Gravity

Omdat ik dit weekend verjaarde, kreeg ik een gratis filmpje van Kinepolis cadeau. Omdat je een gegeven paard nooit in de bek moet kijken, trokken mijn vriend en ik dus vanavond naar de cinema. Ik had ergens opgevangen dat Gravity wel een goeie film was, dus de keuze was snel gemaakt. Bleek dat we bij het laten inscannen van onze filmtickets een 3D-brilletje in onze handen geduwd kregen. Dát detail was mij ontgaan…

Na ellendig lang veel voorfilmpjes en reclame, begon dan de film. And what a ride it was. Ongelooflijk spannend! Ik vergat zelfs even het knellende 3D-brilletje op mijn neus. Meermaals voelde ik mijn handpalmen klam worden. En geloof mij, dat overkomt me zelden. Maar het idee helemaal alleen rond te tuimelen in de oneindige koudheid van de onverschillige ruimte, yep, dat moet toch in de buurt komen van één van mijn oerangsten. Schitterend in beeld gebracht, ook. Het contrast tussen het claustrofobische van zo’n ruimtepak en de weidsheid van de ruimte. En hoe prachtig mooi is onze aarde gezien vanuit de ruimte!

De in de film gebruikte speciale effecten kwamen erg realistisch over en de 3D was voor mij in deze film zeker een meerwaarde (die rondvliegende brokstukken, geweldig!). Al blijf ik hopen dat er een alternatief komt voor die vervelende brilletjes die je het gevoel geven dat je blikveld beperkt wordt.

Een absolute must see, wat mij betreft.

Dingen die ik niet leuk vind, waar andere mensen dol op zijn

Met dank aan Lilith voor de inspiratie.

  • Slagroomtaarten en bij uitbreiding slagroom in het algemeen
  • Grote muziekfestivals zoals Werchter, kleine muziekfestivals zoals M-idzomer en stadsfestivals zoals Beleuvenissen kunnen wel mijn goedkeuring wegdragen
  • Nutella (juk)
  • Koffie
  • Coca cola, sprite, fanta en bij uitbreiding elke soort koolzuurhoudende frisdrank
  • Bruiswater
  • Starbucks, MacDonalds, Pizza Hut  en om het even welke Amerikaanse keten die overal ter wereld dezelfde slechte eenheidsworst verkoopt
  • Solden: probeer ik altijd zo ver mogelijk van weg te blijven
  • Kortingsbonnen verzamelen: in mijn leven al veel kortingen aan mij laten voorbij gaan
  • Heel die naai- en breirage: ik kóóp mij wel een rokje!
  • Boter en margarine: het nut van dit soort smeersels ontgaat mij volledig
  • Mayonaise
  • Bier
  • Wonen in een dorp: geboren op het platteland, maar in hart en ziel altijd een city girl geweest
  • Blondjesmoppen (grr!)
  • Kamperen
  • Rechtstaand eten: walking diners, een noodzakelijk kwaad
  • Geen internetconnectie op vakantie: leve de mifi!
  • Roken: tabak mogen ze, wat mij betreft, gerust verbieden
  • Telefoneren
  • Openbare zwembaden: die kleedhokjes, die lockers, the horror
  • New York: zeggen dat ik echt een hekel heb aan deze stad, is een brug te ver, maar ik begrijp eerlijk gezegd niet goed wat andere mensen zo fantastisch vinden aan deze stad
  • Auto rijden: doe ik tegenwoordig zelden of nooit meer
  • Vroeg opstaan
  • Halloween
  • Versierde cupcakes: eerlijk, die dingen zijn toch echt niet lekker?
  • Upperware, upperdare en soortgelijke home party concepten waarbij je moreel verplicht ben iets te kopen om de gastvrouw geen gezichtsverlies te laten lijden
  • R&B, rap en dubstep
  • Eten en drinken in de cinemazaal
  • Gelnagels
  • Shopping centra
  • Pauzes tijdens een filmvoorstelling
  • H&M
  • Zalando
  • The matrix: alle drie de films
  • TV kijken
  • Rauwe ajuin
  • Vampires that sparkle in the sun
  • Secret Santa

13 oktober: Van Singapore naar Kuala Lumpur

Onze laatste uren in Singapore besloten we door te brengen in het National Museum of Singapore, een mooi neo-palladiaans gebouw bekroond met een prachtige koepel in gebrandschilderd glas. Aan het historische gebouw dat dateert uit 1887 werd een nieuwe vleugel bijgebouwd in moderne stijl. Heel knap gedaan. We wilden graag wat meer te weten komen over de boeiende geschiedenis van deze stad, smeltkroes van verschillende culturen. De tentoonstelling voerde ons langs grote én kleine verhalen die de geschiedenis van Singapore tot leven brachten.

