluid van betonmolens, helemaal niet sarcastisch bedoeld. Ik kan niet wachten tot het moment is aangebroken dat de bouwwerf naast ons is omgetoverd tot een schitterend nieuw appartementsgebouw. En hopelijk metselen ze nu snel een tweede muurtje naast onze enige overgebleven zijmuur.

Onveiligheidsgevoel

Ze zijn hiernaast weer druk aan het boren en het hameren in onze enige overblijvende zijmuur. Wij voelen ons niet zo echt op ons gemak (understatement). Alles wat enigzins breekbaar is of schade kan oplopen, hebben we ondertussen al verhuisd weg van de muur. Nu maar hopen dat er nog een muur staat als we straks van het driekoningenfeestje terugkomen.

Goeiemorgen

NOT.

Liggen we deze ochtend zalig onwetend in ons bed, worden we opeens ruw wakker gemaakt door het geluid van een boor, zo luid dat het wel leek alsof ze bij ons in de slaapkamer stonden te boren. Enige irritatie was ons deel, maar we trokken het kussen over ons hoofd en probeerden opnieuw de slaap te vatten. Wat niet lukte, dus stond ik maar op. Ik was nog geen vijf minuten uit bed of er werd luid op de deur gebonkt. Een bang voorgevoel overviel mij. Het gebons klonk dringend en voorspelde niet veel goeds.

En ja, nadat ik (in pyama, met mijn dikke confituurpotbrillenglazen op mijn neus en mijn haar nog helemaal in de war) de deur had open gedaan, stonden er twee werkmensen voor de deur. “Jah, euh mevrouw, wij denken dat we door uw muur geboord hebben.” Ikke: “Wablieft?””Ja, we dachten dat we dat toch beter kwamen zeggen.” Ik spoed mij naar de muur die al zoveel te verduren gehad heeft, de enige muur die ons nog scheidt van de buitenwereld en ja, er is een groot gat in ons pleisterwerk en een prachtig rond gat waardoor ik de blauwe lucht kan zien.

Reactie van de werkmensen: “Och, ‘t is maar een klein gaatje. Dat valt nog mee. Ja, kijk, we waren bezig met het bevestigen van een plastic afdeklaag om de binnenmuur tegen vocht te beschermen.” Zenuwachtig lachje. Ik kon er alleszins niet mee lachen. Mijn vriend (die nog poedelnaakt was op het moment dat de heren kwamen aankloppen) had ondertussen ergens wat kleren bijeengescharreld en kwam erbij staan. Mijn vriend kende de werkmensen nog van de opruimingswerken vlak na de instorting, maar echt hartelijk was het weerzien niet.

Wat doe je op zo’n moment? Ik had veel zin om de heren uit te kafferen. De zoveelste stommiteit op een rij. Wanneer eindigt het? Maar goed, dat zou ons niet veel verder gebracht hebben. We hebben onze gegevens opgegeven om door te geven aan de verzekering en nu maar hopen dat het euvel zo snel mogelijk hersteld wordt.

Ter uwer vermaak, een foto van het gat:

Gat in muur

Prettige feesten, of zoiets.

Vermoeiend

Man (of vrouw), twee kleuters kunnen een hoop lawaai maken.  Mijn vriend en ik slaan altijd een zucht van verlichting als het jonge volkje weer de deur uit is. Verder was het een zeer gezellige namiddag in ons appartementje. Een beetje hectisch want die kindjes kruipen overal op en af en willen alles eens uitproberen. Ik kan ze geen ongelijk geven. 😉 Grote hit bij de jongste van het stel (twee jaar): onze pikante scampi met tomatensaus. Meer, meer! En dan maar water drinken. 😉