Interne verhuis

Deze ochtend zat dit bijzonder beknopte mailtje in mijn mailbox en in die van mijn collega’s:

De verhuis van onze afdeling zal vrijdag doorgaan. Nadere informatie m.b.t. toegewezen werkplek volgt nog.

Mayhem ensued. Qua kort op de bal spelen en doordachte communicatie kon dit tellen. Tot nu toe werd ons voorgehouden dat de verhuis (die, toegegeven, al een half jaar aangekondigd was) zou plaatsvinden op 15 januari. Hét gespreksonderwerp van de dag stond meteen vast. U kan zich het koor van misnoegde stemmen beslist voor de geest halen.

Tegen de middag kregen we het plan van de werkvloer te zien met daarop de aangeduide plaatsen. Ik moet afscheid nemen van mijn favoriete werkplek waar ik anderhalf jaar lang mij erg goed heb gevoeld. Ik verhuis naar een nieuwe plek en kom in een gloednieuw team terecht. De fysieke verhuis vind ik niet zo erg. De vorige verhuis ligt nog fris in het geheugen dat die heb ik ook zonder kleerscheuren overleefd. Ik hou eerder mijn hart vast voor de samenwerking binnen het nieuwe team. Het heeft zijn tijd nodig voordat nieuwe mensen op mekaar ingespeeld raken en ik kan niet met iedereen van het nieuwe team even goed opschieten. Ook inhoudelijk zal er binnen mijn functie het één en ander verschuiven. Omdat ik het voorbije jaar op het werk echt mijn draai had gevonden, heb ik wel een beetje schrik dat de verandering een achteruitgang zal zijn.

Maar goed, stilstaan is óók achteruitgaan, zeker? Ik wil niet al op voorhand negatief staan ten opzichte van de veranderingen, dus probeer ik er het beste van te maken. Omdat ik morgen en overmorgen niet op het werk ben, heb ik meteen de koe bij de horens gevat. Twee kartonnen dozen volgeladen met al mijn papieren rommel en de rest weggegooid. Ik heb mij helemaal kunnen uitleven in het weggooien. Al geef ik ruiterlijk toe dat het weggooien van werkgerelateerde rommel mij iets beter ligt dan het weggooien van privérommel (vandaar de hoop nog steeds onuitgepakte dozen in onze logeerkamer).

Het worden spannende tijden.