We leerden bij over Raffles, de Engelsman die koppig zijn zin deed tegen de wil van het Britse Rijk en zijn vrouw die zijn nagedachtenis zo goed verdedigde dat je nu in bijna elke straat van Singapore wel een gebouw of een monument vindt dat naar hem genoemd is. De werking van de geheime Chinese genootschappen werd gedeeltelijk ontsluierd en we leerden meer over de verderfelijke invloed van de opiumhuizen en het leven van de Chinese prostituees in die tijd.

Een belangrijk deel van de collectie is gewijd aan de tweede wereldoorlog. Interessant om de gevolgen van deze gruwelijke oorlog nu eens vanuit Aziatisch standpunt te bekijken, want dit standpunt komt bijna niet aan bod in onze geschiedenisboeken.

Vanaf de jaren zestig onderging Singapore een radicale gedaanteverwisseling om uit te groeien tot de indrukwekkende metropool van vandaag. Het museum liet dan ook niet na de verwezenlijkingen van Lee Kuan Yew en zijn People’s Action Party uitgebreid te bewieroken. Een beetje weinig kritisch vond ik, maar niet geheel onbegrijpelijk als je de transformatie ziet die de stad heeft ondergaan.

Rond half drie hielden we het voor bekeken. Onze magen rammelden en we zochten een food court in de buurt van Dhoby Ghaut voor een snelle hap. Een lekker udonsoepje met zalm, dat gaat er altijd wel in bij mij! Ik moet zeggen, de fast food in Singapore is een pak gezonder en lekkerder dan die in België!

Terug in het hotel haalden we onze koffers op en namen we afscheid van onze mifi. Voortdurend 4G, het is een zaligheid! Dat wordt wennen als we terug in België zijn. Spijtig genoeg zijn we ergens in Singapore de zonnekap van één van mijn lenzen kwijtgeraakt. Waar dit juist gebeurd is, valt moeilijk te achterhalen, maar goed, uiteindelijk is een zonnekap vervangen nu ook weer niet de grote kost.

De taxi bracht ons zonder problemen naar de luchthaven. De beste luchthaven ter wereld, zo had men ons verteld en dat was niet gelogen. Ik was erg onder de indruk van het bewegende kunstwerk Kinetic Rain in de inkomhal waarbij goudkleurige druppelvormige objecten zich naar boven en beneden bewogen in steeds wisselende patronen. Betoverend.

We maakten een fotootje van ons beiden en voegden dat toe aan de Social Tree. De rest van onze wachttijd brachten we door met onze laptop en een strawberry daiquiri in zeteltjes waar stroom, usb ingangen én free wifi ter beschikking waren voor alle klanten van de luchthaven. Eat that, Zaventem!

De vlucht naar Kuala Lumpur duurde een dik half uur. Net genoeg tijd om een tuna sandwich te eten die ons werd aangeboden. Wel een beetje vreemd dat wij de enige twee personen op het vliegtuig waren die zo’n sandwich kregen. Wellicht had mijn vriend dit ergens als optie aangevinkt bij het boeken van de vlucht.

In de luchthaven van Kuala Lumpur vielen me meteen de vrouwtjes in zwarte niqāb op. Zwarte tenten waarvan enkel en alleen de ogen zichtbaar waren. Ik zal er ronduit voor uitkomen dat ik het moeilijk heb met dit kledingstuk. Waarom is het in godsnaam nodig dat een vrouw haar gezicht verbergt voor de buitenwereld? Het was ook opvallend dat deze vrouwen zich steeds in groep leken te verplaatsen, altijd vergezeld van een man.

Vanuit de luchthaven namen we de express trein naar Kuala Lumpur Sentral Station. Van daaruit namen we de meest krakkemikkerige taxi van de ganse reis. Mijn valies paste zelfs niet in de koffer en moest op de zetel vooraan geplaatst worden. Niet dat we klaagden, want het was lekker surreëel: met zo’n budget taxi afgezet worden voor de deur van een vijfsterrenhotel.

InterContinental had een heel andere uitstraling dan ons hotel in Singapore. Veel meer grandeur, veel marmer en bling bling, maar een pak minder gezellig. Bij check-in kregen we meteen een gratis upgrade van onze kamer aangeboden. Onze hotelkamer was nu ongeveer even groot als onze leefruimte in Leuven. 😉 Wel grappig dat de badkamer vensters had. Gelukkig waren er rolgordijntjes voorzien om toch wat privacy te hebben.

Op tijd in bed, want de volgende dag begon de tweedaagse cursus van mijn vriend.

12 oktober: Little India. Kampong Glam en Marina Bay Sands

Zaterdag, een ideale dag om een beetje uit te slapen na een vrijdagavond stappen. Geen zwempartijtje vandaag, maar wel een uitgebreid ontbijt om de saké van de dag voordien te helpen verteren. Ik probeerde de rijstporridge, maar dit bleek een tegenvaller. Rijstporridge smaakt naar niets, het zijn de “toppings” die het iets of wat eetbaar maken.

