Si tú me olvidas – Pablo Neruda

Quiro que sepas
una cosa.

Tú sabes cómo es esto:
si miro
la luna de cristal, la rama roja
del lento otoño en mi ventana,
si toco
junto al fuego
la impalpable ceniza
o el arrugado cuerpo de la leña,
todo me lleva a ti,
como si todo lo que existe,
aromas, luz, metales,
fueran pequeños barcos que navegan
hacia las islas tuyas que me aguardan.

Ahora bien,
si poco a poco dejas de quererme
dejaré de quererte poco a poco.

Si de pronto
me olvidas
no me busques,
que ya te habré olvidado.

Si consideras largo y loco
el viento de banderas
que pasa por mi vida
y te decides
a dejarme a la orilla
del corazón en que tengo raíces,
piensa
que en ese día,
a esa hora
levantaré los brazos
y saldrán mis raíces
a buscar otra tierra.

Pero
si cada día,
cada hora
sientes que a mí estás destinada
con dulzura implacable.
Si cada día sube
una flor a tus labios a buscarme,
ay amor mío, ay mía,
en mí todo ese fuego se repite,
en mí nada se apaga ni se olvida,
mi amor se nutre de tu amor, amada,
y mientras vivas estará en tus brazos
sin salir de los míos.

Nederlandse vertaling.

In memoriam Marcel Marlier

De naam zegt jullie waarschijnlijk niks (en eerlijk gezegd, mij ook niet), maar zijn tekeningen van Tiny, dat brave meisje met de blozende wangetjes, hebben Marcel Marlier onsterfelijk gemaakt. Voor mij zal Tiny voor eeuwig en altijd het meisje zijn dat me liet kennismaken met het mij toendertijd heel mysterieus in de oren klinkende bloemencorso (tot op de dag van vandaag heb ik nog nooit zo’n corso in ’t echt gezien, een schande is het, zeker na mijn oproep van drie jaar geleden).

In “Tiny in de bergen” maakte ik voor het eerst kennis met steenbokken en bergmarmotten, die ik, net als de bergen zelf, nog nooit in ’t echt had gezien. De boekjes leverden me stof om weg te dromen over wagens vol met geurende bloemen en reizen naar verre landen. En ja, Tiny was een beetje saai en afgeborsteld, maar ze zag tenminste een stuk van de wereld. Iets waarvan ik als klein meisje alleen maar kon dromen.

De logica van het moorden – Aifric Campbell

Een interessant boek dat een aantal thema’s aanhaalt die me zeer boeien: de zin en onzin van de psychoanalyse en het voorschrijven van anti-depressiva, aangevuld met een snuifje linguïstiek en semantiek, gekruid met een murder mystery. Het hoofdpersonage is de weerzinwekkende en ijskoude psychoanalyticus Jay Hamilton. Het boek laat er weinig twijfel over bestaan dat psychoanalytici kwakzalvers zijn. Een gegeven dat misantroop Jay simpelweg bevestigt. Hij ziet zijn patiënten als inspiratiebronnen voor de romans die hij onder een pseudoniem schrijft en voelt geen greintje mededogen met hen. Integendeel, hij duwt hen vaak dieper de miserie in. Maar het hart van het verhaal ligt elders. Dat gaat over de onopgeloste moord op een briljante wetenschapper, Robert Hamilton, de broer van Jay. Een flamboyante persoonlijkheid met een voorliefde voor ruwe seks met zwarte mannen. Het boek flitst heen en weer tussen het hedendaagse Londen en het Californië van de jaren vijftig-zestig.

Het boek is een prachtige illustratie over wat gebrek aan liefde met een mens kan doen, maar om de één of andere reden ben ik toch niet laaiend enthousiast over. Ligt dat aan het feit dat ik al snel wist hoe de vork in de steel zat met die onopgeloste moord? Ik denk het niet, want de moord is slechts een kapstok. Soms vond ik het hele verhaal wat gekunsteld overkomen. Alsof de auteur te erg haar best gedaan had om er iets bijzonders van te maken en ze te veel slimmigheidjes in haar plot wilde verwerken. Maar de hoofdreden ligt wellicht in mijn diepe afkeer voor het hoofdpersonage Jay Hamilton, waardoor het boek enkel gevoelens van afkeer in me opriep. Wat natuurlijk ook een verdienste is.

PS: Jammer dat de titel verkeerd vertaald werd uit het Engels. De oorspronkelijke titel luidt: The semantics of murder, wat veel beter aansluit bij de inhoud van het verhaal.

De eenzaamheid van de priemgetallen

Eén van de boeken die ik mee had op reis. Een boek dat leest als een trein en dat, ondanks de weinige tijd die ik deze vakantie had om te lezen, al uit was na twee weken. De eenzaamheid der priemgetallen vertelt het verhaal van twee jonge mensen die in hun jeugd getekend werden door een ernstig trauma. Een trauma waarvan ze nooit meer hersteld geraken (of niet van willen herstellen?).

Het boek gunt de lezer een blik in de pikzwarte hoeken van de menselijke geest: zelfhaat en zelfverminking. Want willen deze personen wel gelukkig worden? Ik had de indruk van niet. En zo eindigt het boek ook. Met een keuze voor isolement. Het bouwen van een muur om de anderen buiten te houden. Een keuze voor de eenzaamheid.

Het boek is zeer goed geschreven en de gevoelens die beschreven worden, hoewel extreem, zullen bij iedereen wel een belletje doen rinkelen. Doorheen het boek blijf je hopen dat de hoofdpersonages het geluk zullen vinden. Dat ze die vicieuze cirkel waarin ze beland zijn, zullen doorbreken. En even is er die sprankel hoop dat het ze werkelijk zal lukken. Een sprankel die even snel weer dooft.

Een mooi boek over een donker thema. Geen subliem meesterwerk (zoals sommige recenties beweren), wel een boek dat je zal bijblijven.

Te geef: De dingen der helaasheid

“De dingen der helaasheid” is het fotoboek van de film “De helaasheid der dingen”. In het boek beschrijft Felix van Groeningen met beelden hoe de film is ontstaan. Het boek bevat foto’s van o.a. Stephan Vanfleteren. Eén exemplaar te geef, wegens dubbel. De eerste persoon die mij een mailtje stuurt, wil ik graag gelukkig maken. Hoe het boek bij de nieuwe eigenaar zal geraken, valt te bespreken.