Bratislava – 30 mei 2014

Gezellig samen ontbeten en het ijs gebroken met de kinderen. Het klikte meteen met kleine O, een perfect tweetalige meid (Nederlands-Slovaaks) van drie met een eigen willetje. Op voorhand had ik een beetje schrik dat ze ons niet goed zou begrijpen, want eerlijk, ik ken geen woord Slovaaks (al blijkt bij nader inzien dat Slovaaks veel verwantschap heeft met het Russisch en het Pools, dus het zou me wellicht niet al te veel moeite kosten om de basis onder de knie te krijgen). Gelukkig bleek die vrees ongegrond. O verstond ons zeer goed en sprak ook een aardig mondje Nederlands. Toch indrukwekkend hoe hersenen van jonge kinderen als een spons de woorden opzuigen.

En kleine V, zes maanden oud, won met zijn aanstekelijke glimlach meteen onze harten. Zo een vrolijke baby! Een heel sociaal kind ook, wilde er altijd bij zijn om te zien wat die rare volwassenen zoal uitspookten. Heel fijn dat we zo gemakkelijk aansluiting vonden bij de kinderen. Blijft toch altijd een beetje afwachten en kleine O had ons al wel een keertje ontmoet, maar toen was ze nog te klein om daar een blijvende herinnering aan over te houden.

Na het ontbijt vergezelde vriend W ons naar de tramhalte om ons op weg richting centrum te helpen. De regenwolken van de dag voordien hadden plaats gemaakt voor witgrijze schapenwolkjes en hier en daar zagen we zelfs een streepje blauwe lucht. Al mocht het voor mij gerust wat warmer zijn. Onze eerste stop in het historische centrum van Bratislava was de toeristische dienst. We werden supervriendelijk verder geholpen door een jongeman die het Engels perfect beheerste. We kochten allebei een Bratislava City Card die ons drie dagen lang onbeperkte toegang tot het openbaar vervoer garandeerde en een hoop kortingen er bovenop beloofde. Handig! Ik was wat aan het rondkijken in de shop toen mijn oog viel op, jawel, handgeblazen kerstballen in mei! De collectie van de mama van mijn petekindje is bij deze weer wat groter geworden. 😉

Blijgemutst verlieten we de toeristische dienst en begonnen we aan onze verkenning van het historische centrum van Bratislava. Groot is het centrum niet, maar wel heel gezellig en kleurrijk, met veel terrasjes en verrassend veel toeristen. Meer dan we verwacht hadden alleszins. Bratislava heeft de typische vibe van een Oost-Europese stad: komaf willen maken met de donkere periode van het communisme, de blik gericht op de toekomst om al die verloren jaren goed te maken. Het historische erfgoed wordt in ere hersteld (of gewoon gereconstueerd) wat een interessante mix aan prachtig gerestaureerde gebouwen en nog in verval zijnde gedeelten oplevert. Ook opvallend: erg veel graffiti in het straatbeeld. De meest opvallende landmarks zijn enerzijds de Donau die het historische centrum scheidt van de blokken uit de communistische periode en anderzijds het witte kasteel met het oranje-rode dak dat boven de stad uitrijst.

IMG_4235

IMG_4238

IMG_4242

IMG_4244

IMG_4251

IMG_4255

IMG_4258

Omdat je nu eenmaal niet naast Bratislava Castle kon kijken, stond een bezoek aan dit kasteel hoog op ons lijstje. Op ons gemak wandelden door de gezellige straten richting het kasteel. Onderweg veel terrasjes gespot, jammer dat het daar nog nét te koud voor was. Bratislava Castle brandde volledig af in 1811, maar verrees op indrukwekkende manier uit haar assen. Pas in 1953 begon men aan de reconstructie, die niet meteen van een leien dakje liep wegens uiteenlopende visies over hoe de reconstructie aan te pakken. Pas in 2011 was het werk voltooid. De ruimtes in het kasteel huisvesten een paar tentoonstellingen, de één al interessanter dan de andere. Mijn persoonlijke favoriet was de tijdelijke tentoonstelling ‘From the shadow to the light‘. Heel mooie, zorgvuldig uitgekozen voorwerpen op een uitstekende manier gepresenteerd. Maar hét hoogtepunt is toch wel het uitzicht vanuit de Kroontoren op de stad. Magnifiek.

IMG_4247

IMG_4269

IMG_4275

IMG_4283

IMG_4292

IMG_4296

IMG_4297

IMG_4300

IMG_4301

IMG_4314

IMG_4396

’s Middags hadden we afgesproken om met onze vrienden en hun jongste zoon in restaurant Hradná Hviezda gelegen in het kasteel zelf. Wat een fantastische plek om samen te lunchen! Het was erg rustig dus we hadden de volle aandacht van de ober, die ons graag hielp bij het kiezen uit al die heerlijk klinkende gerechten. We begonnen met een soepje (want écht Slovaken eten altijd soep). Voor het hoofdgerecht ging ik voor de hert met rode biet en dumplings, uiteraard met een glaasje Slovaakse wijn erbij, en wow, wat een smaakexplosie. Deze eerste kennismaking met de Slovaakse keuken smaakte alvast naar meer.

Na de lunch namen we opnieuw afscheid en zetten mijn vriend en ik ons bezoek aan het kasteel verder. De ietwat dreigende wolken van de ochtend hadden ondertussen een iets lieflijkere witte kleur gekregen en het blauw van de hemel leek even de bovenhand te krijgen. Helaas, dit was slechts tijdelijk, want het grijs kreeg algauw weer de bovenhand. We wandelden van het kasteel opnieuw naar beneden. In het bij de City Card meegeleverde boekje stond dat we korting hadden voor het Museum of Viticulture gewijd aan de wijnproductie in Bratislava. Jammer genoeg waren we er pas een half uur voor sluitingstijd (welk museum sluit nu om 17u!) en had de mevrouw aan de kassa duidelijk geen zin meer om kaartjes te verkopen, want ze zei dat een half uur zeker niet voldoende zou zijn om het museum te bezoeken.

