2 augustus 2014 – Þingvellir

Het weer zag er allerminst veelbelovend uit toen we opstonden. Elke dag wanneer we de gordijnen opentrekken, hopen we op het beste, maar vrijwel altijd worden we teleurgesteld. Ik kan alleszins nu al zeggen dat ik in mijn heel leven nog op geen enkele vakantie zoveel regen gezien heb. En ja, dat slechte weer heeft toch een serieuze impact op mijn welbevinden.

Maar goed, we vertrokken na het ontbijt naar Þingvellir, de laatste stop onderweg naar Reykjavik. Þingvellir is een belangrijke historische plaats voor de IJslanders. Op deze plek kwamen ten tijde van de settlers alle IJslanders samen om de wetten af te kondigen en geschillen te beslechten (de Alþing). Later, toen IJsland onder de Noorse kroon kwam en nog later onder de Deense, verloor Þingvellir aan belang. Toen de IJslanders eindelijk in 1944 (in volle oorlogstijd hadden de Denen wel wat anders aan hun hoofd) een onafhankelijke staat afkondigden, gebeurde dat op deze plek.

Þingvellir is ook geologisch een heel bijzondere plek, gelegen midden op de Mid-Atlantische Rug. Op deze plek drijven het Amerikaanse en Europese continent elk jaar letterlijk 2,5 centimeter verder uit mekaar. De breuk tussen de continenten strekt zich duizenden kilometers uit op de bodem van de Atlantische oceaan, maar enkel in IJsland komt deze aan de oppervlakte. In Þingvellir kan je gewoon langs het breukvlak wandelen.

Tijdens ons bezoek aan Þingvellir brak er zowaar een waterzonnetje door. Even was het zelfs warm genoeg om onze jassen uit te trekken. Helaas, dit was slechts tijdelijk, want de donkere wolken pakten zich alweer boven onze hoofden samen. We bekeken alles wat er te bekijken viel en maakten dat we weg waren voordat de eerste waterdruppels vielen.

We waren echt net op tijd bij de auto, want daarna werden de regensluizen opengezet. In de gietende regen reden we verder richting Reykjavik. Ondertussen was het al één uur gepasseerd en begonnen onze magen van zich te laten horen. Tripadvisorgewijs zocht ik een plek op onze route om iets te eten. Het werd Kaffihúsið Álafossi alwaar ik een gigantische kom goulashsoep voorgeschoteld kreeg met heerlijk gebakken vers brood. Het was te lekker om te laten staan, maar achteraf lag de soep ferm op mijn maag.

Omdat het bleef regenen, besloten we rechtstreeks door te rijden naar het Nationaal Museum. We waren daar rond half vier en het museum sloot om vijf uur. Krap, maar net genoeg tijd om door de verschillende tentoonstellingsruimten te lopen. We borgen de rugzak van het fototoestel op in de lockers en liepen door de collectie die een overzicht gaf van de IJslandse cultuur met belangrijke vondsten vanaf de vroegste geschiedenis (874 wordt algemeen aangezien als het moment waarop de eerste settlers in IJsland aankwamen) tot de dag van vandaag. Het museum gaf een mooi overzicht en had enkele heel mooie voorwerpen in de collectie. We bleven er tot sluitingstijd.

De goulashsoep lag nog steeds op mijn maag, dus van honger was er nog geen sprake. We reden dan maar eerst naar het hotel om voor de allerlaatste keer deze reis in te checken. In de hotelkamer deden we wat research om te bepalen hoe we onze laatste zondag in Reykjavik zouden opvullen. Via tripadvisor kwam ik uit op de begeleide wandelingen van I heart Reykjavik, een initiatief van de blogster van de gelijknamige blog. De wandelingen zouden een andere kant van Reykjavik blootleggen. Klonk boeiend, dus we boekten een rondleiding voor ’s ochtends tien uur.

We stapten terug in de auto om de avond in het historische centrum van de stad door te brengen (ons hotel lag niet bepaald op wandelafstand van het centrum en in Reykjavik hebben ze duidelijk geen parkeerprobleem). We maakten eerst en vooral de obligate foto van de Sun Voyager, een uitgebeend vikingschip en parkeerden dan wat verderop bij een grote parking aan de haven niet ver van het Harpa gebouw.

En kijk, de zon kwam even piepen. Ideaal weer voor een avondwandeling door het centrum. Het viel ons op dat het extreem rustig was in het centrum voor een zaterdag. Nochtans zaten we in een buurt waar er veel restaurants en bars waren. De zon gaf er echter al snel de brui aan en een volgende regenbui maakte dat we op goed geluk ergens gingen schuilen in de inkomhal van een tourist office. Diezelfde inkomhal leidde ook naar restaurant Kjallarinn waarvan de menukaart ons op het eerste gezicht wel aanstond. Tripadvisor leerde ons dat dit restaurant een goede reputatie had, dus we liepen er binnen om te reserveren om op zondag onze laatste dag in stijl af te sluiten.

Veel honger had ik nog altijd niet, dus gingen we voor een snelle hap: een noedelsoepje bij Ramen momo. Snel, goedkoop, lekker en gezond. Jammer dat zulke noedelbars in België nog niet dik gezaaid zijn. Zoals het hoort in dit soort eetgelegenheden, waren er maar een paar zitplaatsen op krukjes aan de toog. De chefkok van dienst bleek een Tibetaan te zijn, maar zijn noedels smaakten Japans. Eindelijk eens iets anders op het menu dan lamsvlees en Arctic char.

Na het eten keerden we naar het hotel terug, het weer was nog altijd slecht en een avond vroeg in bed krijgen, zou ons deugd doen.

