29 oktober: Regen in Sydney

Toen we ‘s ochtends de gordijnen van onze hotelkamer op het negende verdiep opentrokken, wisten we meteen dat we onze plannen voor de dag moesten wijzigen. We wilden in de voormiddag de zoo bezoeken en in de namiddag een strandje of drie aandoen. De gietende regen maakte hier echter een kruis over. We namen onze gids erbij en zochten een alternatief. Dat alternatief vonden we in het maritiem museum. Een museum dat een echte aanrader bleek te zijn. We bezochten achtereenvolgens de HMS Vampire, één van de laatste gunships, een kopie van de Endeavour, het schip van de beroemde captain Cook en de James Craig, een oude bark die door liefhebbers volledig opgekalefaterd werd.

Wat mij aangenaam verraste aan dit bezoek, was het feit dat we door vrijwilligers rondgeleid werden op de schepen. Gepensioneerde heren die hun hart aan deze schepen verloren hadden. Terwijl ik moest slikken bij het zien van de britsen en de claustrofobische ruimtes in het oorlogsschip HMS Vampire, zei de vrijwilliger die zelf nog dienst had gedaan op een gelijkaardig schip: “I enjoyed every minute of it.” Al moet ik er wel bij vermelden dat hij nooit in oorlogstijd gediend had. De kopie van de Endeavour en de James Craig (allebei zeilschepen, maar nu uitgerust met een bijkomende dieselmotor) varen nog regelmatig uit. De kopie van de Endeavour is zelfs twee keer rond de wereld geweest. De crew tijdens zulke tochten bestaat voor het merendeel uit vrijwilligers die met plezier het zware werk in de want verrichten en zeeziek worden in hun hangmat van het rollen van het schip. Een avontuur dat me sinds ons walvisuitstapje niet echt meer kan bekoren.

Het museum zelf was ook de moeite, een prachtig gebouw met een mooie collectie, waar we een beetje te snel doorgewandeld zijn omdat de drie rondleidingen al zo lang geduurd hadden. Ik was voornamelijk onder de indruk van de architectuur van het museum. Zeer mooi en perfect in overeenstemming met de functie van het gebouw.

Na het museum was het hoog tijd om wat op krachten te komen met een warme kop Lindt chocolademelk en een gesmoltenlavacakeje met witte chocolade-ijs. Ruim voldoende om mijn chocoladeniveau voor de week op peil te houden. Het was absoluut heerlijk. Na deze aangename rustpauze besloten we het Queen Victoria Building te bezoeken. Een vriendelijke Duitser die met ons mee was naar de Blue Mountains, sprak zeer lovend over dit gebouw. Ik vond geen informatie over het QVB in mijn gids, maar het stond wel op het plannetje van Sydney. Het was ondertussen al laat in de namiddag, dus we wisten niet of het nog open zou zijn. Dat bleek mee te vallen. Het QVB is een gigantisch grote shoppingmall. Meerdere verdiepingen met prachtig smeedijzerwerk, mooie zeteltjes, glasramen en een gigantische kerstboom van meerdere verdiepingen hoog. Een gebouw dat terecht de naam van een koningin draagt. We slenterden wat rond en vergaapten onszelf aan de mooie etalages.

Plots viel ons oog op een winkel die valiezen en handtassen verkocht voor belachelijk lage prijzen. Op de heenvlucht naar Sydney was één van onze koffers beschadigd geraakt. De wielen hingen er half af en het zou beslist niet lang meer duren voordat de valies definitief door haar wielen zou zakken. Vervelend, vooral omdat we nog een paar binnenlandse vluchten voor de boeg hebben en zo’n zware valies dragen is ook niet alles. We maakten meteen van de gelegenheid gebruik om een nieuwe valies te kopen. Eentje met een steviger onderstel of althans een onderstel dat er steviger uitzag. Hopelijk gaat deze valies iets langer mee dan drie vliegreizen.

