In memoriam Marcel Marlier

De naam zegt jullie waarschijnlijk niks (en eerlijk gezegd, mij ook niet), maar zijn tekeningen van Tiny, dat brave meisje met de blozende wangetjes, hebben Marcel Marlier onsterfelijk gemaakt. Voor mij zal Tiny voor eeuwig en altijd het meisje zijn dat me liet kennismaken met het mij toendertijd heel mysterieus in de oren klinkende bloemencorso (tot op de dag van vandaag heb ik nog nooit zo’n corso in ‘t echt gezien, een schande is het, zeker na mijn oproep van drie jaar geleden).

In “Tiny in de bergen” maakte ik voor het eerst kennis met steenbokken en bergmarmotten, die ik, net als de bergen zelf, nog nooit in ‘t echt had gezien. De boekjes leverden me stof om weg te dromen over wagens vol met geurende bloemen en reizen naar verre landen. En ja, Tiny was een beetje saai en afgeborsteld, maar ze zag tenminste een stuk van de wereld. Iets waarvan ik als klein meisje alleen maar kon dromen.

De logica van het moorden – Aifric Campbell

Een interessant boek dat een aantal thema’s aanhaalt die me zeer boeien: de zin en onzin van de psychoanalyse en het voorschrijven van anti-depressiva, aangevuld met een snuifje linguïstiek en semantiek, gekruid met een murder mystery. Het hoofdpersonage is de weerzinwekkende en ijskoude psychoanalyticus Jay Hamilton. Het boek laat er weinig twijfel over bestaan dat psychoanalytici kwakzalvers zijn. Een gegeven dat misantroop Jay simpelweg bevestigt. Hij ziet zijn patiënten als inspiratiebronnen voor de romans die hij onder een pseudoniem schrijft en voelt geen greintje mededogen met hen. Integendeel, hij duwt hen vaak dieper de miserie in. Maar het hart van het verhaal ligt elders. Dat gaat over de onopgeloste moord op een briljante wetenschapper, Robert Hamilton, de broer van Jay. Een flamboyante persoonlijkheid met een voorliefde voor ruwe seks met zwarte mannen. Het boek flitst heen en weer tussen het hedendaagse Londen en het Californië van de jaren vijftig-zestig.

Het boek is een prachtige illustratie over wat gebrek aan liefde met een mens kan doen, maar om de één of andere reden ben ik toch niet laaiend enthousiast over. Ligt dat aan het feit dat ik al snel wist hoe de vork in de steel zat met die onopgeloste moord? Ik denk het niet, want de moord is slechts een kapstok. Soms vond ik het hele verhaal wat gekunsteld overkomen. Alsof de auteur te erg haar best gedaan had om er iets bijzonders van te maken en ze te veel slimmigheidjes in haar plot wilde verwerken. Maar de hoofdreden ligt wellicht in mijn diepe afkeer voor het hoofdpersonage Jay Hamilton, waardoor het boek enkel gevoelens van afkeer in me opriep. Wat natuurlijk ook een verdienste is.

PS: Jammer dat de titel verkeerd vertaald werd uit het Engels. De oorspronkelijke titel luidt: The semantics of murder, wat veel beter aansluit bij de inhoud van het verhaal.

De eenzaamheid van de priemgetallen

Eén van de boeken die ik mee had op reis. Een boek dat leest als een trein en dat, ondanks de weinige tijd die ik deze vakantie had om te lezen, al uit was na twee weken. De eenzaamheid der priemgetallen vertelt het verhaal van twee jonge mensen die in hun jeugd getekend werden door een ernstig trauma. Een trauma waarvan ze nooit meer hersteld geraken (of niet van willen herstellen?).

Het boek gunt de lezer een blik in de pikzwarte hoeken van de menselijke geest: zelfhaat en zelfverminking. Want willen deze personen wel gelukkig worden? Ik had de indruk van niet. En zo eindigt het boek ook. Met een keuze voor isolement. Het bouwen van een muur om de anderen buiten te houden. Een keuze voor de eenzaamheid.

Het boek is zeer goed geschreven en de gevoelens die beschreven worden, hoewel extreem, zullen bij iedereen wel een belletje doen rinkelen. Doorheen het boek blijf je hopen dat de hoofdpersonages het geluk zullen vinden. Dat ze die vicieuze cirkel waarin ze beland zijn, zullen doorbreken. En even is er die sprankel hoop dat het ze werkelijk zal lukken. Een sprankel die even snel weer dooft.