IMG_0948

IMG_0955

IMG_0956

IMG_0965

IMG_0969

IMG_0975

IMG_0986

IMG_0992

IMG_0993

IMG_1006

IMG_1011

IMG_1016

IMG_1049

IMG_1052

IMG_1056

1 augustus 2014 – Gullfoss en Geysir

Toen we opstonden scheen de zon en wij dankten de weergoden voor elke zonnestraal die onze richting uitkwam. Het ontbijtaanbod begon ons zo langzamerhand wel een beetje tegen te steken. Het aanbod was dan ook in elk hotel exact hetzelfde: haring, komkommer, paprika, schelletje kaas, hesp of salami, yoghurt en ontbijtgranen. Aangezien ik geen ontbijtgranen lust en ik ook niet zo’n fan was van de aangeboden charcuterie, betekende dat voor mij in de praktijk: haring, komkommer, paprika en yoghurt. Enfin ja, ik ben verwend, ik besef het. Maar had ik al gezegd dat de zon scheen?

Het gebied waar we vandaag naartoe reden was veel groener dan dat van de voorbije dagen. Veel vruchtbaarder ook, want we zagen meer boerderijen en hopen grazende koeien. Fantastisch om nog eens bomen te zien! Die bomenarmoede is trouwens gedeeltelijk de schuld van de vikingen die zich ergens in de negende eeuw in IJsland vestigden. Die eerste settlers zijn erin geslaagd op een dikke honderd jaar tijd alle bomen te kappen die er stonden. Het eiland draagt er nu nog altijd de gevolgen van.

Eerste stop van de dag: de Gullfosswaterval. Het was zo aangenaam warm dat ik het zelfs aandurfde mijn broekkousen uit te spelen. De Gullfoss was echt een prachtige waterval, maar tegelijkertijd was het duidelijk dat we op het meest toeristische stuk van onze rondreis beland waren (de Golden Circle, een populaire rondrit die veel toeristen doen vanuit Reykjavik). Heel veel volk aan die waterval. Volgens onze reisbeschrijving zou de Gullfoss even imponerend zijn als de Niagara Falls. Dat vond ik persoonlijk niet echt, maar ik was al blij dat de IJslanders er geen pretpark rondgebouwd hadden zoals de Amerikanen en de Canadezen.

We hielden een vroege lunchpauze op het terras bij het café/visitorcenter/souvenirshop van Gullfoss. Beetje genieten van de zon op ons gezicht. Ik ging nogmaals voor de IJslandse lamsvleessoep en mijn vriend at een geroosterde sandwich met ham en kaas. Een simpel en snel middagmaal.

Volgende halte: het Geysirgebied. Dit moet zowat dé topattractie zijn van IJsland, al is er momenteel nog maar één geiser die effectief spuit: de Strokkur (karnton). We voegden ons bij de wachtende massa en probeerden te gokken wanneer de Strokkur zou spuiten om dit fenomeen te filmen en te fotograferen. De Strokkur spuit zo om de vier à acht minuten, dus lang moesten we niet wachten, maar we maakten wel talloze filmpjes waarin helemaal niks gebeurde. Heel bescheiden hoogtes werden afgewisseld met een waterkolom tot wel 20 meter hoog. Een waarlijk indrukwekkend natuurfenomeen. Vlakbij bekeken we ook nog de borrelende Litli Geysir en de niet meer spuitende Geysir, die zijn naam wereldwijd leende aan het fenomeen geiser.

Terwijl we in de zon stonden te kijken naar de Strokkur geiser, pakten in de verte de donkere wolken zich samen. Een wandeling de berg op maken, leek ons niet meer zo’n goed idee, want de donkere wolken naderden snel en het werd merkelijk kouder. Terug naar de auto dan maar, kousen opnieuw aangedaan en jawel, even later begon het te regenen. We reden dan maar rechtstreeks naar ons Edda hotel gelegen bij het meer Laugarvatn. Alweer een Edda hotel. Ik moet zeggen dat ik niet echt fan ben van deze keten, maar goed, het slaapcomfort is ok en het ontbijt kan er ook mee door.

Aan het receptie werden we vriendelijk onthaald door een beetje een excentriek meisje. Ze zag eruit alsof ze zich dood zat te vervelen achter haar computer, want veel gasten had het hotel niet te oordelen aan het aantal auto’s op de parking. Het hotel leek mij gevestigd te zijn in een voormalig internaat. De foto’s van afgestudeerden aan de muren en iets wat leek op portretten van directeurs leken dit vermoeden te bevestigen. De sfeer in de gangen was echt die van een internaat. Niet echt gezellig, terwijl men nochtans wel moeite deed om de boel wat op te fleuren met planten en zo.

Op de kamer zaten we ons af te vragen wat te doen de rest van de namiddag/avond (‘t is niet dat er in de meeste van de plakken die we bezocht hebben een bruisend uitgaansleven is). Het Spa & Wellness complex Fontana leek een optie, maar de tripadvisor reviews waren minder dan lovend. Het zou nogal klein zijn en te duur voor wat het was. Ik las eveneens dat dit een typische stop was voor toeristen die de Golden Circle toer deden en besefte dat dit wellicht een toeristenval was. Iets anders dan maar. Maar eerst nog wat postzegels gaan kopen bij het rare meisje aan de receptie.

Het meisje was duidelijk dolenthousiast dat ze postzegels aan mij kon verkopen. Zeker toen ze het aantal postzegels dat ik nodig had, hoorde. “Goed dat ik vandaag net de postzegels geordend heb”, zei ze met een brede glimlach. Om vervolgens de mooi apart afgescheurde postzegels één voor één te tellen. Moet wel erg zijn als je op zoek moet gaan naar dat soort taakjes om je dag te vullen. Ik had met haar te doen.