Onze laatste avond in Sydney brachten we samen met E, T en kleine M door in Darling Harbour. We aten Thais en dronken daarna nog iets in één van de cafés op de kade. Ik had ontzettend zin in een cocktail, maar helaas werden er enkel cocktails geserveerd op het eerste verdiep en daar mochten geen kinderen binnen. Australië hanteert een strikte regelgeving rond alcoholgebruik. Jammer, maar niets aan te doen. Ik begrijp dat zo’n café niet het risico wil lopen om zijn licentie kwijt te raken. Nochtans beloofde kleine M ons plechtig alleen maar chocomelk te drinken. Ik had tijdens die afscheidsdrankje een erg leuk gesprek met E over filosofie, religie en de sf-boeken die we vroeger lazen. Soms kan je zo’n gesprek hebben waarbij je het gevoel hebt volledig op dezelfde golflengte te zitten. Dit was er zo eentje.

En toen was het tijd voor het afscheid. We gaven een afscheidszoen, omhelsden elkaar voor een laatste keer en dat was het einde van de eerste etappe van onze reis. Goodbye Sydney. Morgen Alice Springs.

27 oktober: Walvisspotten

Weer wakker gelegen tussen half vier en vijf. Gelukkig leek de ergste vermoeidheid weggewerkt en voelde ik me een pak beter dan gisteren. We trokken voor ons ontbijt weer naar de Food Court. Mijn vriend liet zich verleiden door sushirolletjes en ik at een wrap. Na het eten bestelden we een large smoothie, die groot genoeg bleek om dorst de wereld uit te helpen. Jullie mogen het opschrijven: ik ben een fan van food courts, vooral dan van degene die vlakbij ons hotel liggen.

Eerste stop van de dag: het Sydney Aquarium. Over het aquarium valt niet zo heel veel te vertellen. We zagen mensenetende, giftige, onschuldige, platte, ronde, langwerpige, gecamoufleerde, gestreepte en fluorescerenede visjes in alle maten. We leerden ook het verschil kennen tussen een freshie en een saltie (krokodil). Heel leuk en boeiend allemaal.

Daarna was het tijd voor de Whale cruise. E, T en M waren tot onze verbazing mooi op tijd op de afspraak. We waren toen ze aankwamen nog bezig aan ons broodje met gegrilde kip. Uit voorzorg voor de boottocht hadden mijn vriend en ik touristil ingenomen. Iets waar we achteraf gezien, beslist geen spijt van hadden.

De boot bracht ons buiten de baai van Sydney naar de open zee. Een zeer woelige open zee. Enfin, ik moet er geen tekeningetje bij maken: de kotszakjes werden bovengehaald. Mama T, zwanger van haar tweede kindje en dus touristilloos, was bij de slachtoffers. En uit solidariteit deed kleine M dan maar mee. Gelukkig bleef het bij M bij één kleine overgeefbeurt en viel ze daarna in slaap.

Boven op het dek zochten mijn vriend en ik naarstig naar walvissen. En ja, al gauw zagen we de eerste waterstraal naar boven schieten, gevolgd door een stukje rug en een staart. Walvissen zijn indrukwekkende beesten, maar helaas zeer moeilijk te fotograferen. Ik denk dat ik meer foto’s van de zee heb dan van stukjes walvis.

De terugreis naar de haven verliep nog woeliger. Er stond een stevige wind en de golven waren hoog. Ons bootje werd heen en weer geslingerd. Ik voelde de misselijkheid opgekomen, maar gelukkig bleef het daarbij. Geen kotszakje nodig gehad. Danku touristil. Al moet ik zeggen dat ik behoorlijk opgelucht was de vuurtoren die de ingang van de haven van Sydney markeert, op te merken. Oef, kalmer water. Respect voor alle mensen die hun boterham op zee verdienen.

Toen we weer vaste grond onder onze voeten hadden, ging de tocht via de speeltuin (na aandringen van kleine M) naar China Town. E en T kenden er een goeie Chinees en dat bleek niet gelogen te zijn. Zeer lekker eten voor een fijne prijs. Al kregen we allemaal andere schotels dan we besteld hadden, lekker was het wel. En dan maar gokken wat de ingrediënten van een bepaalde schotel zouden zijn. Nog nooit zo’n malse eend gegeten.