We keerden op onze stappen terug en besloten dan maar iets hypertoeristisch te doen: een ritje met de Presporacik Oldtimer® – minitrein. Dit minitreintje is het enige voertuig dat toegelaten is in de smalle straatjes van het historische centrum. Via een koptelefoon kregen we een uitstekende uitleg in het Engels. Leuk, omdat mijn kennis van de geschiedenis van Slovakije zo goed als onbestaande is. Na een half uurtje stonden we weer op straat. Omdat foto’s maken vanuit een rijdend voertuig meestal niet zo’n geweldige resultaten oplevert, besloten we de tocht die we zonet gedaan hadden nog eens te voet over te doen.

IMG_4459

IMG_4455

IMG_4454

IMG_4439

IMG_4434

IMG_4424

IMG_4422

IMG_4416

IMG_4408

IMG_4405

IMG_4401

IMG_4244

Omdat we nog tijd over hadden alvorens we in het restaurant verwacht werden voor het diner, besloten we alvast een aperitiefje te nemen. We slaagden erin terecht te komen in wat ongetwijfeld de allerduurste wijnbar van gans Slovakije geweest moet zijn. Onvoorstelbaar wat ze durfden aanrekenen voor een glas wijn. En dan zwijg ik over de flessen wijn van meer dan 100 euro. Gelukkig vond ik een goedkope prosecco op de menukaart en waagde mijn vriend zich aan een Slovaakse sterke drank Spišská Borovička gemaakt van jeneverbessen. Helemaal niet slecht en zowat het enige betaalbare op de kaart.

Onze vrienden hadden op vrijdagavond al een andere afspraak, maar waren zo vriendelijk om voor ons te reserveren in wat ongetwijfeld het meest spectaculaire restaurant van heel Bratislava moet zijn: het U.F.O. restaurant. En ja, het restaurant ziet er effectief uit als een UFO: gelegen aan de andere kant van de Donau, 85 meter boven de begane grond op het uiteinde van de Novy Most (nieuwe brug) met een werkelijk adembenemend uitzicht op de oude stad en het kasteel. Fenomenaal. Het enige wat nog ontbrak was dat het restaurant effectief rond zijn as zou draaien.

Uiteraard gingen we voor de zevengangenmenu met Slovaakse specialiteiten, alhoewel we na het formidabele middagmaal geen van beiden veel honger hadden, wilden we deze unieke gelegenheid niet voorbij laten gaan. Wat passeerden waren een hele hoop erg lekkere gerechten geïnspireerd op de traditionele keuken, maar met een moderne twist. Enkel de kazen vielen zwaar tegen. Het is duidelijk dat Slovaken van kaas maken niet veel kaas gegeten hebben. 😉 De (enkel Slovaakse) wijnen daarentegen waren fantastisch. De wijnen werden met veel enthousiasme voorgesteld door de vrouwelijke sommelier, die ons toevertrouwde dat ze voor buitenlanders altijd enkel Slovaakse wijnen koos. Heel tof.

Het menu:

  • Pork Knuckle In Gelatine Strong Broth, Pickled Spring Onion, Chives Mousse
  • Split Pea Soup With Wild Bear Garlic, Cream Dumplings, Mangalitsa Crackling Powder
  • Homemade Potato Dumplings Stuffed With Duck Confit, Cabbage Marmelade, Demi Glasse
  • Sturgeon, Grillef Potato Tartlet, Creamy Leek
  • Ballotine From Rabbit Loin, Stuffed Carrot, Poached Coal, Morel Mushroom
  • Assortment Of Local Cheeses, Honeycumb, Quince
  • Curd Cheese-Dill Tartlet, Apricot Mousse, Raspberry Coulis

Oja, ik was zo enthousiast om het fenomenale uitzicht vast te leggen dat ik per ongeluk met de draagriem van mijn fototoestel het bordje voor het brood tegen de grond liet smakken. Het bord was nog min of meer heel, maar er was wel een stukje van de zijkant gesprongen. Erg gênant moment, maar de obers reageerden superprofessioneel en voordat ik het goed en wel besefte, had ik al een nieuw bord.

Fun fact of the evening: als afsluiter kwam de ober heel erg trots aandraven met twee pralines van échte Belgische chocolade. Toen wij heel fijntjes opmerkten dat wij van België kwamen, werd zijn glimlach een beetje kleiner en maakte hij zich snel uit de voeten. De pralines waren niet echt bijzonder en kwamen uit rechtstreeks uit de frigo. A big nono!

De avond was voorbij gevlogen. We slaagden erin nog even naar het observation deck te glippen, maar werden al snel vriendelijk verzocht dit te verlaten omdat het sluitingstijd was. Aangezien het erop leek dat er rond elf uur ’s avonds geen bussen of trams meer reden die ons naar het appartement van onze vrienden konden voeren, besloten we te voet te gaan. Kwestie van de maaltijd wat tijd te geven om te verteren. Het werd een aangename wandeling die ons door het hart van het uitgaanscentrum voerde. Ik had nog wel zin om een stapje in de wereld te zetten, maar dan zou ik de dag nadien geen mens meer zijn. Al deed het toch even zeer aan mijn (niet meer zo jonge) hartje.

Op het appartement aangekomen, overliepen we nog even de gebeurtenissen van de dag en maakten we plannen voor de volgende dag. Ons bedje lonkte!