Via tripadvisor vonden we restaurant Efstidalur in de buurt van Laugarvatn. We reserveerden een tafeltje en vertrokken voor een korte wandeling langs de oevers van het meer. Het was gestopt met regenen, maar het was erg fris. Warme kledij was dus noodzakelijk. Echt boeiend was de wandeling niet. Het enige wat bijzonder is aan Laugarvatn is dat de oevers op sommige plaatsen borrelen omdat er warmwaterbronnen in het meer uitkomen.

Na de wandeling vertrokken we naar restaurant Efstidalur. De reden dat we voor dit restaurant hadden gekozen was simpel: je kon er eten in een omgebouwde schuur die nog effectief deel uitmaakte van een functionerende boerderij met uitzicht op de koeien. Op het einde van de eetruimte was een glazen wand waardoor je naar beneden kon kijken hoe de koeien genoten van hun hooi als avondmaal. Wij hadden een tafeltje vlakbij de glazen wand. Heel speciaal.

En ja, wat bestelt een mens met uitzicht op malende koeienkaken: een goeie biefstuk natuurlijk. Mijn vriend ging voor een echte boerderijhamburger. Mijn vlees was supermals. Echt heerlijk. Op tripadvisor had ik gelezen dat het huisgemaakte ijs erg lekker was, dus bestelde ik een ijsje als nagerecht. Mijn vriend, geen grote ijsliefhebber, had wel zin in een stuk chocoladetaart.

Mijn ijsje werd al snel gebracht, maar het dessert van mijn vriend bleef spoorloos. Na tien minuten wachten, besloten we toch maar eens te informeren. Net op dat moment kwam de ober natuurlijk met de chocoladetaart uit de keuken. Ik heb het al eerder aangehaald in mijn reisverslagen. Op mij komt het over alsof het de IJslanders allemaal niet zoveel kan schelen. Een goeie service lijkt voor hen maar bijzaak. ’t Is al snel ‘goed genoeg’ in plaats van naar excellentie te streven. Een gemiste kans, vind ik persoonlijk.

Enfin ja, we hadden een fijne avond, daar niet van, maar het zou toch fijner geweest zijn als we allebei tegelijkertijd ons dessert hadden gekregen. Wie in IJsland op zoek is naar een unieke dineerervaring is bij Efstidalur zeker aan het juiste adres. Doe de koeien de groeten van mij.

De rest van de avond brachten we door met het schrijven van kaartjes. Het meisje aan de receptie was dolgelukkig toen ik haar de ochtend nadien het stapeltje kaartjes overhandigde. Had ze wellicht iets om alfabetisch te sorteren. 😉

IMG_0776

IMG_0778

IMG_0784

IMG_0790

IMG_0796

IMG_0800

IMG_0811

IMG_0814

IMG_0823

IMG_0836

IMG_0839

IMG_0849

IMG_0851

IMG_0882

IMG_0883

IMG_0912

IMG_0920

IMG_0927

IMG_0931

IMG_0933

IMG_0937

IMG_0941

IMG_0946

31 juli 2014 – Landmannalaugar

Het is ons hier echt niet gegund om twee dagen na mekaar mooi weer te hebben. Bij het opstaan, constateerden we dat de wolken die we de avond voordien hadden zien binnen drijven zich ontwikkeld hadden tot dikke, grijze regenwolken.

Aangezien onze ferry pas om 12 uur vertrok, hadden we nog een voormiddag te doden op Heimaey (zelf zou ik een vroegere ferry geboekt hebben). Het weer leende zich echter niet tot het maken van wandelingen. Ik schat dat het zo’n elf graden was, maar de regen en vooral de ijskoude striemende wind maakten dat de gevoelstemperatuur lager lag. Dan maar in de auto gekropen voor een rondrit op het eiland. We reden langs een paar uitzichtpunten die echt de moeite waren. Heimaey maakt meestal geen onderdeel uit van een typische IJslandreis, maar bij deze wil ik dit eiland warm aanbevelen.

Voordat onze ferry vertrok, kochten we nog snel een paar koffiekoeken in een plaatselijke bakkerij om deze onderweg ergens soldaat te maken.

Tijdens de terugtocht met de ferry zochten we binnen beschutting tegen de kou en de regen. Nuja, op de heenreis hadden we al uitgebreid van het uitzicht kunnen genieten en ik gebruikte de tijd nuttig om nog wat aan mijn reisverslagen te werken. Al een geluk dat ik goed kan blind typen, want de boot schudde nogal en het leek me verstandig een oogje op de horizon te houden.

Op het vasteland kruisten we massa’s jongeren die allemaal aan het wachten waren om de ferry naar Heimaey te nemen voor het festival (mijn reisgids vermelde ook iets van massaal naakt zwemmen in de zee, maar geen idee wat daar van aan is). Jammer voor hen dat het weer nu zo slecht was. Geen ideale temperaturen om vier dagen te kamperen op een festivalterrein. Maar ik ben dan ook een watje wat dat betreft.

Onze eerste halte was de Seljalandsfoss, alweer een mooie waterval met als extraatje dat je achter de waterval door kon lopen. Het regende pijpenstelen, dus lieten we de Canon in de auto liggen en namen we alleen de GoPro mee, die kan wel tegen een stootje. Nuja, door het sproeiwater zouden we toch sowieso nat geworden zijn. Mijn nieuw knalblauwe regenjas is alleszins al erg goed van pas gekomen… Tijdens de tocht achter de waterval kwamen we een groep Engelse scouts tegen waarvan er sommige op sandalen waren. Respect!