Na het eten spraken we af voor woensdag. Want morgen moeten we supervroeg opstaan voor een dagje Blue Mountains. Ik heb er zin in!

26 oktober: Verjaardag in Sydney

Een onbepaald aantal jaar geleden werd ik geboren. Dit was de allereerste keer dat ik mijn verjaardag in het buitenland vierde. Het tijdsverschil met België speelde ons nog steeds parten. Zo rond een uur of vier was ik klaar wakker om dan een uur of meer wanhopig te proberen de slaap te vatten. De ochtendstond voelde aan alsof ze lood in de mond had. Zelfs een frisse douche kon niet de nodige verlichting brengen.

Moe of niet moe, we stonden vroeg op om op tijd te zijn voor onze coffee cruise in Sydney Harbour. Op zoek naar een ontbijt (in Australië betaal je enkel voor overnachting, niet voor ontbijt), kwamen we een Food Court tegen. Een leuk concept dat ik in België enkel nog maar in de City 2 in Brussel gezien heb. Met dit verschil dat je in Australië erg goedkoop kan eten in zo’n Food Court. Wij bestelden een smoothie en een broodje voor onderweg aan één van de vele standjes.

De cruise zat in de prijs van het hotel inbegrepen, dus we stelden er ons niet al te veel van voor. De cruise bleek echter een aangename verrassing. We voeren heel de baai rond, kregen professionele uitleg van een gids en woerden onthaald op niet alleen thee en koffie, maar ook een overdaad aan gebak (tot grote vreugde van alle bomma’s aan boord, die bijna wild werden). Twee muffins later zat ik tevreden te zuchten op mijn bankje. Rondvaren in de baai van Sydney blijkt de ideale manier om de stad te bekijken. We zagen de flat van Russel Crowe, enkele peperdure huizen, een (zoals de gids zei) “ouderwetse” ophaalbrug, een nudistenstrand, een schattig vuurtorentje en de alomtegenwoordig Opera House en Harbour Brigde.

Na de cruise richtten we onze schreden naar de Botanic Garden. Grote botanische tuinen waar je gemakkelijk een namiddag kan ronddwalen. We keken naar de exotische plantencollectie, genoten van een fruitsla die we, net als de inboorlingen van Sydney, op het gras van het park opaten, zagen mooie orchideeën, lazen wat over de eerste kolonisten en roken aan de rozen in de rozentuin. Ik was erg onder de indruk van de gigantische kolonie vleermuizen die in de botanische tuin huizen. De takken van de bomen puilden uit van de vleermuizen. En niet van die kleine gevalletjes als bij ons in België. Neen, serieus uit de kluiten gewassen exemplaren. Een mooi schouwspel.

‘s Avonds ontmoetten we E, T en kleine M aan Circular Quay. We zouden samen dineren ter ere van mijn verjaardag. Ze waren zelfs zo attent om een klein cadeautje mee te brengen. In onze reisgids stond dat The Rocks een veelvoud aan eetgelegenheden zou bevatten, maar dat viel in de praktijk zwaar tegen. Veel restaurants waren er niet en de enige die open waren, schenen Italianen te zijn. En daar had ik voor mijn verjaardag geen zin in. Enfin, bij gebrek aan alternatieven en door onze hongerige magen belandden we toch bij een Italiaan. Het eten was ok, maar ik was toch een beetje teleurgesteld.

Na het eten en anderhalf glas wijn was mijn pijp volledig uit. Ik moest enorm veel moeite doen om de gesprekken te volgen. Wijselijk besloten we naar het hotel terug te keren. We waren zo moe dat we al om half tien in bed lagen. Ik denk dat ik op mijn verjaardag nog nooit zo vroeg in bed gelegen heb.