Op het programma: Little India, een buurt die we nog niet eerder verkend hadden. Door het late opstaan en het late ontbijt zijn we er pas rond het middaguur. Ons doel: de Sri Srinivasa Perumal Temple. Waar we absoluut geen rekening mee hadden gehouden: de massale hoeveelheid volk. Het leek wel of alle inwoners van Little India samen gekomen waren om te bidden in de tempel. De omgeving van de tempel lag helemaal bezaaid met schoenen. We lieten onze flipflops en sandalen achter in de massa in de hoop ze later nog terug te vinden.

De tempel is mooi, maar het was voor ons te druk om er echt van te kunnen genieten. We besloten dan maar om Little India te laten voor wat het was en de metro te nemen naar Bugis om een wandeling te maken door het islamitische Singapore. We belandden (alweer) in een groot shoppingcentrum waar mijn vriendje een Japanse taiyaki kocht met banaan en chocolade, die ik zo lekker vond dat ik hem helemaal zelf opat. Dan maar teruggegaan om er nog twee extra te kopen. 😉

We liepen vanaf de metrohalte Bugis naar het start van onze wandeling door Kampong Glam, het islamistische gedeelte van Singapore. De naam is afgeleid van het Maleise woord kampung, dorp, en gelam, een boom die veel voorkwam in dit gebied. Dit gebied straalde alweer een heel andere sfeer uit, met veel winkels die stoffen en lederwaren verkochten en waar we om de haverklap werden aangesproken om toch zeker maar een blik te werpen op hun koopwaar. Deze verkoopstactiek had echter een omgekeerd effect op mij: ik versnelde mijn pas, want ik kijk graag rustig rond en heb niet graag het gevoel dat mij iets opgedrongen wordt.

Bussorah Mall, de straat die naar de Sultan Mosque leidt, is een fijne, kleurrijke straat die gedomineerd wordt door de gouden koepel van de moskee. Aan de ingang van de moskee kregen we allebei een djellaba aangeboden om onze naakte armen en boezem te bedekken. We wierpen een blik in de gebedsruimte van de mannen en lazen de islamistische uitleg over waarom moslimvrouwen volgens de Islam een hoofddoek zouden moeten dragen.

Volgens deze uitleg was de hoofddoek een teken dat de vrouw vrij is van de dictaten van mannen of modemagazines. Door de hoofddoek te dragen geeft de vrouw aan dat zij zich onderwerpt aan de geboden van Allah en bevestigt zij haar status als vrije vrouw. Vervolgens werd verduidelijkt dat in vele samenlevingen waar vrouwen vechten tegen armoede en schulden, zij gedwongen worden kleren te dragen die vernederend zijn. Want in vele plaatsen van de wereld moeten vrouwen om vooruit te geraken in het leven, kleren dragen die aantrekkelijk zijn voor de mannen. Het dragen van de hoofddoek maakt het voor de vrouw mogelijk om beoordeeld te worden op haar karakter en niet op haar uiterlijk.

Alhoewel ik een grote voorstander ben van het beoordelen van mensen op hun karakter en niet op hun uiterlijk, vind ik de bovenstaande uitleg zever in pakskes. Het kan best zijn dat er vrouwen zijn die zich vrijer voelen door het dragen van een hoofddoek en ik vind sommige hoofddoeken zeer mooi en verfijnd, maar ik ben er radicaal tegen dat de hoofddoek afgeschilderd wordt als een symbool van de vrije vrouw. De écht vrije vrouw kiest zelf hoe zij zich kleedt of dat nu in ruim zittende, bedekkende gewaden is, dan wel op torenhoge hakken vergezeld van diepe décolletés. Kledij heeft niets, maar dan ook niets met vrijheid te maken, stemrecht, politieke vertegenwoordiging, recht op geboortebeperking en gelijke behandeling daarentegen des te meer.

Mij bijzonder vrij voelend gaf ik de djellaba opnieuw af en we zetten onze wandeling verder. Eén van de bezienswaardigheden op onze route was het sultan Ali Iskandar Shah gebouwde Bendahara House. Bleek dat in dit gebouw zowaar restaurant Mamanda gevestigd was, waar we de allereerste dag in Singapore iets waren gaan eten. It’s a small world. 🙂

We kwamen voorbij een voormalige meisjesschool in art déco-stijl die nu volledig gerenoveerd was en een nieuwe bestemming kreeg als kunstencentrum. We zagen echter ook redelijk wat vervallen huizen in deze wijk. De allereerste keer sinds onze aankomst dat we iets van verval opmerkten in het verder kraaknette Singapore. Al neem ik aan dat deze straten op het lijstje van de regering zullen staan om opgeknapt te worden. We eindigden de wandeling rond half vijf op een bankje voor de Hajjah Fatimah Mosque.