Bij een kraampje dat bij de waterval stond, kocht mijn vriend zijn allereerste IJslandse hotdog, schijnt hier zowat de specialiteit te zijn. Ik beet er een klein stukje af, maar hotdogs zijn echt mijn ding niet en jammer genoeg verkocht het kraampje vandaag geen lamsvleessoep. :-( Gelukkig waren er koffiekoeken in de auto!

Toen we verder richting Landmannalaugar in het binnenland reden, verbeterde het weer geleidelijk aan. Het stopte met regenen en even later brak de zon zelfs aarzelend door (deze post lijkt wel een weerbericht). Onderweg hielden we even halt bij The Commonwealth farm in Þjórsárdalur, een reconstructie van een woonhuis uit 1100. De inkom was niet goedkoop, maar deze keer voelde ik me niet in het zak gezet. De infoborden waren zeer duidelijk en de reconstructie bood een goed inzicht in het harde leven van die tijd. Oja, extra pluspunten voor het feit dat a) er toiletten aanwezig waren en b) deze zeer proper waren.

Tot onze verbazing waren we al om 16u bij ons hotel Hrauneyjar Guesthouse, terwijl we zelfs tussenstops hadden ingelast. Dat was vroeger dan verwacht. We dropten onze valiezen in onze piepkleine kamer waar de douche bijna in het toilet stond. Hrauneyar Guesthouse had veel weg had van zo’n ouderwets hotel waar jeugdbewegingen vroeger op kamp gingen: ellenlange gangen ongezelligheid. En oja, je moest van die blauwe plastieken omhulsels over je schoenen aandoen om te vermijden dat je vuil van buiten mee onder je schoenzoleen naar binnen nam. Grappig.

Wat later zaten we opnieuw in de wagen om naar Landmannalaugar te rijden. In afstand was dit niet zo heel ver meer, maar de stoffige onverharde wegen maakten van de rit een uitdaging. Meermaals werden we goed door mekaar geschud en je zag andere auto’s in de verte aankomen door de gigantische stofwolk die ze veroorzaakten. Net een scène uit een film.

De rit was soms echt wel onaangenaam doordat we zo hevig door mekaar geschud werden, maar toen we aankwamen in Landmannalaugar waren we blij dat we doorgebeten hadden. Wat een bijzondere plek! Landmannalaugar is gelegen in een dal dat wordt omgeven door rhyolietbergen in allerlei kleuren die door de avondzon nog extra in de verf gezet werden.

Vlak voordat we de camping en de bijhorende warmwaterbronnen zouden bereiken, moesten we twee (kleine) rivieren oversteken. We parkeerden voor de eerste rivier en besloten de situatie eerst een tijdje te observeren. We waren blijkbaar niet de enigen die deze strategie hanteerden. Vlakbij was nog een ander Vlaams koppel aan het beredeneren welke de beste weg was om de rivier over te steken. Zij moesten met hun Jimney echt tot op de camping geraken, want het was nog een heel eind wandelen met al hun kampeerspullen. Uiteindelijk besloten we het zekere toch maar voor het onzekere te nemen, waterschade is immers niet gedekt bij huurwagens, en de te voet te gaan. Maar we juichten wel het West-Vlaamse koppel toe dat met hun Jimney dapper door het water reed en behouden aan de overzijde geraakte.

Op ons gemak wandelden we naar de warmwaterbronnen bij de rivier waar het wemelde van de toeristen. Bij de natuurlijke badplaats was er echter alleen maar een houten steiger voorzien met wat ijzeren rekjes om kleren en handdoeken op te hangen. Een heel stuk verder waren er toiletten waar ik me eventueel kon omkleden, maar dan moest ik dat hele eind in badpak door de kou. Enfin ja, ik had plots helemaal geen zin om me om te kleden in het openbaar en vervolgens tussen een hoop toeristen te gaan zitten weken in lauw water. ’t Is niet dat ik iets tegen naaktheid heb of zo, want we gaan regelmatig naar gemengde sauna- en wellnesscentra, maar ik zag op tegen het hele gedoe. Mijn vriend was een minder watje dan ikzelf, dus die ging wel even voelen hoe warm het water was. Ik bleef op het droge en maakte foto’s van de omgeving in het betoverende avondlicht.

Het bleef heel koud, maar we besloten toch nog een ritje te maken naar het kratermeer Ljótipollur (lelijk poeltje). De weg erheen was het allerergste wat we tot nu toe hadden meegemaakt in IJsland. Het leek net of we in een kermisattractie zaten, zo erg werden we door mekaar geschud. Maar toen we er eindelijk waren, kregen we als beloning een fantastisch uitzicht op het blauwe meer omgeven door een krater in rood gesteente. Zeer mooi.

De terugrit ging vlotjes. We merkten dat kleinere putten in de weg makkelijker te nemen waren als we sneller reden (voor grote putten ging dit niet op). Hoe trager, hoe meer je elke oneffenheid in de weg voelde. Hierdoor waren we mooi om 20u in het hotel om aan te schuiven voor het diner. Ditmaal ging ik niet voor de vis, maar voor het lamsvlees! De keuzemogelijkheden werken soms verlammend. 😉 Het vlees was lekker mals, maar alles bij het vlees lag duidelijk al een tijdje op het bord en was spijtig genoeg koud. Tja, mijn maag was ermee gevuld.

we kropen in ons piepklein bedje in ons piepkleine kamertje en hoopten op een goeie nachtrust.

