Na een vlotte treinrit nam ik afscheid van mijn collega in Antwerpen-Zuid en fietste ik van daaruit met de velo naar De Singel. Ik arriveerde exact op hetzelfde moment als mijn collega en letterlijk drie minuten voor de aanvang van de speeches, die gelukkig kort en krachtig waren.
Doordat er veel volk in de file stond op de Antwerpse ring door de stevige regenbuien deze namiddag, had de catering nog keiveel hapjes over. Dat kwam goed uit, want ik had nog niet gegeten. Al werd het op een gegeven moment wel gênant, het leek wel alsof mijn collega en ik onze eigen privécateraar hadden. We hadden ons ene hapje of niet binnen, of daar stond het personeel al met het volgende hapje.
Om acht uur begaven we ons dan naar de prachtig vernieuwde Blauwe Zaal voor de voorstelling van Florentina Holzinger. Een collega had mij op drink op het einde van onze afdelingsdag gewaarschuwd dat het best een heftig stuk was waar de lichaamssappen vrolijk in het rond vlogen. Natuurlijk had ik op voorhand door tijdsgebrek helemaal geen research naar de inhoud van deze voorstelling gedaan. Ik had letterlijk enkel mijn aanwezigheid bevestigd en naar het aanvangsuur van de speeches en de voorstelling gekeken.
En ja, mijn collega had gelijk, dit was een bijzonder heftige voorstelling. De voorstelling speelt zich af in het jaar 1816, een jaar na de uitbarsting van de vulkaan Tombora in Indonesië, waarvan de gevolgen wereldwijd voelbaar waren in de vorm van een extreem koude en natte zomer en mislukte oogsten. 1816 was ook het jaar waarin Mary Shelley haar beroemde roman Frankenstein schreef aan de oevers van het door regen geteisterde meer van Genève.
Ik moet zeggen dat ik de zaal met gemengde gevoelens verliet. Enerzijds was ik erg onder de indruk van de vrouwen die (volledig naakt) op het podium stonden en zongen, musiceerden, dansten en zelfs schaatsten. Wat een talent! En ook de gedeeltes van de voorstelling die de houding van de mannelijke geneeskunde ten opzichte van het vrouwelijke lichaam aanklaagden, vond ik zeer te pruimen.
Die ganse apotheose in het rusthuis waarbij de stront letterlijk in het rond vloog (ocharme die mensen op de eerste rijen) had voor mij gerust met de helft ingekort mogen worden. En de zelfverminking, daar ben ik persoonlijk ook niet zo’n fan van. Ik moet toegeven dat ik toch een paar keer even weggekeken heb. Vooral de geboortescène waarbij een poppetje (dat symbool stond voor de kunstvorm musical) letterlijk uit een dij gesneden werd, had voor mij niet gehoeven. En de facelift met vleeshaken, daarvan hoopte ik dat het trucage was (wat achteraf bezien dus niet het geval bleek te zijn) had ook niet gehoeven.
Maar één ding is zeker: verveeld heb ik me niet en de voorstelling zal ongetwijfeld nog een tijdje nazinderen in mijn hoofd.
Helaas kon ik niet blijven om na te praten met mijn Antwerpse collega, want ik wilde graag de laatste snelle trein naar Leuven halen. Wat probleemloos lukte, met dank aan velo Antwerpen! En om te bekomen van de heftige voorstelling permitteerde ik het mij om mezelf te trakteren op een kaartje in eerste klasse.