We besloten het hierbij te houden en naar het hotel terug te keren om nog wat te computeren en te genieten van het happy hour. We stopten ons zo vol met de gratis hapjes van het happy hour dat een avondmaal overbodig werd. Lekker goedkoop! Een goeie manier om te genieten van de voordelen van onze club room op onze allerlaatste avond in ons geweldige hotel in Singapore door te brengen.

Rond half negen klapten we onze laptops dicht en namen we de metro naar Marina Bay Sands om de licht- en watershow waar iedereen zo enthousiast over was, te bekijken. We hadden niet door dat er nog een lager terras was vlakbij het water, waardoor we het onderste stukje van de projectie net volledig konden zien, maar indrukwekkend was het wel. Spijtig dat we de dag nadien geen herkansing hadden om de show opnieuw te bekijken.

We genoten nog even van de mooi verlichte skyline van Marina Bay en keerden blij gezind naar ons hotel terug. We <3 Singapore!

Trots

Op mijn team dat vandaag weer maar eens een vlekkeloos event heeft georganiseerd. Prachtig om te zien hoe al die radertjes in mekaar klikken en een goed geoliede machine worden. Zelfs het verloren zakske kwam terug boven water! 🙂

Pech

Er was net een kleine wolkbreuk boven Leuven losgebarsten en ik moest om half negen in het stadscentrum zijn. Naar goede gewoonte had ik alles erg krap getimed. Ik vloekte toen bleek dat mijn fiets platteband had. Geschooid om een lift bij mijn vriend dan maar. Batterij van de wagen plat, te lang niet mee gereden. Shit. Laatste redmiddel: de te grote herenfiets van mijn vriend. Gezwind mijn been over de stand gegooid en gefietst alsof mijn leven er vanaf hing.

Ik was drie minuten te vroeg op de afspraak.

11 oktober: Buddha Tooth Relic Temple, Maxwell Food Centre, Botanic Gardens

Naar goede gewoonte de dag gestart met een zwempartijtje en een heerlijk ontbijt. Fan van de pancakes die vers gebakken werden door de chefkok!

Vandaag trokken we op aanraden van onze vrienden naar de Buddha Tooth Relic Temple in China Town. Om de één of andere onverklaarbare reden stond deze tempel niet vermeld in mijn reisgids, terwijl ik deze persoonlijk één van de hoogtepunten van ons bezoek aan Singapore vond. De tempel op het gelijkvloers, gewijd aan de Buddha Maitreya (de toekomstige boeddha), was een erg levendige plek in rood en goud met honderden kleine boeddhabeeldjes langs de muren. Ik vond het prachtig. Ik maakte er ook kennis met mijn eigen persoonlijke bodhisattva, de Samantabadra.

Na de pracht en praal van de tempel in ons opgenomen te hebben, gingen we naar de derde verdieping waar zich een Museum gewijd aan de Boeddhistische cultuur bevond. De collectie van het museum bevatte beelden van Boeddha uit gans Azië en vertelde stapsgewijze het levensverhaal van Siddhārtha Gautama, de prins die Boeddha werd. Ik kende dit levensverhaal al wel van mijn bezoek aan Thailand vele jaren geleden, maar een kleine opfrissing kan nooit kwaad.

Vervolgens begaven we ons naar de vierde verdieping om hét heiligste voorwerp in deze tempel te aanschouwen: de tand van Boeddha! Of liever gezegd: het schrijn waarin de tand van Boeddha opgeborgen was. Zoveel goud, ik wist niet waar eerst te kijken!

Laatste stop was het Paviljoen van de Tienduizend Boeddha’s waar zich het Vairocana Boeddha gebedswiel bevond. Het grootste cloisonné Boeddha gebedswiel ter wereld (uiteraard!). We draaiden een rondje aan het wiel, veel makkelijker dan effectief een sutra te moeten opzeggen. En maar hopen dat onze gebeden verhoord zouden worden… Jammer genoeg ging de zon er niet van schijnen.

Alweer op aanraden van onze vrienden lunchten we in het Maxwell Food Centre, een grote overdekte food court met meer dan 100 stalletjes. Grote ventilatoren zorgden voor verkoeling, want de ruimte was open. Ik vond het niet erg dat er geen airco aanwezig was. De grote contrasten in temperatuur tussen binnen en buiten vind ik eerder onaangenaam. Erg hinderlijk dat je vaak een extra kledingstuk moet meesleuren omdat het binnen zo koud is dat je er kippenvel van krijgt.