IMG_0543

IMG_0549

IMG_0560

IMG_0571

IMG_0580

IMG_0581

IMG_0589

IMG_0602

IMG_0607

IMG_0621

IMG_0647

IMG_0648

IMG_0651

IMG_0665

IMG_0666

IMG_0673

IMG_0679

IMG_0685

IMG_0695

IMG_0698

IMG_0709

IMG_0721

IMG_0727

IMG_0737

IMG_0740

IMG_0753

IMG_0772

30 juli 2014 – Vestmannaeyjar

De wekker liep af om 6.30u en dat deed ons een beetje pijn. We hadden echter weinig keuze want de ferry naar de Westmaneilanden (Vestmannaeyjar) vertrok om 10u en vanaf ons hotel was het een kleine twee uur rijden naar het vertrekpunt van de ferry. We douchten en ontbeten aan een sneltempo. Zonde, want deze keer was het ontbijtbuffet eens echt de moeite, met smoothies en vitamineshots en pannenkoeken en ander lekkers. Er was zelfs prosecco voorzien. Die liet ik echter aan me voorbij gaan, wie weet wat voor een woeste zee we zouden moeten trotseren om op de Westmaneilanden te geraken. Als ik dit zelf geboekt had, zou ik toch voor een latere ferry gekozen hebben.

Op dit veel te vroege uur werden we tot onze vreugde door een enthousiast schijnende zon verwelkomd. De rit naar het vertrekpunt van de ferry was heel mooi. Die ene keer dat we geen tijd hadden om onderweg te stoppen om foto’s te nemen, kwamen we langs pseudokraters, vogelkliffen en fotogenieke watervallen die er allemaal op hun best uitzagen onder de stralende zon en blauwe hemel. Toch wel een beetje zuur.

We arriveerden een half uur voor het vertrek van de ferry. Mooi op tijd dus. Bij het loket van de ferry stond echter zo’n lange rij (we moesten onze reservatie nog omzetten in tickets) en het ging zo traag vooruit dat we even vreesde de ferry te zullen missen. Echt waar, geen flauw idee waarom het uitprinten van een paar tickets zo verschrikkelijk lang moest duren.

De overtocht met de ferry naar Heimaey (het hoofdeiland van de Westmaneilanden) was zalig. Deze keer konden we wel op het dek staan. Het was behoorlijk frisjes, maar de zon verwarmde onze gezichten. Een vriendin die een schooljaar op uitwisseling naar IJsland geweest is, had me dit eiland aangeraden. Op de voorgestelde route van het reisbureau kwam dit eiland niet voor. Echt blij dat we dit zelf toegevoegd hebben, want Heimaey is klein, maar fijn.

Heimaey heeft ook een heel aparte geschiedenis. Het scheelde niet veel of het eiland was na 1000 jaar bewoning onbewoond achter gebleven. In 1973 ontstond er midden op het eiland een gigantische scheur waaruit lava en as naar buiten spoot. De bewoners hadden geluk dat het de dag voordien te slecht weer was om uit te varen, waardoor alle vissersboten in de haven lagen. Het ganse eiland werd geëvacueerd per boot terwijl de uitbarsting bleef verder duren.

Op een gegeven moment dreigde de lavastroom de haveningang af te sluiten. Dit zou fataal zijn voor Heimaey dat traditioneel van de visvangst leeft. Zonder haven, geen werk. Voor de allereerste keer gebruikte men zeewater in een poging om de lavastroom af te koelen en zo een halt toe te roepen. De inspanningen bleken succesvol. De havenopening bleef behouden en door de extra lava is de haven nu meer afgesloten van de zee, waardoor het water er kalmer is.

Pas na een half jaar kwam de uitbarsting tot een einde. Het eiland was ondertussen 25 procent groter geworden. Veel huizen waren volledig verwoest of begraven onder meters as. Toch wilden er veel inwoners terugkeren. Heroïsche inspanningen werden gedaan om het eiland te herstellen. De graven van het kerkhof werden met de hand uitgegraven, de landingsbaan van de luchthaven werd vergroot met het extra materiaal door de uitbarsting uitgestoten en huizen werden heropgebouwd. Heel veel respect voor de mensen die terugkeerden. Ik weet niet of ik het zou kunnen opbrengen als letterlijk alles wat ik had was weggevaagd door een natuurramp.

Bij aankomst van de ferry wilden we iets doen waarbij we van het mooie zonnige weer konden profiteren. Onze oog viel op een collectie Segways vlak bij de haven. We informeerden naar de kostprijs voor een uur (duur en nog duurder met een gids erbij), maar hey, een mens leeft maar één keer en we hadden altijd al eens dit bijzondere voertuig willen uitproberen. We huurden twee Segways met de gids erbij. Alleen gaan rondrijden met zo’n ding zonder dat we het eiland kenden, leek ons niet zo’n strak plan.

Eerst een rondje oefenen op de stoep. Dat ging redelijk vlot. Maar het moeilijke werk moest nog komen: een helling oprijden. In principe is de besturing van een Segway heel makkelijk je duwt de stuurstang naar voren als je naar voor wil gaan, trekt hem naar achter als je wil naar achter gaan en naar rechts of links als je één van die beide richtingen uit wil. Het klinkt echter makkelijker dan het is. Op de één of andere manier dachten mijn hersenen dat ze ook iets met mijn voeten moesten doen. Alsof ik aan het skiën was en mijn lichaamsgewicht van de ene voet naar de andere moest verplaatsen.

