Op de trein

Ik had hem direct in de gaten, toen ik de trein opstapte, een lange blonde man, druk aan het praten in zijn gsm in een taal die ik dadelijk herkende als Russisch. En aangezien Russen altijd mijn interesse opwekken, hield ik hem en zijn kroost vanachter mijn lectuur in de gaten. Hij reisde samen met een stuk of vijf jongens van lagereschoolleeftijd, die verspreid in de wagon zaten te spelen en te kleuren. En wat ik zo prachtig vond: hij sprak Russisch tegen de kinderen, terwijl zij de ene keer in perfect accentloos Nederlands en de andere keer in het Russisch antwoordden. Schijnbaar moeiteloos switchten ze tussen deze twee talen. En dat de vader het Nederlands zelf goed onder de knie had, bleek uit een telefoongesprek waarin ik hem foutloos Nederlands (met een prachtig Russisch accent) hoorde spreken.

Ooit hoop ik zo vlot in het Russisch te zijn, als die man was in het Nederlands. Al realiseer ik me maar al te goed, dat je daarvoor voor een langere periode naar Rusland zou moeten gaan.

Kilometers

Vandaag wandelde ik door de straten van Brussel en ontdekte ik de prachtige art nouveau en art deco pareltjes van onze hoofdstad. Samen met mijn collega’s genoot ik van de schitterende rustige lanen met chique huizen en verzuchtten we dat het daar wel goed, zij het duur, wonen zou zijn. Alleen jammer dat we ons zo misrekend hadden voor de lunch. Uiteindelijk waren we pas om half drie in het restaurant waar we gereserveerd hadden i.p.v. om één uur. En het eten was dan nog niet eens bijster lekker, zélfs niet met een hongersausje. Alhoewel we er stevig de pas in zetten, leken die laatste kilometers voordat het we het restaurant bereikten, wel eeuwen te duren. Tijd en relativiteit, Einstein zei het al. Gelukkig waren de laatste drie kilometers daarna een fluitje van een cent.

Het blijft een feit dat ik telkens weer verbaasd sta van de schoonheid en veelzijdigheid van onze, helaas onbeminde, hoofdstad.

Conferentie

Best wel vermoeiend, zo’n tweedaagse conferentie, zelfs al heb ik niet veel meer moeten doen dan aandachtig luisteren, netwerken tijdens de pauzes, een plaatsje vinden voor al dat lekker eten en drinken tijdens het conference dinner en complimentjes in ontvangst nemen voor de inzet van mijn team. Enfin, moe maar tevreden, sums it up quite nicely.

Een mooie avondwandeling

Meestal streven mijn vriend en ik ernaar om ons zo snel mogelijk van punt A naar punt B te verplaatsen. Elk oponthoud wordt gezien als tijdverlies. Maar soms kan het ook anders. Vanavond wandelden we langs het station, de gebouwen van het stadskantoor en KBC-verzekeringen (zo’n prachtige architectuur en dan zetten ze daar een groot lelijk blauw spandoek met ‘verzekerd’ voor, een schande is het), het provinciehuis, een mooi stukje groen van de Leuvense ring, de hoogstamboomgaard aan de Sportoase en dan over de Philipssite naar de Abdij van ’t Park om de opening van het keramiekparcours bij te wonen. Ik heb enorm genoten van de wandeling heen in de avondzon en weer terug onder de sterrenhemel. Jammer dat we zo weinig tijd hebben om meer van deze momenten in te lassen.

PS: Het keramiekparcours zelf is zeker een bezoek waard.

De logica van het moorden – Aifric Campbell

Een interessant boek dat een aantal thema’s aanhaalt die me zeer boeien: de zin en onzin van de psychoanalyse en het voorschrijven van anti-depressiva, aangevuld met een snuifje linguïstiek en semantiek, gekruid met een murder mystery. Het hoofdpersonage is de weerzinwekkende en ijskoude psychoanalyticus Jay Hamilton. Het boek laat er weinig twijfel over bestaan dat psychoanalytici kwakzalvers zijn. Een gegeven dat misantroop Jay simpelweg bevestigt. Hij ziet zijn patiënten als inspiratiebronnen voor de romans die hij onder een pseudoniem schrijft en voelt geen greintje mededogen met hen. Integendeel, hij duwt hen vaak dieper de miserie in. Maar het hart van het verhaal ligt elders. Dat gaat over de onopgeloste moord op een briljante wetenschapper, Robert Hamilton, de broer van Jay. Een flamboyante persoonlijkheid met een voorliefde voor ruwe seks met zwarte mannen. Het boek flitst heen en weer tussen het hedendaagse Londen en het Californië van de jaren vijftig-zestig.

Het boek is een prachtige illustratie over wat gebrek aan liefde met een mens kan doen, maar om de één of andere reden ben ik toch niet laaiend enthousiast over. Ligt dat aan het feit dat ik al snel wist hoe de vork in de steel zat met die onopgeloste moord? Ik denk het niet, want de moord is slechts een kapstok. Soms vond ik het hele verhaal wat gekunsteld overkomen. Alsof de auteur te erg haar best gedaan had om er iets bijzonders van te maken en ze te veel slimmigheidjes in haar plot wilde verwerken. Maar de hoofdreden ligt wellicht in mijn diepe afkeer voor het hoofdpersonage Jay Hamilton, waardoor het boek enkel gevoelens van afkeer in me opriep. Wat natuurlijk ook een verdienste is.

PS: Jammer dat de titel verkeerd vertaald werd uit het Engels. De oorspronkelijke titel luidt: The semantics of murder, wat veel beter aansluit bij de inhoud van het verhaal.