Een mooi boek over een donker thema. Geen subliem meesterwerk (zoals sommige recenties beweren), wel een boek dat je zal bijblijven.

Te geef: De dingen der helaasheid

“De dingen der helaasheid” is het fotoboek van de film “De helaasheid der dingen”. In het boek beschrijft Felix van Groeningen met beelden hoe de film is ontstaan. Het boek bevat foto’s van o.a. Stephan Vanfleteren. Eén exemplaar te geef, wegens dubbel. De eerste persoon die mij een mailtje stuurt, wil ik graag gelukkig maken. Hoe het boek bij de nieuwe eigenaar zal geraken, valt te bespreken.

Opening Filmfestival van Gent

Oef, de werkweek zit er weer op. Het was hectisch door de vele zieken, maar er zijn gelukkig ook voordelen aan mijn job. Eén van die voordelen was een uitnodiging voor twee personen voor de opening van het Filmfestival van Gent. In Zaal 2 van de Kinepolis vonden we, na de rode loper getrotseerd te hebben en door geen enkel journalist interessant genoeg bevonden te zijn om geïnterviewd te worden, twee zetels met mijn naam erop. Op de zetel naast mij plakte de naam van Freya Van den Bossche en ik zag mezelf al uitgebreid netwerken met de minister. Jammer genoeg kwam ze niet opdagen en kon ik haar niet uithoren over de interne strubbelingen bij de sp.a en zaak Frank Vandenbroucke.

Het filmfestival werd geopend door De Helaasheid der Dingen, de film van het boek van Verhulst. Een goeie keuze van de organisatoren om op die manier Vlaams talent in de kijker te zetten. Een terechte keuze ook, de film is een meesterlijke verfilming van het boek. Veel scènes komen rechtstreeks uit het boek en de marginaliteit dit Verhulst zo prachtig weet te omschrijven, spat van het scherm. En toch voel je een zeker mededogen voor deze losers. Ze graven hun eigen graf, maar doen het op een onvergetelijke manier. Applaus trouwens voor de jonge Kenneth Vanbaeden die een werkelijk magistrale vertolking neerzet van de jonge Gunther Strobbe (ja, de namen in de film zijn veranderd, waarschijnlijk om niet nog meer boel te krijgen met de échte familie Verhulst). De hele cast is trouwens uitmuntend. Ik begrijp waarom men in Cannes zo enthousiast was over deze film.

Genoeg lof over De Helaasheid der Dingen. Oordeel gewoon zelf als je de film gaat bekijken met één van de tickets die Humo gratis weggeeft. Na de film ondervonden we pas echt het voordeel van als een VIP behandeld te worden. In de VIP-tent wachtten ons drank à volonté, gesponsord door Martini en zeer bijzondere hapjes. Ik ben niet echt een Martini-fan, dus de cocktails op basis van dit drankje liet ik aan me voorbij gaan. Het drankje met de weinig originele naam Martini Rosé bleek echter een onverwacht schot in de roos. Veel lekkerder dan de cava waarmee de obers rondkwamen, al moest je dit drankje wel zelf gaan halen aan de Martinibar. Terwijl we aan celebrity spotting deden, probeerden we zoveel mogelijk obers met hapjes naar ons plekje te lokken. Er passeerden bloedworst, een bietenslaatje, iets in de vorm van een eidooier dat pikant smaakte (drie keer gevraagd wat het was en dan maar opgegeven), oesters, consommé, sushi, patébolletjes vermomd als kaaskroketjes (ieuw), moelleux, taartjes, limoenmousse en de sterkste sangria die ik in mijn leven ooit gedronken heb.

Enfin, ik hoef er geen tekening bij te maken dat we behoorlijk goedgezind, maar veel en veel te laat de snikhete (het zweet liep langs mijn rug en ik had een open kleed aan, ocharme die heren in smoking) VIP-tent verlieten. Aan de vestiaire liepen we nog Stijn Coninx tegen het lijf waar we nog even een saaie, werkgerelateerde babbel mee had.

Als afscheidscadeautje kregen we een exemplaar van de Morgen, parfum en een fotoboek van de film. Gelukkig konden mijn vriend en ik met collega’s van mij mee naar Leuven rijden, want ik denk niet dat we er al liftend geraakt zouden zijn, in onze lichtelijk beschonken toestand.  😉