In de Lijsterbes in Kraainem!







In de Lijsterbes in Kraainem!







“En, hoe is het met je vriend in Genève?”
“Wel, met hem goed, maar helaas maken we momenteel een relatiecrisis door en zien we elkaar bijna niet meer.”
Pijnlijke stilte.
Na een minder geslaagde eerste editie en een veel beter tweede editie waren we aan onze derde teamlunch toe, dit jaar. Helaas is nog geen enkele keer gelukt om iedereen tegelijkertijd rond de tafel te krijgen. In een team van 22 personen is er altijd wel iemand ziek/op verlof/ naar een externe afspraak. Maar we blijven proberen. Dit was alvast een topeditie, met maar liefst 18 personen.
Ditmaal hadden we Jour de Fête uitgekozen om te lunchen. Een schot in de roos. Voor amper 12 euro kreeg je een groot bord gevuld met de heerlijkste tapas. Waar voor je geld, heet dat dan. Echt ongelooflijk gesmuld van dit lekkere eten én uiteraard genoten van het uitmuntende gezelschap. Ik kan niet anders dan zeggen dat ik als leidinggevende met mijn gat in de boter gevallen ben.
Super team!
![IMG_0047[1]](https://yab.be/wp-content/uploads/2018/10/IMG_00471-e1540060241802-1024x1024.jpg)
En wat doet het westen? Niks.
Zondag begaf ik mij met de trein naar Limburg om mijn burgerplicht te vervullen. Omdat mijn domicilie nog bij mijn vader stond op het moment dat de kieslijsten opgemaakt was, kon ik niet stemmen in Leuven en dus ook niet mee beslissen wie onze nieuwe burgervader zou worden (proficiat, Mo). Nu, het was schitterend weer én ik had recht op een gratis ticket van de NMBS, dus ik besloot het nuttige met het aangename te paren en ineens mijn verjaardag te vieren. Een paar weken te vroeg, maar hey, zoveel valt er hier tegenwoordig niet te vieren, dus elk excuus is goed.
Na in een recordtempo mijn stem uitgebracht te hebben (ik kende toch niemand op de lijst), reden mijn broer en zijn vriendin naar brasserie ’t Krievelkuut, waar we afgesproken hadden met mijn vader. Er was binnen een tafel voor ons gereserveerd, maar het leek ons zonde om niet van die prachtige herfstzon te genieten, dus pikten we een tafeltje buiten in. Het weer was heerlijk, waardoor het niet zo erg was dat we net iets te lang op ons eten moesten wachten. Gelukkig waren de mosselen die ik voorgeschoteld kreeg, mooie en dik en smaakten ze heerlijk.

We sloten de fijne namiddag af met een glas witte wijn, dat mijn vader beslist kon gebruiken, toen ik hem het spijtige nieuws meedeelde dat de relatie met mijn vriend momenteel in zwaar water zit. De arme man was er oprecht van aangedaan. En hij had dan nog getrakteerd ook. 🙁
De namiddag bracht ik al wandelend door met mijn broer en zijn vriendin. De herfstzon op mijn gezicht deed deugd en ik merkte dat ik genoot van de lichaamsbeweging. Ik klop tegenwoordig te lange uren op het werk, waardoor er tijdens de week niet meer voldoende energie overblijft om wat aan sport te doen. En ik was net in topconditie teruggekeerd uit Korea!


Onderweg maakte ik kennis met een alpaca.

En we sloten de wandeling af met een lekker ijsje van Megusto.

