Dinsdag 27 juli 2010 – Van Vilnius naar Riga

We lieten Vilnius achter ons. Ik moet zeggen dat ik zeer gecharmeerd ben geraakt door dit kleine, maar vriendelijke hoofdstadje. Het feit dat we op veel plekken free wireless hadden, levert hen uiteraard bonuspunten op.

Voordat we de volgende hoofdstad zouden aandoen, stond er een uitstap naar Trakai op het programma. Toen we in Malbork ons ontzettend slecht middagmaal aten, zaten we naast een Pool die ons op het hart drukte om deze eilandburcht zeker te bezoeken. En wie zijn wij om zulk goed bedoeld advies in de wind te slaan?

Trakai was de eerste hoofdstad van Litouwen en is gelegen tussen verschillende meren. De gotische eilandburcht dateert uit de 14de eeuw en diende als bescherming tegen de Duitse Orderidders (die de burcht in Malbork bouwden). In 1655 werd de burcht door de Russen verwoest. Na vele eeuwen een ruïne geweest te zijn, begon men in de vorige eeuw met de heropbouw. Ik vind het interessant dat men er in Polen en in de Baltische staten duidelijk de voorkeur aan geeft ruïnes te reconstrueren, terwijl men bij ons voornamelijk ervoor kiest om te conserveren.

De GPS liet ons een beetje in de steek ditmaal. De gegevens over de Baltische staten bleken beperkt tot de grootste steden. Trakai kende hij niet, dus reden we op het kleine kaartje dat in mijn reisgieds zat. Gelukkig was het supermakkelijk te vinden en stond Trakai goed op voorhand aangeduid.

Trakai zelf is een pittoresk stadje met veel houten huizen. De inwoners proberen duidelijk allemaal een slaatje te slaan uit het feit dat de eilandburcht een populaire toeristische bestemming is en hebben hun voortuintjes omgetoverd tot parkeerplaatsen. Ze staan de ganse dag op straat om toeristen aan te sporen om toch maar in hun tuin te parkeren. Wie zijn wij om die mensen hun inkomen te ontzeggen? En voor maar 5 litas (delen door 3,5) mochten we zo lang in hun voortuin blijven staan als we maar wilden.

De eilandburcht van Trakai is alleen al de moeite waard door zijn fantastische ligging op een eiland in het meer. Je kan te voet naar de burcht gaan over een lange houten loopbrug of je met allerlei verschillende soorten bootjes laten overzetten. De burcht is ingericht als museum en in de verschillende kamers vind je allerlei voorwerpen die niet noodzakelijk een band met de burcht zelf hebben. Een kleine opsomming van wat er zoal te zien was: voorwerpen in glas, porselein, goud, zilver en ivoor, een ganse collectie pijpen, oude munten, jachttrofeeën uit de tropen, moderne schilderijen,… Voor mij was de samenhang tussen de verzamelde voorwerpen niet altijd even duidelijk, maar er zaten wel mooie stukken in de collectie. Interessant vond ik de uitleg over de reconstructie van de burcht zelf.

Tijdens ons bezoek barstte er een geweldige donderbui los. De regen viel met bakken uit de hemel. We waren ongeveer rond met ons bezoek en wilden nog snel middageten om dan verder te rijden naar Riga. We wachtten even tot de regen wat minderde en slalomden tussen de regendruppels door naar een restaurant bij het meer. Het was nogal een chic restaurant en de bediening keek een beetje meewarig naar onze natte kleren, maar we werden vriendelijk onthaald en het eten was echt heerlijk. Het uitzicht op de burcht kregen we er gratis bij. Ik at als voorgerecht nog maar eens борщ en als hoofdgerecht nam ik risotto. Mijn vriend had als voorgerecht een tartaar van tonijn en als hoofdgerecht een curry van kip. Het was superlekker.

Gelukkig was het na het middageten even gestopt met regenen zodat we droog tot aan de auto geraakten om onze weg naar Riga verder te zetten. Langs de kant van de autosnelweg zagen we talrijke Mariabeeldjes en blijkbaar worden in de Baltische staten de koeien nog met de hand gemolken. Het landschap was vlak en zeer landelijk.