Uiteindelijk bleek stijgen makkelijker dan dalen en haalden we een mooie snelheid bergop. Bij het dalen duwde de stuurstang echter in mijn buik en had ik het gevoel dat ik elk moment van de Segway kon afvallen. Wat niet gebeurde, natuurlijk. Maar naar het einde van de rit toe begonnen mijn voeten aardig te verkrampen. Mijn vriend had een gelijkaardige ervaring. Ik neem aan dat het allemaal wat vlotter gaat eens je een paar keer op dat ding gereden hebt en je eraan gewend bent dat je gewoon moet blijven rechtstaan en niets met je voeten moet doen.

De Segway was alleszins een ideaal vervoermiddel om het heuvelachtige eiland te verkennen. Met weinig inspanning legden we redelijk grote afstanden af. Deze keer hadden we het getroffen met onze gids, een heel vriendelijke IJslander die boeiend kon vertellen over het eiland en de dramatische gebeurtenissen daar. Eén van zijn verhalen wil ik jullie niet onthouden. In 1984 zonk voor de kust van Heimaey een vissersboot met vijf man aan boord. Twee van de bemanningsleden kwamen om bij het kapseizen van de boot, de drie overige probeerden al zwemmend de kust te bereiken in het ijskoude water (6 graden).

Slechts één van de matrozen slaagde er na een zwemtocht van waarschijnlijk zes uur in de kust van Heimaey te bereiken. De kliffen op de plaats waar hij het eiland bereikte waren echter te steil om aan land te komen, dus was hij genoodzaakt nog een stuk verder te zwemmen in het ijskoude water. Nadat hij aan land was gekomen, moest hij nog een heel stuk blootsvoets over scherpen lavarotsen wandelen. Tijdens zijn tocht kwam hij een badkuip tegen die gebruikt werd om de paarden water te geven. Hij had zo’n dorst dat hij de dikke ijslaag op het water met zijn blote handen stuksloeg om zijn dorst te lessen. Na nog drie kilometer wandelen, kwam hij aan bij het eerste huis en klopte aan de deur. De bewoners brachten hem meteen naar het ziekenhuis om de wonden aan zijn voeten te laten behandelen.

Een echt sterk verhaal, want een normale mens kan onmogelijk zo lang in ijskoud water zwemmen. Nadat hij hersteld was van zijn wonden, testten wetenschappers zijn vermogen om in koud water te overleven. Ze zetten hem samen met twee Navy Seals in een tank met ijswater, bleek dat hij uren langer in het water kon blijven zitten. Onze gids zei dat zijn huid was zoals die van een zeehond. Enfin ja, ik was onder de indruk.

We kwamen ook langs de festivalsite van Heimaey. Elk jaar vindt hier een groot festival plaats waar maar liefst 25.000 (!) mensen naartoe komen vanuit heel IJsland. De rotsen vormen een natuurlijk theater zodat iedereen de optredens goed kan volgen en er wordt blijkbaar ook gezamenlijk gezongen. Ze waren nog druk bezig met de opbouw terwijl het festival toch al de dag nadien begon. Al vaker gemerkt dat die IJslanders zich beslist niet laten opjagen. 😉

Ons Segwaytochtje kreeg nog een miniverlengstuk omdat we niet met de visakaart konden betalen en we van de gids nog een tochtje naar de bank en terug mochten maken. :-)

Tijd voor een snelle lunch op een terrasje in de zon (merk op hoe vaak het woord zon in dit stuk voorkomt). Ik at een slaatje met kip en mijn vriend een, u raadt het nooit, hamburger. Veel stelde het niet voor, maar het was fijn om in de zon te kunnen eten. Als dessert at ik zelfs een softijsje met chocoladedip om een collega een plezier te doen die dat zo graag eet. Zelf ben ik niet zo’n geweldige softijs-fan, maar IJslanders krijgen hier blijkbaar geen genoeg van.

We kochten een ticket voor een boottocht rond het eiland en bezochten daarna op aanraden van onze Segwaygids het museum over de uitbarsting met de ietwat bombastische naam Pompeii of the North. Ietwat overdreven, maar op zich was het wel een interessant museum. Centraal in het museum stond een huis dat bedolven geraakte onder de as. De bewoners van dit huis hadden het slimme idee om hun huis uit te graven en er een museum rond te bouwen. Het museum is heel modern en toont veel foto’s en video’s over de ramp. Bij de ingang krijg je een smarthphone die afhankelijk van je locatie in het gebouw wat meer achtergrondinfo geeft. Meer dan een uur heb je niet nodig om dit museum te bezoeken, maar ik durf het toch aan te bevelen.

We hadden nog wat tijd over alvorens de boottocht van 15.30u vertrok. Die vulden we door op een bankje in de haven te genieten van de zon. De rondvaart rond Heimaey was echt de moeite. De grillige kustlijn van dit eiland is bijzonder fotogeniek, we zagen zeevogels hun jongeren voeren en puffins naar zee vliegen om visjes te vangen, telden de eilandjes op de Mid-Atlantische breuklijn en bewonderden veel mooi gekleurde grotten. We kregen opnieuw het verhaal te horen over de wonderbaarlijke zwemtocht van de matroos met het zeehondenvel en zagen een dode dwergvinvis drijven.

Vlak voor de boottocht eindigde voer onze boot een grot in. En daar had ik een kanjer van een déjà vu. Heel vreemd. Het moment dat de saxofoon Amazing Grace begon te spelen in de grot, was het net of ik dit al eerder had meegemaakt. Het vreemde was dat ik tijdens de boottocht met de melodie van Amazing Grace (waarvan ik de Nederlandstalige versie vroeger vaak met het kinderkoor in de mis zong) in mijn hoofd had gezeten. Ik vroeg aan mijn vriend of we ooit eerder iets gelijkaardigs samen hadden beleefd, maar hij beweerde van niet. Misschien op een andere reis met vrienden of zo. Bizar.