Het was moeilijk kiezen in Maxwell Food Centre en ik had spijt dat we deze plek niet eerder bezocht hadden. Elk kraampje bood een eigen specialiteit aan en het aanbod was overweldigend. Dus liet ik me leiden door the popular vote en koos één van de stalletjes uit waarbij de wachtrijen het langste waren. Het werd het Jin Hua Fish Head Bee Hoon kraampje, dat na wat research best een beroemd kraampje blijkt te zijn. Ik had er alvast heerlijk mee gegeten én voor geen geld (4,5 Singapore dollar).

Mijn vriend at gebakken eend en dronk daarbij een wheatgrass drankje, kwestie van onze voorliefde voor groene drankjes in ere te houden. Ik keek in het bord van een Aziatische dame en liet me verleiden tot de aanschaf van een dessert met de welluidende naam Longan Red Tea Jelly with Evaporated Milk. Laten we het erop houden dat jelly en geschaafd ijs nooit mijn grote vrienden zullen worden. Maar goed, een mens moet op culinair vlak al eens zijn grenzen durven verleggen.

Na ons middagmaal namen we de metro naar de Singapore Botanic Gardens, een oase van rust vlakbij het centrum van de stad. De tuinen van in totaal 52 ha groot zijn werkelijk prachtig, met meren, fonteinen, bankjes, een stukje jungle, gazons en overvloedige bloementuinen. Eigenlijk hadden we te weinig tijd voor een uitgebreid bezoek aan deze tuin, want we waren er pas rond half vier en om zeven uur hadden we alweer afgesproken met de ex-collega van mijn vriend om samen teppanyaki te gaan eten. We zullen dus nog eens terug moeten!

We besloten dan maar om ons bezoek te beperken tot de twee hoogtepunten zoals deze vermeld stonden in mijn reisgids: de National Orchid Garden die met zijn meer dan 1000 soorten orchideeën de grootste verzameling ter wereld is (we hadden niets anders verwacht) en de Yuen-Peng McNeice Bromeliad Collection. De bromelia’s konden mij minder bekoren, maar de orchideeëntuin was fenomenaal. Nu moeten jullie weten dat orchideeën sowieso mijn favoriete bloemen zijn, maar zo’n soortenrijkdom had ik nog nooit gezien. En zo prachtig gepresenteerd. En speciaal voor de Japanners: photo spots!

Sinds 1928 is er in de National Orchid Garden een kweekprogramma opgezet met als resultaat dat er in deze tuin al zo’n 2000 hybriden gekweekt zijn. Impressionant. Ik moest met inhouden om met geen honderden foto’s van orchideeën naar huis te komen. En natuurlijk bewonderden we de National Flower of Singapore, de Vanda Miss Joaquim. We zagen ook wat orchideeën die opgedragen waren aan bekendheden zoals Lady Diana en Margaret Thatcher.

Veel te vroeg naar mijn zin moesten we afscheid nemen van deze prachtige tuin. Een tussenstop naar ons hotel om even het zweet van onze lijven te spoelen zat er niet meer in, want het was ondertussen al bijna zes uur. We besloten dan maar de bus te nemen naar Orchard Road en daar even rond te lopen. Net lang genoeg om een paar foto’s te nemen en om half zeven de metro naar de plek van afspraak te nemen.

We hadden ons een beetje miskeken op de afstand die we moesten overbruggen tussen het metrostation en het Teru Sushi restaurant (wel, dom, want er stopte een bus bijna recht voor de deur), waardoor we een kwartier later waren dan voorzien. Eén van de twee heren met wie hadden afgesproken stond al een kwartier op ons te wachten. Gelukkig waren we niet de laatsten, de ex-collega van mijn vriend was op dat moment nog aan het proberen een taxi vast te krijgen. Taxispitsuur op vrijdagavond in Singapore…

Terwijl we wachtten tot ons gezelschap volledig was, kregen we een plekje toegewezen aan de bakplaat. Yep, alweer teppanyaki, maar ditmaal teppanyaki bereid door chef Rocky Lim, een Chinees die al een flink stuk van de wereld gezien heeft en voor hoogwaardigheidsbekleders in Saoudi-Arabië, Nederland en Australië gekookt heeft. Spijtig genoeg zat hij momenteel een beetje in de penarie. In het zak gezet door de zakenpartner van zijn vorige zaak en noodgedwongen moeten terugkeren als kok aan de teppanyaki plaat.

De heren met wie we afgesproken hadden, kenden Rocky ondertussen al een tijdje en verzekerden ons dat we nog nooit zulke lekkere teppanyaki gegeten zouden hebben. Ik was alleszins erg benieuwd!