25 oktober: Eerste dag in Sydney

Een prachtige dag vandaag. Vrienden E en T vertelden ons dat het de laatste dagen niet zo’n goed weer was. Daar viel vandaag niet veel van te merken. Een stralend zonnetje en een prachtige blauwe hemel begeleidden ons naar het treinstation. Hurstville was onze bestemming, waar we afgesproken hadden met E, T en een met hen bevriend koppel. We ontbeten samen in een Chinese bakery. Je kon er allerlei gebak en broodjes krijgen. En iced chocolate. Zeer lekker, al vond moeilijke eter M er niets naar haar zin. Zo jong en al zo kieskeurig, dat belooft. 😉

Na het ontbijt gingen we het nieuwe appartement van E en T bewonderen. Ze zijn deze week pas verhuisd, dus het was er nog wat chaotisch, maar het zag er erg gezellig uit. Ze hadden maar liefst drie luxueuze instapdouches in huis. Daarna trokken we met wat vertraging naar Sydney Harbour. We aten iets kleins op een terrasje en smeerden ons als gek in met zonnecrème. Mijn witte velletje is al die zon niet meer gewoon. We maakten een mooie wandeling langs het water, bewonderden het beroemde Opera House en trokken dan in de richting van The Rocks en Harbour Bridge, hét symbool van Sydney. We wilden geen geld geven aan de bridge climb, maar klommen in plaats daarvan naar de top van één van de pilonen. Ook leuk en daar mocht je wél foto’s nemen.

Na nog wat rondgeslenterd te hebben in de leuke straatjes van The Rocks, vonden we een gezellig café waar ik me aan mijn eerste glaasje schuimwijn van de reis waagde. We maakten afspraken voor de volgende dagen en namen afscheid van onze vrienden. De vermoeidheid begon toe te slaan, al was het nog maar zeven uur plaatselijke tijd. Ons avondmaal nuttigden we in een plaatselijke sushibar. Een mooie afsluiter van de dag, ware het niet dat we het plotseling toch wel heel erg vroeg vonden om al te gaan slapen. In de buurt van ons hotel was een lounge bar en voor cocktails zijn we altijd wel te vinden. Ik dronk een apple martini (volgens de drankenkaart de favoriete cocktail van Nicole Kidman) en mijn vriend een margarita. Terwijl we aan onze rietjes slurpten, vroegen we ons af hoe een zaak kon blijven draaien met zo weinig klanten. Het was half tien op een zaterdagavond en op een gegeven moment waren mijn vriend en ik de enige klanten. Jammer, want de cocktails waren heel lekker.

Oja, het uitzicht vanaf het dak van ons hotel is werkelijk adembenemend.

23-24 oktober: lange uren op het vliegtuig

De vliegtuigreis was, zoals men dat zegt, uneventful. Ik heb op de vierentwintig uur durende reis, maximum drie uur geslapen, de andere uren brachten we door met eten, lezen en halve filmpjes kijken. Halve filmpjes omdat het “entertainmentsysteem” aan boord het om de haverklap liet afweten, waarop het systeem herstart moest worden. Blijkbaar raakte het spul zo oververhit dat het soms een uur of meer uitlag. Enfin, ik heb Peter Pan uitgelezen en het boek dat ik van mijn tante kreeg, is over de helft. Verder zag ik in stukken en brokken: Baby mama met de geweldige Tina Fey, Iron Man en Hulk (het einde van deze film heb ik niet meer gezien, maar ik ben er vrij zeker van dat de Hulk het heroïsche gevecht wint).

Het spannendste moment van de vlucht was de dertig minuten durende pitstop in Singapore en de gigantische wachtrijen aan het toilet aldaar. Verder ergerde ik me aan de te krappe beenruimte en de slechte geluidskwaliteit van de films en aan het feit dat ik altijd zo veel naar het toilet moet en noodgedwongen ons sympathieke Australische buurmeisje daardoor moest wakkermaken.

Gelukkig waren we al deze ongemakken snel vergeten, toen onze vrienden E, T en kleine M ons met een grote glimlach kwamen ophalen aan het vliegveld. We zijn zelfs nog gezellig samen iets gaan eten en dat terwijl we propvol vliegtuigeten zaten (vooral ik, want ik heb al de ijsjes van mijn geen-ijsjes-lustend-vriendje opgegeten).

Rond twaalf uur Australische tijd lagen we in bed. Doodop.