We gingen met z’n allen nog even langs het rusthuis om mijn moeder te bezoeken en toen zat mijn uitstapje naar Limburg er al weer op.
Lang leve de nazomer!
Zaterdagnamiddag stond er een babybezoek op het programma. Het is een feit dat de babyboom die mijn vriendenkring de laatste jaren in een stevige greep hield, stilletjes aan uitdooft, maar hey, er zijn dus nog mensen die kindjes kopen ondanks de opwarming van de aarde! Nummer vier al, voor onze vrienden uit Roosbeek. Na drie jongens, een meisje. Daar had ik mijn geld niet op durven inzetten.
Ik spoorde in de namiddag met de trein naar Vertrijk, alwaar onze kameraad mij kwam ophalen met de wagen (moet toch eens werk maken van een Cambio-abonnement, iemand zin om mij wat rijlessen te geven, want ik heb al twee jaar niet meer achter het stuur van een wagen gezeten). Bij onze vrienden thuis toastten we op hun prachtige dochter, die zich werkelijk als een engeltje gedroeg. Wat een dotje! Ik ben er zeker van dat ze verwend zal worden door haar drie grote broers. 😉 Na uitgebreid kennis gemaakt te hebben met dit brokje girl power, gaf mijn vriendin me een rondleiding doorheen hun huis, zodat ik weer helemaal up to date was met de laatste renovaties. Wat een titanenwerk hebben die twee al verzet. Ik zou het hun niet nadoen.

Helaas was mijn bezoek veel te kort, want onze vrienden moesten ’s avonds nog langs familie. Ze waren zo vriendelijk om mij onderweg aan een bushalte op de Tiensesteenweg af te zetten, maar het was zo’n prachtig weer dat ik verkoos te voet richting Leuven centrum terug te keren. Een beetje lichaamsbeweging kan geen kwaad!
Mensen die mij een beetje kennen, zullen ongetwijfeld weten dat ik banken als een noodzakelijk kwaad beschouw. Een reden te meer om het aanbod om op hun kosten iets te gaan eten en drinken met beide handen aan te nemen. Want wie kan er neen zeggen tegen gratis pannenkoeken? 😉 (En ja, ik ben teruggegaan voor een tweede portie.)


De laatste dag van de werkweek stond volledig in het teken van het ontwikkeltraject dat ik samen met mijn collega-leidinggevenden volg. Of dat was althans de bedoeling, want de raderen van de machinerie stoppen helaas niet wanneer ik opleiding heb. Daarom zag ik mij genoodzaakt een uur vroeger dan normaal naar het werk af te zakken om de dag al vergaderend te beginnen. Blah.
De opleiding zelf vond ik matig interessant. De theorie van het situationeel leiding geven, heb ik ondertussen al een paar keer te horen gekregen en deze keer was zeker niet de meest inspirerende. Hoogtepunt van de opleiding was de anekdote die de lesgeefster vertelde over haar stiefzoon die zonder rijbewijs door het leven gaat, maar wel plaatsneemt achter het stuur van zijn wagen en zich in het verkeer waagt. Ik denk dat ze zich deze slip of the tongue achteraf beklaagd heeft, want onze reacties waren navenant. En het vertrouwen in haar capaciteiten als coach kreeg een flinke deuk.
Maar goed, na nog een uurtje gewerkt te hebben na de opleiding (ik wilde niet het weekend ingaan met meer dan honderd ongelezen mails), had ik wel een drankje met de collega’s verdiend. We klonken samen op de mooie nazomeravond op het terras van de Sint-Gorikshallen, om vervolgens met ons groepje van acht naar restaurant Menma af te zakken voor een dampende kom ramen. Alweer een paar collega’s laten kennis maken met deze Japanse lekkernij.


Met een groepje van vijf die hards sloten we de avond af op het terras van de Brew Dog (serieus, in oktober om tien uur ’s avonds nog buiten zitten in korte mouwen, normaal kan een mens dat niet noemen). En ja, we praatten te veel over het werk, maar eens stoom aflaten met gelijkgezinden kan deugd doen.
Vandaag weer een ganse dag sollicitatiegesprekken afgenomen. Ditmaal op locatie in het verre West-Vlaanderen. Sinds ik terug ben van vakantie, denk ik dat ik bijna om de veertien dagen een sollicitatiegesprek heb afgenomen en er staan nog een hele reeks gesprekken ingepland vóór het jaareinde.
Aan de ene kant vind ik sollicitatiegesprekken afnemen een zeer aangenaam onderdeel van mijn job. Via de gesprekken kom je in contact met een indrukwekkende verscheidenheid aan mensen die allemaal op hun eigen manier hun beste beentje proberen voor te zetten. Het is echt opvallend hoe uiteenlopend de kandidaten zijn die op één en dezelfde functie afkomen. En in de meeste kandidaten vind je wel positieve eigenschappen die geknipt zijn voor die specifieke job. De moeilijkheid bestaat er echter in zoveel mogelijk positieve eigenschappen te vinden verenigd in één persoon. Wat meestal interessante discussie oplevert met mijn collegajuryleden na afloop van de gesprekken. Want iedereen heeft zijn eigen kijk op de sterktes en zwaktes van een kandidaat en de ideale kandidaat bestaat uiteraard niet.
Aan de andere kant is zo’n dag gesprekken afnemen erg vermoeiend (zeker als je na afloop nog anderhalf uur in de auto moet zitten, gevolgd door een half uur treinen) en is het niet fijn om ’s avonds met een gigantische mailachterstand geconfronteerd te worden.