Na nog een dik kwartier wachten, arriveerde de ex-collega van mijn vriend en kon het feestmaal beginnen. Wat een festijn! Enkele niveaus hoger dan de teppenyaki van de dag voordien, terwijl die zeker niet slecht was. Die ganzenlever (bestel ik normaal nooit, maar als ze het voor mijn neus neerzetten, zeg ik geen neen), die zalm, die sint-jacobsvruchten, dat wagyu beef! Man, man, man. Kwam daar nog eens bij dat Rocky een geboren entertainer is die voortdurend straffe verhalen uit zijn mouw schudt en tijdens het bereiden van de verschillende gerechten zonder aarzelen mee in de saké vliegt. Kanpai!

Lichtelijk aangeschoten verlieten we het restaurant om de avond opnieuw te eindigen in het Witbier café, waar we een whiskey dronken en de uitbundige Aziatische vriendin van het heerschap dat een bedrijf in Singapore had ons vervoegde. Een bijzonder levendige en excentrieke moslimdame (haar werk-outfit bestond uit een broekpak met luidpaardprint en de alcohol ging vlotjes binnen) met wie het meteen klikte. Na heel veel kussen en knuffels namen we uiteindelijk afscheid en lieten ons door een taxi aan ons hotel afzetten.

Alcohol is trouwens in het algemeen erg duur in Singapore, maar het prijsverschil tussen wijn, bier en sterke drank is niet zo groot als in Europese landen. Wanneer Singaporezen uitgaan, bestellen ze daarom vaak een paar flessen sterke drank voor hun gezelschap, die dan de ganse avond op tafel blijven staan. Wanneer ze naar huis gaan, bewaart het café de  halflege flessen voor hen, met hun naam erop. Businessmen hebben vaak in verschillende cafés een fles op hun naam staan.

10 oktober: Sentosa

Yep, de dag alweer goed begonnen met een zwempartijtje. I could get used to this!

Vandaag besloten we het stadscentrum achter ons te laten en een uitstapje te maken naar Sentosa, dat tot 1967 door de Britten als militaire basis gebruikt werd. Toen heette het eiland nog Balakang Mati, Maleis voor ‘na de doden’. De Singaporese overheid vond deze naam duidelijk maar niks en Sentosa (vredig) was geboren. Het eiland werd aangeduid als recreatiegebied en kreeg als slogan “Asia’s favorite playground” mee, en boy, dat is niets overdreven. Het hele eiland lijkt wel één groot pretpark. Als je niet houdt van commercie, blijf je best zo ver mogelijk uit de buurt van Sentosa.

We reisden met de metro naar Harbourfront om aldaar bijna verloren te lopen in Vivocity, een gigantische shopping mall. Gelukkig vonden we na wat aanwijzingen van een vriendelijke security-kerel de weg naar de kabelbaan naar het eiland. We lieten ons opnieuw overhalen om een combiticket te kopen, met een bezoek aan het kabelbaanmuseum en het S.E.A. Aquarium inbegrepen.

Het ritje met de kabelbaan was fantastisch. Het uitzicht op de skyline van Singapore was adembenemend en dat op de luxe vijfsterren resorts van Sentosa zo mogelijk nog indrukwekkender. We zagen villa’s met hun eigen privézwembad mét uitzicht op zee en waterpretparken met de grootste variatie aan glijbanen die ik ooit zag.

Op Sentosa aangekomen dringt een gids met een belachelijk hoog piepstemmetje erop aan dat we een kwartiertje op hem wachten voor de “tour”. We zijn niet gehaast en besluiten dan toch maar even rond te lopen in het kabelbaanmuseum. Dit museum blijkt interessanter dan verwacht, met een mooi overzicht van de historiek van de kabelbaan  naar Sentosa, de verschillende gondola’s die in de loop der tijden gebruikt werden en zelfs een angry birds gondola en een gondola volledig uit lego gebouwd.

De piepstemgids begeleidde ons samen met de andere toeristen naar een klaarstaande bus. Toeristischer kon het niet. Via de intercom kregen we nog wat extra uitleg over Sentosa. Wisten jullie bijvoorbeeld dat er een Universal Studios op Sentosa is? Wij niet en we hebben de Universal Studios dan ook niet bezocht. De bus stopte in de grootste overdekte parking van Singapore (in Singapore is alles het grootste, het hoogste, het langste,… je zou bijna denken dat het de USA is), vlakbij de ingang van het Casino (dat we ook links lieten liggen). De gids bracht ons tot aan de ingang van het S.E.A. Aquarium en bood ons de mogelijkheid om na een uurtje opnieuw de bus te nemen. We bedankten vriendelijk voor het aanbod, wetende dat we veel langer dan een uur tussen de visjes zouden doorbrengen.