Van Wenen naar Bratislava – 29 mei 2014

Na een absoluut geweldig ontbijt in ons hotel, checkten we uit en trokken we de stad in. De weergoden waren ons helaas alles behalve gunstig gezind: de hemel zag er bijzonder dreigend uit en het leek alsof elk moment de hemelsluizen opengezet konden worden. Onze regenjasjes zouden dit keer wel eens van pas kunnen komen.

We namen de metro naar het stadscentrum om te starten bij één van dé topattracties: de Stephansdom, herkenbaar aan het prachtige dak en de vele mannetjes in Mozart-outfit die je een concert proberen aan te smeren. Het was Hemelvaartsdag, dus we mochten niet verder dan de ingang van dit indrukwekkende bouwwerk. We waren nog maar niet terug buiten toen de regenbui begon. We schuilden in een toeristisch winkeltje waar we cadeaus kochten voor de kinderen van onze vrienden, onze collectie miniglaasjes uitbreidden en een paar Mozartkugeln kochten.

IMG_4092

De regen minderde niet echt, dus doken we opnieuw de metro in. Volgende halte: Hofburg. Kort samengevat: heel veel chic servies en nog meer Sisi. Maar wel droog. 😉 Neen, ik overdrijf, Hofburg is echt wel de moeite om een inzicht te krijgen in de overdadige rijkdom van de Habsburgers.

IMG_4108

IMG_4124

IMG_4133

Ons middagmaal aten we in restaurant Kanzleramt, vlakbij Hofburg. Zowel mijn vriend als ikzelf gingen voor echter Oostenrijkse klassiekers: Wiener Schnitzel en Tafelspitz (gekookt rundsvlees). Grappig moment van de dag: vlak nadat we onze drank besteld hadden, kwam de ober twee grote glazen met iets wat leek op water op onze tafel zetten. Nu krijg je in wel meer eetgelegenheden gratis water, maar dat was toch geen gebruik dat ik me kon herinneren van mijn vorige reis naar Wenen. Integendeel, je moet in de meeste Weense restaurants nog een extra toeslag betalen voor de couverts. Ik nam dus een flinke slok van mijn water, dat bij nader inzien een vreemd en ondefinieerbaar smaakje had. Eerst dacht ik dat het citroen was, maar bij een tweede smaaktest, bleek dit toch niet het geval te zijn. Ook mijn vriend proefde van dit vreemde water. Opeens stond de ober opnieuw aan onze tafel. Blijkbaar had hij de bestelling van een andere tafel bij ons gebracht. Vermanend sprak hij ons toe: “Why do you drink that?” alsof het om vergif ging en nam hij snel de glazen weg omde juiste bestelling te brengen. Het was zo’n absurd moment dat mijn vriend en ikzelf tegelijkertijd in lachen uitbarstten.

IMG_4149

Na de maaltijd bleef het even droog. We maakten van de gelegenheid gebruik om te genieten van de bloeiende rozen in de Volksgarten en wat te spelen met onze GoPro. We liepen tot aan het Rathaus, maar we konden er amper een glimp van opvangen omdat de Rathausplatz vol stond met podia voor één of ander groots spektakel.

IMG_4152

IMG_4158

IMG_4170

IMG_4165

Vervolgens namen we de metro naar Karlsplatz, omdat ik mijn vriend de Wiener Staatsoper wilde laten zien. We liepen echter een beetje de foute richting uit, waardoor we onverwacht op de Karlskirche stootten, een prachtig staaltje barok dat er in de zon ongetwijfeld nóg mooier moet uitzien. We betaalden de ingang en liepen eerst door het superkleine museum. Niet echt de moeite, buiten het feit dat je er wat achtergrondinformatie krijgt over Sint Karl Borromäus aan wie de kerk is opgedragen. Het hoogtepunt (letterlijk) moest echter nog komen: in het midden van de kerk staat zowaar een lift die de bezoekers tot in de koepel brengt. De lift en de stellage zijn maar tijdelijk, maar wat een plezier om de prachtige barokke plafondschilderingen van zo dichtbij te kunnen bewonderen. We klommen nog een beetje hoger op de wiebelende stellage om vanuit de lantaarn over Wenen uit te kijken, maar dat uitzicht viel een beetje tegen en de ruitjes waren vuil en met gaas afgeschermd. Mensen met hoogtevrees kunnen dit gerust links laten liggen.

IMG_4179

IMG_4190

IMG_4204

IMG_4214

Op aanraden van mijn Facebookvriendjes eindigden we ons bezoek aan Wenen in Café Sacher Wien. Er stond tot buiten een rij aan te schuiven en we vreesden dat we ons plan voor een bezoekje zouden moeten laten varen als we nog op tijd onze trein naar Bratislava van 20.21 wilden halen. Gelukkig stond er een redelijk groot gezelschap voor ons in de wachtrij en kregen zij snel een tafel toegewezen, waardoor de rij sneller dan verhoopt korter werd. Natuurlijk at ik een traditionele Sacher Torte, vergezeld van een Sacher Heisse Schokolade (warme chocomelk vergezeld van een chocoladelikeur). Beetje te duur voor wat het was, maar wel lekker en geserveerd in een prachtig historisch kader.

IMG_4229

IMG_4232

Nog even langs het hotel om onze koffers op te halen en alweer de metro op naar Hauptbahnhof Wien. We dachten dat we meer dan voldoende tijd gereserveerd hadden in Hauptbahnhof Wien om een ticket te kopen, maar tot onze verbazing bleken de loketten al om 17u gesloten te zijn. Ok, geen erg, er zou hier ongetwijfeld wel ergens een automaat in de buurt zijn. Euh, of niet? Even vreesden we te moeten zwartrijden, maar toen vond ik er toch eentje, goed verstopt. Momenteel is het Hauptbahnhof een gigantische bouwwerf, vandaar wellicht de wat onduidelijke signalisatie en het ontbreken van automaten. Toen we dan eindelijk onze tickets hadden, was het nog een flink stuk stappen naar een volledig ander gedeelte van het station alvorens we op het juiste perron terecht kwamen. Veel overschot hadden we beslist niet.