Maar goed, ik heb wel genoten van het herfstzonnetje, daar in het verre West-Vlaanderen!
Onze allereerste volledige dag in Seoul begint met regen. Blah. Aangezien het hotel geboekt is zonder ontbijt, duiken we vlakbij ons hotel een chique ondergrondse galerij in vol met eetgelegenheden. Zijn we meteen beschermd tegen de regen tijdens onze zoektocht naar ontbijt. Na wat rondkijken, besluiten we een zaak binnen te stappen die sushi bentoboxen verkoopt. We kiezen allebei een bentobox uit om vervolgens deze met ietwat beschaamde kaken terug te moeten zetten wegens geweigerde credit cards. Vervelend. We veranderen onze missie prompt in het op zoek gaan naar een werkende geldautomaat. De eerste bank die we proberen, worden zowel onze gewone bankkaarten als onze credit cards geweigerd, gelukkig hebben we meer geluk bij NH Bank. Hoera, geld! We zullen niet van honger moeten omkomen.
In een tweede poging om aan ontbijt te geraken, stappen we een 7-eleven binnen en kopen daar onigiri en een amandelmelkdrankje. We eten ons ietwat geïmproviseerde ontbijt op aan een picknicktafel onder de City Hall van Seoul, want jawel, het regent jammer genoeg nog steeds. De ondergrondse ruimte onder de City Hall vertakt zich in een heus ondergronds winkelcentrum, alwaar we ons eerste souvenir van de reis kopen: een doorzichtige paraplu voor amper drie euro het stuk. We lopen in de richting van wat we denken dat de Gwanghwamun Gate is, maar al gauw blijkt dat we ons vergist hebben: we staan voor de Namdaemun Gate, ook niet slecht, want Nationaal Monument nummer 1 van Zuid-Korea.

We maken rechtsomkeer en wandelen via het befaamde Gwanghwamun Plaza naar de Gwanghwamun Gate, terwijl ik mijn vriend vertel over mijn vorige bezoek aan deze plekken en hem voorstel aan King Sejong, de uitvinder van het befaamde Koreaanse alfabet (Hangul). Gelukkig regent het niet al te hard en volstaan onze paraplu’s om het min of meer droog te houden. Van de Gwanghwamun Gate, die de hoofdingang vormt van het Gyeongbokgung Paleis, lopen we verder in de richting van het befaamde Bukchon Hanok village. Onderweg komen we langs de Beomnyeonsa Temple, die ik voorzeker moet gepasseerd zijn tijdens mijn vorige bezoek aan Seoul, maar die me toen niet is opgevallen. Ietwat aarzelend lopen we binnen. Een oudere dame wijst in de richting van de trappen en gebaart ons naar boven te gaan. Dat doen ze dan maar en we ontdekken zo een prachtige gebedsruimte met goude buddhabeelden en een indrukwekkende bronzen klok.






Aangezien het blijft regenen, gaan we voor een vroege lunch in de hoop op beter weer na de middag. We komen terecht in een gezellig restaurantje met de charmante naam Madame Noodle in Bukchon Hanok village. In een restaurant met zo’n naam kan een mens niet anders dan noedels (냉면) te bestellen. De noedels worden koud geserveerd met ijsblokjes en blijken bijzonder pikant te zijn. Na een paar happen staat mijn mond al half in brand, maar ik laat me niet kennen en werk de ganse portie binnen. Lekker, maar toch een beetje té spicy voor deze Westerling. Lesson learned trouwens: als je in Korea “cider” op de kaart ziet staan, krijg je geen lekker sprankelend alcoholisch appeldrankje, maar wel een veel te zoete sprite-variant. Geen succes.