Na de boottocht checkten we in bij ons hotel. We werden vriendelijk welkom geheten, zonder een woord over de verkeerde boeking. Nadat we onze koffers naar de kamer gebracht hadden, zaten we allebei wat te suffen omdat we moe waren van het vroege opstaan. Via tripadvisor zochten we een restaurant om iets te eten en zo kwamen we uit bij de nummer 1 van Heimaey: Slippurinn. Mijn vriend reserveerde een tafeltje, maar had de nodige moeite om uit te leggen hoe zijn naam gespeld werd. Omdat zijn achternaam heel moeilijk is voor de meeste buitenlanders probeerde hij te reserveren op zijn voornaam, uiteindelijk gebruikte hij de internationale conventie (alfa, bravo, charlie, delta) in de hoop dat ze het dan begrepen. Enfin ja, er was een tafel voor ons, dat was het belangrijkste.

We maakte nog een miniwandeling naar een uitzichtpunt en trokken daarna op ons gemak richting restaurant. Daar aangekomen vonden ze natuurlijk nergens een reservatie terug op de voornaam van mijn vriend. Totdat mijn vriend zelf in het boek keek en zag dat er in plaats van zijn voornaam de aanduidingen voor de letters hadden opgeschreven. Grappig.

We namen allebei de vis van de dag en dat was zo’n grote portie dat we echt geen plek meer vonden voor een dessert. Het mag gezegd dat de bediening bij Slippurin zeer goed was. Het menu werd voorgesteld zoals het hoort en onze dienster was erg vriendelijk. Het restaurant was bovendien gelegen in een historisch gebouw én ze hadden er rabarberlimonade, als dat niet fantastisch is! Als afsluiter van een geslaagde dag bestelde mijn vriend nog een lava biertje (een heel zwart bier zonder schuim) en ik ging voor een rabarber mojito.

Een mooie dag op een fantastisch eiland.

IMG_0307

IMG_0310

IMG_0324

IMG_0327

IMG_0330

IMG_0331

IMG_0339

IMG_0352

IMG_0361

IMG_0364

IMG_0375

IMG_0381

IMG_0390

IMG_0396

IMG_0411

IMG_0414

IMG_0445

IMG_0448

IMG_0458

IMG_0468

IMG_0495

IMG_0513

IMG_0528

IMG_0540

29 juli 2014 – Jökulsarlón en Kirkjubæjarklaustur

Het zag ernaar uit dat het spreekwoord ‘derde keer, goeie keer’ deze dag voor ons bewaarheid zou worden. De weersvoorspellingen waren gunstig en stemden overeen met met onze eigen waarnemingen (wat in IJsland lang niet altijd het geval is). In de verte doemden bergen en gletsjers op die we de voorbije twee dagen niet hadden kunnen waarnemen. Na het ontbijt besloten we dus vol goeie hoop opnieuw de 90 km van het hotel naar het Jökulsarlón gletsjermeer af te leggen. Pas op, ik was erg tevreden van ons hotel: supercoole ligging in the middle of nowhere, leuke architectuur en lekker avondeten, maar een locatie iets dichter bij de belangrijkste attracties was wenselijk geweest.

Maar goed, we zagen nu onderweg wat meer, dus de vierde keer dat we dit stuk weg aflegden, voelde toch nog een beetje als nieuw aan. En jawel, wat een verschil bood de aanblik van Jökulsarlón met de dag voordien. De zichtbaarheid was een pak beter en we voelden zo nu en dan een druppeltje op onze neus neerdalen, maar daar maalden we niet om. Eindelijk hadden we na twee dagen wachten een goed zicht op de gletsjer Vatnajökull. Ik deed mijn legging opnieuw over mijn broekkousen aan, zette mijn muts op, trok mijn fleece aan met mijn regenjas erover en ik was klaar voor een tochtje met het amfibievoertuig.

We hadden heel veel geluk met de gids op het ambifievoertuig: een supersociale Spanjaard genaamd Jorge. Hij vertelde ons dat er uitzonderlijk veel ijsbergen en ijsschotsen in het gletsjermeer dreven omdat er drie dagen geleden een groot stuk van de gletsjer was afgebroken. De ijsbergen in het meer smelten langzaam tot ze licht genoeg zijn om naar zee af te drijven en daar hun laatste adem uit te blazen. De temperatuur van het water is twee tot vijf graden, afhankelijk van de hoeveelheid zeewater die zich met het gletsjerwater mengt. De blauwe kleur van het ijs ontstaat doordat dikke ijsbergen het licht niet langer doorlaten zoals gewoon ijs, maar het blauwe licht reflecteren.

Jorge was een boeiend verteller. Met veel animo bracht hij het verhaal van de domme Amerikaanse toeristen die het een romantisch idee vonden om te gaan picknicken op een ijsberg. Maar opgelet, zo’n ijsberg drijft sneller dan je op het eerste gezicht denkt. En tegen dat de toeristen aan hun dessert zaten, waren ze al een heel stuk afgedreven naar zee en moesten ze door de hulpdiensten gered worden van hun ijsberg. True story, althans volgens Jorge. We mochten ook een stukje van een authentieke ijsschots proeven. Heel helder en zuiver ijs. Ideaal om cocktails mee te maken.

We waren erg blij dat we toch nog de boottocht hadden kunnen maken in redelijke weersomstandigheden en ik bedankte Jorge in mijn beste Spaans voor zijn interessante uitleg.