Na een fijne treinrit kwamen  we een dik uur later  aan in Bratislava, alwaar onze vriend W ons op het perron stond op te wachten. We namen de bus naar hun mooi gerenoveerde appartement in hartje Bratislava en dropten onze bagage in de gigantische logeerkamer. L, de vrouw van W, vroeg meteen of we honger hadden, wat niet echt het geval was, maar ze kon het niet laten en haalde boterhammen, beleg en groenten boven. W schonk als allebei een glas whiskey in en we praatten over ons blitzbezoek aan Wenen, hun verhuis, het bedrijf van W en onze plannen voor de komende dagen. Ik voelde me meteen superwelkom.

We kusten elkaar slaapwel en kropen onder de wol. Benieuwd om de dag nadien met Bratislava en de nieuwe zoon kennis te maken!

Vertrek naar Wenen – 28 mei 2014

Na nog drie dagen visoverschot weggewerkt te hebben, was het dan eindelijk zover: gepakt en gezakt vertrokken mijn vriend en ik woensdag naar het werk. Slechts een halve dag verwijderd van onze vlucht naar Wenen. Hoofddoel van dit verlengde weekendje: een bezoek brengen aan mijn vriend en oud-studiegenoot die nu al een paar jaar met vrouw en kinderen in Bratislava woont. Die paar keren dat we zijn vrouw ontmoet hebben, klikte het altijd erg goed en de geboorte van hun jongste zoon was een perfecte gelegenheid om eindelijk dat lang beloofde bezoekje aan Bratislava te brengen.

Aangezien mijn vriend en ik niet zo’n Ryanair fans zijn en Zaventem voor ons echt wel veruit de makkelijkste vertrekluchthaven is, kozen we ervoor op Wenen te vliegen. Bratislava is immers maar een treinrit van zestig minuten verwijderd van de Oostenrijkse hoofdstad.

Na een vlucht van nog geen twee uur landden we op de luchthaven van Wenen. Er was toch wel het één en ander veranderd, sinds mijn laatste bezoek in 2002 aan de voormalige keizerlijke hoofdstad. Nu beschikte de luchthaven over een ultrasnelle verbinding met het stadscentrum. In exact 16 minuten bracht de CAT (City Airport Train) ons naar station Wien-Mitte. Ronduit fantastisch. Ook fantastisch: blijkbaar was het mogelijk om je bagage al in te checken in Wien-Mitte, zodat je op de trein en in de luchthaven niet meer met bagage moest sleuren. Daar zouden we zeker gebruik van maken voor onze terugreis.

Na een korte metrorit naar metro Rochusgasse (alwaar we natuurlijk de verkeerde uitgang namen, blijft moeilijk om op een locatie die je niet kent in te schatten welke uitgang zich het dichtst bij jouw bestemming bevindt), arriveerden we bij hotel Spiess&Spiess. We zouden hier één nachtje verblijven om toch een beetje de sfeer van Wenen op te snuiven. Voor mijn vriend was dit immers zijn eerste bezoek en ik wilde hem een vluchtige kennismaking met deze mooie stad niet onthouden.

Ons hotel was dik in orde: vriendelijk onthaal, mooie en ruime kamer. Dat mocht ook wel, voor 125 euro per nacht. Omdat we de komende nachten bij onze vrienden zouden logeren, vonden we dat we ons dit wel konden permitteren. Nadat we al onze spullen in de kamer gedropt hadden, gingen we op zoek naar een restaurant om ons avondmaal te nuttigen. Aangezien de lucht nogal grijs van kleur was, besloten we ons te beperken tot de omgeving van ons hotel. Dankzij Tripadvisor kwamen we terecht in Kroatisch visrestaurant Lubin (nog meer vis!). De tripadvisor reviews waren erg lovend over de Kroatische wijn, dus ik wist wat te drinken bij mijn Angler auf Risotto mit Vongole und Basilikum. De vis was erg lekker, de prosecco heerlijk, de Malvazija witte wijn zo mogelijk nog beter.

Na de maaltijd waagden we ons toch aan een wandeling naar het Hundertwasserhaus, een prachtig staaltje innovatieve architectuur dat bij mijn eerste bezoek aan Wenen indruk gemaakt had. Jammer genoeg was het een beetje te donker om de blok in al zijn glorie te kunnen bewonderen en voelden we zo nu en dan druppels op ons neerdalen. Omdat we nog een stevig weekend voor de boeg hadden, besloten we op tijd in bed te kruipen om wat energie op te sparen.

IMG_4078

IMG_4081

IMG_4089

Hoera, een reislijstje!

Altijd leuk om inspiratie op te doen voor toekomstige reizen! En laat tripadvisor nu net mijn favoriete site zijn om reizen te plannen…

13/25. Ruimte voor verbetering, dus!

De vliedende tijd

Niet te geloven dat het ondertussen al bijna 6 jaar geleden is dat ik Simone ontmoette op een bootje dat boven het Great Barrier Reef dobberde. Zoals dat zo vaak gaat, beloofden we contact te houden. Het contact bleef echter beperkt tot één keer per jaar een facebookberichtje naar elkaar sturen. Tot ze me vorige week liet weten dat ze ging trouwen, in Zwitserland. Haar grote liefde uit Papoea New Guinea was blijkbaar al lang vergeten. Zo gaat dat in het leven. 😉

Maar toch wil ik die belofte om haar te gaan bezoeken in haar thuisstad Basel, waarmaken. Wie weet is de verhuis van ons petekindje naar Genève wel een ideale aanleiding om dit te doen. Het zou alleszins geweldig zijn om al die goeie herinneringen aan onze snorkelervaringen op het Great Barrier Reef te kunnen ophalen met iemand die dezelfde ervaring gedeeld heeft.