In mijn reisgids stond vermeld dat de bezoekers van het S.E.A. Aquarium via een transportband door een 83 m lange tunnel gevoerd zouden worden. De tunnel vonden we zonder moeite terug, van de transportband echter geen spoor. Toch was dit bezoek zeker de moeite. Vooral de gigantische Open Ocean tank die meer dan 50.000 dieren en 18.000.000 liter water bevat, is impressionant. Het grootste kijkpaneel van de wereld (36 meter breed en 8,3 meter hoog) geeft je effectief het gevoel dat je op de bodem van de oceaan staat. Magnifiek.

En zoveel visjes en andere waterbeestjes gezien, zoveel! Zeepaarden, kwallen, roggen, haaien, inktvissen, krabben en uniek in de wereld: de enige reuzenmanta in gevangenschap. We hadden de mogelijkheid om zeesterren aan te raken, waar we natuurlijk gretig gebruik van maakten. We zagen opnieuw duikers tussen de visjes rondzwemmen. Wat een job moet dat zijn om in zo’n fantastisch aquarium te werken…

Ook de expositie over piraten (niet die van Disney, de échte historische piraten) was erg interessant. En het levensgrote model van de Bao Chuan (één van de pakboten die kostbare geschenken van de Ming keizer naar zijn bondgenoten in alle uithoeken van de wereld bracht) was impressionant. Het model was in de helft doorgesneden waardoor je een goede blik kreeg op het ruim waarin olifanten en giraffen vervoerd werden.

Op het einde van onze wandeling liet ik me verleiden tot de aankoop van een schepijsje dat er zalig lekker uitzag. Een pak beter dan het ijsje dat ik in de Gardens by the Bay kocht, maar ook een pak duurder. 10 Singapore dollars voor een ijsje, yikes!

Het was ondertussen al rond twee uur, dus dit ijsje deed meteen dienst als voorgerecht. Terwijl we onderweg waren naar een plek om iets te eten, zag ik via twitter het bericht passeren dat Wilfried Martens overleden was. Zelfs al heb ik een andere politieke overtuiging, toch kan ik niet ontkennen dat Martens een groot politicus was en een erg plichtsbewust man. Spijtig dan ook dat er in de artikels ter gelegenheid van zijn overlijden zo gefocust werd op zijn familiale situatie, die, dat geef ik toe, voor een katholiek politicus wel heel erg uit de band sprong.

Voor het middagmaal belandden we in Bali Thai, een restaurant waar je zelf je bestelling op een formulier moest aanduiden om dan een kleine tien minuten later geserveerd te worden. Handig en helemaal niet duur. Ik genoot van een lekkere tom yum soepje. Mijn ijsje als voorgerecht was zwaarder uitgevallen dan initieel gedacht.

Na het middagmaal namen we één van de gratis bussen op Sentosa die je naar alle uithoeken van het eiland brengen. We wilden het Fort Siloso dat tijdens WO II het laatste bolwerk van de Britten was, bezoeken. Spijtig genoeg bleek het fort gesloten te zijn omdat men volop bezig was met de inrichting voor Halloween (ik haat Halloween!).

Jammer, maar niets aan te doen. Opnieuw de bus op, naar de andere kant van het eiland om het zuidelijkste punt van continentaal Azië te bezoeken. De lucht begon erg te betrekken, maar we besloten ons daar niks van aan te trekken. Een beetje regen zou ons niet tegenhouden! Het zuidelijkste punt van continentaal Azië ligt op een klein eilandje dat via een hangbrug met Sentosa verbonden is. Op het eilandje hadden we een goed zicht op de massale hoeveelheid boten die voor de kust van Singapore voor anker lagen te wachten tot de prijs van de goederen die ze vervoerden gunstig genoeg was om de goederen te lossen en te verkopen.

Lang bleven we niet op dit mini-eilandje, want buiten twee uitkijktorens en een bord dat aangaf dat het hier wel degelijk over het zuidelijkste punt van continentaal Azië ging, was er niks te zien. Het witte Palawan beach aan de andere kant van de hangbrug kon ons meer bekoren. We vleiden ons neer in één van de strandzetels bij een beach bar en bestelden een Tiger beer en een Bora Bora classic margarita. Zalig om even uit te kunnen blazen op het strand met een drankje in de hand.

De lucht was onderhand zo donker geworden dat het leek alsof er elk moment een storm kon losbarsten. We namen de bus terug naar de Tiger Sky Tower (die in mijn boekje nog de Carlsberg Sky Tower genoemd werd). Een cabine die rond haar as draaide bracht ons 131 meter naar boven, waar we genoten van het prachtige uitzicht, terwijl de eerste druppels uit de hemel vielen.

Terug met beide voeten op de grond besloten we de kabelbaan te nemen naar The Jewel Box op Mount Faber, waar we een gratis drankje zouden krijgen. Het was ondertussen al wat harder beginnen regenen en de lucht had een asgrijze kleur aangenomen. Toen we boven waren, brak de hel los. Een geweldig stortbui brak los boven Singapore, het leek alsof de zondvloed was begonnen. Ons drankje bleek gewoon een non-alcoholisch drankje in de souvenirshop te zijn. Ontgoochelend.