Zonder problemen bereikten we ons hotel in Riga. Blijkbaar kregen we vouchers voor tweemaal een gratis avondmaal omdat we via Booking.com gereserveerd hadden. Aangezien de rekening van ons reisje al aardig begon aan te tikken, maakten we dankbaar van dit aanbod gebruik. Terwijl buiten de donkere regenwolken zich opstapelden, aten wij in ons hotel. We kregen de Chef’s menu aangeboden: gazpacho als voorgerecht en vervolgens konden we kiezen uit drie gerechten. We kozen allebei voor de kip. Ik kan helaas niet anders dan zeggen dat het eten niet al te fameus was. De gazpacho viel nog mee, maar de kip kon in eender welke grootkeuken klaargemaakt zijn. Als groenten kregen we twee schijfjes komkommer en drie partjes tomaat erbij geserveerd. De chef moest zich schamen om zoiets aan zijn klanten voor te schotelen.

Omdat het weer slecht bleef, besloten we een luie avond in het hotel door te brengen. We nestelden ons met onze laptops in de bar van het hotel en maakten dankbaar gebruik van de free wireless om te bloggen en te facebooken. Ondertussen dronken we heerlijke caipirinha’s die de zeer vriendelijke barman voor ons klaarmaakte en waren we een dankbaar gespreksonderwerp voor de Nederlandse heer en Duitse dame die een tafeltje verder zaten.

Hoewel onze blik op Riga beperkt bleef tot het zicht vanuit onze hotelkamer op het achtste verdiep, hadden we toch een gezellige avond.

Maandag 26 juli 2010 – Vilnius

Ondertussen zaten we net iets over de helft van onze reis en begon de voorraad propere kleren en onderbroeken serieus te slinken. Al in Polen waren we aan het uitkijken naar een wasserette, maar dit concept blijkt niet bekend in Polen. Online had ik wat (zeer beperkte) info gevonden op een reisforum die me deed geloven dat, hoewel zeldzaam, er wel wasserettes waren in Vilnius. Ik had zelfs de adressen van twee wasserettes genoteerd.

De was laten doen door het hotel vonden we te duur en al de hotels waarin we tot nu toe logeerden hadden geen faciliteiten om de was zelf te doen. We waren niet echt bereid één euro te betalen per vuile onderbroek. Met dertig vuile onderbroeken loopt dat snel op en dan heb ik het nog niet eens over de rest van de kleren.

We ontbeten in de mooie keldergewelven van ons hotel (de zalm was overheerlijk) en vertrokken met een zak vol vuile was op expeditie. Onze eerste bestemming bevond zich in de buurt van de universiteitscampus. Dat stemde ons hoopvol, want studenten die produceren toch ook vuile was en op zo’n studentenkot is meestal geen plaats voor een wasmachine. Helaas reden we helemaal verloren en was de straat waarin de wasserette zich zou bevinden zo lang en de huisnummering zo onduidelijk dat het quasi onbegonnen werk was. Onze tocht bracht ons in de buitenwijken van Vilnius waar langs de smalle kronkelstraatjes (waarvan sommige onverhard waren) mooie nieuwe huizen naast krotten stonden, heel vreemd allemaal.

Tweede poging dan maar. Na heel veel zoeken om de juiste plaats te vinden, vonden we uiteindelijk wasserij Joglė. Helaas, dit bleek een droogkuis te zijn waar per stuk voor een te wassen kledingstuk betaald moest worden. Dan hadden we even goed de was in het hotel kunnen laten doen. Met handen en voeten legden we ons probleem uit en we kregen een nieuw adres waar je je was per kilogram kon laten doen.

Vol goede moed vertrokken we op weg naar het ons gegeven adres. De moed zakte ons al dra in de schoenen toen we op een lange baan terecht kwamen met allemaal industrie en grote winkelfilialen. We vonden de blok met de juiste nummer, maar van een wasserette geen spoor. Na een ganse voormiddag op weg geweest te zijn, hadden we nog niet eens één onderbroek kunnen wassen. We gaven de zoektocht op en trokken met onze vuile was terug naar ons hotel.

In het hotel gingen we over op een beproefde eeuwenoude methode om je kleren proper te krijgen: handwas. Lang leve de badkuip! We wasten enkele spullen die we hoog nodig hadden en hingen die zo goed en zo kwaad als het ging te drogen. Elk mogelijk uitsteeksel werd gebruikt om een onderbroek of t-shirt aan op te hangen. De kamer zag eruit alsof er een wasgoedbom was ontploft.

Omdat we al zoveel tijd verloren hadden met onze tevergeefse zoektocht naar een wasserette aten we snel iets in het hotel en gingen dan verder de stad in. Onze eerste halte was het gotisch ensemble, twee gotische kerken waarvan Napoleon (toen hij in Vilnius passeerde tijdens zijn veldtocht tegen Rusland) er eentje zo mooi vond dat hij ze “op zijn hand naar Parijs had willen dragen.” Jaja, die Napoleon heeft overal waar hij kwam een serieuze indruk achtergelaten.