En dan vraag ik me af: hoe zou het nog met Celina en Jamal zijn? Ik hoop dat hun verhaal een happy end kreeg, maar diep vanbinnen vrees ik ervoor.

19 oktober: KL Bird Park, Tatsu Japanese en terugvlucht

De laatste dag in Intercontinental Kuala Lumpur, de laatste keer noedelsoep bij het ontbijt. Boy, wat zal ik dit overdadige ontbijtbuffet missen als we thuis zijn. KL zelf zal ik echter niet missen. De klik was er voor mij niet met deze stad. Te veel verkeer, te veel luchtvervuiling, te veel gaten in de stoepen, te veel stinkende rioolgeuren. KL is een stad in volle ontwikkeling, over tien jaar zal deze stad er wellicht helemaal anders uitzien, tenzij de crisis ook hier zal toeslaan en de dolle groei van wolkenkrabbers abrupt een halt wordt toegeroepen. Wellicht zullen we hier nog wel eens terugkeren als we de rest van Maleisië willen bezoeken, maar het zal alleszins niet voor een lang verblijf zijn.

Bij het ontbijt namen we afscheid van onze vrienden en hun lieve dochter. Zij zouden die middag al terugkeren naar Jakarta, wij hadden nog een dagje KL voor de boeg. Omdat we het niet zagen zitten om bezweet het vliegtuig op te stappen, kozen we voor de late checkout. Zodat we nog een douche konden nemen vooraleer aan de lange vlucht naar huis te beginnen.

Na het ontbijt keerden we terug naar de kamer om onze spullen bijeen te pakken. We waren een beetje aan het twijfelen wat we deze laatste dag nog zouden doen. Omdat we hét beroemdste gebouw van KL: de Twin Towers alleen nog maar vanaf de buitenkant gezien hadden, besloten we onze kans te wagen om een ticketje te bemachtigen om naar boven te gaan. Al wisten we dat de kans klein zou zijn, we konden maar proberen. Tickets om de Twin Towers te bezoeken zijn online verkrijgbaar, maar je moet wel meer dan 24 uur op voorhand boeken. Meestal plan ik zulke dingen op voorhand, maar nu was het er gewoon niet van gekomen.

Toen we terug beneden in de lobby waren, gaf het toeval ons de kans om nog even langer met het koppel uit Jakarta en hun dochter op te trekken. Zij gingen nog een laatste boodschap doen in het KLCC (een nerf gun voor de toch wel verwende dochter) en we liepen samen naar de Twin Towers. Ik was erg blij dat we hen nog even konden zien, want we waren de dag voordien vergeten een foto van hen te maken. Aangezien herinneringen zo snel vervagen, wilde ik een levendig beeld van hen overhouden. Ze poseerden gewillig in het blinkende shopping center en we namen opnieuw afscheid. Maar niet getreurd, ik ben er zeker van dat we hen zullen terugzien. Het is nu eenmaal een kleine wereld.

Natuurlijk waren de tickets voor de Twin Towers uitverkocht. Veel zin om nog in de drukke stad rond te lopen hadden we echter niet. Dus besloten we naar het KL Bird Park te gaan, volgens de reclamefolders het grootste vogelverblijf ter wereld waar de vogels vrij rondvliegen tussen de bezoekers. Er zouden ongeveer 3000 tropische vogels in het park leven, genoeg om een paar leuke plaatjes te schieten.

We namen een taxi naar het Bird Park. De taxichauffeur was erg vriendelijk (al reed hij zonder meter) en wilde ons maar al te graag rondrijden langs al de belangrijke attracties in KL. Hij bleef ons maar foto’s tonen en zijn uitleg was bijna beter dan op de hop-on hop-off bus. Hij bood ook aan om ons naar Putrajaya te brengen, de nieuwe federale hoofdstad van Maleisië en hoewel de foto’s er prachtig uitzagen, bleven we toch bij ons oorspronkelijke plan: KL Bird Park it was.

Het park bleek een meevaller te zijn. Je kon de vogels echt tot heel erg dicht benaderen en de meeste waren helemaal niet schuw. Ik had ook het gevoel dat ze het er best naar hun zin hadden. Alleen de grote roofvogels in kooien, dat hoefde niet voor mij. Zulke beesten geef je beter de vrijheid i.p.v. ze zielig in een kooitje op te sluiten.

Niet alle vogels waren echter even vriendelijk. Ik was in volle concentratie bezig met een foto van een Indische Nimmerzat, toen ik opeens het gevoel had alsof iemand keihard in mijn billen kneep. Ik wilde me verontwaardigd omdraaien, toen ik opnieuw een kneep voelde in mijn bovenbeen. Opeens realiseerde ik me dat ik niet te maken had met een seksbeluste vent, maar met een Nimmerzat die het op mijn vlees gemunt had. Het beest had ondertussen mijn dikke teen in het vizier en haalde opnieuw uit met zijn snavel. Ik kon niet voorkomen dat ik een gil slaakte en maakte me zo snel als ik kon uit de voeten. Tot grote hilariteit van de omstaanders, natuurlijk.

Waarom het beest het op mij gemunt had, was me niet echt duidelijk, want ik werd onverhoeds langs achteren aangevallen. Misschien hield hij niet van de kleur rood, want zowel mijn kleedje als mijn teennagels waren vuurrood. Ik hield er alleszins een paar mooie blauwe plekken en een oppervlakkige wonde op mijn teen aan over. De eerste keer in mijn leven dat ik door een vogel aangevallen werd. De rest van onze wandeling door het Bird Park hield ik me alleszins ver van de Nimmerzat vogels.