Op de terugweg zagen we de verwrongen stukken metaal van de vorige brug over de gletsjerrivier Skeiðará liggen. In 1996 barstte de vulkaan Grímsvötn die onder het gletsjerijs van het nationale park Vatnajökull ligt, uit en veroorzaakte een ware vloedgolf van lava vermengd met smeltwater en ijsblokken afkomstig van de gletsjer. De vloedgolf sloeg twee bruggen en een stuk van de ringweg weg en beschadigde de meer dan 900 meter lange brug over de rivier de Skeiðará. Ondertussen is alle schade hersteld, maar de foto’s van de verwoesting waren bepaald indrukwekkend. Die IJslanders moeten wel erg veerkrachtig zijn om telkens na een ramp opnieuw aan de heropbouw te beginnen.

We consumeerden ons middagmaal in hetzelfde wegrestaurant als de dag voordien: soep, soep en een lekker stuk appeltaart. Niet echt een gezellige omgeving om te lunchen, maar we hadden er wel mee gegeten en op de parking konden we even meesurfen op de wifi van de Reykjavik Excursions bus naast ons. Veel van die tourbussen blijken tegenwoordig uitgerust te zijn met wifi. Wat een luxe!

We reden voor de vijfde en laatste keer deze reis opnieuw naar het Skaftafell Visitor Center om de wandeling naar de gletsjer te doen die we de dag voordien niet gedaan hadden. De wandeling was niet echt uitdagend (een gedeelte was zelfs rolstoeltoegankelijk), maar bracht ons wel vrij dicht bij de gletsjer die helemaal zwart zag van het vulkanische as. En tijdens de wandeling begon de zon zowaar te schijnen! Applaus!

Van Skaftafell was het nog een heel stuk rijden naar Kirkjubæjarklaustur. We wuifden even naar ons hotel toen we er voorbij reden en drukten de gaspedaal wat dieper in. Vijf keer hetzelfde stuk weg doen, was echt van het goede teveel.

In Kirkjubæjarklaustur gingen we linea recta naar de toerist info. We troffen een vriendelijke en behulpzame dame die ons een wandeling aanraadde langs de Systrafoss, zo genoemd naar een Benedictijner klooster dat hier vroeger stond. Fijn om eens een behulpzaam iemand te treffen.

De wandeling was echt prachtig. We begonnen aan de voet van de Systrafoss en klommen vrij snel omhoog naar het plateau. Wat ons daar wachtte was een schitterend uitzicht op Kirkjubæjarklaustur en omgeving. We konden in de verte de gletsjers zien liggen die we in de ochtend bezocht hadden. Magnifiek. De wandeling bracht ons langs Systravatn, een meer waarin twee nonnen verdronken zouden zijn. De nonnen werden volgens de legende door een geheimzinnige hand de diepte in getrokken op de plek waar zij altijd gingen baden.

Ik vond het meer er erg lieflijk uitzien en wat fijn om tijdens de wandeling de zon op ons gezicht te voelen. De ijzig koude wind werd er draaglijk door en wie durft over zo’n detail te klagen als de zon schijnt?

Na de wandeling sloegen we nog wat proviand in bij een winkeltje dat bij een camping hoorde. We kochten er wat noten, kókómjólk en hun hele voorraad postzegels (49 in totaal). Nu gaan die kampeerders geen kaartjes meer kunnen schrijven naar het thuisfront, de stakkers.

We reden verder naar het hotel langs een veld met pseudokraters zo ver als het oog reikte. De kamer in het Laki hotel stelde niet veel voor, maar het buffet was fenomenaal. Alles was superverzorgd. De eerste keer tijdens deze reis dat we eens wat andere opties hadden dan lamsvlees of arctic char. Heerlijke gerookte zalm, Thaise noedels, spinazielasagne, talloze groentenslaatjes. Heerlijk. Daar paste een feestelijk glaasje prosecco bij. Alcohol is hier in het algemeen erg duur, dus we beperken onze consumptie, maar nu en dan eens zondigen mag wel.

De rest van de avond brachten we met pc door in de bar met uitzicht op de ondergaande zon en de gletsjers. De ondergaande zon toverde de lucht in alle kleuren. Prachtig.

We hadden even een stressmoment toen bij het voorbereiden van onze trip de volgende dag bleek dat er twee hotels verkeerd geboekt waren door het reisbureau. Normaal zouden we de dag nadien de ferry naar de Westmaneilanden nemen en daar één nacht blijven, maar het hotel op de Westmaneilanden was pas voor de daaropvolgende dag geboekt en ons hotel in Landmannalaugar was een dag te vroeg geboekt. Probleem. Ondertussen was het al bijna tien uur, maar toch maar gebeld naar het noodnummer dat op onze reisplanning stond. Er nam dadelijk een IJslandse op die het probleem onmiddellijk begreep en ons beloofde de boekingen voor de twee hotels om te wisselen. Tja, ook reisbureaus kunnen al eens foute boekingen doen. Nog geen kwartier later kregen we opnieuw telefoon dat de boekingen gecorrigeerd waren. Dat ging supervlot! Goeie service! Konden we met een gerust hart gaan slapen.

IMG_0082

IMG_0089

IMG_0092

IMG_0103

IMG_0108

IMG_0120

IMG_0141

IMG_0146

IMG_0162

IMG_0163

IMG_0167

IMG_0178

IMG_0179

IMG_0186

IMG_0187

IMG_0206

IMG_0219

 

IMG_0228

IMG_0230

IMG_0236

IMG_0247

IMG_0256

IMG_0267

IMG_0279

IMG_0290

IMG_0294