Net op het moment dat we beslist hadden met de kabelbaan terug naar ons startpunt te gaan om terug te keren het hotel, realiseerde ik me dat ik het linnen zakje dat ik de ganse dag had meegesleurd niet meer bij me had. Het linnen zakje bevatte mijn badpak en een flesje water. Omdat het badpak nog nat was, wilde ik het niet in de rugzak van het fototoestel stoppen en door de hoge luchtvochtigheid raakte het maar niet opgedroogd. We hadden ons badgerief meegenomen, omdat we wisten dat je op Sentosa de mogelijkheid had om met dolfijnen te zwemmen. Zo’n kwartiertje in het water liggen met dolfijnen bleek echter een kostelijke zaak te zijn, dus schrapten we dit van ons lijstje.

Ik moest het linnen zakje ergens hebben laten liggen, maar wáár. Mijn vriend en ik pijnigden onze hersenen om onze tocht zo goed mogelijk te reconstrueren en om na te gaan op welk punt het zakje niet meer in ons bezit was. Normaal kan ik me redelijk goed herinneren waar ik iets heb laten liggen, maar nu had ik er echt geen idee van. Het badpak was pas nieuw en redelijk duur en ik zag er eerlijk gezegd tegenop om een badpak te kopen in Singapore. Aangezien diefstal in Singapore bijna niet voorkomt, hadden we er echter goeie hoop in mijn zakje mét badpak terug te vinden.

Ons eerste idee was dat ik het in de Tiger Sky Tower had laten liggen. Terug met de gondola naar Sentosa (The Jewel Box bevindt zich op het vasteland). Een tochtje van toch zo’n twintig minuten door de striemende regen terwijl de bliksemflitsen ons omringden. Best wel bijzonder om op zo’n moment in een bakje boven de zee te hangen. De Sky Tower was toen wij er aankwamen, gesloten omdat het te hard regende om de cabine naar omhoog te laten gaan. De erg behulpzame medewerker verzekerde ons echter dat er niets gevonden was. Hij bood meteen aan om de rangers van Sentosa te contacteren om aangifte te doen van het verlies. Het kon immers zijn dat we het zakje ergens op een bus hadden laten liggen. Hij gaf ons het nummer en ik gaf telefonisch zo goed en zo kwaad mogelijk een beschrijving van het zakje en de inhoud.

We besloten voor de zekerheid terug te gaan naar de Jewel Box, misschien had ik het zakje laten liggen in de shop waar we onze gratis drankjes gekregen hadden. Weer in de storm omhoog met de gondola. In de winkel hadden ze ook geen zakje gevonden, maar de (alweer) erg vriendelijke winkelbediende vergezelde ons naar het personeel van de kabelbaan om daar te vragen of ze niets gevonden hadden in de cabines. En jawel, daar was mijn zakje mét badpak én flesje water. 🙂 Dus toen de personeelsleden van de kabelbaan mij vroegen om een tevredenheidsformulier in te vullen, deed ik dit met veel plezier. Ik kreeg er zelfs nog een complimentje over mijn nagels bovenop. Ik blij, zij blij.

Voor de allerlaatste maal namen we de kabelbaan naar ons vertrekpunt. Eén ding is zeker: we hebben waar voor ons geld gekregen. Nog nooit zoveel keren op één dag in een kabelbaan gezeten.

Terug in Vivocity zochten we de food court op. We zagen een plek waar er teppanyaki geserveerd werd. Ok, het was een keten, maar het eten zag er erg lekker uit en er was nog een plekje aan de bakplaat voor ons. We genoten van een overheerlijke menu (het was ondertussen al kwart voor negen, mijn soepje was al lang verteerd).

In datzelfde winkelcentrum kochten we nog een nieuwe valies voor mij. Mijn huidige valies had de tocht naar Singapore niet ongehavend doorstaan en de naden waren losgekomen. Ik zag al doembeelden voor mijn ogen van een opengescheurde valies met de inhoud verspreid op de tarmac (ooit echt zoiets gezien). Dus in afslag een nieuwe valies aangeschaft. Dat wordt zo een beetje een gewoonte, want de huidige, kapotte valies kochten we in Sydney. Een zeer nuttig Australisch souvenir dat ons op talrijke reizen vergezeld heeft. Hopelijk hebben we evenveel plezier van dit nieuwe souvenir.

In ons hotel zetten we ons aan het schrijven van de kaartjes voor het thuisfront onder het genot van een glas wijn in de bar.

Een mooie en gevarieerde dag inclusief een gelukkige hereniging met mijn badpak.