Na de lunch miezert het jammer genoeg nog steeds. Spijtig. 🙁 We besluiten ons niet te laten ontmoedigen door het mindere weer en lopen terug naar het Gyeongbokgung Paleis, dat ik zo prachtig vond tijdens mijn vorige bezoek. De stralend blauwe lucht van de vorige keer ontbreekt, maar de vele meisjes uitgedost in hanbok zorgen toch voor een tikkeltje kleur op de foto’s. Ik moet zeggen dat ik de rage om zich uit te dossen in kledij uit de Joseon periode ten zeerste kan waarderen. Al die poserende meisjes met hun selfie sticks, het heeft iets.










De zon krijgen we helaas niet te zien en we lassen even een theepauze in met echt keizerlijke thee. Of dat maken ze ons alvast wijs. Spijtig genoeg is het niet mogelijk de traditionele zoetigheden bij de thee te krijgen, maar de thee zelf smaakt alvast en het is wel een bijzondere ervaring: thee drinken in een koninklijk paleis en bediend worden door meisjes in traditionele outfits.

Na het bezoek aan het Gyeongbokgung Paleis, keren we terug naar Bukchon Hanok village. Ik laat me verleiden tot de aankoop van typisch Koreaans street food: tteokbokki (떡볶이), cilindervorming rijstcakes in pikante rode saus. Een zeer populaire en goedkope snack die echt lekker is, maar ook nogal zwaar. Daarom delen mijn vriend en ik een portie. Aangezien de tteokbokki al redelijk vullend is, is het wellicht geen goed idee om daarna nog een smoothie te drinken, maar ik kan het niet laten. Het aanbod aan gerechten in Korea is zo divers dat ik gewoonweg van alles wil proeven.


Om dit hartig vieruurtje wat te laten zakken maken we een wandeling door de pittoreske straatjes van Bukchon Hanok village. Wanneer we onze ogen genoeg de kost gegeven hebben, nemen we de bus naar het begin van de cable car die ons naar Namsan Mountain moet brengen. Om het beginpunt van de cable car te bereiken moeten we eerst een tandradtreintje nemen. Het is duidelijk dat Namsan Mountain een populaire plek is om te bezoeken bij valavond, want we moeten zowel bij het tandradtreintje als bij de cable car aanschuiven. Spijtig genoeg zijn we net te laat om te genieten van de zonsondergang vanaf Namsan Mountain.





Boven op de berg aangekomen lopen we direct verder naar de N Seoul Tower, een communicatie- en observatietoren van 236,7 meter hoog die ’s avonds sfeervol verlicht wordt en één van de bekendste landmarks van Seoul is. Een supersnelle lift brengt ons naar het 360 graden observatiedek, dat helaas volgepropt is met snoepwinkeltjes en souvenirshops die met hun felle lichten voor een hinderlijke weerkaatsing in de ruiten zorgen. Een hele uitdaging om een goeie foto van het uitzicht te maken! Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet echt onder de indruk ben van N Seoul Tower, zeker geen must see, wat mij betreft. Veel te commercieel en te duur voor wat het is. Al is het uitzicht op de lichtjes van de stad natuurlijk wel indrukwekkend. Verliefde koppeltjes kunnen er hun eeuwige liefde aan elkaar verklaren door een hangslot te bevestigen met hun namen op aan één van daarvoor voorziene plaatsen.






Rond half tien nemen we de cable car terug naar beneden. Aangezien we door ons vieruurtje geen van beiden grote honger hebben, besluiten we street food te kopen aan één van de vele kraampjes in Myeongdong street. Ik genoot achtereenvolgens van gegrilde kreeft met kaas (heerlijk en meteen de winner van de prijs voor het beste street food van de avond), mandu (dumplings), mochi met verse aardbei, Korean fried chicken (tot mijn verrassing, verslavend lekker), octopus op een stokje, iets wat leek op Japanse dorayaki als dessert. Toch nog meer gegeten dan oorspronkelijk de bedoeling was.





We kropen alleszins niet met honger in bed. 😉