We volgden de tweede wandeling die in mijn reisgids was uitgestippeld en die ons langs de prachtige barokkerken van Vilnius bracht. Een aantal van die kerken zijn al mooi gerestaureerd, maar een ander gedeelte die tijdens het Sovjettijdperk een andere bestemming als museum, opslagloods of zelfs gevangenis gekregen hadden, zijn in zeer slechte staat. Het ontbreekt echter momenteel aan fondsen om deze kerken te restaureren.

Nadat we onze wandeling beëindigd hadden, brachten we vlak voor sluitingstijd een bezoek aan het architectonisch ensemble van de universiteit. Tijdens de bouw van de ‘Alma Mater Vilnensis’ ontstond er door de eeuwen heen een interessant labyrinth van gebouwen in verschillende bouwstijlen (renaissance, barok en classicisme). Dit architectonisch ensemble is gegroepeerd rond twaalf binnenplaatsen. De ingang is een beetje verstopt aan de Universiteto Gatvė, maar het geheel is zeker een bezoek waard.

We waren nog helemaal niet moe, dus beklommen we de met ongelijke kasseien aangelegde weg naar de Gedyminas-toren op de Burchtberg. De rode, achthoekige toren waarop de Litouwse vlag wappert, is het symbool van Vilnius. En boven aan de toren heb je een mooi uitzicht over Vilnius. Jammer genoeg waren we net te laat voor een bezoek aan de toren zelf. Vóór ons sukkelde een dame met naaldhakken van meer dan tien centimeter de steile weg met kasseien op (en vervolgens weer af). Ze moest wel ondersteund worden door haar vriend/man maar toch: respect. Ik zie het me nog niet doen.

We hadden de smaak nu helemaal te pakken en begonnen, terwijl de zon steeds lager zakte, aan de beklimming van de Kruisberg met de drie witte kruisen. Volgens een legende uit de 14de eeuw werden hier zeven franciscaanse monniken vermoord door de heidenen. De drie kruisen werden in 1951 door de Sovjets verwijderd, maar werden na de onafhankelijkheid vernieuwd. Het uitzicht vanaf de kruisen deed ons meteen de klim vergeten. Prachtig!

Toen we opnieuw door de Pilies Gatvė wandelden, zagen we boven het plein aan het Oude Stadhuis vijf luchtballonnen boven de stad zweven. Magisch. Onze laatste avond in Vilnius vierden we met een etentje in de Pegasus. Met een beetje geluk slaagden we erin een plekje te veroveren op het balkon waar net één tafeltje en twee stoelen op pasten. We hadden een prachtig uitzicht op de stad terwijl we genoten van een heerlijke maaltijd met gamba’s en samosa’s als voorgerechtje en konijn in wijnsaus (voor mij) en gegrilde tonijn (voor mijn vriend) als hoofdgerecht. We dronken hierbij een flesje rode Italiaanse wijn. Het was er niet druk, dus we werden erg in de watten gelegd door de ober die ons bediende.

Om de maaltijd in schoonheid te eindigen wilde mijn vriend nog een afzakkertje bestellen. Zelf hield ik het bij een dessert: mangomousse met pistachenoten. Mijn vriend had absinthe op de kaart zien staan en besloot dit niet alledaagse drankje uit te proberen. De ober keek eerst een beetje ongelovig toen mijn vriend absinthe bestelde, maar kwam wat later aanzetten met een glas gifgroen vocht, suikerklontjes en ijsblokjes. Hij legde mijn vriend uit hoe absinthe op “the Bohemian Method” te consumeren: je legt een suikerklontje op een lepel, doopt deze vervolgens in de absinthe en steekt de boel in de fik. Het brandende suikerklontje gooi je in het glas absinthe dat daarop ook in brand schiet. Laat dit even branden en doof de vlam met een kartonnen onderlegger. Voeg naar believen ijsklontjes toe.

De fun van absinthe drinken, zit hem volgens mij ten dele in dat hele ritueel dat erbij gepaard gaat. Ik heb er ook even van genipt, maar de anijssmaak was niet echt mijn ding. Mijn dessert was niet wat ik ervan verwacht had, ofwel waren ze de mousse vergeten te ontdooien, ofwel had de vertaler van de menukaart te hard bevroren sorbet met mousse verward.