We pikten een kleine vogelshow mee die meer gericht was op kinderen, maar toch amusant was. Enkele goed getrainde papegaaien mochten hun kunstjes vertonen. Ik was het meeste onder de indruk van de papegaai die kon rekenen. Of er een trucje achter zat, dat weet ik niet, maar het toonde wel aan wat een slimme beesten papegaaien zijn.

In één van de grote kooien had je de mogelijkheid om kleurrijke parkieten te voeren. Je kon er een bakje melk en wat zonnebloempitten kopen. Mijn vriend en ik hadden ons net wat parkietenvoedsel aangeschaft toen de hemelsluizen open gingen. Al de vogels natuurlijk weg om te gaan schuilen en wij trokken ons, samen met nog wat andere toeristen terug in de sluisdeur die overdekt was. De stortbui bleef maar duren. Indrukwekkend om de kracht van dit natuurgeweld van dichtbij te kunnen meemaken. In geen tijd stond alles onder water.

Na zo’n drie kwartier was de bui voorbij en konden we terug de kooi in. De parkieten moesten nog een beetje bekomen van de regen en waren druk bezig hun verenkleed op orde te zetten. Met een beetje overtuigingskracht slaagden we er toch in een parkiet te strikken om wat melk en een paar zonnebloempitten bij ons te komen eten. Grappig om dat zwarte tongetje gretig de melk te zien opslurpen. Toen de rest van de parkieten door hadden dat er voedsel te rapen viel, kwamen ze al snel naar beneden. Op een gegeven moment zat ik met maar liefst vier parkieten op mijn handen. Super!

Rond iets na drie keerden we terug naar het hotel. We bestelden opnieuw een taxi aan een vaste kostprijs, de prijzen die we in KL aan taxichauffeurs betaald hebben, varieerden nogal, maar goed. Omdat we het middageten hadden overgeslagen aten we nog één van de lekkere gebakjes in het hotel om de tijd tot het avondmaal te overbruggen. En omdat ik dan toch al aan het zondigen was, bestelde ik er een chocolademelk bij, zo eentje waarbij je een dikke klomp chocolade krijgt om zelf te smelten. Lekker!

We gingen naar de kamer om ons op te frissen en hadden nog een laatste keer seks in het gigantisch brede, maar erg korte hotelbed. We checkten uit en lieten onze valiezen achter in de lobby, waar we nog een smoothie als aperitief dronken.

Om te eindigen in schoonheid, kozen we het Japanse restaurant Tatsu uit voor ons laatste avondmaal. In het weekend bleken ze een all you can eat formule aan te bieden. Je kon eender welk gerecht van de kaart bestellen, maar nooit meer dan vijf gerechten tegelijkertijd. Het was hemels. Zo, zo, lekker! En om mij helemaal gelukkig te maken, stond er mochi op de kaart. Mochi! <3

Na dit hemelse avondmaal bracht een supersnelle taxi ons naar de luchthaven. Op de luchthaven kocht ik wat eetbare souvenirs voor mijn collega’s en zochten mijn vriend en ik een plekje waar we onze stroomkabels konden inpluggen. We bleken naast een vriendelijke Hollander beland te zijn die net terugkwam van een business trip. We hadden een fijn gesprek tot we op het vliegtuig mochten.

De vlucht zelf was uneventful. In Schiphol hadden we echter maar 55 minuten om over te stappen, dus we hielden ons klaar om een klein sprintje in te zetten. We waren nog maar net van het vliegtuig af, toen ik me realiseerde dat ik mijn lenzen en mijn lenzenpotje vergeten was in het vliegtuig. Terug naar binnen, want zonder mijn lenzen ben ik gehandicapt en aangezien ik harde lenzen heb voor mijn hoge bijziendheid, kosten een nieuw paar lenzen best wel veel geld. Het potje was er gelukkig nog en we begonnen aan ons sprintje.

Bij de security moesten we om God weet welke reden opeens alle kabels en voedingen uit onze rugzakken halen. Echt waar, nog nooit moeten doen, ook niet in luchthavens als Heathrow, waar de security toch erg streng is. We stonden in de rij met een aantal passagiers van ons vliegtuig die ook de aansluiting naar Brussel moesten halen. Er werd wat binnensmonds gegrommeld. Maar niks aan te doen. Toch kon ik het niet laten om te vragen of ze misschien met een stiptheidsactie bezig waren. De reden waarom alle kabels en voedingen uit de handbagage moest, was volgens het personeel, omdat ze zo beter de scan konden doen. Toch vreemd dat dit op andere luchthavens niet dient te gebeuren.

Toen we eindelijk voorbij de security waren, liepen we als gekken om ons vliegtuig te halen. We hadden nog vijf minuten op overschot! En toen bleek natuurlijk dat ons vliegtuig met vertraging zou opstijgen, omdat het moest wachten om de aansluiting te verzekeren met een vlucht uit Shanghai die in vertraging was. Voor niks zo hard gelopen. 🙂

Grappig: ook deze keer kwamen we een oude bekende tegen op het vliegtuig, een ex-collega van mijn vriend. Wat zei ik ook alweer over die kleine wereld?

Om 7.35 waren we in de luchthaven van Zaventem, we pikten onze  koffers op, namen de trein naar huis en suften de rest van de dag achter onze computers tot we een aanvaardbaar uur hadden bereikt om te gaan slapen.

Aan alle mooie liedjes komt een einde.

18 oktober: Batu Caves en nightlife

Aan het ontbijt spraken we verder af met het koppel dat we de dag voordien tijdens de after party hadden leren kennen. Eerst wilde ik met de trein naar de Batu Caves gaan, maar om het treinstation te bereiken, moesten we eerst tien minuten stappen naar het dichtstbijzijnde metrostation en dan nog een flink stuk de metro nemen. Onze nieuwe vrienden en hun slimme achtjarige dochter hadden echter tickets om die dag om 15u de Petronas Twin Towers te bezoeken. Het leek ons makkelijker en sneller om gewoon de taxi te nemen.

De behulpzame bedienden van ons hotel zorgden voor een busje waar we met z’n vijven in konden en we vertrokken met een blij gemoed naar de Batu Caves. Onderweg leerden we het koppel beter kennen. Zij was geboren in Sri Lanka, was tijdens haar jeugd verhuisd naar Londen, had na haar huwelijk in de golfstaten gewoond en nu leefden ze met heel het gezien in Jakarta. Zij had haar HR-job opgegeven om voor haar dochter te zorgen, omdat haar echtgenoot daarop stond en het was duidelijk dat haar dochter het middelpunt van haar wereld was. Ik vond het wel een beetje jammer dat zo’n knappe en intelligente vrouw haar job had opgegeven, maar werd gerustgesteld toen ik hoorde dat ze veel vrijwilligerswerk deed en ook balletles gaf (ze was afgestudeerd aan de Royal London Ballet School). Hij was een IT-er afkomstig uit Indonesië die zowat overal ter wereld al gewerkt had, o.a., maar niet uitsluitend in security. En hun dochter was duidelijk hoogbegaafd. Zo’n slim en beleefd meisje. Ongelooflijk.

Ik voelde me wel een beetje saai, in vergelijking met hun globetrottende levensstijl. Het lijkt me geweldig om een tijd in het buitenland te wonen, je helemaal te kunnen onderdompelen in een nieuwe wereld, een nieuwe taal onder de knie te krijgen (want, we moeten daar eerlijk in zijn, door één keer per week een paar uurtjes les aan het CLT te volgen, zal je een taal nooit écht beheersen). Wat is de wereld groot en wat heb ik nog maar een klein stukje van die wereld gezien! En wat heb ik een weinig avontuurlijke jeugd gehad, daar onder die Limburgse kerktoren…

De Batu Caves zijn een groot grottencomplex en één van de populairste attracties  in de buurt van KL. De grotten werden wereldberoemd toen de Amerikaanse naturalist William Hornaday ze in 1878 ontdekte. Hij was diep onder de indruk van de omvang en de schoonheid van de grootste grot en vergeleek deze met een grote kathedraal. Rond 1895 werd deze grot ingericht als heiligdom, gewijd aan de hindoegod Heer Murugan. Al snel werden de grotten het belangrijkste bedevaartsoord van Maleisische hindoes.

De ingang van de grotten wordt gedomineerd door een 43 m hoog gouden beeld van Heer Murugan. Het beeld alleen al is de moeite om ervoor naar de grotten af te zakken. Maar dan begint het pas. 272 treden brachten ons naar de Cathedral Cave, 100 m hoog en gedeeltelijk verlicht door lichtbundels die door gaten in het dak schenen. Een extra attractie vormden de makaken die zich duidelijk er goed thuis voelden in de grotten en op de trappen. De beestjes hadden totaal geen schrik van ons en zagen er heel aaibaar uit. Toch vermeden we de dieren aan te raken, want die tandjes zagen er erg scherp uit en het blijven wilde beesten.

 

Onder de Cathedral Cave lag de Dark Cave waar de Malaysian Nature Society op regelmatige tijdstippen rondleidingen organiseerde. Mijn vriend en ik wilden graag de grotten in trekken, maar ik zag dat ons vrouwelijk gezelschap aarzelde. Het dan maar tactisch gespeeld en de dochter gevraagd: “Zou jij het niet cool vinden om de grotten te bezoeken?” Natuurlijk was het antwoord ja. 😉 En toen moest de mama wel mee. Het werd een interessante tocht waarbij de nadruk lag op het geven van informatie over de unieke diersoorten die hier onder de grond leefden. We kregen allemaal een klein zaklampje en dat was echt wel nodig, want op sommige plekken was het pikdonker. We werden extra op het hart gedrukt om de zaklamp niet naar boven te schijnen: we zouden de vleermuizen wel eens kunnen opschrikken en niemand wil vleermuizenpoep op zijn kop krijgen.

Die vleermuizenpoep is trouwens een essentieel onderdeel van het ecosysteem van de grotten. Guano is een rijke voedingsbodem voor heel wat kleine diertjes. En die kleine diertjes zijn op hun beurt dan weer voedsel voor grotere dieren. Aangezien de vleermuizen de enige dieren zijn die de grotten verlaten, zijn zij de enige die energie uit de buitenwereld mee naar binnen brengen. Neem de vleermuizen weg en het leven in de grotten sterft uit.

We zagen tijdens onze tocht spinnen, kakkerlakken, duizendpoten, vleermuizen, een hond die al ettelijke jaren in de grotten leefde, maar helaas geen slang. Blijkbaar kom ik enkel slangen tegen als ik er niet op beducht ben.

De immense grotten die door de kracht van het water werden uitgeslepen waren écht de moeite. Zeker niet overslaan als je de Batu Caves bezoekt, het is het inkomgeld meer dan waard! De schoonheid van de natuur, daar kan geen enkele tempel tegenop…

Toen we terug buiten in het zonlicht stonden, bekende onze nieuwe vriendin dat ze het op sommige momenten echt benauwd had gehad. Toch knap dat ze niet rechtsomkeer gemaakt heeft en haar angst overwon om deze tocht samen met ons te beleven. Ik denk wel dat ze de helm die we uit veiligheidsoverwegingen moesten opzetten een beetje vies vond, want ze haalde snel hand sanitizer boven en deelde die maar al te graag met ons. We durfden niet echt weigeren. 😉

Een taxi voor vijf personen vinden om ons terug te brengen naar KL bleek echter minder voor de hand te liggen. Na een beetje rondgevraagd te hebben en ook tevergeefs Myteksi geprobeerd te hebben, besloten we ons dan maar op te splitsen. We dankten ons gezelschap voor de fijne tijd en beloofden elkaar de volgende dag (onze laatste al) bij het ontbijt terug te zien.