Na het avondmaal keerden we blijgezind terug naar ons hotel. In de hotelkamer stond ons echter een kleine verrassing te wachten. Toen we de kamer achterlieten, hadden we achteloos her en der vuile was laten slingeren en aan verschillende lampen en andere uitsteeksels hingen natte onderbroeken te drogen. Bleek dat er een kamermeisje was langsgeweest die een moedige poging had gedaan om orde in de chaos te creëren. Ze had vuile was mooi opgeplooid en voor een deel opgehangen in de kast, ons bed mooi klaargemaakt voor de nacht en twee pralines achtergelaten met een briefje dat ons het volgende meedeelde: “Elena has prepared your room. Goodnight.”

Ik moet toegeven dat we op dat moment met het schaamrood op de wangen stonden en we het niet zo erg vonden dat we de volgende dag alweer zouden vertrekken. Wie weet wat Elena over ons tegen haar collega’s had gezegd. Achteraf bezien is dit natuurlijk behoorlijk hilarisch. En ach, die kamermeisjes zijn ongetwijfeld het één en ander gewoon. En het waren lekkere pralines.

Zondag 25 juli 2010 – Van Augustów naar Vilnius

Na het ontbijt vertrokken we naar Vilnius. Onze laatste dag in Polen was heel ontspannend, ondanks het feit dat we niet het onderste uit de kan konden halen. We zegden nog een laatste keer dziękuję (bedankt) en dzień dobry (goeiendag) en vertrokken.

Onderweg zagen we weer talrijke ooievaarsnesten. Deze elegante vogels voelen zich duidelijk thuis in Polen. De grensovergang Polen-Litouwen werd aangekondigd door enkele wisselkantoortjes. Daarna volgde een lege strook niemandsland met verlaten gebouwen en verroeste verlichtingspalen. Gebouwen die herinnerden aan een tijd dat er ongetwijfeld nog streng gecontroleerd werd aan de grens. Niet te geloven dat Litouwen zich pas in 1991 heeft losgescheurd van de toenmalige Sovjetunie. Aangezien Litouwen in een andere tijdszone ligt, waren we door de grens over te steken eensklaps een uur verder.

In Litouwen geldt er een snelheidsbeperking van 90 km per uur op de autosnelweg. Aan dit gezapige tempo hadden we tijd zat om te genieten van het prachtige weidse landschap. Opvallend: de borden langs de kant van de weg die een stopplaats aangeven, geven ook aan of er daar al dan niet internet beschikbaar is. Daar kunnen ze bij ons nog iets van leren! Langs de kant van de weg zagen we mensen op een stoeltje zitten die zelfgemaakte of zelfgekweekte producten verkochten. Meestal hadden ze niet meer bij dan één of twee potten. Ik vroeg me af of en hoe het mogelijk was daarvan te leven.

Vilnius, de hoofdstad van Litouwen telt zo’n half miljoen inwoners en heeft duidelijk een serieus graffiti-probleem. Overal zagen we gebouwen die volgeklad waren. Op het eerste gezicht leek het alsof de armoede groter (of misschien enkel zichtbaarder) was dan in Polen. Er waren alleszins meer bedelaars. In de stad reden elektrische of hybride bussen die net zoals een tram verbonden waren aan een bovenleiding.

Toen we eindelijk bij ons hotel dat in het hart van de oude stad lag, aankwamen, vonden we niet direct een parkeerplaats. Mijn vriend parkeerde zich even dubbel en ik liep de receptie binnen om te vragen waar we konden parkeren. De vriendelijke meneer aan de receptie, die trouwens uitstekend Engels sprak, bood aan mijn vriend naar de parkeerplaats te leiden, aangezien het niet makkelijk was om uit te leggen hoe hij moest rijden. En zo stond ik in hartje Vilnius met enkel mijn kleren aan en voor de rest niks. Ik kon alleen maar hopen dat mijn vriend er nu niet vanonder zou muizen. 😉

Onze hotel bleek trouwens een enorme meevaller. Het gebouw dateerde uit 1581 en was het oudste hotel van Vilnius. Narutis hotel lag aan de Pilies Gatvė, een gezellig wandelstraatje dat bruiste van het leven. Iedereen (behalve het meisje dat ons bediende op het terras en dat we geen fooi konden geven omdat we nog geen Litouws geld hadden en we op dat moment enkel grote eurobriefjes hadden) was er supervriendelijk en we hadden een ruime en mooie kamer.

Eer we goed en wel ingecheckt en geïnstalleerd waren, was het al half vijf en we hadden nog geen middagmaal gegeten. We installeerden ons op het terras van ons hotel en bestelden twee typisch Litouwse gerechten: mijn vriend nam aardappelpannenkoekjes met zure room en veenbessen en ik bestelde de Litouwse versie van pierogi. Persoonlijk vind ik de Poolse pierogi lekkerder. Op mijn bord kreeg ik pasta gevuld met te flets gekruid gehakt en daarover een beetje zure room, maar het vulde de maag. Als dessert kocht ik een Italiaans ijsje bij Soprano, wat verderop in de straat.

Daarna trokken we de stad in voor een eerste verkenning. We besloten de wandeling te doen die in ons boekje stond en die ons de overblijfselen van het Joodse Vilnius zou tonen. Er was een tijd dat Vilnius het ‘Jeruzalem van het noorden’ werd genoemd. De stad telde toen maar liefst 105 synagogen. In 1939 was 40 procent van de stadsbevolking Joods. In 1941 marcheerden de Duitsers Vilnius binnen en werden in september van dat jaar de Joden in twee getto’s in de oude binnenstad opgesloten.

Nog voordat de getto’s gecreëerd werden, had de Sauuma, de Litouwse geheime dienst samen met de Duitsers tien tot twintigduizend Vilnius-joden in de bossen doodgeschoten. Het Grote Getto werd op 23 en 24 september 1943 door de nazi’s met granaten en explosieven verwoest. Een deel van de joodse bevolking die daar toen nog woonde, werd afgevoerd naar concentratiekampen. De rest werd meteen vermoord.
Tijdens de tweede wereldoorlog werden ongeveer 220.000 Litouwse joden vermoord. Slechts 6000 joden uit Vilnius overleefden de holocaust. Op dit moment wonen er nog 4000 joden in de stad en is er nog één synagoge. Gruwelijke cijfers die de onvoorstelbare werkelijkheid slechts gedeeltelijk kunnen weergeven.

De wandeling zelf viel wat tegen, aangezien de meeste sporen van de joodse aanwezigheid grondig zijn uitgewist. Slechts enkele gedenkplaten aan de muren van huizen waar vroeger het Grote en het Kleine Getto waren, herinneren aan dit stuk geschiedenis. Huizen die wel bewaard bleven, kregen een volledig andere functie. Hoewel ik al veel gelezen heb over de holocaust en op een koude februaridag zelf in Auschwitz-Birkenau stond, kan ik de omvang van dit drama nog steeds niet volledig bevatten.

Bij het beëindigen van de wandeling keerden we terug langs de Aušros Vartai, de poort van het Ochtendrood, de laatst overgebleven poort van de stadsfortificatie. Boven de poort bevindt zich een kleine bedevaartkapel met een afbeelding van de Barmhartige Moeder Gods uit de 16de eeuw. Er wordt gezegd dat deze afbeelding wonderen kan verrichten. We glipten even binnen in de kapel waar devote katholieken baden om de gunsten van Maria. In het midden van de straat zagen we mensen op hun knieën vallen en omhoog kijken naar de afbeelding in de kapel die vanuit de straat zichtbaar is. Bizar.

We liepen terug richting centrum en liepen even de Drievuldigheidskerk binnen die echt in erbarmelijke staat was. In het kleine Vilnius struikel je bijna in elke straat wel over eek kerkgebouw. Wat verder kwamen we voorbij de Orthodoxe Heilige Geestkerk waar de dienst net gedaan was. De kerk stroomde leeg en het viel op dat in Litouwen veel meer mensen gelovig zijn (of althans naar de mis gaan) dan in België. De dames droegen allemaal een doek op het hoofd, want een vrouw moet het hoofd bedekken als zij een Orthodoxe kerk binnen gaat.

Hoewel het tijd was voor het avondeten, ontbrak de honger. We vonden een plekje op een gezellig binnenkoertje en bestelden een flesje cava. Jaja, de Spaanse bubbels hebben ook de Baltische staten veroverd.

Op ons gemak wandelden we terug naar ons hotel. We genoten van de mooie zomeravond, de mooie huizen en kerken. Op nog geen halve dag in Vilnius hadden we het historische stadscentrum bijna volledig doorkruist. Groot is Vilnius niet, gezellig des te meer, met veel terrasjes, bars, restaurants, leuke binnenkoertjes, flaneerstraatjes, een groot plein voor de kathedraal waar de plaatselijke jeugd ‘s avonds bijeenkomt en kerken, veel kerken. En oja, je struikelt er om de paar meter over een winkeltje waar je barnsteen en andere souvenirs kan kopen. 😉

Voor het avondmaal (alweer op het terras van ons hotel) hield ik het bij борщ (bietensoep) en mijn vriend nam een chocoladegebakje. Als dessertje at ik twee huisgemaakte pralines die je per stuk kon bestellen en mijn vriend dronk een Litouwse brandewijn.

Op onze hotelkamer vonden we nog twee pralines. Een snoepje voor het slapen gaan. 😉