We vroegen aan de taxichauffeur om ons af te zetten bij de Petronas Twin Towers, want we wilden graag de food court daar proberen. Rond twintig na twee waren we op onze bestemming, mijn maag rommelde al flink. Gelukkig betekent een food court gegarandeerd snel eten. Ik ging voor een sizzler met noodles en kip, terwijl mijn vriend niet kon weerstaan aan de verleiding en een plaatselijke hamburgerketen uittestte. Het was blijkbaar een erg populaire keten, want mijn eten was al op tegen dat hij met zijn hamburgers aan mijn tafeltje bijschoof.

Ondertussen was het verschrikkelijk hard beginnen regenen, dus bleven we even in het winkelcentrum rondhangen tot de bui over was. We kochten allebei een smoothie en boy, dat moet zowat de beste smoothie zijn die ik in mijn leven gedronken heb. Banaan en chocolade, een hemelse combinatie.

Toen de hemelsluizen eindelijk dichtgingen, namen we de metro naar China Town. Ik wilde mijn vriend graag de Hindoetempel laten zien die ik één van de vorige dagen bezocht had en hem een beetje de sfeer van China Town laten opsnuiven. Uit nader onderzoek van mijn reisgids bleek ook dat ik in die buurt enkele tempels had overgeslagen. Shame on me! Dus bezochten we samen de Sin Sze Si Ya Temple, verstopt in een nauw straatje en gebouwd in een vreemde hoek ten opzichte van de straat, wellicht om de principes van de feng shui te respecteren. Een beetje een bizarre plek die voor een deel volgestouwd was met rommel.

We liepen verder langs de Sri Maha Mariamman Temple naar de Chan See Shu Yuen Temple. In onze reisgids zag dit er een veelbelovende tempel uit met mooie friezen. Helaas is de tempel erg in verval geraakt. Hier en daar vingen we nog wel een glimp op van de vroegere pracht en praal van de tempel, maar als men niet dringend aan de restauratie begint, dreigt dit alles verloren te gaan.

Ondertussen was het ongeveer vijf uur in de namiddag. We liepen terug naar China Town terwijl boven onze hoofden (alweer) een gigantisch onweer losbrak. We geraakten min of meer droog in het overdekte stuk van China Town, waar de verkopers druk bezig waren al hun waren uit te stallen voor de avondrush. Mijn vriend vond het verschrikkelijk: die drukte, al die kleine kraampjes volgestouwd met rommel, de verkopers die ons elke meter aanspraken. Dus besloten we er maar de brui aan te geven en met de metro naar ons hotel terug te keren.

Terug in het hotel trokken we onze badkledij aan en gingen we een paar baantjes zwemmen in het zwembad. Het bleef ondertussen stevig regenen, wat best wel voor een bijzondere sfeer zorgde bij het zwembad. De strandstoelen waren leeg en we hadden het zwembad bijna helemaal voor ons alleen. Romantisch! De eerste keer in mijn leven dat ik gezwommen heb in de regen.

We waren oorspronkelijk van plan rond half zeven naar de Twin Towers terug te gaan omdat deze volledig in het roze verlicht zouden worden als sensibiliseringsactie rond borstkanker. Er zou ook een 3D laser show plaatsvinden, maar met al de nattigheid die uit de hemel viel, besloten we dat maar te skippen.

Na onze zwempartij namen we op ons gemak een douche en genoten van elkaar. Pas rond half tien kregen we een beetje honger. We besloten een gebakje te gaan eten in het  hotel. Ik had een chocoladetiramisubol. Niet dat ik veel tiramisu proefde, maar hey, chocolade, need I say more. 🙂

We hadden ondertussen een berichtje gekregen van de twee heren waarmee we in Singapore hadden opgetrokken dat ze in een bar Highland Park zaten te drinken. Een gloednieuwe bar die Drink University heette, dat moesten we natuurlijk proberen. Eerlijk, de whisky was lekker (uiteraard), maar de bar viel tegen. Bijna geen volk, het was er ijskoud, de muziek stond veel te luid, wat ok geweest zou zijn als er gedanst werd, maar er werd niet gedanst. Zelfs de hoertjes (mannelijk en vrouwelijk) zaten zich te vervelen op hun stoel. Eén van de hoertjes probeerde een paar keer bij ons groepje, maar ze ving telkens bot.

Toen de fles leeg was, besloten we op te krassen. Een bar zonder volk op een vrijdagavond, dat is geen goed teken. Heer nummer één vond het welletjes (waarschijnlijk was hij de reclame van heer nummer 2 voor de diensten van de Aziatische hoertjes beu) en wij beslisten nog ergens anders iets te gaan drinken. We vonden een terrasje waar ik een daiquiri bestelde en waar we het af- en aankomen van de hoertjes en hun klanten in de love hotels konden gadeslaan. Ik snap dat de meeste vrouwen die deze job uitoefenen weinig keuze hebben, maar het blijft een vreemd concept voor mij: betalen voor seks.

Rond half twee namen we afscheid en liepen mijn vriend en ik terug naar het hotel. De nachtelijke temperaturen waren erg aangenaam en in de verte zagen we de roze verlichte torens. Ik keek ernaar uit om de roze torens te fotograferen. Deden ze toch wel net de lichten uit toen mijn vriend en ik nog maar vijf minuten stappen verwijderd waren. Qua slechte timing kon dit tellen. Doodjammer. En een reden om eens goed te vloeken.